Maja Lunde, Anya Silver

De Noorse schrijfster en scenariste Maja Lunde werd geboren in Oslo op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog.

Uit: The History of Bees (Vertaald door Diane Oatley)

“Their eyes were on us, on the trees. Curious, wrinkling their noses a bit, cocking their heads. As if they were here for the first time, even though all of them had grown up in the district and didn’t know of any kind of nature other than the endless rows of fruit trees, against the shadow of the overgrown forest in the south. A short girl looked at me for a long time, with big, slightly close-set eyes. She blinked a few times, then sniffed loudly. She held a skinny boy by the hand. He yawned loudly and unabashedly, didn’t lift his free hand to his mouth, wasn’t even aware that his face stretched open into a gaping hole. He wasn’t yawning as an expression of boredom; he was too young for that. It was the shortage of food that caused his fatigue. A tall, frail girl held a little boy by the hand. He was breathing heavily through a stuffed-up nose, with his mouth open, missing both front teeth. The tall girl pulled him behind her while she turned her face towards the sun, squinted and wrinkled her nose, but kept her head in the same position, as if to get some color, or perhaps glean strength. They arrived every spring, the new children. But were they usually so small? Were they younger this time? No. They were eight. As they always were. Finished with their schooling. Or … well, they learned numbers and some characters, but beyond that school was only a kind of regulated storage system. Storage and preparation for life out here. Exercises in sitting quietly for a long time. Sit still. Completely still, that’s right. And exercises to develop fine motor skills. They wove carpets from the age of three. Their small fingers were ideally suited for work with complex patterns. Just as they were perfect for the work out here. The children passed us, turned their faces to the front, towards other trees. Then they walked on, towards another field. The boy without teeth stumbled a bit, but the tall girl held his hand tightly, so he didn’t fall. The parents were not here, but they took care of one another. The children disappeared down along the tire rut, drowned between the trees. “Where are they going?” a woman from my crew asked. “I don’t know:’ another replied. “Probably towards forty-nine or fifty’: a third said. “Nobody has started there yet:’ My stomach twisted into a knot.”


Maja Lunde (Oslo, 30 juli 1975)


De Amerikaanse dichteres Anya Silver werd geboren op 22 december 1968 in Media, Pennsylvania.


Uit het ziekenhuis ontslagen

Terwijl de deuren achter me dicht glijden,
de wereld weer tot leven komt –
besta ik weer, kom tot mezelf,
zonlicht niet gedimd door donkere ruiten,
de hitte op mijn armen de adem van de aarde.
De wind zet me rechtop
als een hinde die haar pasgeboren kalfje schoonlikt.
Achter mijn rug, dagen gemeten aan de hand van vitale functies,
mijn geopende mond en mijn gestrekte arm,
de nachtelijke kreten van een man, tot kindermaat
verdord door kanker en het gerinkel
van lege infusen die door gangen tolden.
Voor mij het leven – mysterieus, gewoon –
pijn op afstand houdend met zijn gespierde vleugels.
Als ik op de stoeprand stap, duikt een oranje mot
in de mand met rozen
die de laatste tijd op mijn ziekenhuistafel stond,
en de bloembladen wijken voor zijn aanhoudende
duwtje, openen zich veelvoudig en als van goud.


Vertaald door Frans Roumen


Anya Silver (22 december 1968 – 6 augustus 2018)


Zie voor meer schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Leaving the Hospital (Anya Silver) Gerrit Krol, Jill McDonough, Dolce far niente, Romenu

Dolce far niente


Die Hl. Elisabeth betreut die Kranken door Adam Elsheimer, ca. 1598

Leaving the Hospital

As the doors glide shut behind me,
the world flares back into being—
I exist again, recover myself,
sunlight undimmed by dark panes,
the heat on my arms the earth’s breath.
The wind tongues me to my feet
like a doe licking clean her newborn fawn.
At my back, days measured by vital signs,
my mouth opened and arm extended,
the nighttime cries of a man withered
child-size by cancer, and the bells
of emptied IVs tolling through hallways.
Before me, life—mysterious, ordinary—
holding off pain with its muscular wings.
As I step to the curb, an orange moth
dives into the basket of roses
that lately stood on my sickroom table,
and the petals yield to its persistent
nudge, opening manifold and golden.

Anya Silver (22 december 1968 – 6 augustus 2018)
Dining Under the Stars, in State Street,  Media (PA), de geboorteplaats van Anya Silver


De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

Uit: Laatst met een vrouw

“Gisteravond kreeg ik op al deze vragen een glimp van een antwoord. We waren met ons zessen. Goeie vrienden, etentje en we hadden praat voor tien. Een ronde tafel. Dan komt iedereen aan zijn trekken. Je hoeft geen woord te missen. Met nog een draaibare serveerschijf in het midden, met sauzen en schaaltjes. Dan kan iedereen overal bij. Er was eten en drinken genoeg. Maar vooral de woorden die over en weer schieten zijn van belang. Om half acht schoven we aan tafel. En toen men opstond om naar huis te gaan, dacht ik dat het twee uur was of daaromtrent en het was half vijf.
Zo’n twintig lege flessen stonden er op de vloer en elk van die flessen was door mij ontkurkt. Maar niets van een kater, omdat over een zo lange tijd twintig flessen wijn met mate kunnen worden leeggedronken. Precies in die mate dat een mens vrolijk is en zijn woorden bij de hand heeft.
‘God, wat hebben we gelachen’ was later op de dag de niet erg serieuze samenvatting van de avond. Maar kijk, serieus hoef je nou juist ook niet te wezen, in de verantwoording van zo’n avond. Waar we het allemaal niet over gehad hadden, Joost mocht het weten. Niet dat we niet bij zinnen waren geweest, maar je bent het vergeten omdat het een dag later er in het geheel niet toe doet.
Je hebt geen plannen, je mag elkaar, je past bij elkaar, je vertelt elkaar nieuwe dingen, je moet om elkaar lachen en dat doen dieren niet. Die leven wel almaar in het heden, maar lachen doen ze niet. Wij lachen – daar waar de spijt van gisteren en de zorgen voor morgen even heel ver van ons zijn.
We hadden in het heden geleefd en gepraat, in het Hier en Nu. En daar blijft per definitie niets van over. Zo ziet, dacht ik, alweer denkende, het Hic et Nunc eruit. Een wit gat.”

Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina.

Accident, Mass. Ave.

I stopped at a red light on Mass. Ave.
in Boston, a couple blocks away
from the bridge, and a woman in a beat-up
old Buick backed into me. Like, cranked her wheel,
rammed right into my side. I drove a Chevy
pickup truck. It being Boston, I got out
of the car yelling, swearing at this woman,
a little woman, whose first language was not English.
But she lived and drove in Boston, too, so she knew,
we both knew, that the thing to do
is get out of the car, slam the door
as hard as you fucking can and yell things like What the fuck
were you thinking? You fucking blind? What the fuck
is going on? Jesus Christ! So we swore
at each other with perfect posture, unnaturally angled
chins. I threw my arms around, sudden
jerking motions with my whole arms, the backs
of my hands toward where she had hit my truck.

But she hadn’t hit my truck. She hit
the tire; no damage done. Her car
was fine, too. We saw this while
we were yelling, and then we were stuck.
The next line in our little drama should have been
Look at this fucking dent! I’m not paying for this
shit. I’m calling the cops, lady. Maybe we’d throw in a
You’re in big trouble, sister, or I just hope for your sake
there’s nothing wrong with my fucking suspension, that
sort of thing. But there was no fucking dent. There
was nothing else for us to do. So I
stopped yelling, and she looked at the tire she’d
backed into, her little eyebrows pursed
and worried. She was clearly in the wrong, I was enormous,
and I’d been acting as if I’d like to hit her. So I said

Well, there’s nothing wrong with my car, nothing wrong
with your car . . . are you OK? She nodded, and started
to cry, so I put my arms around her and I held her, middle
of the street, Mass. Ave., Boston, a couple blocks from the bridge.
I hugged her, and I said We were scared, weren’t we?
and she nodded and we laughed.

Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 1 augustus 2017.

De Amerikaanse dichter en advocaat Francis Scott Key werd geboren op de plantage Terra Rubra bij Frederick (Maryland) op 1 augustus 1779.