Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Konrad Wallenrod (Fragment)

O tijding der gemeente, gij arke des verbonds
Tussen oude en jongere jaren;
In U legt het volk het wapen zijns ridders,
Het geweef zijner gedachten, de bloemen van zijn gevoel
O arke! Gij zijt gebroken door geen slag,
Zolang Uw eigen volk U niet veronachtzaamt:
O lied der gemeente, gij staat op de wacht
Bij de monumenten van de kerk der natie,
Met vleugelen en stem van de aartsengel –
Bijwijlen ook houdt gij des aartsengels wapen…
De vlam verteert geschilderde historie,
Schatten, die vernielen rovers met zwaarden:
Het lied ontkomt gaaf! ’t Gaat rond bij de scharen;
En wanneer lage zielen niet vermogen
Het te voeden met erbarmen en te drenken met hoop,
Dan vlucht het in de bergen, hecht zich vast aan ruïnen
En vandaar verhaalt het de oude tijden…
Zo vliegt een nachtegaal weg uit het huis,
Dat vol is van vuur; zet zich een wijle op het dak:
Als de daken instorten, vlucht hij in de wouden,
En in een kwelende zang, over puinhopen en graven,
Neuriet hij voor de reizenden het lied van de rouw.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Standbeeld in Krakau

 

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Angelika Schrobsdorff op dit blog.

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem

»Na ja, das sage ich doch«, unterbrach sie mich ungeduldig, »sie geraten durcheinander und explodieren.«
»Sollen sie«, sagte ich ermattet, denn wenn unsere Gespräche bereits an den simpelsten Themen scheiterten, wie da erst, wenn es sich um etwas so Unbegreifliches wie Computer handelte. Ich versuchte also, das Thema zu wechseln, doch das ließ sie nicht zu. Für sie, so wie für viele ihrer Generation, war die potentielle Apokalypse ein ebenso anregender Gesprächsstoff wie etwa der Simpson-Prozeß oder die Sexaffäre zwischen Clinton und Monica.
»Hältst du es für möglich«, fragte sie hoffnungsfroh, »daß die Welt untergeht?«
»Nein«, enttäuschte ich sie, »ich fürchte, das dauert noch ein Weilchen.«
Für sie wäre es zweifellos eine gute Nachricht gewesen, denn die Vorstellung, daß die Welt nach ihrem Tod noch weiter existieren könnte, empfand sie als ungerecht.
»Also sehr viele Menschen halten es für möglich«, belehrte sie mich, »besonders die Deutschen. Ich sehe doch manchmal RTL, und was man da so alles sagt! Richtig gruselig! Stell dir vor, die Flugzeuge fallen plötzlich vom Himmel und der Computerbug ist nicht mehr aufzuhalten und zerstört die ganze Technik.«
»Ich hoffe, als erstes zerstört er RTL.«
»Du scheinst das nicht ernst zu nehmen«, warf sie mir vor, »aber ich sage dir, viele kluge Leute, mit denen ich gesprochen habe und die etwas von diesen Dingen verstehen, haben große Zweifel, daß die Sache gutgeht.«
Die hatte ich nun leider nicht. »Die Welt geht nicht unter mit einem Knall, sondern mit einem Gewimmer«, hatte ein wirklich kluger Kopf einmal gesagt, und so sah ich es auch. Möglicherweise würden ein paar Pannen eintreten und die Versorgung der Stadt mit Elektrizität, Wasser und Telefon unterbrochen werden. Aber solange ich genug Katzenfutter hatte, konnte mir persönlich gar nichts passieren. Ich rief meine Tierhandlung an und bestellte vorsichtshalber hundert Dosen »Cat-Star«.
»Na ja«, sagte Harry, der seit einiger Zeit bei mir wohnte und die schwere Bürde der Katzenbetreuung mit mir teilte, »das reicht ja dann auch für uns.«


Angelika Schrobsdorff (24 december 1927 – 30 juli 2016)
Cover

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook alle tags voor Stephenie Meyer op dit blog.

Uit: New Moon

“I knew it wasn’t personal, just a precaution, and I tried not to be overly sensitive about it. Jasper had more trouble sticking to the Cullens’ diet than the rest of them; the scent of human blood was much harder for him to resist than the others–he hadn’t been trying as long.
“Time to open presents,” Alice declared. She put her cool hand under my elbow and towed me to the table with the cake and the shiny packages.
I put on my best martyr face. “Alice, I know I told you I didn’t want anything–“
“But I didn’t listen,” she interrupted, smug. “Open it.” She took the camera from my hands and replaced it with a big, square silver box.
The box was so light that it felt empty. The tag on top said that it was from Emmett, Rosalie, and Jasper. Self-consciously, I tore the paper off and then stared at the box it concealed.
It was something electrical, with lots of numbers in the name. I opened the box, hoping for further illumination. But the box was empty.
“Um . . . thanks.”
Rosalie actually cracked a smile. Jasper laughed. “It’s a stereo for your truck,” he explained. “Emmett’s installing it right now so that you can’t return it.”
Alice was always one step ahead of me.
“Thanks, Jasper, Rosalie,” I told them, grinning as I remembered Edward’s complaints about my radio this afternoon–all a setup, apparently. “Thanks, Emmett!” I called more loudly.
I heard his booming laugh from my truck, and I couldn’t help laughing, too.
“Open mine and Edward’s next,” Alice said, so excited her voice was a high-pitched trill. She held a small, flat square in her hand.
I turned to give Edward a basilisk glare. “You promised.”
Before he could answer, Emmett bounded through the door. “Just in time!” he crowed. He pushed in behind Jasper, who had also drifted closer than usual to get a good look.
“I didn’t spend a dime,” Edward assured me. He brushed a strand of hair from my face, leaving my skin tingling from his touch.
I inhaled deeply and turned to Alice. “Give it to me,” I sighed.
Emmett chuckled with delight.
I took the little package, rolling my eyes at Edward while I stuck my finger under the edge of the paper and jerked it under the tape.”

 
Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Tevfik Fikret op dit blog.

Als het ochtend wordt

Als het ook in dit land eens ochtend wordt, Hauluk,
Als dat in mist gehulde noodlot van dit land
Wordt afgeschud door een krachtige, levenschenkende trilling
Doorde aanraking van een krachtige hand en als dat beslagen
Roestige gezicht van de natie een beetje lachen zal… – Die dag
Heb ik, zelfs als ik niet gestorven ben, zeker al een zeer verwelkte
Band met het leven; – Vestig op die dag geen hoop meer op mij, vergeet mij
Met mijn ellende in mijn verlamde en lege wereld; want mijn lamme
En kreupele blikken willen jou naar het verleden trekken; jij bent
Met heel jouw wezen en organisme de toekomst;
Jouw stem zingt nog steeds zachtjes liedjes in mijn oren!
Ja, het zal ochtend zijn, het wordt ochtend, de nachten
Zullen niet duren tot aan de dag des oordeels; tenslotte zal deze hemel,
Deze blauwe hemel jullie op een dag betreuren; wees niet bedroefd.
Vrolijkheidis de zon voor het leven, in droefenis vergaat de mens
Zoals wij… Jullie, o kleine zonnen
Van het universum van morgen, ontwaakt eindelijk één voor één!
De verten hebben het eeuwig verlangen naar licht.
Verlichting… Dat is de geest en de aspiratie van onze eeuw;
Verwijdert de wolken, schudt de schaduwen van de angsten af;
Rent in het licht naar een dankenswaardige bevrijding.
Dat is onze hoop; ook als wij zouden sterven, zal het vaderland
Zeker met en door jullie leven, ver van die duisternis der kerkers!

 

Vertaald door S Sötemann

 
Tevfik Fikret (24 december 1867 – 19 augustus 1915)
Borstbeeld bij het voormalige woonhuis van Fikret, nu het Aşiyan Museum in Istanboel

 

De Engelse dichter en cultuurcriticus Matthew Arnold werd geboren op 24 december 1822 in Laleham, Middlesex. Zie ook alle tags voor Matthew Arnold op dit blog.

Stanzas From The Grande Chartreuse(Fragment)

Approach, for what we seek is here!
Alight, and sparely sup, and wait
For rest in this outbuilding near;
Then cross the sward and reach that gate.
Knock; pass the wicket! Thou art come
To the Carthusians’ world-famed home.

The silent courts, where night and day
Into their stone-carved basins cold
The splashing icy fountains play–
The humid corridors behold!
Where, ghostlike in the deepening night,
Cowl’d forms brush by in gleaming white.

The chapel, where no organ’s peal
Invests the stern and naked prayer–
With penitential cries they kneel
And wrestle; rising then, with bare
And white uplifted faces stand,
Passing the Host from hand to hand;

Each takes, and then his visage wan
Is buried in his cowl once more.
The cells!–the suffering Son of Man
Upon the wall–the knee-worn floor–
And where they sleep, that wooden bed,
Which shall their coffin be, when dead!


Matthew Arnold (24 december 1822 – 15 april 1888)
Karikatuur door Frederick Waddy, 1872

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Konrad Wallenrod (Fragment)

Want als ’t betaamt de wajdeloten te geloven,
Staat menigmaal op verlaten kerkhoven en weiden
In zichtbare gedaante de pest-jonkvrouw,
In wit gewaad, met vurige krans op de slapen.
Haar hoofd verheft zich boven de Bialowiez-se bomen1)
En in haar hand wuift ze een bloedige doek.
De wachters der sloten dekken hun ogen met de helm;
En de honden van de boeren graven hun snuit in de aarde,
Wroeten, ruiken de dood en huilen luguber.
De jonkvrouw schrijdt voort met onheilspellende tred
Naar dorpen, kastelen en rijke steden:
En zovele malen ze wuift met haar bloedige doek,
Zovele paleizen veranderen in woestenijen;
Waar ze haar voet zet, daar verrijst een vers graf.
Verderf-volle verschijning!… Maar groter verderf
Kondigde de Litauers van Duitse zijde
De glanzende helm met struisveren,
En de brede mantel, met zwart kruis!
Waar passeerden de schreden van zulk een spook,
Daar is niets het verderf van dorpen of burchten:
Een geheel land daalde ten grave!
O! wie een Litause ziel vermocht te bewaren,
Die kome tot mij, laat ons nederzitten op ’t graf der volken,
Laat ons peinzen, zingen en tranen storten.

Vertaald door N. van Wijk

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Konrad Wallenrod door Władysław Majeranowski, 1844

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

De steppen van Akerman

Ik voer in in de uitgestrektheid des drogen oseaans;
De wagen duikt in het groen en waadt als een boot:
Te midden van golven van ruisende weiden, te midden van een vloed van bloemen
Vaar ik heen om koraaleilanden van steppegras.

Reeds valt de schemer, nergens een weg noch heuvel;
Ik zie naar de hemel, zoek de sterren, de gidsen mijner boot;
Daar vèrwèg glanst een wolk, daar gaat de morgenster op…
Nu glanst de Dniester, nu ging op de lamp van Akerman!

Laat ons pozen!… Hoe stil!… Ik hoor de trekkende kraanvogels,
Die het scherpe oog van geen valk zou bereiken;
Ik hoor, waar een vlinder zich wiegelt op een grashalm,

Waar een slang met gladde borst een plant aanraakt…
In zulk een stilte span ik mijn oren in, scherp luisterend,
Dat ik een stem uit Litauen zou horen… Voorwaarts, niemand roept!

Vertaald door N. van Wijk

 

The Akkerman Steppe

I launch myself across the dry and open narrows,
My carriage plunging into green as if a ketch,
Floundering through the meadow flowers in the stretch.
I pass an archipelago of coral yarrows.

It’s dusk now, not a road in sight, nor ancient barrows.
I look up at the sky and look for stars to catch.
There distant clouds glint—there tomorrow starts to etch;
The Dnieper glimmers; Akkerman’s lamp shines and harrows.

I stand in stillness, hear the migratory cranes,
Their necks and wings beyond the reach of preying hawks;
Hear where the sooty copper glides across the plains,

Where on its underside a viper writhes through stalks.
Amid the hush I lean my ears down grassy lanes
And listen for a voice from home. Nobody talks.

Vertaald door Leo Yankevich

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Borstbeeld in het Jorfana Park in Krakau

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Morgen und Abend

Der Sonnenaufgang schimmert durch die Wolkendecken,
und gegenüber sinkt der Mond, löscht sein Gesicht.
Die Rose öffnet ihre Knospen, Schicht um Schicht,
und taugebeugte Veilchen woll’n sich lichtwärts strecken.
 
Das Bildnis Lauras will mich aus den Träumen wecken.
Ich knie vorm Fenster, als sie ihre Zöpfe flicht
und fragt: Warum, ach, leuchten eure Augen nicht,
woll’n sich mein Liebster, Veilchen und der Mond verstecken?
 
Zum Abend zeige ich ihr wieder meine Treue,
Der Mond kehrt wieder und die Veilchen blühn verborgen,
süß duftend, auch der Himmel rötet sich aufs Neue.
 
Doch ich steh dort vom Fenster mit den alten Sorgen,
seh’ wie sie sich herausputzt, und sich d’ran erfreue.
Nur ich knie ihr zu Füßen, traurig wie am Morgen.

Vertaald door ZaunköniG

 

Aloesjta bij dag

De berg opent zijn nevelgordijnen,
Het graan ruist knielend neer, een golf van goud;
Als uit ’s kaliefen bidsnoer schudt het woud.
Granaten uit zijn lokken en robijnen.

De weide bloeit; boven de weide deinen
Ook bloemen- vleugelige – zover ’t oog schouwt;
’t Insectenheir veelkleurig zwermend, bouwt
Hoog in de lucht briljanten baldakijnen.

Maar als de rots zijn donkere gezicht
In ’t water spiegelt, wordt de zee ontsticht:
Een dreigend grommen spelt de stormfanfaren

Terwijl de branding tijgerogig licht;
Maar over d’afgrond wiegen stil de baren
Waarover zwanen drijven, schepen varen.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret door S. Chejmann, 1897

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Within their silent perfect glass

Within their silent perfect glass
The mirror waters, vast and clear,
Reflect the silhouette of rocks,
Dark faces brooding on the shore.

Within their silent, perfect glass
The mirror waters show the sky;
Clouds skim across the mirror’s face,
And dim its surface as they die.

Within their silent, perfect glass
The mirror waters image storm;
They glow with lightning, but the blast
Of thunder do not mar their calm.

Those mirror waters, as before,
Still lie in silence, vast and clear.

The mirror me, I mirror them,
As true a glass as they I am:
And as I turn away I leave
The images that gave them form.

Dark rocks must menace from the shore,
And thunderheads grow large with rain;
Lightning must flash above the lake,
And I must mirror and pass on,
Onward and onward without end.

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret door Aleksander Kamiński, 1850

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer”

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

Morgen und Abend

Der Sonnenaufgang schimmert durch die Wolkendecken,
und gegenüber sinkt der Mond, löscht sein Gesicht.
Die Rose öffnet ihre Knospen, Schicht um Schicht,
und taugebeugte Veilchen woll’n sich lichtwärts strecken.

Das Bildnis Lauras will mich aus den Träumen wecken.
Ich knie vorm Fenster, als sie ihre Zöpfe flicht
und fragt: Warum, ach, leuchten eure Augen nicht,
woll’n sich mein Liebster, Veilchen und der Mond verstecken?

Zum Abend zeige ich ihr wieder meine Treue,
Der Mond kehrt wieder und die Veilchen blühn verborgen,
süß duftend, auch der Himmel rötet sich aufs Neue.

Doch ich steh dort vom Fenster mit den alten Sorgen,
seh’ wie sie sich herausputzt, und sich d’ran erfreue.
Nur ich knie ihr zu Füßen, traurig wie am Morgen.

 

Baktschi Sarai

Öd liegt das Schloß, wo ehedem die Khane prangen.
Kein Pascha wandelt heute durch den langen Flur.
Aus seidnem Sofathron flieht scheu die Kreatur;
Drin nisten Ungeziefer und ein Knäuel von Schlangen.

Schon Efeuranken durch die Fensternischen langen,;
durch feuchte Mauern und Gewölbe führt die Spur
und zeichnet, was ein jeden Menschenwerks Natur,
graviert Belsazars Menetekel ein: „Vergangen“

Dort in der Mitte rinnt noch aus den Marmorschalen
des Harems letzter Glanz und muß erblassen,
Weil Tränen eine Botschaft in die Wüste malen:

„Wo ist nun Liebe, Macht und Ehre, stolzes Prassen?
Muß man die Freude mit Vergänglichkeit bezahlen?
Warum bin ich allein, der Tränenquell, belassen?“

 

Vertaald door Dirk Strauch

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)
Portret van Adam Mickiewicz bij de Judahu rots door Walenty Wańkowicz, 1828

Doorgaan met het lezen van “Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Tevfik Fikret, Matthew Arnold, Stephenie Meyer”

Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook alle tags voor Angelika Schrobsdorff op dit blog.

 

Uit: Du bist nicht so wie andre Mütter

“Berlin um die Jahrhundertwende. Was stelle ich mir darunter vor? Eine heile, da vergangene Welt wahrscheinlich: Trambahnen und zweistöckige Au­tobusse von Pferden gezogen; Kopfsteinpflaster und Gas­laternen; solide, milchkaffeefarbene Wohnhäuser und »herrschaftliche« Villen in großen Gärten; Leierkästen, Blumen- und Obststände, Würstchen- und Zeitungsver­käufer; die ersten Warenhauspaläste; Ballsäle, Cafes mit
Stehgeigern, elegante Speiselokale mit befrackten Obern, Varietes, Theater; Parks, in denen sich Grün auf Grün türmt, düstere Prachtbauten, eherne Denkmäler; der Kur­fürstendamm und Unter den Linden, auf denen Herren im Stresemann und Damen mit Muff, blumenbewachsenen Hüten und hochgeschnürtem Busen auf und ab flanieren; und rings um die Stadt herum Seen, die Spree, Fichtenwäl­der, wohin man in Droschken fuhr, picknickte, ruderte, in Gartenlokalen mit flotten Militärkapellen Weißbier trank und Buletten aß.
Die Kindheitswelt meiner Mutter. War sie so? War sie heil? Es sieht danach aus.
»Ich war das kleine, geliebte Mädchen zärtlicher Eltern, jüdischer Eltern, die ja die zärtlichsten sind, die es gibt. Wir, mein drei Jahre jüngerer Bruder Friedel und ich, wa­ren glückliche Kinder, denen es an nichts gefehlt hat.« So schrieb sie.
Die Lebenslaufeintragungen ihrer Mutter Minna fallen spärlich aus, und ich kann mir denken, warum. Minna hatte einen strengen literarischen Geschmack, und das Buch, das ihr wahrscheinlich eine ihrer zahllosen Ver­wandten geschenkt hatte, war gespickt mit peinlichen Ge­dichten, wie etwa: »Drauß blüht’s so prächtig / Alles steht in Duft und Glanz / Um die schaukelnde Wiege / Schwe­ben die Engel in himmlischem Tanz.«

 

Angelika Schrobsdorff (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

Doorgaan met het lezen van “Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst”

Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.en ook mijn blog van 24 december 2010.

 

Uit: Von der Erinnerung geweckt

“Es war das erste Mal, daß ich meine Mutter weinen sah. Sie lag auf dem Bett und schluchzte wie ein Kind, das sich sehr weh getan hatte. Ihre Hände waren zu hilflosen Fäusten geballt, und unter ihren geschlossenen Lidern quollen die Tränen hervor und liefen als eilige Bächlein in den geöffneten, verzerrten Mund hinein. Sie merkte nicht, daß ich im Zimmer stand, starr vor Entsetzen und unfähig, mich von der Stelle zu rühren. Dann wurde plötzlich die Tür aufgerissen und eine Freundin meiner Mutter stürzte herein, lief auf das Bett zu, kniete davor nieder und brach, indem sie ihr Gesicht in das Kissen grub, ebenfalls in Tränen aus. Da drehte ich mich um und rannte wie gejagt aus dem Haus.
Im Garten setzte ich mich ins Gras und eine unbestimmte Ahnung, daß von nun an das Leben ganz anders werden würde, stieg in mir auf.
Einige Stunden darauf ging ich zu meiner Mutter und fragte sie: »Mutti, warum hast du denn vorhin so geweint?«
Sie schaute mich zärtlich an und antwortete: »Das verstehst du nicht und sollst es auch noch lange nicht verstehen, meine Kleine.« Da nahm die Ahnung die Form eines unheimlichen Schattens an, der mich auf Schritt und Tritt verfolgte.
Es vergingen vier Monate, ohne daß sich etwas Besonderes ereignete, doch dann eines Morgens erschien meine Mutter nicht zum Frühstück.
»Schläft Mutti noch?« fragte ich unsere Wirtschafterin, die gerade ins Zimmer trat.
»Nein, sie ist schon ausgegangen«, antwortete Elisabeth hastig und strich mir über das Haar.
»Ausgegangen!« rief ich. »Das glaube ich nicht!«
Ich wußte, daß Mutti nie zu so früher Stunde das Haus verließ, und kaum war ich allein, schlich ich mich zum Schlafzimmer meiner Mutter und öffnete vorsichtig die Tür. Noch ehe ich einen längeren Blick hineingeworfen hatte, fühlte ich, daß der Raum nicht mehr von ihr bewohnt wurde. Er war kalt, leer, tot! Und als ich meine Augen über die einzelnen Gegenstände des Zimmers gleiten ließ, wurde das Gefühl zur Gewißheit.”

 

Angelika Schrobsdorff (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

Doorgaan met het lezen van “Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst”

Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.

 

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem . . .

 

“Es begann alles so hoffnungsvoll. Viele neue Hotels wurden gebaut, eins häßlich-pompöser als das andere, Straßen wurden verbreitert und frisch asphaltiert, Plakate an allen Ecken und Enden angebracht: »Jerusalem 2000«.

Dabei war Jerusalem eine rein jüdische Stadt – wie immer wieder unter Beweis gestellt wird –, nach jüdischem Kalender nicht zwei-, sondern fünftausendsiebenhundertsechzig Jahre alt. Aber man richtete sich in diesem Fall eben nach der christlichen Zeitrechnung, denn die Christen würden das Geld bringen, in den häßlich-pompösen Hotels wohnen und in die Restaurants gehen, in denen die schon vorher unverschämten Preise rasch noch um ein Weiteres in die Höhe schossen.

In Bethlehem, wo sich die Festlichkeiten konzentrieren sollten, Feuerwerk abgeschossen, 2000 weiße Tauben gen Himmel geschickt, Chöre singen und Arafat eintreffen würden, herrschte Chaos. Auch dort wurde gebaut, renoviert und verschönert. Die seit Jahrzehnten nicht mehr ausgebesserte Hauptstraße in ihrer ganzen Länge und der große Platz vor der Geburtskirche, den man bis dahin als Park- platz für zahllose Autos und Busse mißbraucht hatte, waren aufgerissen worden, damit sie sich am Stichtag in neuem Glanz präsentieren könnten. Aber dieser Moment schien noch sehr weit, und verfrühte, verstörte Besucher mußten sich durch dröhnende Baumaschinen, Staubwolken und Geröll ihren Weg bahnen.

»Bethlehem 2000 welcomes you«, hieß es auf einem Transparent am Ortseingang. Euphemia, meine christlich-palästinensische Putzfrau, die mich seit siebzehn Jahren, trotz Intifada und Golfkrieg, Straßen- und Ausgangssperren, nicht einen Tag versetzt hat,war sich der großen Stunde des »Heiligen Landes« gewiß: »Sechs Millionen werden kommen«, kreischte sie beglückt, »sechs Millionen Pilger und Touristen aus der ganzen Welt, Americans and Russians, Clinton und . . .«, der Name des russischen Staatschefs fiel ihr nicht ein.

»Wie kommst du auf sechs Millionen?« fragte ich argwöhnisch. Sollte diese ominöse Zahl bis in die palästinensischen Gebiete gedrungen sein und dort als Maßstab freudiger Ereignisse gelten?”

 

 

Angelika Schrobsdorff  (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst”

Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst, Tevfik Fikret, Adam Mickiewicz, Stephenie Meyer, Dominique Manotti

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

Uit: Jericho

“Lange bevor ich Jericho mit eigenen Augen sehen durfte, hörte ich meine deutsch-jüdischen Freunde, Zionisten, die in den dreißiger Jahren nach Palästina ausgewandert waren, davon erzählen. Zu jener Zeit war Palästina noch britisches Mandat und die Hügel Jerusalems ein karges, steiniges, unfruchtbares Gebiet, wo die Heiligtümer dreier Religionen so zahlreich waren wie das Wasser knapp und wo der Haß zwischen Juden und Arabern in dem Maße blühte, in dem das Land verdorrte.

Nur in der Oase Jericho, die Juden, Araber und Engländer gleichermaßen anzog, muß es harmonisch zugegangen sein. Dort herrschte weder Winter noch Unfrieden, und die Fruchtbarkeit der Natur schien die Feinde auf andere und zweifellos bessere Gedanken gebracht zu haben als auf die, die sich ihnen beim Anblick der Steine und der herben Unnahbarkeit Judäas aufdrängten. Ich, die ich zum erstenmal 1961 nach Jerusalem und damit in eine geteilte, ärmliche, wenngleich faszinierende Stadt gekommen war, hätte viel darum gegeben, einmal nach Jericho fahren zu dürfen.

Aber da waren inzwischen die Jordanier. Jericho, angeblich die älteste Stadt der Welt, scheint seit jeher von Dramen und Geheimnissen umwittert, von Erdbeben, Seuchen und Kriegen erschüttert worden zu sein. Aber sie hat auch Perioden großen Wohlstands erlebt, wie etwa im 15. Jahrhundert vor der Zeitrechnung, als die Kinder Israels, auf dem Weg in das Gelobte Land, Jericho entdeckten und auf Befehl des Herrn, unter Führung Josuas und mit Hilfe des mächtigen Posaunenschalls, der die Festungsmauern einstürzen ließ, eroberten. Mit dieser ungewöhnlichen, für die einen fatalen, für die anderen glorreichen Kriegführung ging Jericho in die Geschichtsschreibung der Bibel ein und wurde weltbekannt.

Ich war noch klein und wundergläubig, als ich diese Legende zum erstenmal hörte, und von dem mirakulösen, mauernzerschmetternden Schall der Posaunen weitaus stärker beeindruckt als von der darauffolgenden flotten Eroberung der Stadt durch einen mir unbekannten Volksstamm. Daß ich diesem Volksstamm angehörte, hatte man mir damals, zu Zeiten Hitlers, wohlweislich verschwiegen, und daß Jericho, trotz eingestürzter Mauern, dreieinhalb Jahrtausende später immer noch existierte, drang erst in mein Bewußtsein, als ich die Worte hörte: »Ach, das war schön, als wir in Vollmondnächten ans Tote Meer und nach Jericho fuhren.

»Wohin bitte?«

Ja, ich hatte richtig gehört. Sie waren nach Kalia am Toten Meer gefahren, wo eine kleine Kapelle spielte und sie im Mondschein Tango, Foxtrott und English Waltz tanzten. Sie waren ins »Winter Palace Hotel« nach Jericho gefahren und hatten sich dort in der kleinen Bar, in den nach Orangenblüten und Jasmin duftenden Zimmern zu heimlichen Rendezvous getroffen.”

schrobsdorff

Angelika Schrobsdorff  (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

 

De Nederlandse schrijver en journalist Karel Glastra van Loon werd geboren in Amsterdam op 24 december 1962. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

Uit: De passievrucht

“Ze zitten dicht bij elkaar, alsof ze al jaren bevriend zijn, en vertellen sterke verhalen.
Hij zegt: ‘Ooit ben ik in Nijmegen van de brug gesprongen, de rivier in. Ik wilde weten hoe het voelde – het deed vooral pijn in m’n kruis. Het water was kouder en zwarter dan ik had gedacht, en het stroomde sneller: tegen de tijd dat ik weer bovenkwam, was ik al onder de brug door. Pas vijf kribben verder kroop ik terug aan land. De volgende dag stond in de krant dat een onbekende zelfmoord had gepleegd door van de brug te springen. Ik heb nog gebeld om te zeggen dat ik springlevend was, maar dat vonden ze geen leuke woordspeling, en bovendien geloofden ze me niet.’
Zij zegt: ‘Ooit ben ik bijna dood geweest. Het was de meest geruststellende ervaring uit mijn leven. Ik zag mijn leven niet in een flits aan me voorbijschieten, er was geen hemels licht en er waren geen schimmen van overledenen die me aan gene zijde opwachtten. Sindsdien ben ik niet meer bang voor de dood.’

Haar knie raakt zijn dijbeen. Ze laten het zo.
Hij zegt: ‘Op een keer sliepen Sebastiaan en ik in een oude kapotte Bedford, op een braakliggend stuk land in het havengebied. Midden in de nacht schrok ik wakker van geschreeuw. Ik veegde de ruit schoon en keek naar buiten, maar zag niks. Toen kwam de maan vanachter de wolken te voorschijn, en in het bleke zand zag ik een kat en een haas bewegingloos tegenover elkaar staan. Beide met de haren recht overeind, achterpoten omhoog, kop en voorpoten omlaag. De maan verdween weer achter de wolken. Opnieuw klonk er een schreeuw, als van een kind in nood. Daarna een diep, grauwend grommen. Dat was de kat. Het gillen moest dus van de haas zijn. Het werd stil. Ik wachtte tot de maan weer te voorschijn zou komen – maar die kwam niet meer. Sebastiaan had niets gemerkt; in het donker hoorde ik zijn zware dronkenmansadem. De volgende ochtend liep ik naar de plek waar ik de twee dieren had gezien. Hun pootafdrukken stonden diep en scherp in het zand. Ze hadden elkaar niet besprongen, er was niet gevochten. De anderhalve meter zand tussen de twee afdrukken was onaangeroerd.’
Ze drinken rode wijn uit limonadeglazen. Hij heeft de wijn verzorgd, zij de glazen. Haar huishouden is nogal incompleet, zoals haar hele leven.”

GlastraVanLoon

Karel Glastra van Loon (24 december 1962 – 1 juli 2005)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Dana Gioia werd op 24 december 1950 in Los Angeles geboren. Zie ook mijn blog van 24 december 2006  en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Emigre in Autumn 

 

Walking down the garden path

From the house you do not own,

Once again you think of how

Cool the autumns were at home.

Dressed as if you had just left

The courtyard of the summer palace,

Walk the boundaries of the park,

Count the steps you take each day –

Miles that span no distances,

Journeys in sunlight toward the dark.

 

Sit and watch the daylight play

Idly on the tops of leaves

Glistening overhead in autumn’s

Absolute dominion.

Nothing lost by you excels

These empires of sunlight.

But even here the subtle breeze

Plots with underlying shadows.

One gust of wind and suddenly

The sun is falling from the trees.

 

Gioia

Dana Gioia (Los Angeles,  24 december 1950)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst-van der Schalk werd geboren op 24 december 1869 in Noordwijk. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Verzen

 

Nu heeft de morgen voor goed afgedaan

 

Nu heeft de morgen voor goed afgedaan

zijn vrees-aanjagende stroeve gezicht,

en als een hooge grotzaal die met licht

blank gemaakt wordt, komt hij feestelijk aan.

 

En ik sta, rechtlachend zie ik hem gaan

en komen en gedenk, hoe ‘k een gewicht

hem achtte en klaagde, dat ik opgericht

hem niet kòn drage’ en kromp voor zijn kille aan-

 

raking en weende, dat ik weder sliep.

 

En hoe hij nu geworde’ is als een vriend

die niet verschrikken kan, schoon hij ook riep

en wekte in nachtdiept’, wijl hij zoo veel maal

bode van vreugd was, dat zijn stem verdient

te heeten fanfare van zegepraal.

 

 

 

Liefdes geur in de dingen

 

Zóó dierbaar zijn de dingen mij geworden,

waarin herinnering is opgehoopt:

het huisraad, het gerei, de klok die loopt

door het bestel der langgewende orde; –

zóó verteederd verwijlt blik en gedachte

bij hun gedienstige gestaltenis,

dat ik soms twijfel: werden zij tot machten

waartusschen de ziel zèlf gekluisterd is?

 

Maar neen, ik weet: alléén omdat zij vingen

den langen straal van liefdes licht aanschijn,

is ‘t, dat gedachte en blik de stomme dingen

liefkoze’, of zij levende wezens zijn.

Tot geen afgod werd mij hun lijflijkheid,

maar zij zoog in zóó zoete liefdesgeuren

dat uit hen àl het liefst en zoetst gebeuren

mijns levens opstaat, en zich om mij vleit.

 

Holst

Henriette Roland Holst (24 december 1869 – 21 november 1952)
Vlnr: Herman Gorter, zijn vrouw Wies, Richard Roland Holst, Henriette en haar moeder, 1903

 

De Turkse dichter Tevfik Fikret werd geboren op 24 december 1867 in Istanbul. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Mist (Fragment) (Vertaald door Sytske Sötemann)

 

Weer wordt je horizon in nevelen gehuld door dichte mist,

Door een zich onweerhoudbaar verbreidende inwitte mist.

Onder deze druk lijkt het bestaan in het gedrang gekomen,

Het zicht door stoffige dichtheid aan de mensen ontnomen;

Behoedzame, bevreesde blikken vermogen die dichtheid

Niet te doordringen, die stoffige afschrikwekkendheid!

Maar jou past deze diepduistere sluier, een waardig gewaad

Voor jou, o arena van onderdrukking, geweld en verraad!

O arena van onderdrukking en geweld… O toneel, o verguld

Toneel van pronk en praal, o jij, die een tragedie verhult!

O wieg en graf van gouden glans, van praal en prachtvertoon,

Innemende koningin van het oosten op je eeuwige troon,

Boezem van lust tot vermaak die de bloedigste liefdes voedt

En hen, zonder rilling van afschuw en schrik, groeien doet;

Diep in slaap als was je gestorven, o roerige reus,

Aan de blauwe flanken van de Marmara, majestueus;

O afgeleefd Byzantium, o bedaagde oude heks van de betovering,

O ongenaakbare weduwe, na duizend gades nog steeds zonder wroeging,

Nog altijd is in je schoonheid de bedwelmende reinheid zichtbaar,

Nog altijd beven de blikken die je aanschouwen onmiskenbaar.

 

TevfikFikret

Tevfik Fikret  (24 december 1867 – 19 augustus 1915)

 

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008.

Het Dal van Bajdaar

Ik geef mijn paard de sporen en jaag het door de stormen;
Bossen, valleien, rotsen, opvolgend, in een stortvloed
Zij schieten langs mijn benen terwijl ik razend voort moet;
‘k Wil mijn geest verliezen, in deze kolk van vormen.

En als ’t onwillig paard aan mijn bevel wil tornen,
De bonte wereld kleur verliest in het dodelijk duister,
Zien mijn brandende ogen, als gebroken spiegels ontluisterd
In ’t gestorven bos slechts het gekruip van wormen.

Stilte nu, ik vat geen slaap, ik zoek de rust aan ’t strand
Donker en krom gebogen raast een golf naar voren,
Ik richt naar haar mijn blik, ik reik naar haar mijn hand,

Dan slaat zij op mijn ogen, ’t schuim spoelt in mijn oren;
Ik wacht; als een bootje door een maalstroom overmand,
Heeft nu mijn geest even de herinnering verloren.

 

Vertaald door Jan van Hulten

 

THE STORM

The rudder breaks, the sails are ripped, the roar
Of waters mingles with the ominous sound
Of pumps and panic voices; all around
Torn ropes. The sun sets red, we hope no more –
The tempest howls in triumph; from the shore
Where wet cliffs rising tier on tier surround
The ocean chaos, death advances, bound
To carry ramparts broken long before,
One man has swooned, one wrings his hands ,one sinks
Upon his friends, embracing them. Some say
a prayer to death that it may pass them by.
One traveller sits apart and sadly thinks:
,,Happy the man who faints or who can pray
Or has a friend to whom to say goodbye.”

adam351

Adam Mickiewicz (24 december 1798 – 26 november 1855)

 

De Amerikaanse schrijfster Stephenie Meyer werd geboren in Connecticut op 24 december 1973. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Breaking Dawn

 

NO ONE IS STARING AT YOU, I promised myself. No one is staring at you. No one is staring at you.

But, because I couldn’t lie convincingly even to myself, I had to check.

As I sat waiting for one of the three traffic lights in town to turn green, I peeked to the right — in her minivan, Mrs. Weber had turned her whole torso in my direction. Her eyes bored into mine, and I flinched back, wondering why she didn’t drop her gaze or look ashamed. It was still considered rude to stare at people, wasn’t it? Didn’t that apply to me anymore?

Then I remembered that these windows were so darkly tinted that she probably had no idea if it was even me in here, let alone that I’d caught her looking. I tried to take some comfort in the fact that she wasn’t really staring at me, just the car.

My car. Sigh.

I glanced to the left and groaned. Two pedestrians were frozen on the sidewalk, missing their chance to cross as they stared. Behind them, Mr. Marshall was gawking through the plate glass window of his little souvenir shop. At least he didn’t have his nose pressed up against the glass. Yet.

The light turned green and, in my hurry to escape, I stomped on the gas pedal without thinking — the normal way I would have punched it to get my ancient Chevy truck moving.

Engine snarling like a hunting panther, the car jolted forward so fast that my body slammed into the black leather seat and my stomach flattened against my spine.

”Arg!” I gasped as I fumbled for the brake. Keeping my head, I merely tapped the pedal. The car lurched to an absolute standstill anyway.

I couldn’t bear to look around at the reaction. If there had been any doubt as to who was driving this car before, it was gone now. With the toe of my shoe, I gently nudged the gas pedal down one half millimeter, and the car shot forward again.

I managed to reach my goal, the gas station. If I hadn’t b
een running on vapors, I wouldn’t have come into town at all. I was going without a lot of things these days, like Pop-Tarts and shoelaces, to avoid spending time in public.

Moving as if I were in a race, I got the hatch open, the cap off, the card scanned, and the nozzle in the tank within seconds. Of course, there was nothing I could do to make the numbers on the gauge pick up the pace. They ticked by sluggishly, almost as if they were doing it just to annoy me.

It wasn’t bright out — a typically drizzly day in Forks, Washington — but I still felt like a spotlight was trained on me, drawing attention to the delicate ring on my left hand. At times like this, sensing the eyes on my back, it felt as if the ring were pulsing like a neon sign: Look at me, look at me.“

 

stephenie-meyer2

Stephenie Meyer (Connecticut, 24 december 1973)

 

 

De Franse schrijfster en historica Dominique Manotti werd geboren op 24 december 1942 in Parijs. Zie ook mijn blog van 24 december 2008.

 

Uit: Kop

 

Jeudi 3 mai 1990
La première rafale atteint l’homme et la femme dans le dos, les corps s’écroulent sur l’esplanade déserte devant le centre commercial. La moto accélère, deuxième rafale en passant à hauteur des cadavres, qui tressautent sous les balles. Une des portes vitrées de la brasserie à l’entrée de la galerie marchande explose. Les serveurs se jettent au sol. Le tireur brandit son pistolet-mitrailleur en hurlant de joie et le conducteur arrache son engin dans une roue arrière périlleuse. Le gérant se rue sur son téléphone. La moto fait demi-tour, franchit le terre-plein central, enfile la grande avenue à quatre voies quasiment déserte, brûle les feux rouges et disparaît (…)“

 

Dominique_Manotti

Dominique Manotti (Parijs, 24 december 1942)