Breyten Breytenbach, William Carlos Williams

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)

“Ik getuig voor God en mensdom dat ik heb gedaan wat ik kon doen. De mens is zwak. Nu staat Ashoop weer ergens te treuzelen. En stel je nou voor dat iets op het allerlaatste moment misloopt. Als alles nu in duigen stort? Stel dat een aardbeving de startbaan splijt of dat een doof musje zich nestelt in een van de straalmotoren of dat de Sovjetters en de Amerimoordenaars besluiten om juist deze morgen hun uitstaande geschillen te beslechten?
Maar uiteindelijk. Les passagers pour Nice, Kinshasa, Johannesbourg sont invités… De balans slaat door, we gaan het onvermijdelijke in, we worden van de ene in de andere werkelijkheid geschonken. In een afgeschut hokje worden we gevisiteerd door agenten die duidelijk hun handen kennen. Camera in de lucht, de lens naar boven gericht, en druk op het knopje. Sluiterklik. Zeker bang dat het schiettuig is. En aan boord. Ventilatie. Riemen vast. Laatste psalm.

Ik voel kriebels tussen de schouderbladen waar de vleugels groeien. De dag daagt over Parijs: grijze gebouwen, grijze rook uit de grijze schoorstenen, opgenomen in de grijze lucht. De zon hangt groot en rood en onwerkelijk even boven de horizon van het stadsgroen, zoals een zon op een grijze foto.
Wanneer ieders oren flink zijn dichtgeklapt, rolt het vliegtuig naar voren, en plotseling springen we bijna loodrecht op in de lucht. De huisjes en straatjes met de eerste vroege-ochtend mieren vallen verschrikkelijk snel onder ons weg, worden irreëel en potsierlijk. Over de vlucht zelf valt niet veel te zeggen. Mensen die gehypnotiseerd worden, die met open ogen zwijmelen als levende lijken, ondergaan waarschijnlijk dezelfde ervaring als wij vandaag beleven. Je bent voorbestemd. En afgesteld, als een bom met een ingebouwd mechanisme die jou richt op een doel waar je op een vooraf bepaald ogenblik zult ontploffen. Je eet, je probeert te lezen, je kijkt zonder enige belangstelling uit het raampje, je denkt, je slaapt, je sluit je ogen en ziet alles, het zal nooit weer donker worden, je schrikt wakker en beseft dat je niet hebt geslapen, je leest, je eet, de zon is in je hoofd maar het is een zilverkleurig object, heel licht, van metaal gemaakt, zonder enige hitte, de zon is een vis in de lucht. Nice? Een vliegveld, winkels, passagiers met bontjassen en geïllustreerde tijdschriften, glanzende vloeren, douaniers met kepie’s. Pas boven de Sahara word je weer door de opwinding gepakt. Hoe grandioos en eindeloos is zo’n land! We vliegen hoger dan de vlieswolken maar we zien van de rotsformaties en zandkolken onder ons elke rif en rib en duin en versteende tuin, de subtiele kleurnuances van okergeel over grijs naar baksteenrood. Afrika! Afrika heeft een andere dimensie. Het heeft iets dat zich helemaal niet stoort aan de mens en zijn kleine futiliteiten, iets dat absoluut los staat, en onaantastbaar. Europa is een getemd, bijna zwakzinnig beest, als een koe met puistjes of een kat met verrotte tanden. Maar Afrika is eeuwig. In Afrika is de mens een zwerver, een bezetter, een vergankelijk fenomeen. De Europeaan heeft zijn grond naar behoefte bevuild; de Afrikaan moest zich zelf bij Afrika aanpassen. Niet om bezit te nemen, maar om geduld te worden – of om er deel van te kunnen uitmaken. Wat telt een leeftijd in Afrika? Het is een lange snoer kralen van oerouders tot nageslachten, een kralensnoer dat klikt en klakt, dat makkelijk breekt en uit elkaar spaten in het zand verdwijnt, en de kralen zijn in ieder geval alleen maar besjes van de boom of van klei. De mens was altijd in Afrika. De Afrikaan hoeft niet te weten waar hij vandaan komt of waar hij naar toe gaat. Hij hoeft het niet te weten want hij heeft nog nooit onder de waan geleden dat hij het niet weet.”

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Een soort lied

Laat de slang wachten onder
haar groen
en het schrijven
van woorden traag en snel zijn, fel
in het toeslaan, stil in het wachten,
slapeloos.

– om de mensen en de stenen
te verzoenen in de metafoor.
Componeer. (Geen ideeën
dan in dingen) Vind uit!
Steenbreek is mijn bloem, ze splijt
rotsen.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963) Cover

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Breyten Breytenbach en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)

“Rattegif zou niet veel helpen want dat strooien ze ‘s morgens al samen met de as van een eerste sigaret over hun pap. De enige manier om aan hem te ontkomen leek het dak, onze koffers met touwen om de nek en onze schoenen in de jaszakken, als dieven in andermans nacht. Gelukkig zijn hoernalisten even lui als ze beginselloos zijn. De snor uit Londen besloot dat het dichtstbijzijnde café zijn beste uitkijkpost zou zijn en dáár heeft het bruine of rode vocht te goeder tijd zijn visie vertroebeld en zijn jachtinstinkt afgestompt. Over schoenen gesproken: Ashoop zou de pelgrimstocht samen met ons maken. Ik bedoel, ik wil Ashoop nu maar meteen tot het relaas toe laten. We hebben hem omgepraat om mee te gaan en een paar dagen geleden maakte hij zijn opwachting uit Rome, met splinternieuwe schoenen, van die bruine Volkswagentjes met dikke Zolen en nog dikkere hakken. ‘Speciale sneeuwbanden’ zou je ze kunnen noemen, of het soort schoenen dat Alan Ladd altijd droeg als hij in films tegenover Ava Gardner speelde en waarbij ze haar in een gat in de grond lieten staan zodat ze tijdens het schieten van liefdesscènes op wederzijdse mondhoogte konden zijn.
 We hebben maar weinig geslapen. Op straat was het nog stikdonker. Een taxichauffeur die, zoals voorzien door de voorzienigheid, in onze straat woont, schoof zojuist nog halfslapend achter het stuur om zijn dagdienst te beginnen. Hebbes. Hij legde een draagbaar rood tapijt en zijn jasje voor onze voeten, want we waren op reis naar het Grote Groot. Zwaar bepakt en bezakt kiest zijn taxi koers door de grauwe voorsteden, op naar Le Bourget. Onderweg wisselen we mondjesvol woorden. De stad sluimert nog en het besef dat we aan de pas geboren grijze dag gaan ontsnappen, weg uit de winter, is fantastisch, haast ongelooflijk. De chauffeur praat met een accent uit de Midi. Zuid!

We konden onze zitplaatsen aan boord op een kaart kiezen, zodat je weet waar en hoe je er uitdondert als het ding op een bergspits tot sterven komt. Toen moesten we wachten op de aankondiging van onze vlucht, op de inscheping. Opeens konden we bijna niet meer recht op onze voeten staan. Je waagt het ook niet ergens te gaan zitten uit vrees dat je onmiddellijk wegtuimelt in de zich openende nacht van bewusteloosheid of dat je uit woordeloos plezier je broek zal natmaken. Dan maar sterke koffie drinken. Nu begin je te vitten en je humeur verfloddert. Is alles en iedereen nu hier? Waar is alle handbagage? Ik heb jullie toch gezegd dat onze spullen te zwaar zijn. Wie draagt wiens camera zonder uitvoerbewijs. Wat zitten ze dan te donderjagen.”

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het derde van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Nijmegen, 3 april 2005

Lieve Cor

Jouw motor en Amsterdam, dat geloof ik allemaal wel, maar een verborgen passie voor houtzagen? En vooral het detail dat je je aanbiedt in een kleine advertentie.

Ik kan er niets aan doen, maar sinds onze samenwerking enkele jaren geleden„ geloof ik het dan achteraf toch niet meer helemaal.

Nu heb ik niet meteen een passend kaartje in huis, maar godzijdank wel een printer (ik zou er zo een kaartje bij kunnen downloaden), maar goed, het is een brief geworden.

Ik veronderstel dus maar bij deze gelegenheid dat je me hebt willen vertellen dat je je in Arnhem bezig houdt met natuur en milieu en dat hetgeen je op dat terrein doet in het verlengde ligt van onze samenwerking destijds? De ondeugende blik en de ondertoon zijn kenmerkend voor jou bij dit soort mededelingen over houtzagen… Cor vertelt mij iets en het is net als in een gedicht van Achterberg: “Lees maar, er staat niet wat er staat.”

Ik had er waarschijnlijk mee moeten leren leven als ik de liefde van je leven was geworden. Nou ja moeten… zoiets doe je dan graag nietwaar? Bovendien hou ik van poëzië.

Ik vroeg je: Hoe is het met de liefde, Cor? en toen zei je: “Daarom ben ik hier”. Nou geloof ik niet dat je op onze leeftijd op zo’n feest als de Kiss Kiss Club nog de liefde van je leven tegenkomt, al is het nooit uitgesloten natuurlijk. Oude liefdes kom je er wel regelmatig tegen en in het geval van gisteren had ik het geluk jou weer eens te zien.

Alleen al met onze begroeting had ik er het entreekaartje helemaal uit… De ene kus is immers de andere niet en deze van gisteravond wordt in mijn geheugen opgeslagen naast de herinnering aan onze ontmoeting bij Wil, de spelletjesavond op de Henri Dunatstraat en je bezoek aan mij in Nederasselt.

In de persoon van mijn tennisvrienden Aryan en Frank had ik trouwens genoeg liefde zelf meegenomen en misschien is dat wel de beste manier om nog naar zo’n feest als de Kiss Kiss te gaan. Dan is het bij voorbaat al geslaagd. Maar gisteren waren er dus zelfs twee extraatjes.

Een politieman op het podium en een in de zaal. Het was leuk, Cor. Vandaar deze brief.

En graag tot ziens,

Het oude Doornroosje in Nijmegen, jarenlang de locatie voor de Kiss Kiss Club


Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2018.

Dolce far niente, Silas Weir Mitchell, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, James Alan McPherson

Dolce far niente

 

Indian Summer door Jack Paluh, z.j.

 

Indian Summer

The stillness that doth wait on change is here,
Some pause of expectation owns the hour;
And faint and far I hear the sea complain
Where gray and answerless the headlands tower.

Slow fails the evening of the dying year,
Misty and dim the waiting forests lie,
Chill ocean winds the wasted woodland grieve,
And earthward loitering the leaves go by.

Behold how nature answers death! O’erhead
The memoried splendor of her summer eves
Lavished and lost, her wealth of sun and sky,
Scarlet and gold, are in her drifting leaves.

Vain pageantry! for this, alas, is death,
Nor may the seasons’ ripe fulfilment cheat
My thronging memories of those who died
With life’s young summer promise incomplete.

The dead leaves rustle ‘neath my lingering tread.
Low murmuring ever to the spirit ear:
We were, and yet again shall be once more,
In the sure circuits of the rolling year.

Trust thou the craft of nature. Lo! for thee
A comrade wise she moves, serenely sweet,
With wilful prescience mocking sense of loss
For us who mourn love’s unreturning feet.

Trust thou her wisdom, she will reconcile
The faltering spirit to eternal change
When, in her fading woodways, thou shalt touch
Dear hands long dead and know them not as strange.

For thee a golden parable she breathes?
Where in the mystery of this repose,
While death is dreaming life, the waning wood
With far-caught light of heaven divinely glows.

Thou, when the final loneliness draws near,
And earth to earth recalls her tired child,
In the sweet constancy of nature strong
Shalt dream again—how dying nature smiled.

Silas Weir Mitchell (15 februari 1829 – 4 januari 1914)
Philadelphia, de geboorteplaats van Silas Weir Mitchell


 

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)

“30 december
Halfzeven. Nog enkele uren, minuten bijna. De overgang tussen winter en zomer, leven en dood, Europa en Afrika, zijn een vervreemding, kastratie – balling-schap – en integratie. Buiten is geen geluid, geen vogel, geen wind of melkkar of auto. Niets. Doods. Alleen een klein stukje halve maan, dat als een schurftige koe op haar post, over haar kalf moet waken. Buiten is de dood.
Het is tijd om te vertrekken. Hij heeft niet geslapen, en de nacht van gisteren evenmin, en de nacht daarvoor nog minder. Je moet dood zijn voordat je kunt herrijzen. En met de vermoeienis wordt de opwinding in bedwang gehouden. Vermoeienis wordt in de aderen gespoten om het hart te kalmeren. Tegen de vroege morgen heeft hij zich verkleed, keek naar zijn naakte lichaam, naar de ribben en de knieën. Een oude monnik zit al rechtop, stil in meditatie. Als je niets wil worden moet je vroeg uit de veren. Een meditatie waar komen en gaan geen verschil maakt. Een stilte. Noch winter, noch zomer. Maar tussen geboorte en dood trappen we wat lol. Neem me niet kwalijk, meester, maar dit is een avontuur waarin je jezelf met heel’t hart en nieren en darmen moet storten. Je kunt hier niet afzijdig tegenover staan. Daar ginds moet een oude ik gehaald worden opdat hij finaal tot rust kan komen.
Alles is in orde; alles is opgeruimd. Hij heeft de pantoffels waarop hij al jaren rondsloft als aandenken aan zijn land – fetisjist – uiteindelijk ook in de vuilnisbak gegooid.
De dag zal grijs over de stad komen, over de winter; zal net genoeg licht maken om je weg uit dit koude hol te kunnen zien.
‘Kom lief Vlekje, word wakker! Sta op! We moeten gaan!’
Wanneer je erg moe bent is het alsof je je in zee bevindt. (Misschien is de zee wel de moeheid om jou.) Het ene ogenblik ben je zo paniekerig als kippevel, ervan overtuigd dat je iets essentieels hebt achtergelaten, dat je te laat zult aankomen enz. Dan ontspan je weer even argeloos, alles speelt over en om je heen alsof het jou niet aangaat, alsof je lichaam niet ter zake is.
De avond voor ons vertrek geven we de laatste instrukties en raad aan de sprieterige Amerikaanse die tijdens onze afwezigheid op het huis zal passen. We hebben alle mogelijke voorzorgsmaatregelen tegen burgeroorlog, de pest, staking, en zondvloed proberen te treffen en hopen stil (ík tenminste) dat, terwijl we weg zijn, een stier van een vent zijn opwachting en inbraak zal maken om onze loge van haar verbeten kuisheid, die aanleiding geeft tot een onooglijke staroogigheid, te genezen. Ons huis is een huis van de liefde. Ons vertrek – en vooral ons doel – hebben we voor al onze vrienden en kennissen geheim proberen te houden. Zij die wel de lont zagen smeulen, kwamen in de laatste nacht afscheid nemen met zachte glimlachen en warme handpalmen; geamuseerd door onze holderdebolder opwinding. Een journalist, van het journalistige Zuid-Afrikaanse soort dat hun werk ziet als strips zonder plaatjes, is ons vanuit Londen op het spoor gekomen en we konden zijn snuivende snor in de kier tussen voordeur en vloertegels angstig op en neer zien gaan.”

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

Leg eens uit hoe dat voelt

Heeft u gewonnen? Loop dan even mee naar achteren,
hier komt een willekeurig einde aan. Waar zijn uw adviseurs,
of bent u voorbereid? ‘Je komt er tegenwoordig
niet meer aan te pas.’ Een paleis voor uw gedachten.

Nu u zo weinig heeft te zeggen, laat ik vast verklappen
waar wij u niet op hebben gewezen: het tegenlicht,
het prijzengeld, de voorgeschreven zinnen, de herhaling
tot vervelens toe en de gevolgen desondanks.

Zoveel woordkeus komt er aan te pas als u bevatten kunt.
Wij schrappen niets, u bent van onschatbare waarde. Wij
kunnen u zelfs onmogelijk met droge ogen aanschouwen.

Blijft u hier maar even staan. Zo mist u alle hoogtepunten.
Fraai is dat: is het buitenaards genoeg, blijkt er altijd weer
een markt voor te vinden. Blij dat dit eruit is?

 

Land zo ver je kijken kunt

En dan gaat het doek op, het rode woordje exit stelt ons gerust.
Je concentreert je weer op de verkeerde dingen, in de verte doe je me
zelfs denken aan iemand anders. Zo met die sigaret in je mondhoek,
een reisgids in je linkerhand, je wapen in je rechter. Verdacht veel

aandacht voor het detail. Is deze verering wel terecht? Hoe ver draagt
je echo? Onze kijkzucht overtreft de stoutste verwachtingen, maar het is
niets om je zorgen over te maken, jouw schuld is het niet, zoals je daar
staat, de afstand ontmaskerd: het beeld is nauwelijks weg te denken.

Er stond iets te gebeuren? Of is het al voorbij, de vingers aan de trekker,
de kringelende rook – dat kan ik niet hebben gedaan denk je nog, dat
kán ik niet hebben gedaan. Al die achterdocht om niets, gekneed uit
het soort stof waar, in een uiterst verleden, dromen werden gemaakt.

Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

 

 

De Nederlandse schrijver Frans Kusters werd geboren in Nijmegen op 16 september 1949. Zie ook alle tags voor Frans Kusters op dit blog.

Uit: De tranen van Daan Dativo

“Hier staan wij dan, in de striemende regen aan de rand van Medemblik, een handvol oude, verdrietige mannen die ooit avond aan avond barstensvolle zalen wisten te verbijsteren en door de kunstkritiek uit die dagen eenstemmig tot – ik citeer – ‘de paladijnen van een nieuw tijdperk’ werden uitgeroepen. Nieuw tijdperk, jawel! Nog geen drieënhalve maand duurde het of het hooggeëerde publiek gaf als vanouds overal weer de voorkeur aan het gladde vertoon en de gemakzucht van het tweede garnituur dat alleen per abuis misgrijpt, al doende moppen tapt en het liefst bovendien nog om het geslachtsdeel een hoepeltje of wat zou laten cirkelen, als het fatsoen dat toestond. En niet lang daarna zagen ook de kenners hun vergissing in en lazen wij over – ik citeer opnieuw – ‘behaagzieke dilettanten die door niemand serieus genomen zullen worden, aangezien het wezen van de behendigheidskunst hun ten enen male ontgaat’.
Nee, leuk was dat allemaal niet, om van hetgeen wij sedertdien te verduren hebben gekregen nog te zwijgen, maar het heeft ons in ieder geval niet verhinderd te blijven jongleren, zoals er volgens ons gejongleerd moet worden. En als het nieuwe tijdperk niet aan de wereld besteed blijkt te zijn, zo verzekerden wij elkaar onderwijl op onze zolders en in onze achtertuintjes tussen de waslijnen, dan moet de wereld het zelf maar weten. Zo verstreken de jaren en op zekere dag kwamen wij tot de ontdekking dat het tweede garnituur van vroeger vergeleken bij de ellendelingen die naderhand de podia veroverden gerust een stelletje onvervaarde avonturiers genoemd mocht worden. En die lamstralen waren weer een verademing, als je zag wat een volgende lichting ervan terechtbracht… Het zou van weinig smaak getuigen om uitgerekend hier verder nog een woord vuil te maken aan de wijze waarop er tegenwoordig met de kostbaarheden van de zwaartekracht wordt omgesprongen. Wat ik alleen maar wilde zeggen is dat men ons van alles en nog wat voor de voeten kan werpen, behalve dat wij ons met laf effectbejag hebben ingelaten, een enkele schnabbel wellicht niet meegerekend. En met gegoochel, ballet en lolbroekerij gelukkig evenmin. Wij zijn er, kortom, in geslaagd de weg van de minste weerstand te vermijden. En in nog heviger mate – van die intensiteit is dit einde het bewijs – geldt dit voor degene van wie wij vandaag afscheid nemen en die ons op zijn beurt keer op keer van virtuositeit heeft beschuldigd – jullie herinneren je hoe hij bij het uitspreken van dat woord de punt van zijn karakteristieke neus tussen de toppen van duim en wijsvinger placht te vatten, wat hij in de vele, veel te vele nadagen van zijn loopbaan als een prestatie van formaat aangemerkt wenste te zien-, eens ons voorbeeld, onze inspiratiebron en ons idool, Daan Dativo, God hebbe zijn ziel, als het Hem tenminste lukt daarop de nodige vat te krijgen!”

Frans Kusters (16 september 1949 – 20 november 2012)
Op de achterkant van de verhalenbundel “Paarse dingen”

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook alle tags voor Michael Nava op dit blog.

Uit: Lay Your Sleeping Head

“Everyone in the Public Defender’s office had to take the jail rotation. Unlike my colleagues, I didn’t mind it. If, as my law school teachers had insisted, the law was a temple, it was a temple built on human misery and jails were the cornerstones. It was salutary to have to encounter the misery on a regular basis because otherwise it became too easy to believe that trials were a contest between lawyers to see who was the craftiest. It was good to be reminded that when I lost a case someone paid a price beyond my wounded pride. Not that I was in particular need of that memo at the moment.
A few months earlier, I’d lost a death penalty case where, rara avis, my client was innocent. Not generally innocent, of course—he had been in an out of juvie hall, jails and prison since he was 15—but innocent of the murder charge. After the jury returned its guilty verdict, I snapped. When the judge asked the usual, “Would you like to have the jury polled, Mr. Rios?” I jumped to my feet and shouted, “This isn’t a jury, it’s a lynch mob.” He warned me, “Sit down, counsel, or I’ll find you in contempt.” I unloaded on him. “You could never hold me in more contempt than I hold you, you reactionary hack. You’ve been biased against my client from day one . . .” I continued in that vein until the bailiff dragged me out of the courtroom and into the holding cell. Eventually, I was released, lectured, held in contempt, fined a thousand dollars, and relieved as my client’s lawyer. When word got around the criminal defense bar about my rampage, I received congratulatory calls but not from my boss, the Public Defender himself.
A death penalty trial is really two trials, the guilt phase where the jury decides whether the defendant committed the charged murder, and the penalty phase where the same jury decides whether to sentence him to death or life without parole. My outburst came at the end of the guilt phase. This meant another deputy public defender would have to be appointed to the case, get up to speed, and argue for my client’s life in front of the same jury I’d called a lynch mob.
“I should just fucking fire you,” Mike Burton told me, savagely rubbing his temples. The PD was a big man, an ex-cop in fact who had his own awakening about the criminal law system after he watched his partner beat a confession out of a suspect in the days before Miranda. “The only reason I’m not is that if Eloy does get death, at least you’ve handed us grounds for appeal.” He glared at me. “Ineffective assistance of counsel.

Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook alle tags voor James Alan McPherson op dit blog.

Uit: Hue and Cry (A Matter of Vocabulary)

“THOMAS BROWN STOPPED going to church at twelve after one Sunday morning when he had been caught playing behind the minister’s pul-pit by several deacons who had come up into the room early to count the money they had collected from the other chil-dren in the Sunday school downstairs. Thomas had seen them putting some of the change in their pockets and they had seen him trying to hide behind the big worn brown pul-pit with the several black Bibles and the pitcher of ice water and the glass used by the minister in the more passionate parts of his sermons. It was a Southern Baptist Church. “Come on down off of that, little Brother Brown,” one of the fat, black-suited deacons had told hint. “We see you tryin’ to hide. Ain’t no use tryin’ to hide in God’s House.” Thomas had stood up and looked at them; all three of them, big-bellied, severe and religiously righteous. “I wasn’t tryin’ to hide,” he said in a low voice.
“Then what was you done behind Reverend Stone’s pulpit?” “I was praying,” Thomas had said coolly After that he did not like to go to church. Still, his mother would make him go every Sunday morning; and since he was only thirteen and very obedient. he could find no excuse not to leave the house. But after leaving with his brother Edward, he would not go all the way to church again. He would make Edward, who was a year younger, leave him at a certain corner a few blocks away from the church where Saturday-night drunks were sleeping or wait-ing in misery for the bars to open on Monday morning. His own father had been that way and Thomas knew that the waiting was very hard. He felt good toward the men, being almost one of them, and liked to listen to them curse and threaten each other lazily in the hot Georgia sun. He liked to look into their faces and wonder what was in their minds that made them not care about anything except the bars opening on Monday morning. He liked to try to dis-tinguish the different shades of black in their hands and arms and faces. And he liked the smell of them. But most of all he liked it when they talked to hint and gave him an excuse for not walking down the street two blocks to the Baptist church. “Don’ you ever get married, boy,” Arthur, one of the meaner drunks with a missing eye, told him on several oc-casions. The first time he had said it the boy had asked: “Why nor?”

James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

(de buikspreker)

was het Rimbaud die de dichtkunst
aan de vooravond van zijn vertrek
naar Afrika
op de knie heeft genomen zodat ze
wenen kon?

want in Afrika
is het ’t voorrecht van een dichter
immers dat je niet hoeft in te staan
voor je opinies

je neemt het gedicht op je schoot
die schattige
buikpop:
en laat het dan een dans dansend
vrijheidsliederen zingen voor Afrika

 

aan de wereld te kunnen zeggen

aan de wereld te kunnen zeggen
de weg te onthouden
wanneer de gedachte aan
het grote vergeten voor
nog een aanlokkelijk avontuur is
te luisteren hoe de boom groeit
en de rondingen van de wind
met de hand te verkennen
te weten hoe de vernedering
van armoede vreet
en het verdriet van macht
met een vinger het bloed
te proeven en te schrijven
het gezicht van het wordwoord
te kunnen tekenen
het bestaan te zingen en te bezingen
dat de zin van het zijn het leven is

 

Vertaald door Laurens van Krevelen

 

spieden over de muur

eerst is er de zeer blauwe koepel
dan een gerafelde witte wolk zuiver wit
zoals het wit en enkel dromend
van een heel oude man met een ruw geheugen die toen hij nog jong was
zo veel van nachtvlinders hield

dan de halve cirkel van de maan
zo wit in die dag
een kaalkop met ouderdomsvlekken
de witgespikkelde kale kop van een heel oude stinkkaas-man
die door diepe waters loopt

en hoger dan de muren een vlinder wit dartelend
eerst een maar daarna twee in flappertonen
witte vlucht twee witte zakdoekjes één
in een onzichtbare trein

elke dag is huwelijk

 

Vertaald door Adriaan van Dis

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Doorgaan met het lezen van “Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe”

Dolce far niente, P. C. Boutens, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp

Dolce far niente

 
Sand Dunes at Sunset door Henry Ossawa Tanner, ca 1885
Dit schilderij hangt in de Green Room van het Witte Huis

 

Laatste zomerdag

Al de gouden middaguren
Van de zonnen die verzonken,
Stralen door dit blankdoorblonken
Blindend dak van blauwe muren
Op den stervensstillen lach
Van den laatsten zomerdag.

In de dalen van de duinen
Huivren wondre schemeringen
Om de helderheid der dingen;
En geen aêm vleugt langs de kruinen;
Dieper dan de middagvreê
Hijgt de stilte van de zee.

Als verwaasde glanzen dalen
Door de sidderende luchten
Vlakker al de breede vluchten
Van verzilverd gouden stralen,
Tot de glans in gloed ontblaakt
Waar hij Zomers peluw raakt. . .

Mogen liefdes gouden uren
Die uw oogen zijn vergeten
Tot éen glans van hemelsch weten,
Zóo uw witte peluw vuren,
Ziel mijn ziel, waar uw gezicht
In zijn laatsten glimlach ligt!

 

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Middelburg, haven. Boutens werd geboren in Middelburg.

Doorgaan met het lezen van “Dolce far niente, P. C. Boutens, Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp”

Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

het manifest van de meelevendheid der dichters

wij zijn de dichters / wij gunnen elkaar de vrijheid van denken
en verbeelding / wij kijken naar elkaars
woordworstelingen als kleuters die Noachs archeologie
met boetseerklei vormgeven / en wij
zijn allemaal blij met de vruchten van andermans
handen / wij zijn de dichters / wij hebben grote
medeklinkende harten die belangeloos
opgaan in de liefde / wij zijn niet jaloers
of afgunstig / we voelen ons nooit afgescheept /
wij oordelen niet en veroordelen niet / wij
proberen elkaar niet te verdoezelen met de ikkesotische
concepten van het Empaier / noch
zullen wij een ander ooit vergiftigen met wierook
of hem met stroferoof het canongedonder insturen /
wij zijn de dichters / geringschattend
is als woord te tongbeduvelend om ooit
piekfijn en fris in een gedicht onderuit gehaald te worden
wij nemen niemand bij de neus en zijn niet zelfvoldaan /
wij bakkeleien immers niet om de kruimels
van de tafel van de baas / kijk, wij begluren nooit een ander
en apen nooit na / wij zijn de dichters / wij koeren
als vredesduiven wederzijdse bewondering /
bovendien: wij weten dat al onze lettergrepen torentjes zijn
van as en zandkasteeltjes op het land / en brandende
kaarsjes van ons op de tocht van de geschiedenis / daarom
zijn onze monden welluidend van meelevendheid /
want wij zijn de dichters / armzalige broeders en zusters /
dus waarom zouden wij ooit in elkaars gat
of oog willen koekeloerehoeren of de ander in de oven stoppen?

 

there is no time

there is no time
time is man’s skin
it cracks and crackles and shrinks
in life’s passing-by
in the fire of being
telling the hours
then letting them be
in the ever reverberating
moment of silence
 
in the smoking dance
of the evening star and the midnight sun
in the curl of the leaf
in the dove’s swiftly
graceful and fluttered
gesture of dying
 
there is no time
time is the shooting
comet of recall
strewing heaven with the sparks
of stories no one will ever hear again
 
time’s my love for you
the lizard movements
in your body that come and go
to fill the hollows
with the fire of telling
those many faces of departure
 
there is no time
just the pulse of the heart
as pain under eye-shells
 
just the emptied tell-skin
of this poem
splotched and measured
by cancer words of forgetting
like lizard shit

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Doorgaan met het lezen van “Breyten Breytenbach, Alfred Schaffer, Frans Kusters, Michael Nava, Justin Haythe, James Alan McPherson, Hans Arp”

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

ode aan taal

vogelen

ik wil je openvouwen als een vleugel
kijken hoe sterk de penneveren nog vloeien
de leefrimpels van je hart
van mond naar hand voelen popelen
zien hoe je als een schip
het vaarwater laat bloeien
met de vlucht van de zon

voor je als een schaduw uit de mouw
weer aan je nachtwerk begint:
schaduw in de tuimelende ruimtezerk
van steen

 

het laatste gedicht

het laatste gedicht is dat
met het minste gewicht
want het is een weg en een weggaan
                                                  in beweging
en belichaamd in vervlieding
het uiteindelijk bekende gezicht
van anonimiteit                            van een leven
in verleefde beweging

het laatste gedicht paart niet
het heeft geen afsluiting met punt
of vraagteken
want de slotregel is slechts een sluis
is altijd een optie
op het opzeggen voor altijd
het opengaan van de passage
naar opgaan in beweegzingen

het laatste gedicht is het zichtbaar
maken van het overgaan
van dansende tekens naar de bevrijding
                                                 van onzichtbaarheid

 

land van genade en verdriet

I
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt

 
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Doorgaan met het lezen van “Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Justin Haythe, Hans Arp”

Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

 

onderweg

 

‘somewhere halfway from here

there are half-empty boxes’

 

nu is elke nacht een reis

door onbekende landschappen

van licht en van schaduwen

over barre vlakten

of ineens door ravijnen

met druipende exotische bomen

 

soms is er een dood dorp

een modderglinsterende hond

met gesperde kaken vastgekolkt

in de koplichten

maar nooit een levende ziel

 

en elke nacht is er de bestuurder naast mij

een allang vergeten dode vriend

een dode broer van wie ik niets weet

 

nu is elke nacht een bittere woordenstrijd

want waarheen zijn we onderweg?

ik wil de praatjes niet meer horen

 

nu klim ik er elke ochtend uit de dag in

met een zere keel van stof en schrijven

 

 

Vertaald door Laurens Vancrevel

 

 


Dein Brief

Dein Brief ist glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
ein Garten ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen
weite Räume

ich schlief in grünen Weiden
während der letzten Nachtwache
lag ich auf der Schwelle zum Tal der Schatten
und hörte wie man die zum Tod Verdammten
durch Tunnel in die Erde führte

wie sie singen
ihr Atem an den Lippen
ein Bewohner, der eben fortgehen will
eine Stadt in Flammen, wie sie singen
ihr Atem aus Fesseln

wie sie singen –
sie, die aus dem Licht ins Dunkel springen
sie, die man ohne Ziel verschickt –
schrecklich spür ich diese Schändung

der Tisch vor mir im Beisein meiner Feinde
ist blank, Asche bedeckt meinen Kopf
mein Krug ist leer  

ich floh in deinen Brief und wollte lesen
vom Orangenbaum, geschmückt mit weißen Blüten
die sich in der Sonne öffnen

ich konnte sie riechen, auf dem Balkon –
ich kann dich riechen
lieblicher und lichter als der Gedanke an eine Blume
in dieser düsteren Nacht

bald werde ich am Himmel deiner Worte hängen –
gib dass ich deinen Brief
mein Leben lang bewohnen kann

Envoi
dein Brief ist herrlich, glänzender und größer
als der Gedanke an eine Blume, wenn der Traum
die Erde eines Gartens ist –

als sich dein Brief öffnet:
ein Auffalten von Himmel, Wort von außen,
Erinnerung

 

 

Vertaald door Uljana Wolf

 

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Doorgaan met het lezen van “Breyten Breytenbach, Frans Kusters, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp”

Breyten Breytenbach, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2010 en eveneens alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

 

Voor Juan Carvajal

het vlees van hoeren is treurig
ik heb ze zien staan
met de donkere kreet tussen de dijen
langs de boulevard die de zee
omzoomde en afstootte
onder een hemel vol sterren
als dode vissen

het vlees van hoeren is triest
ik heb ze naakt zien liggen
in de woorden en de handen
van dichters en schilders
die de dood in leven
probeerden te houden
dingen zijn de verdonkeremaande
betekenis van dingen

ik heb in de tuin gezeten
en de schelle kreet van de papegaai
in de palmboom gehoord
en het hartzeer van het leven
groeide in mij aan
als een donkere vrucht
als een hoerenhart

 

Blind op reis

ek het in die skadu van Witberg oornag
maar om die berg se hoë slape
oor die silwer slaaprnus van ewige sneeu
kon ek die kranse lig sien beef
so groot so onaantasbaar so wit
so hoog kom my begrip nooit na bo
en deur my vingers het ek die bidkrale
van sterre probeer tel
om jou naam weer te proe
om jou bitter naam soos ligte druppels
reën op my tong te vang om jou naam
soos’ n afgod in my droom se grond te plant
‘n god om my verdere reis te seën
want met die roep van jou naam
met die bloed van jou naam in my mond
kruip ek al hoe yler al hoe witter skuinstes uit

Vertaald door: Krijn PeterHesselink

 

Das Treffen

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

duften die Gassen wo Pferdekarren

klappernd schwarze Abfallsäcke

sammeln

nach den verlorenen Blüten

des Frangipani-Baums

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

stelle ich einen Tisch ans Fenster

mit Brot und Wein und süßen

dunklen Trauben

und schreibe dieses kleine Gedicht

wie ein ausgereifter Papiermond

aus Warten

ein Echo jenes anderen aus weißem Stein

der dort draußen

durch die Nacht reist

wo dunkle Männer ihre Pferde antreiben

wenn mein Herz zu mir kommt

durch die Nacht

wenn das Warten

voller Worte ist

essen wir die Feigen, trinken den Wein

und schlafen mit dem Mond


Vertaald door Uljana Wolf

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

Doorgaan met het lezen van “Breyten Breytenbach, James Alan McPherson, Michael Nava, Hans Arp”

Breyten Breytenbach, James Alan McPherson Michael Nava, Hans Arp, Andreas Neumeister, Anna Bosboom – Toussaint, Justin Haythe, Frans Eemil Sillanpää

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2006 en ook mijn blog van 16 september 2007 en ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2009.

Uit: Intimate Stranger

“Poetry is the breath of awareness

However much you feed a wolf, it always looks to the forest. We are all wolves in the dense forest of Eternity.” This was written by the Russian poet Marina Tsvetaeva, the man said softly as he stroked the silver fur of the animal crouched in his arms. The animal pricked up its ears, then strained to look back at the dark copse of trees where shadows moved as if alive. As if alive and waiting to move out into the open.

Listen, this process called poetry is an exercise in imagining memory, and then having that memory snare and cherish imagination. Yet, every poem is and will be a capsule of territory in the perpetual present tense, a vessel taking on the ever-changing colors of the sea.

Poetry is the breath of awareness and the breathing thereof. I even mean this literally, for underlying the flow and the fall of verses are ‘natural units’ of consciousness sculpted by rhythm, by recall, by movement reaching for the edges of meaning and of darkness. One could illustrate by averring that the poem is a membrane, rippling, thrumming; reminding us that we are breathing organisms continually translating the space around us, continually translating ourselves into spaces of the known and thus drawing circumferences around locations of the unknown. From this one could extrapolate that the practice and process of remembering /evoking /awakening events and our selves lead quite naturally to questioning the polarities of other and I, to writing (and un-writing) the self, and toward rewriting the world. The boat changes the water.

Poetry is also the wind of time and thus the movement and singing of being. An old poet friend of mine – now coming to the end of his life and cold to dying, the earth lurching under his unsteady tread as he hides his eyes behind tinted glasses to soften the glaring (maybe the gloating) look of Dog Death sniffing closer – told me the other day that whatever memory and understanding he has of himself, of the route and the roads traveled, of seas navigated, of big H history, he knows through the resonance of a clutch of poems.”

breytenbach

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. Zie ook mijn blog van 16 september 2009.

Uit: A Loaf of Bread

“It was one of those obscene situations, pedestrian to most people, but invested with meaning for a few poor folk whose lives are usually spent outside the imaginations of their fellow citizens. A grocer named Harold Green was caught red-handed selling to one group of people the very same goods he sold at lower prices at similar outlets in better neighborhoods. He had been doing this for many years, and at first he could not understand the outrage heaped upon him. He acted only from habit, he insisted, and had nothing personal against the people whom he served. They were his neighbors. Many of them he had carried on the cuff during hard times. Yet, through some mysterious access to a television station, the poor folk were now empowered to make grand denunciations of the grocer. Green’s children now saw their father’s business being picketed on the Monday evening news.

No one could question the fact that the grocer had been overcharging the people. On the news even the reporter grimaced distastefully while reading the statistics. His expression said, “It is my job to report the news, but sometimes even I must disassociate myself from it to protect my honor.” This, at least, was the impression the grocer’s children seemed to bring away from the television. Their father’s name had not been mentioned, but there was a close-up of his store with angry black people, and a few outraged whites, marching in groups of three in front of it. There was also a close-up of his name. After seeing this, they were in no mood to watch cartoons. At the dinner table, disturbed by his children’s silence, Harold Green felt compelled to say, “I am not a dishonest man.” Then he felt ashamed. The children, a boy and his older sister, immediately left the table, leaving Green alone with his wife. “Ruth, I am not dishonest,” he repeated to her.

Ruth Green did not say anything. She knew, and her husband did not, that the outraged people had also picketed the school attended by their children. They had threatened to return each day until Green lowered his prices. When they called her at home to report this, she had promised she would talk with him. Since she could not tell him this, she waited for an opening. She looked at her husband across the table.”

mcpherson

James Alan McPherson (Savannah, 16 september 1943)

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië. Zie ook mijn blog van 16 september 2009.

Uit: How Town

“The road to my sister’s house snaked through the hills above Oakland, revealing at each curve a brief view of the bay in the glitter of the summer morning. Along the road, houses stood on small woodsy lots. The houses were rather woodsy themselves, of the post and beam school, more like natural outcroppings than structures. Wild roses dimpled the hillsides, small, blowsy flowers stirring faintly in the trail wind of my car. Otherwise, there was no movement. The sky was cloudless, the weather calm and the road ahead of me clear.

Earlier, coming off the Bay bridge I’d taken a wrong turn and found myself in a neighborhood of small pastel houses. Grafitti-gashed walls and a preternatural calm marked it as gang turf. The papers had been full of gang killings that month. When I drove past, a child walking by herself flinched, ready to take cover. None of that was visible from these heights.

This was like living in a garden, I thought, and other associations came to mind: Eden, paradise, a line from “Sunday Morning” that I murmured aloud: “Is there no change in paradise?” I couldn’t remember the rest. Elena would know. And she would appreciate the irony. She and I had grown up in a neighborhood called Paradise Slough in a town called Los Robles about an hour’s drive from here.

There had been little about our childhood that could be described as paradisiacal. Our alcoholic father was either brutal or sullenly withdrawn. Our mother retaliated with religious fanaticism. As she knelt before plaster images of saints, in the flicker of votive candles, her furious mutter was more like invective than prayer. Their manias kept my parents quite busy, and Elena and I were more or less left to raise ourselves.”

nava

Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2006. Zie ook mijn blog van 16 september 2008en ook mijn blog van 16 september 2009.

kaspar ist tot

weh unser guter kaspar ist tot
wer trägt nun die brennende fahne im wolkenzopf verborgen täglich zum schwarzen schnippchen schlagen
wer dreht nun die kaffeemühle im urfass
wer lockt nun das idyllische reh aus der versteinerten tüte
wer verwirrt nun auf dem meere die schiffe mit der anrede parapluie und die winde mit dem zuruf bienenvater ozonspindel euer hochwohlgeboren
weh weh weh unser guter kaspar ist tot. heiliger bimbam kaspar ist tot.
die heufische klappern herzzerreissend vor leid in den glockenscheunen wenn man seinen vornamen ausspricht. darum seufze ich weiter seinen familiennamen kaspar kaspar kaspar.
warum hast du uns verlassen. in welche gestalt ist nun deine schöne grosse seele gewandert. bis du ein stern geworden oder eine kette aus wasser an einem heissen wirbelwind oder ein euter aus schwarzem licht oder ein durchsichtiger ziegel an der stöhnenden trommel des felsigen wesens.
jetzt vertrocknen unsere scheitel und sohlen und die feen liegen halbverkohlt auf dem scheiterhaufen.
jetzt donnert hinter der sonne die schwarze kegelbahn und keiner zieht mehr die kompasse und die räder der schiebkarren auf.
wer isst nun mit der phosphoreszierenden ratte am einsamen barfüssigen tisch.
wer verjagt nun den sirokkoko teufel wenn er die pferde verführen will.
wer erklärt uns die monogramme in den sternen
seine büste wird die kamine aller wahrhaft edlen menschen zieren doch das ist kein trost und schnupftabak für einen totenkopf.

arp

Hans Arp (16 september 1886 – 7 juni 1966)

 

De Duitse schrijver Andreas Neumeister werd geboren op 16 september 1959 in Starnberg. Zie ook mijn blog van 16 september 2009.

Uit: Könnte Köln sein

„Wenn alle Wege nach Rom führen, dann müssten erst recht auch sämtliche Autobahnen nach Rom führen.

Immerhin zwei der fünf vom am nördlichen Fuß der Alpen gelegenen Basislager in fünf Windrichtungen strebenden Autobahnen führen letztendlich über Brenner und Alpen auf direktem Weg nach Rom Von verschiedenen Moränenhügeln aus den Bau der Garmischer Autobahn mitverfolgt. Bei Exkursionen zu Baustellen immer gerne mit dabei. Operation am offenen Herzen einer bewegten Landschaft. Baustelle mit Alpenblick: Immerhin ist Vater Ingenieur beim Bau der Autobahnbrücke über Loisach und Loisach-Moos gewesen.

Immerhin ist die Ohlstätter Brücke Vaters Lieblingsbaustelle gewesen. (Spannbeton – es kommt darauf an, was man daraus macht.) Karin-Stoiber-Tunnel bei Farchant. Einschlägige Bauten, Olympiade 1936. Garmisch bleibt rechts liegen. Garmisch kann uns gestohlen bleiben. Mittenwald wird aufgeständert umgangen. Kasernen im Heimatschutzstil, Jäger, Gebirgsjäger alles aus der Guten Alten Zeit Großkampfstätten des Wintersports: a.) Garmisch b.) Innsbruck. Die Isar als Wildbach verschwindet unter einer Brücke nach rechts. Seefeld schon auf der Höhe vom Brenner. Der Zirlerberg führt hinunter in den Abgrund.

Vom Seefelder Sattel hinunter nach Innsbruck am Inn. Energieverschwendung. Eine Stadt, die ich als Kind gerne verfluchte. Das Goldene Dachl. Städte in tief eingeschnittenen Tälern gehören verboten. Zum Wohl und Schutz ihrer Bewohner. Die Stadt, ein Flughafen zwischen Inntalautobahn und Brennerautobahnzubringer gequetscht. Die neue Hungerburgbahn: irakische Architektin!“

neimeister

Andreas Neumeister (Starnberg, 16 september 1959)

 

De Nederlandse schrijfster Anna Bosboom – Toussaint werd geboren op 16 september 1912 te Alkmaar. Zie ook mijn blog van 16 september 2006. Zie ook mijn blog van 16 september 2008 en ook mijn blog van 16 september 2009.

Uit: De Alkmaarsche wees

“Met eene gewaarwording van vroolijke voldoening, doch door weemoed getemperd, zet ik dien titel boven hetgeen ik ga nederschrijven. Voldoening, omdat ik spreken mag van dien eerbiedwaardigen karaktertrek onzer vaderen: zorge en liefde voor het verlatene; trouwe en teêrheid voor het weeskind. Weemoed, omdat de instelling, die ook in onze stad van dien karaktertrek getuigde in mijn tijd heeft opgehouden te bestaan, voor onze Protestantsche weezen; omdat ik niet zonder een blik van benijding en van bewondering, die ik gaarne wil uitspreken, mijne Katholieke stadgenooten uit eigen fondsen en ten koste van welke offers dan ook, zich dat voorrecht zie verzekeren, waarop het menschelijk hart en het vaderlandsch gevoel grooteren prijs hadden behooren te stellen dan zij getoond hebben te doen, die zulke offers te groot hebben geacht. Hunne redenen te wegen of te doorgronden is noodeloos en hier niet oorbaar; maar de klachte, die mij op ’t harte lag, moest ik lucht geven: Geen Gereformeerd weeshuis meer in dàt Alkmaar, dat zich toch niet de mindere toont, als er beroep wordt gedaan op hare goeddadigheid, en dat eene der bloeiendste wordt geacht onder de zeven Westfriesche steden! Dat was het reeds in 1611, als men Schagen en anderen gelooven mag, en …. wat voor ons zijne belangrijkheid heeft, toen bestond er een weeshuis.

Het was Zondag: er is iets eigenaardig aandoenlijks in, op zulken heiligen dag des Heeren, de weezen te zien opgaan naar het huis van Hem, die het gezegd heeft, dat Hij hun Vader wil zijn; er is iets liefelijks in hen te zien komen en gaan in lange statige rij, allen ordelijk en stemmig voortgaande, twee

aan twee, de kleinsten vooruit, soms nog wel aan de hand geleid, de grooteren volgende, de plaatsvervangende vader en moeder met de leermeesteressen den trein sluitende: het geeft u zoo goed een denkbeeld van de stilheid, de aandacht en orde, die de vrome godsdienstige zin met zich brengt.”

bosboom

Anna Bosboom – Toussaint (16 september 1812 – 13 april 1886)
Borstbeeld in Alkmaar

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008.

Uit: The Honeymoon

 „She had met Marcel somewhere else, in another European city I was too young to remember. That’s what he told me when we met. We stood in the front hallway of his apartment and shook hands. ‘We’ve met before,’ he said. ‘You were small.’ He kissed Maureen on both cheeks and then held her by the shoulders. He said, ‘Look at you.’ She stepped back out of his grasp so that we could look at her. ‘You have a beautiful mother,’ he told me.

This was June of 1980. I was eleven years old and he was leaving for the summer. I have often wondered if he and my mother were sleeping together. He was twenty years older than she was, heavy-set, with a thick moustache. On the train into Paris, Maureen had assured me that Marcel was, in some ways, a great man. But I cannot help remembering his hands on her body, on her clothes where he could feel what she wore underneath.

He showed us to our rooms. He put Maureen in the large bedroom where he slept, where the bed was still unmade, and showed me into the guest room that had once belonged to his daughter, Claudia. There was a single bed, a hand-painted child’s desk and dark carpet. He showed Maureen the priceless artefacts on the shelves that could not be replaced if broken and the wine in the cupboard that had survived both wars and was too precious to be drunk.

Maureen and I sat opposite Marcel at lunch. He gripped the bottle of white wine by the neck, and plunged it back into the ice bucket when the glasses were full. Without turning his head, he gestured out towards the street behind him and said the best shopping in Paris was just a few streets away.

‘I have no interest in shopping,’ she told him. ‘And besides, I can’t afford it, as you well know.’ He laughed as if she had said exactly what he had expected her to say.“

 haythe

 Justin Haythe (Londen, 16 september 1973)

 

De Finse schrijver en Nobelprijswinnaar Frans Eemil Sillanpää werd geboren in Hämeenkyrö op 16 september 1888. Zie ook mijn blog van 16 september 2006.

Uit: People in the Summer Night (Vertaald door Alan Blair)

“There is almost no summer night in the north; only a lingering evening, darkening slightly as it lingers, but even this darkening has its ineffable clarity. It is the approaching presentiment of the summer morning. When the music of late evening has sunk to a violet, dusky pianissimo, so delicate that it lenghtens into a brief rest, then the first violin awakens with a soft, high cadence in which the cello soon joins, and this inwardly perceived tone picture is supported outwardly by a thousand-tongued accompaniment twittering from a myriad of branches and from the heights of the air. It is already morning, yet a moment ago it was still evening.”

Sillanpää

Frans Eemil Sillanpää (16 september 1888 – 3 juni 1964)