Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

The First Dream

The Wind is ghosting around the house tonight
and as I lean against the door of sleep
I begin to think about the first person to dream,
how quiet he must have seemed the next morning

as the others stood around the fire
draped in the skins of animals
talking to each other only in vowels,
for this was long before the invention of consonants.

He might have gone off by himself to sit
on a rock and look into the mist of a lake
as he tried to tell himself what had happened,
how he had gone somewhere without going,

how he had put his arms around the neck
of a beast that the others could touch
only after they had killed it with stones,
how he felt its breath on his bare neck.

Then again, the first dream could have come
to a woman, though she would behave,
I suppose, much the same way,
moving off by herself to be alone near water,

except that the curve of her young shoulders
and the tilt of her downcast head
would make her appear to be terribly alone,
and if you were there to notice this,

you might have gone down as the first person
to ever fall in love with the sadness of another.

 

The Art Of Drowning

I wonder how it all got started, this business
about seeing your life flash before your eyes
while you drown, as if panic, or the act of submergence,
could startle time into such compression, crushing
decades in the vice of your desperate, final seconds.

After falling off a steamship or being swept away
in a rush of floodwaters, wouldn’t you hope
for a more leisurely review, an invisible hand
turning the pages of an album of photographs-
you up on a pony or blowing out candles in a conic hat.

How about a short animated film, a slide presentation?
Your life expressed in an essay, or in one model photograph?
Wouldn’t any form be better than this sudden flash?
Your whole existence going off in your face
in an eyebrow-singeing explosion of biography-
nothing like the three large volumes you envisioned.

Survivors would have us believe in a brilliance
here, some bolt of truth forking across the water,
an ultimate Light before all the lights go out,
dawning on you with all its megalithic tonnage.
But if something does flash before your eyes
as you go under, it will probably be a fish,

a quick blur of curved silver darting away,
having nothing to do with your life or your death.
The tide will take you, or the lake will accept it all
as you sink toward the weedy disarray of the bottom,
leaving behind what you have already forgotten,
the surface, now overrun with the high travel of clouds.

 

Sterrenstelsels

Ja, daarginds staat Orion,
de drie knoopjes van de riem
helder op een rij boven de horizon.

En als je je omdraait kan je
Gemini zien, heel lichtgeraakt vannacht,
de tweelingen kijken weer eens van ons weg, de ruimte in.

Dat groepje, wat hoger in de lucht,
is Cassiopeia, zittend in haar astrale stoel
als ik me niet vergis.

En recht boven ons,
is dat niet Virginia Woolf
die de Ouse afzakt

in haar opblaasbare kano?
Kijk, de breedgerande hoed en daar,
de omtrek van de peddel, geheven, druipend van sterren
.

 

Vertaald door Chris Coolsma en Marijke Oomen

 

Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
Portret door Seamus Berkeley

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Billy Collins, Theo Kars, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Ilse Kleberger, Léon Deubel, Karel Poláček

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

Morning

Why do we bother with the rest of the day,
the swale of the afternoon,
the sudden dip into evening,

then night with his notorious perfumes,
his many-pointed stars?

This is the best—
throwing off the light covers,
feet on the cold floor,
and buzzing around the house on espresso—

maybe a splash of water on the face,
a palmful of vitamins—
but mostly buzzing around the house on espresso,

dictionary and atlas open on the rug,
the typewriter waiting for the key of the head,
a cello on the radio,

and, if necessary, the windows—
trees fifty, a hundred years old
out there,
heavy clouds on the way
and the lawn steaming like a horse
in the early morning.

 

Silence

There is the sudden silence of the crowd
above a player not moving on the field,
and the silence of the orchid.

The silence of the falling vase
before it strikes the floor,
the silence of the belt when it is not striking the child.

The stillness of the cup and the water in it,
the silence of the moon
and the quiet of the day far from the roar of the sun.

The silence when I hold you to my chest,
the silence of the window above us,
and the silence when you rise and turn away.

And there is the silence of this morning
which I have broken with my pen,
a silence that had piled up all night

like snow falling in the darkness of the house—
the silence before I wrote a word
and the poorer silence now.

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Theo Kars werd geboren in Rotterdam op 22 maart 1940. Zie ook alle tags voor Theo Kars op dit blog.

Uit: Memoires van een slecht mens

“Het eerste voorval dat ik mij uit mijn prille kindertijd herinner, staat onwaarschijnlijk scherp in mijn geheugen gegrift. Ik moet toen niet veel ouder dan drie jaar zijn geweest, want mijn grootvader hield mij op zijn arm. Wij stonden in de deuropening van de bijkeuken van het huis van mijn ouders. Mijn grootvader had een grijze gleufhoed op. Opeens, in een opwelling van baldadigheid, sloeg ik de hoed van zijn hoofd. Ik deed dit niet om hem te plagen, maar uitsluitend voor mijn eigen vermaak, en schaterde het uit toen de hoed door de lucht vloog en een paar meter verder op de betonnen vloer belandde. Ik was verrast door de geërgerde reactie van mijn hevig geschrokken grootvader, wiens keurige, door een middenscheiding in twee symmetrische helften verdeelde dunne, grijze haardos opeens tot enkele slordige slierten was herleid. Hij zette mij op de grond en sprak mij daarna op boze toon toe, daarin bijgevallen door mijn moeder, die was toegesneld. Ik weet niet meer wat zij zeiden, maar nog wel dat ik begreep dat ik onnadenkend had gehandeld en onbedoeld iemand op wie ik dol was een onaangename sensatie had bezorgd. Dit voorval is mij vermoedelijk zo duidelijk bijgebleven omdat ik mij toen voor het eerst bewust werd van mijn verantwoordelijkheid voor mijn doen en laten.
Mijn ouders, die beiden uit Rotterdam afkomstig waren, woonden in Bergschenhoek op Bergweg nr. 1, het eerste huis na de stadsgrens bij Hillegersberg. Deze grens liep enkele honderden meters midden over de Bergweg, waardoor de huizen aan de ene zijde van de weg nog tot de gemeente Rotterdam behoorden en die aan de overzijde deel uitmaakten van Bergschenhoek. Deze topografische eigenaardigheid zou niet vermeldenswaard zijn als zij aan het eind van de oorlog niet tot een wrange situatie had geleid die grote verontwaardiging teweegbracht in mijn ouderlijk huis. Toen de geallieerden in het voorjaar van 1945 voedsel dropten voor de hongerige bevolking van Rotterdam, werd dit uitsluitend onder de hongerige burgers van deze stad verspreid. Als gevolg daarvan kregen de bewoners van de huizen aan de Rotterdamse zijde van de Bergweg extra voedsel, maar werd aan de niet minder hongerige bewoners aan de overzijde niets uitgereikt. Iedereen in mijn omgeving was erg verontwaardigd hierover, vooral mijn grootvader, die in die tijd met zijn vrouw bij mijn ouders woonde, en verzot was op eten. Mijn vader placht minachtend over hem te zeggen dat hij ‘van zijn buik zijn God maakte’. Ik herinner mij dat ik mij verbaasde over de algemene verontwaardiging, en dacht: het is vervelend dat Rotterdam net bij ons huis ophoudt, maar dat is niemands schuld. Op wie is iedereen nu zo kwaad?”


Theo Kars (22 maart 1940 – 10 november 2015)
Cover

 

De Zwitserse schrijfster Eveline Hasler werd geboren in Glarus op 22 maart 1933. Zie ook alle tags voor Eveline Hasler op dit blog.

Uit: Die Wachsflügelfrau

„Da steht schon wieder eine der Wärterinnen hinter ihr. Die Hügin hat eine Art, geräuschlos in Stoffschuhen sich hin-terrücks zu nähern. Neugierig ist die, wittert mit der flei-schigen Nase, beschnuppert die Dinge, läßt unter der falti-gen Oberlippe die Zähne sehen. Nein. Nicht lesen. Emily zieht die Schulter hoch wie ein Schulkind, das sich gegen Abschreiben schützt. Die Hügin kann unter dem abgewinkelten Arm Emilys Namenszug sehen: Dr. Emily Kempin. Schwungvoll, diese Unterschrift! lacht die Hügin. -Doktor. — klingt gut, was! Die Schneidezähne sind immer noch zu sehen, obwohl die Hügin aufgehört hat zu lachen. Emily richtet sich auf, dreht abrupt den Kopf: Ich habe den Doktortitel verdient. Kein Doktor Marriage. Schon gut, Frau Kempin. Frau Doktor Kempin. Nicht einmal die Rosa Clarissa, die ihr von den Wärte-rinnen noch die liebste ist, wird den Brief zu sehen be-kommen. Nur Dr. Wolff. Direktor Mille wird ihn natür-lich lesen, er, der alles, was hier geschieht, überblickt. Fast alles. Bevor sie zum Pavillon zurück muß, händigt ihr die Hü-gin die zerlesenen Zeitungen aus. Auch die Schere wieder? Ja, die Schere. Dr. Wolff hat Emily eine der sonst streng gehüteten Scheren zugestanden, zweimal die Woche von drei bis fünf, speziell für ihre •Weltordnungen•. Um fünf sind alle geliehenen Gegenstände abzuliefern, das ist Vor-schrift. Aufrecht im Bett sitzend, schneidet sie ins Zeitungspa-pier. Die Spitze der Schere fährt Figuren aus dem Reklameteil entlang: Umrisse einer Frau im Pelzmantel, die Pelzmütze wie ein Schiff auf den Locken. Die Schere frißt sich weiter. Ein Mann mit Zylinder, der ausgestreckte linke Arm mit dem weißen Handschuh zeigt auf einen patentierten eins a Aktenkoffer. Behutsam, nur behutsam, damit das zerknitterte Papier nicht reißt. Um deutlich zu sehen, muß sieden Kopf weit hinunterbeugen, längst bräuchte sie eine Lesebrille, es wird das erste sein, was sie sich nach der Entlassung vom Lohn des Pfarrers leistet. Nun kommt das Zerschneiden der Figuren: säuberlich den Kopf mit dem lächelnden Mund abtrennen, den linken Arm mit dem Pelzmuff. Schweißtropfen sammeln sich über ihrcn Brauen. Ein Männerbein in gestreifter Hose, eine Damennase, ein Männerfuß im Lackschuh liegen auf ihrer Bettdecke. Nun alles in die Schachteln geordnet: in eine Frauen-schachtel, in eine Männerschachtel.“


Eveline Hasler (Glarus, 22 maart 1933)
Cover

 

De Franse schrijver Érik Orsenna werd geboren in Parijs op 22 maart 1947 als Érik Arnoult. Zie ook alle tags voor Erik Orsenna op dit blog.

Uit: La Fontaine

« Le père, qu’en ce jour il faut présumer heureux, se nomme Charles de La Fontaine. Le petit Jean est son premier enfant. Il est baptisé en l’église Saint-Crespin, lequel est patron des savetiers. Chez les La Fontaine, on est de bourgeoisie récente, à peine quatre générations, enrichies dans le commerce et notamment celui du drap. Ce début de fortune a permis au grand-père d’acquérir une charge, celle de « maître des Eaux et Forêts ». À ce titre, il surveille et contrôle un territoire à lui confié par le seigneur du lieu. Au fil du temps, les La Fontaine ont acheté des terres. Ils tirent de leurs fermes l’essentiel de leurs revenus. Une charge et des fermes : on n’est pas encore tout à fait noble, mais on s’en rapproche. Encore un effort, La Fontaine !
La mère, prénommée Françoise, mais d’abord née Pidoux, éveille plus notre intérêt. Dès le XIIIe siècle, sa famille n’a cessé d’occuper les plus hautes fonctions : banquiers de princes, évêques, prévôts des marchands… Un Pidoux fut seigneur de Chaillot, un autre liquidateur des biens des Templiers. Habitant Paris, mais chassés par la guerre de Cent Ans, ils s’enfuient vers Poitiers où ils s’installent. Et, de mariage en mariage, ils continuent de tisser des liens utiles. On trouve des Pidoux partout : l’un est beau-frère du cardinal de Richelieu ; un autre, parent de Bossuet ; une autre encore, cousine de Racine… N’oublions pas un Pidoux médecin du roi Henri III.
Les Pidoux ne sont pas que sérieux. La passion peut parfois les conduire à toutes les audaces et tous les sacrifices. Le jeune Loys, un des frères de Françoise, donc l’oncle direct de notre poète, achève ses études de médecine. Il a vingt-cinq ans. Un beau jour, il rencontre une quasi vieille (trente ans), mais encore fille, Isabelle de Richelieu. Coup de foudre. Les familles s’oppo­sant au mariage, Loys enlève Isabelle. Ils vivront à Dole, capitale d’une Franche-Comté pas encore française. Toujours fous d’amour, mais désargentés : la parentèle a profité de leur fuite pour faire main basse sur leurs biens.
Un autre Pidoux a connu la gloire pour une raison qui tient à l’hydrologie en même temps qu’à l’hygiène. Il se passionne pour les eaux thermales, comparant sans fin les vertus d’une cure à Pougues, à Spa et à Bourbon-l’Archambault.”


Érik Orsenna (Parijs, 22 maart 1947)

 

De Vlaamse dichter en schrijver Arnold Sauwen werd geboren te Stokkem op 22 maart 1857. Zie ook alle tags voor Arnold Sauwen op dit blog.

Landschap

Op Lanklaars hoogsten heuvel blijf ik staan,
en laat mijn blikken in het ronde weiden.
Een reuzenslange schijnt de zandge baan,
die kronkelt door de stille, bruine heide.

Het verre West, in bloedig rood gehuld,
Zie ik door ’t kaalgeschudde boschje blinken;
de laatste glans der najaarszon verguldt
de kruin der boomen, in het nederzinken.

Een schaarsche vogelzang breekt soms de stilt;
De krekel sjirpt, in ’t heidekruid verloren;
Somwijlen klinkt een schot, dat ’t bosch doortrilt,
en ’t schallend toeten van een jagershoren.

Ginds, achter eik en kalen beukentop,
waardoor de koele najaarswinden suizen,
heft Stockheims kerk haar spitsen toren op,
hoog boven markt en blanke visschershuizen.

Stil wenkt mij, in het diepe Mazedal
het dorp, getuige mijner kinderjaren;
en de oude linde, naast den breeden wal,
lacht als een droom, sinds lang reeds heengevaren.

En blijde groet ik ’t dak van meengen vrind,
het torenhaantje, dat in ’t zonlicht fonkelt,
en Limburgs stroom, die, als een zilvren lint,
langs akkerland en vruchtbre weiden kronkelt.


Arnold Sauwen (22 maart 1857 – 11 mei 1938)
Gedenkplaat

 

De Duitse dichter Wolfgang Bächler (een pseudoniem van Wolfgang Born) werd geboren op 22 maart 1925 in Augsburg. Zie ook alle tags voor Wolfgang Bächler op dit blog.

Stadtbesetzung

Schwarze Wälder belagern die Stadt, haben sie lautlos umzingelt. Längst haben sie Vorposten an die Einfallstraßen gestellt, Spähtrupps, Vorhuten, Fünfte Kolonnen bis in den Stadtkern geschickt. Jetzt drin­gen sie nachts in die Vororte ein, schlagen sie Breschen in Villenviertel, stoßen an die Ufer des Flusses, die Böschungen der Kanäle vor und säu­men alle Gewässer ein.
Pappelkolonnen sperren die Straßen ab, gliedern die Alleebäume ein, schließen zu dichteren Reihen auf, marschieren im Gleichschritt weiter. Tannen und Eschen befreien Gefangene in den Gärten und Parks, Friedhöfen und Hinterhöfen. Eichen und Buchen besetzen die Kreu­zungen, Knotenpunkte, die großen Plätze, verbrüdern, verschwistern sich mit den Ulmen, Linden, Kastanienbäumen, sprengen die Ketten parkender Autos, drängen die Baumaschinen, Bauzäune, Grundmau­ern, Gerüste, Geländer zurück, schlagen Wurzeln in Gruben und Grä­ben.
Fichten umstellen die Amtsgebäude, das Rathaus, den Rundfunk, den Bahnhof, die Polizeiinspektionen, Gerichte, Gefängnis, das Arbeits­und das Finanzamt. Die Pappelfront hat die Kasernen erreicht, verteilt sich um die Gebäude. Ahornbäume füllen die Lücken, schreiten durchs Tor in den Hof. Machtlos klettern die Wachen mit ihren Gewehren die Äste hinauf in die Kronen, sehen vor lauter Bäumen die Stadt nicht mehr.
Geräuschlos, kampflos, ohne Verluste haben die Wälder die Stadt besetzt, erobern sie Heimatboden zurück, besiegen sie Steine, Stahl und Beton, verdrängen Verdrängte ihre Verdränger.


Wolfgang Bächler (22 maart 1925 – 24 mei 2007)
Cover

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ilse Kleberger werd als Ilse Krahn geboren op 22 maart 1921 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Ilse Kleberger op dit blog.

Frühling

Die Amsel singt
und dein Gummiball springt.
Die Sonne flirrt
und dein Springseil schwirrt.
Der Apfelbaum blüht
und dein Rollschuh zieht
eine schnurgerade Bahn.

 

Sommer

Weißt du, wie der Sommer riecht?
Nach Birnen und nach Nelken,
nach Äpfeln und Vergißmeinnicht,
die in der Sonne welken,
nach heißem Sand und kühler See
und nassen Badehosen,
nach Wasserball und Sonnenkrem,
nach Straßenstaub und Rosen.
Weißt du, wie der Sommer schmeckt?
Nach gelben Aprikosen
und Walderdbeeren, halb versteckt
zwischen Gras und Moosen,
nach Himbeereis, Vanilleeis
und Eis aus Schokolade,
nach Sauerklee vom Wiesenrand
und Brauselimonade.
Weißt du, wie der Sommer klingt?
Nach einer Flötenweise,
die durch die Mittagsstille dringt:
Ein Vogel zwitschert leise,
dumpf fällt ein Apfel in das Gras,
der Wind rauscht in den Bäumen.
Ein Kind lacht hell, dann schweigt es schnell
und möchte lieber träumen.

 
Ilse Kleberger (22 maart 1921 – 2 januari 2012)
Potsdam, Holländisches Viertel

 

De Franse dichter Léon Deubel werd geboren op 22 maart 1879 in Belfort. Zie ook alle tags voor Léon Deubel op dit blog.

INSTANTS DE FÊTE

Comme un enfant craintif j’erre à travers les rues.
L’ombre, ainsi qu’un automne, a flétri les visages,
Et des paupières d’or d’un azur sans nuages
Filtre le long regard des choses disparues.

En vain, je fuis la joie énervante qui rôde
Et propage en la nuit sa grossière hystérie.
C’est féte. La douleur des cuivres psalmodie…
Et l’Ivresse, en haillons, prophétique, clabaude.

Sur la place, où dormaient des silences de lune,
La crécelle d’un orgue a repris, une à une,
Les valses à la mode en robes de paillons.

Un clown, sur des tréteaux, parodie son martyre,
Et la foule, aux éclats de voix de l’histrion,
Acclame par instants la souffrance de rire.

 

NOTATIONS

Au travers de ton songe, entends sur cette rive
Les printemps persifleurs susciter les dryades
Et les sous-bois changeants, aidés des oréades,
Filer à leurs rouets l’argent des sources vives.

Par delà l’infini moutonnement des bois,
Entends, comme un rayon descendu d’une étoile,
Cette voix qui ondule au coeur de l’autrefois
Selon l’inflexion des collines natales.

C’est l’éveil frémissant d’un calme souvenir.
La courbe du passé fléchit vers l’avenir
Ainsi qu’un arc-en•ciel s’abaisse à l’horizon.

L’âme s’exalte au chant pastoral des villages
Et, simplement élit, pour sa fidèle image,
La sereine fumée au toit d’une maison.

 
Léon Deubel (22 maart 1879 – 4 juni 1913)
Belfort

 

De Tsjechische schrijver Karel Poláček werd geboren op 22 maart 1892 in Rychnov nad Kně¸nou (Reichenau an der Knieschna). Zie ook alle tags voor Karel Poláček op dit blog.

Uit: We Were a Handful (Vertaald door Mark Corner)

“Joey Zilvar was there among them and I would have liked to ask him whether he’d really got married or what he was up to, but he kept mum, I expect because he didn’t want to say anything in front of the others. And the lads told me what was going on that was new. They said we had a new teacher who’s still hardly out of shorts and so they call him an ansillyary teacher, but on the other hand he knows how to run really fast and plays on the left wing for a sports club called Ctibor. Apparently in the last championship match he broke free and scored three goals, and one of them was taken on the volley. And they went on to say that when I was taken ill the entire place had to be whitewashed and there was no school for three days and so the whole affair had put a spring in the step of the pupils and they were really happy about it. I said to them: “I wonder if you’re properly grateful to me for all this.” They replied that everyone had said good things about me and called me a crackerjack because I’d been down with scarlet fever which was really something and I was ever so proud when I heard this. But the question of what happened to India kept preying on my mind and I just couldn’t get it out of my head. So I made up my mind to find out what I could from the lads. If they spilled the beans about it, all to the good, and if they didn’t say anything, so what. And so when they came to see me again, all of a sudden I blurted out in a loud voice: “India?” and then kept a crafty eye on them to see what would happen next. Speaking all at once the boys came back at me in another loud voice saying: “India!” Once again I fixed them with a cunning look and said in an even stronger voice: “Calcutta?” And back came the chorus in a strong voice of its own: “Calcutta!”

 
Karel Poláček (22 maart 1892 – 19 oktober 1944)
Gedenkplaat inRychnov nad Kně¸nou (Reichenau an der Knieschna)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2017 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Snow Day (Billy Collins)

Dolce far niente

 

 
Boulevard Saint Denis door Claude Monet, 1875

 

Snow Day

Today we woke up to a revolution of snow,
its white flag waving over everything,
the landscape vanished,
not a single mouse to punctuate the blankness,
and beyond these windows

the government buildings smothered,
schools and libraries buried, the post office lost
under the noiseless drift,
the paths of trains softly blocked,
the world fallen under this falling.

In a while I will put on some boots
and step out like someone walking in water,
and the dog will porpoise through the drifts,
and I will shake a laden branch,
sending a cold shower down on us both.

But for now I am a willing prisoner in this house,
a sympathizer with the anarchic cause of snow.
I will make a pot of tea
and listen to the plastic radio on the counter,
as glad as anyone to hear the news

that the Kiddie Corner School is closed,
the Ding-Dong School, closed,
the All Aboard Children’s School, closed,
the Hi-Ho Nursery School, closed,
along with – some will be delighted to hear –

the Toadstool School, the Little School,
Little Sparrows Nursery School,
Little Stars Pre-School, Peas-and-Carrots Day School,
the Tom Thumb Child Center, all closed,
and – clap your hands – the Peanuts Play School.

So this is where the children hide all day,
These are the nests where they letter and draw,
where they put on their bright miniature jackets,
all darting and climbing and sliding,
all but the few girls whispering by the fence.

And now I am listening hard
in the grandiose silence of the snow,
trying to hear what those three girls are plotting,
what riot is afoot,
which small queen is about to be brought down.

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
New York, de geboorteplaats van Billy Collins in de sneeuw

 

Zie voor de schrijvers van de 23e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Billy Collins, Theo Kars, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Ilse Kleberger, Léon Deubel, Karel Poláček

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

The Only Day In Existence

The early sun is so pale and shadowy,
I could be looking up at a ghost
in the shape of a window,
a tall, rectangular spirit
looking down at me in bed,
about to demand that I avenge
the murder of my father.
But the morning light is only the first line
in the play of this day–
the only day in existence–
the opening chord of its long song,
or think of what is permeating
the thin bedroom curtains

as the beginning of a lecture
I will listen to until it is dark,
a curious student in a V-neck sweater,
angled into the wooden chair of his life,
ready with notebook and a chewed-up pencil,
quiet as a goldfish in winter,
serious as a compass at sea,
eager to absorb whatever lesson
this damp, overcast Tuesday
has to teach me,
here in the spacious classroom of the world
with its long walls of glass,
its heavy, low-hung ceiling.

 

The Five Spot

There’s always a lesson to be learned,
whether in a hotel bar
or over tea in a teahouse,
no matter which way it goes,
for you or against,
what you want to hear or what you don’t.

Seeing Roland Kirk, for example,
with two then three saxophones
in his mouth at once
and a kazoo, no less,
hanging from his neck at the ready.

Even in my youth I saw
this not as a lesson in keeping busy
with one thing or another,
but as a joyous impossible lesson
in how to do it all at once,

pleasing and displeasing yourself
with harmony here and discord there.
But what else did I know
as the waitress lit the candle
on my round table in the dark?
What did I know about anything?

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

Doorgaan met het lezen van “Billy Collins, Theo Kars, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Ilse Kleberger, Léon Deubel, Karel Poláček”

By A Swimming Pool Outside Syracusa, (Billy Collins), Salman Rushdie, Sybren Polet

Dolce far niente

 

 
The Ambassador Hotel Swimming Pool door Joseph Kleitsch, jaren 1920

 

By A Swimming Pool Outside Syracusa

All afternoon I have been struggling
to communicate in Italian
with Roberto and Giuseppe, who have begun
to resemble the two male characters
in my Italian for Beginners,
the ones who are always shopping
or inquiring about the times of trains,
and now I can hardly speak or write English.

I have made important pronouncements
in this remote limestone valley
with its trickle of a river,
stating that it seems hotter
today even than it was yesterday
and that swimming is very good for you,
very beneficial, you might say.
I also posed burning questions
about the hours of the archaeological museum
and the location of the local necropolis.

But now I am alone in the evening light
which has softened the white cliffs,
and I have had a little gin in a glass with ice
which has softened my mood or—
how would you say in English—
has allowed my thoughts to traverse my brain
with greater gentleness, shall we say,

or, to put it less literally,
this drink has extended permission
to my mind to feel—what’s the word?—
a friendship with the vast sky
which is very—give me a minute—very blue
but with much great paleness
at this special time of day, or as we say in America, now.

 


Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
New York, Astoria Park Pool. Billy Collins werd geboren in New York

Doorgaan met het lezen van “By A Swimming Pool Outside Syracusa, (Billy Collins), Salman Rushdie, Sybren Polet”

Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Albrecht Goes, Gabrielle Roy

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

On Turning Ten

The whole idea of it makes me feel
like I’m coming down with something,
something worse than any stomach ache
or the headaches I get from reading in bad light-
a kind of measles of the spirit,
a mumps of the psyche,
a disfiguring chicken pox of the soul.

You tell me it is too early to be looking back,
but that is because you have forgotten
the perfect simplicity of being one
and the beautiful complexity introduced by two.
But I can lie on my bed and remember every digit.
At four I was an Arabian wizard.
I could make myself invisible
by drinking a glass of milk a certain way.
Atseven I was a soldier, at nine a prince.

But now I am mostly at the window
watching the late afternoon light.
Back then it never fell so solemnly
against the side of my tree house,
and my bicycle never leaned against the garage
as it does today,
all the dark blue speed drained out of it.

This is the beginning of sadness, I say to myself,
as I walk through the universe in my sneakers.
It is time to say good-bye to my imaginary friends,
time to turn the first big number.
It seems only yesterday I used to believe
there was nothing under my skin but light.
If you cut me I would shine.
But now if I fall upon the sidewalks of life,
I skin my knees. I bleed.

 

Some Days

Some days I put the people in their places at the table,
bend their legs at the knees,
if they come with that feature,
and fix them into the tiny wooden chairs.

All afternoon they face one another,
the man in the brown suit,
the woman in the blue dress,
perfectly motionless, perfectly behaved.

But other days, I am the one
who is lifted up by the ribs,
then lowered into the dining room of a dollhouse
to sit with the others at the long table.

Very funny,
but how would you like it
if you never knew from one day to the next
if you were going to spend it

striding around like a vivid god,
your shoulders in the clouds,
or sitting down there amidst the wallpaper,
staring straight ahead with your little plastic face?

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
 

Doorgaan met het lezen van “Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Albrecht Goes, Gabrielle Roy”

Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Ludvík Kundera, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

Forgetfulness

The name of the author is the first to go
followed obediently by the title, the plot,
the heartbreaking conclusion, the entire novel
which suddenly becomes one you have never read,
never even heard of,

as if, one by one, the memories you used to harbor
decided to retire to the southern hemisphere of the brain,
to a little fishing village where there are no phones.

Long ago you kissed the names of the nine Muses goodbye
and watched the quadratic equation pack its bag,
and even now as you memorize the order of the planets,

something else is slipping away, a state flower perhaps,
the address of an uncle, the capital of Paraguay.

Whatever it is you are struggling to remember,
it is not poised on the tip of your tongue,
not even lurking in some obscure corner of your spleen.

It has floated away down a dark mythological river
whose name begins with an L as far as you can recall,
well on your own way to oblivion where you will join those
who have even forgotten how to swim and how to ride a bicycle.

No wonder you rise in the middle of the night
to look up the date of a famous battle in a book on war.
No wonder the moon in the window seems to have drifted
out of a love poem that you used to know by heart.

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

Doorgaan met het lezen van “Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Ludvík Kundera, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen”