Dolce far niente, Jill McDonough, Jan Eijkelboom, Wystan Hugh Auden

Dolce far niente – Canal Parade, Amsterdam

 

 
Gay Pride and Diversity door Neil McBride, z.j.

 

Dear Gaybashers

The night we got bashed we told Rusty how
they drove up, yelled QUEER, threw a hot dog, sped off.

Rusty: Now, is that gaybashing? Or
are they just calling you queer? Good point.

Josey pitied the fools: who buys a perfectly good pack of wieners
and drives around San Francisco chucking them at gays?

And who speeds off? Missing the point, the pleasure of the bash?
Dear bashers, you should have seen the hot dog hit my neck,

the scarf Josey sewed from antique silk kimonos: so gay. You
missed laughing at us, us confused, your raw hot dog on the ground.

Josey and Rusty and Bob make fun of the gaybashers, and I
wash my scarf in the sink. I use Woolite. We worry

about insurance, interest rates. Not hot dogs thrown from F-150s,
homophobic freaks. After the bashing, we used the ATM

in the sex shop next to Annie’s Social Club, smiled at the kind
owner, his handlebar mustache. Astrud Gilberto sang tall and tan

and young and lovely, the girl from Ipanema… and the dildos
gleamed from the walls, a hundred cheerful colors. In San Francisco

it rains hot dogs, pity-the-fool. Ass-sized penguins, cock after cock in
azure acrylic, butterscotch glass, anyone’s flesh-tone, chrome.

 


Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

 

 
Couples door Raphael Perez, z.j.

 

Voorkeur

Liefde:
de kortste eeuwigheid.
Laat het maar vriendschap zijn,
dan heeft het alle tijd.

 

 
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

 

 
Orpheus door Richard Taddei, z.j.

 

Lullaby

Lay your sleeping head, my love,
Human on my faithless arm;
Time and fevers burn away
Individual beauty from
Thoughtful children, and the grave
Proves the child ephemeral:
But in my arms till break of day
Let the living creature lie,
Mortal, guilty, but to me
The entirely beautiful.

Soul and body have no bounds:
To lovers as they lie upon
Her tolerant enchanted slope
In their ordinary swoon,
Grave the vision Venus sends
Of supernatural sympathy,
Universal love and hope;
While an abstract insight wakes
Among the glaciers and the rocks
The hermit’s carnal ecstasy.

Certainty, fidelity
On the stroke of midnight pass
Like vibrations of a bell,
And fashionable madmen raise
Their pedantic boring cry:
Every farthing of the cost,
All the dreaded cards foretell,
Shall be paid, but from this night
Not a whisper, not a thought,
Not a kiss nor look be lost.

Beauty, midnight, vision dies:
Let the winds of dawn that blow
Softly round your dreaming head
Such a day of welcome show
Eye and knocking heart may bless,
Find the mortal world enough;
Noons of dryness find you fed
By the involuntary powers,
Nights of insult let you pass
Watched by every human love.

 

 
Wystan Hugh Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3 en mijn blog over Robert Beck.

Dolce far niente,Tom Lanoye, Cees van der Pluijm, Pier Paolo Pasolini, Martin Piekar

Dolce far niente – Canal Parade

 

 
Canal Parade in een voorgaand jaar, Amsterdam

 

In the mood

Daarnet, twee uur in de nacht alweer,
floepte de TV aan en daar stond ik,
in Madison Square Garden, tien jaar
jonger en goochelend als geeneen.

Door een onzichtbare massa opgezweept,
cirkelzaagde ik mijn assistente rats
in twee, de wekker die ik stuksloeg
werd niet heel en de konijnen vluchtten
naar de concurrentie. Het werd ze allemaal
teveel.

‘Kop op, ouwe jongen!’ Mijn hoofd
schoot door het scherm. ‘Zo zie je maar:
tien jaar geleden ging je ook al naar
de kloten. Encore, mijn beste, het kan er
alleen maar op verbeteren. Encore!’

Showmuziek werd ingezet, warm applaus, en
goedgebouwde vrienden die ik lang vergeten was,
dansten en swingden on the floor, als gek.

‘Welcome back, crazy Jack.
Welcome back.’

 

 
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)
Dansers in Beyond @ Fire, Londen, 2017

 

L’EXODE

Il était un rêve de mille resplendissants garçons
Sur des chevaux blancs qui de nuit cavalaient
Recouverts de la soie la plus légère

Ils tenaient toute la vie entre leurs mains
Faisaient tourner la terre à chaque galop
Et où ils passaient, l’obscurité restait à jamais

Leur beauté ne pouvait être exorcisée
Que par le rituel magique d’un poème:
Il était un rêve de mille resplendissants garçons

Mais nul ne parvinrent à sortir ces mots
Car un simple regard, vous statufie sur place

 

Vertaald door Benjamin De Glimme

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Daniel Radcliffe in Equus, 2007

 

Uit: Seven Poems for Ninetto

6/
When you have been in pain for so long
and for so many months it has been the same, you resist it,
but it remains a reality in which you are caught.
It is a reality that wants only to see me dead.
And yet I do not die. I am like someone who is nauseous
and does not vomit, who does not surrender
despite the pressure of Authority. Yet, Sir,
I, like the entire world, agree with you.
It is better that we are kept at a far distance.
Instead of dying I will write to you.
In this way, I preserve intact my critique
of your hypocritical way of life,
which has been my sole joy in the world.

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Ninetto Davoli in Decamerone, 1971

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

Hauptbahnhof
              Frankfurt am Main

I
Meine Perspektiven enden dort
Die Mutter meiner Bahnhöfe
Was hier keimte, kam immer zurück
Zu oder mit mir (immer hat
Eine blinde Quote, aber eine Quote)
A million faces, each a million lies
Schrieb ich im ICE, dann kommen
Die Brücken, die Boote, ich glaube
Sie fahren immer im Kreis – nicht
Im geometrischen – Ich schwöre
Bei all meinen Fetischen: Frankfurt
Spiegelt sich nicht im Main
Der Fluss spiegelt sicht hier in der Stadt
Hier
Dort
Wartet immer eine Frau – nein
Nicht mehr Mutter – eine Frau,
Die meinen Kopf
Zu halten
Versteht.

 
Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2016 deel 1 en deel 2.

Dolce far niente,Tom Lanoye, Cees van der Pluijm, Pier Paolo Pasolini, Alfred Tennyson

Dolce far niente – Canal Parade

 

 
Canal Parade in een voorgaand jaar, Amsterdam

 

Zindelijkheidstraining

Net voor ik voorgoed uit Gent vertrek, een laatste
glas gaan drinken in Café Cirque Central, en hé!
Het snookerbiljart is gerepareerd! En, als door
het Lot georkestreerd, bemand, dat is het woord.
Met twee jonge gasten, jeunesse dorée, de een
al geiler dan de ander, elk om beurt over het laken
buigend met gespannen billen, stoot na stoot. En daar
 
is ze weer, even plots en onontkoombaar als
misselijkheid op zee, die eeuwige rotidee.
Dat wij, totterdood, een samenspel van zweet
en speeksel, zaad en slijmen, passie heten,
en dat het ons tot wanhoop drijft. Ik heb daar
al veel over nagedacht, vooral op café, maar
begrijpen? Nee. Ik zal er dan maar
weer ’s over
  
schrijven, allen vooruit: Lik mijn stijve lik
mijn kont geef de asbak eens door schat
je bent geweldig mwaaw hwaall
he hwoet
uid mwijn mwond met je lekkere met je lekkere dinges enfin
hoe heet het ook
alweer auw pas op je doet me pijn…
 
Fantastisch toch, dat
er gedichten zijn.

 
Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)
Cool Pool Player

 

Exodus

Er was een droom van duizend mooie jongens
Op witte paarden rijdend door de nacht
Met wapperende zachtfluwelen kleren

Ze hadden heel het leven in hun macht
De aarde draaide door hun galopperen
En waar zij reden, werd het nooit meer licht.

Hun schoonheid was alleen nog te bezweren
Door ’t magisch ritueel van een gedicht:
Er was een droom van duizend mooie jongens

Maar niemand kreeg die woorden uit zijn mond
Want wie hen zag, versteende waar hij stond

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
De Cubaanse acteur Mario Cimarro op een wit paard

 

Uit: Seven Poems for Ninetto

5/
The wind screamed through the Piazza dei Cinquecento
as in a Church –there was no sign of filth.
I was driving alone on the deserted streets.  It was almost 2 am.

In the small garden I see the last two or three boys,
neither Roman nor of the peasantry, cruising for
1000 lire. Their faces are stone cold.  But they have no balls.

I stopped the car and called out to one of them.
He was a fascist, down on his luck, and I struggled
to touch his desperate heart. 

But in the dark I could see him watching me.
You have come with your car and had your fun, Paolo.
The degenerate individual was here next to you. He is your double.
Cheap stolen trinkets hang from his car window.

Now you must leave
but where can you go? He is always there.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Ninetto Davoli

Continue reading “Dolce far niente,Tom Lanoye, Cees van der Pluijm, Pier Paolo Pasolini, Alfred Tennyson”