Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: IV

 “Ze lachte, pakte hem vast en zei: ‘Ik vraag aan mijn vader of we in het huis kunnen, goed?’ Nu ze hier een week zijn, ziet hij haar rustig worden. Haar schouders staan iets minder hoog, haar oogleden lijken minder zwaar. Ze slaapt langer, beter. Hij ook. Elsa wordt volgende week negenentwintig. Ze was bijna klaar met haar promotieonderzoek aan de wiskundefaculteit toen ze zwanger bleek te zijn. De vakgroep was er niet blij mee, maar omdat ze had beloofd zo veel mogelijk door te werken en vooruit te werken, had ze een goede regeling weten te treffen. Ze wilden haar niet kwijt. !lij denkt aan de avond op de universiteit toen hij was meegegaan naar een afscheidsreceptie van iemand uit haar vakgroep. ‘Er zijn weinig mensen zo getalenteerd als Elsa,’ had een dronken hoogleraar in zijn oor gefluisterd. ‘Hoe zij het Vermoeden van Goldbach benadert is werkelijk mindblowing.’
Joost had alleen maar trots kunnen knikken. Hoe briljant ze ook mocht zijn, Esa was vooral zijn vriendin. En inmiddels ook de moeder van hun kind. Haar gezicht is nog rimpelloos, haar lichaam heeft zich na een paar maanden bijna volledig hersteld van de zwangerschap, alsof er niets is veranderd. Aan de andere kant van het huis stopt een auto. Een autoportier gaat open en dicht en de auto rijdt dan weer door. Joost loopt om het huis heen. De bestelwagen verdwijnt net om de hoek. Bij de voordeur ligt een papieren zak. Zoals elke dag de afgelopen week twee croissants, één baguette. Dan hoort hij Lars huilen. Als Joost om het huis is gelopen is het ineens stil. Elsa komt hem slaperig tegemoet in T-shirt en onderbroek. Zij draagt Lars in haar armen. Haar ogen zijn nog half dicht van de slaap. ‘Goedemorgen,’ zegt zij zonder volume. ‘Goedemorgen, luiaard,’ zegt hij en stapt naar binnen met het brood. Elsa loopt het terras op, neemt plaats op een van de ligstoelen. Joost ziet haar zitten door het raam. Hij ziet de zon op haar lijf, haar hand om het hoofdje van Lars. Vanaf de zee waait een zachte wind. Ze sluit kon haar ogen. Wat zullen we gaan doen vandaag?’ vraagt Joost als hij weer buiten staat met glazen sinaasappelsap op een dienblad. Waar denk je aan?’ zegt Elsa. ‘Naar een hippe strandtent? Met Franse chicks flirten?’ Joost lacht. ‘Ik weet niet. Naar een zeeaquarium? Een middeleeuws stadje?’ ‘Nee,’ zegt Elsa. Ze trekt een vies gezicht. ‘Liever niet.’ Wil je helemaal niets?’ ‘Jawel.’ Ze pakt zijn hand. ‘Dat jij straks een salade maakt_ Met noten en geitenkaas. En dat ik mijn boek uitlees. En dat het dan voor we het weten weer avond is. Dat wil ik het liefst’ Joost knijpt in haar schouderen draait zich om, klaar voor de dag die volstrekt anders Ui verlopen.”


Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

Geen gezicht 1953

Al bij de oogarts wou ik niet lezen:
de allergrootste E, ik zag ‘m niet staan.
Ik wou al vroeg Foster-kindje wezen.
‘Wat staat h i e r nou?!’, schreeuwde de arts ontdaan.

De tranen drupten in m’n jongensblousje.
‘k Had allebei m’n oogjes dichtgedaan.
O! ‘k voelde dat de man nu snel ging slaan:
‘Een h o n d j e…?’, piepte ik, ‘…òf een p o e s j e?’

De klap die kwam kan ik vandaag nòg horen:
schuimbekkend vloog de arts de kamer uit,
kwam terug en schoof een lasbril op m’n oren.
Maar ditmaal zag ik s t e r r e t j e s voor de ruit!

Doch déze observatie hield ik vóór me,
en prees het zicht. Kwam thuis op het geluid.

 

Werksstudent

De dag viel wazig door mijn brilleglazenvet.
’t Wakkere werkvolk stommelde naar een vroeg karwei.
Ik riep de maten aan, maar zij negeerden mij.
Toch had ik net een zware vuilbak neergezet.

De lange trap op naar de boeken. Half tien.
Ik kon, met één oog dicht, vanaf mij leger,
door toedoen van een wimper ’t carillon van kleuren zien,
waarmee de zon speeld’ in het zweet van de schoorsteenveger.

Des middags dacht ik na over die dingen.
En zag dat men door lijden pas tot leven kwam.
Dit vond ik, eenzaam, in een kroeg te Amsterdam.
Schuin achter me begon een stem te zingen.

Het was de meid die daar de drank bestelde.
Ik goot mij vol om haar diepzinnig lied.
En toen zij neeg en mij de wisselstuivers telde,
drukt ik mij even, snnartlijk, aan haar rechter tiet.

En zonder eten schaatste ik huiswaarts door de goot,
door het werkverzakend leger uitgejoeld,
voor wie ik heel de dag gedacht had en gevoeld!
Men eert profeet en denker na hun dood.

 
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)
Cover

 

De Zwitsers-Duitse schrijver en essayist Jonas Lüscher werd geboren op 22 oktober 1976 in Zürich. Zie ook alle tags voor Jonas Lüscher op dit blog.

Uit: Frühling der Barbaren

“Preising kam also, ohne eigenes Verschulden, zu einer desolaten Firma, die ein paar tatkräftige Entscheidungen nötig gehabt hätte,und deswegen kann es als gesichert gelten, dass das Unternehmen heute nicht mehr existieren würde, hätte nicht jener junge Messtechniker Prodanovic die WolframCBC-Schaltung entwickelt und die Zügel in die Hand genommen. Prodanovic war demnach nicht nur dafür verantwortlich, dass Preising mittlerweile vermögender Besitzer, sondern auch Vorstandsvorsitzender einer Gesellschaft mit tausendfünfhundert Angestellten und Niederlassungen auf fünf Kontinenten war. Zumindest nach außen hin, denn das operative Geschäft des dynamischen Unternehmens, welches nun den dynamischen Namen Prixxing trug, führte längst Prodanovic, zusammen mit einer Riege entschlussfreudiger Leistungsträger und Wertschöpfer. Preising aber war als Gesicht der Firma noch immer gefragt, denn Prodanovic wusste, wenn Preising etwas konnte, dann war es, Beständigkeit zu vermitteln, den unerschütterlichen Geist eines Familienunternehmens in der vierten Generation. Das war das Einzige, was Prodanovic, der Sohn eines bosnischen Buffetkellners, sich nicht zutraute, da er selbst der Meinung war, das Balkanhafte sei die Verkörperung der Instabilität, die es um jeden Preis als Eindruck zu vermeiden galt. Prodanovic hielt, wenn es ihm sein dicht gedrängter Kalender erlaubte, gerne kleine Vorträge an städtischen Problemschulen, wo er als Beispiel gelungener Integrationauftrat.JenerProdanovicalso,dervolleProkurabesaß, hatte Preising in die Ferien geschickt. Etwas, was er regelmäßig tat, wenn wichtige Entscheidungen anstanden.”

 
Jonas Lüscher (Zürich, 22 oktober 1976)

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

Uit:The Sweetest Dream

“An early evening in autumn, and the street below was a scene of small yellow lights that suggested intimacy, and people already bundled up for winter. Behind her the room was filling with a chilly dark, but nothing could dismay her: she was floating, as high as a summer cloud, as happy as a child who had just learned to walk. The reason for this uncharacteristic lightness of heart was a telegram from her former husband, Johnny Lennox – Comrade Johnny – three days ago. SIGNED CONTRACT FOR FIDEL FILM ALL ARREARS AND CURRENT PAYMENT TO YOU SUNDAY.
Today was Sunday. The ‘all arrears’ had been due, she knew, to something like the fever of elation she was feeling now: there was no question of his paying ‘all’ which by now must amount to so much money she no longer bothered to keep an account. But he surely must be expecting a really big sum to sound so confident. Here a little breeze – apprehension? – did reach her. Confidence was his – no, she must not say stock-in -trade, even if she had often in her life felt that, but could she remember him ever being outfaced by circumstances, even discomfited?
On a desk behind her two letters lay side by side, like a lesson in life’s improbable but so frequent dramatic juxtapositions. One offered her a part in a play. Frances Lennox was a minor, steady, reliable actress, and had never been asked for anything more. This part was in a brilliant new play, a two-hander, and the male part would be taken by Tony Wilde who until now had seemed so far above her she would never have had the ambition to think of her name and his side by side on a poster. And he had asked for her to be offered the part. Two years ago they had been in the same play, she as usual in a serviceable smaller role. At the end of a short run – the play had not been a success – she had heard on the closing night as they tripped back and forth taking curtain calls, ‘Well done, that was very good.’
Smiles from Olympus, she had thought that, while knowing he had shown signs of being interested in her. But now she had been watching herself burst into all kinds of feverish dreams, not exactly taking herself by surprise, since she knew only too well how battened down she was, how well under control was her erotic self, but she could not prevent herself imagining her talent for fun (she supposed she still had it?) even for reckless enjoyment, being given room, while at the same time showing what she could do on the stage, if given a chance. But she would not be earning much money, in a small theatre, with a play that was a gamble. Without that telegram from Johnny she could not have afforded to say yes.”

 
Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

 

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook alle tags voor Alfred Douglas op dit blog.

Rejected (Fragment)

And He hid my soul at last
In a place of stones and (ears,
Where the hours like days went past
And the days went by like years.

And after many days
That which had slept awoke,
And desire burnt in a blaze,
And my soul went up in the smoke.

And we crept away from the place
And would not look behind,
And the angel that hides his face
Was crouched on the neck of the wind.

And I went to the shrine in the hollow
Where the lutes and the flutes were playing,
And cried : ‘ I am come, Apollo,
Back to thy shrine, from my straying.’

But he would have none of my soul
That was stained with blood and with tears,
That had lain in the earth like a mole,
In the place of great stones and fears.

And now I am lost in the mist
Of the things that can never be,
For I will have none of Christ
And Apollo will none of me.

 
Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)
Portret door Marlene Dumas, 2016

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zie ook alle tags voor A. L. Kennedy op dit blog.

Uit: Serious Sweet

“It was traditional to hate foxes, but she wasn’t sure why. She guessed it was a habit to do with guilt. They always sounded injured, if not tormented, and that could get you thinking about harms you’d done to others in your past. The foxes perhaps acted like a form of haunting by offering reminders of sin, and that was never popular. Or perhaps there was no logic involved, only free-form loathing, picking a target and sticking with it.
She enjoyed the warm din of the foxes, the bloody-and-furry and white-toothed sound—it was intense, and she appreciated intensity. This was her choice. In the same way, the Hill was her choice. The open dark had given her a cliff-top feeling as soon as she came within sight of the big skyline. It provided the good illusion that she could step off from here and go kicking into space, swimming on and up. Below her, opened and spread, were instants and chains of light apparently hung in a vast nowhere, a beautiful confusion. It was easy to assume that London’s walls and structures had proved superfluous, been let go, and that only lives, pure lives, were burning in midair, floating as stacks of heat, or color, perhaps expressions of will. What might be supporting the lives, you couldn’t tell.
Then, during the course of an hour, the sun had indeed pressed in at the east, risen, birds had woken and announced the fact, as had airplanes and buses, and the world had solidified and shut her back out. It was like a person. You meet someone at night and they won’t be the same as they will if you see them in daytime. Under the still-goldenish, powdery sky, buildings had become just buildings, recognizably Victorian in the foreground and repeating to form busy furrows, their pattern interrupted where bombs had fallen in the war. These explosive absences had then been filled with newer and usually uglier structures, or else parks. There were also areas simply left gapped. They had been damaged and then abandoned, allowed to become tiny wildernesses, gaps of forgotten cause. Rockets had hit in ’44—V-1s and V-2s. Somewhere under the current library—which wasn’t council anymore—there’d been a shattered building and people in pieces, dozens of human beings torn away from life in their lunch hour. It didn’t show. There was a memorial plaque if you noticed, but other human beings, not obviously in pieces, would generally walk past it and give it no thought.”

 
A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion. Zie voor ook alle tags voorCharles Leconte de Lisle op dit blog.

Hèraklès solaire

Dompteur à peine né, qui tuais dans tes langes
Les Dragons de la Nuit ! Cœur-de-Lion ! Guerrier,
Qui perças l’Hydre antique au souffle meurtrier
Dans la livide horreur des brumes et des fanges,
Et qui, sous ton œil clair, vis jadis tournoyer
Les Centaures cabrés au bord des précipices !
Le plus beau, le meilleur, l’aîné des Dieux propices !
Roi purificateur, qui faisais en marchant
Jaillir sur les sommets le feu des sacrifices,
Comme autant de flambeaux, d’orient au couchant !
Ton carquois d’or est vide, et l’Ombre te réclame.
Salut, Gloire-de-l’Air ! Tu déchires en vain,
De tes poings convulsifs d’où ruisselle la flamme,
Les nuages sanglants de ton bûcher divin,
Et dans un tourbillon de pourpre tu rends l’âme !

 

La résurrection d’Adonis

L’aurore désirée, ô filles de Byblos,
A déployé les plis de son riche péplos !
Ses yeux étincelants versent des pierreries
Sur la pente des monts et les molles prairies,
Et, dans l’azur céleste où sont assis les dieux,
Elle rit, et son vol, d’un souffle harmonieux,
Met une écume rose aux flots clairs de l’Oronte.
Ô vierges, hâtez-vous ! Mêlez d’une main prompte,
Parmi vos longs cheveux d’or fluide et léger,
Le myrte et le jasmin aux fleurs de l’oranger,
Et, dans l’urne d’agate et le creux térébinthe,
Le vin blanc de Sicile au vin noir de Korinthe.
Ô nouveau-nés du jour, par mobiles essaims,
Effleurez, papillons, la neige de leurs seins !
Colombes, baignez-les des perles de vos ailes !
Rugissez, ô lions ! Bondissez, ô gazelles !
Vous, ô lampes d’onyx, vives d’un feu changeant,
Parfumez le parvis où sur son lit d’argent
Adonis est couché, le front ceint d’anémones !
Et toi, cher Adonis, le plus beau des daimones,
Que l’ombre du Hadès enveloppait en vain,
Bien-aimé d’Aphrodite, ô jeune homme divin,
Qui sommeillais hier dans les champs d’asphodèles !
Adonis, qu’ont pleuré tant de larmes fidèles
Depuis l’heure fatale où le noir sanglier
Fleurit de ton cher sang les ronces du hallier !
Bienheureux Adonis, en leurs douces caresses
Les vierges de Byblos t’enlacent de leurs tresses !
Éveille-toi, souris à la clarté des cieux,
Bois le miel de leur bouche et l’amour de leurs yeux !

 
Charles Leconte de Lisle (22 oktober 1818 – 18 juli 1894)

 

De Russische schrijver en dichter Ivan Aleksejevitsj Boenin werd geboren in Voronezj op 22 oktober 1870. Zie ook alle tags voor Ivan Boenin op dit blog.

As in a boundless sea in darkening fields and meadows

As in a boundless sea in darkening fields and meadows
The sunset’s tristful rays fade and then sink from sight,
And in mute twilights wake, over the steppe the shadows
Creep swiftly, bringing night.

Soft sound the gophers’ calls, and, ne’er the stillness waking,
Jerboas now appear – two or perhaps just one.
They ghost-like haunt the plain, great leaps across it taking,
And all at once are gone…

 

Youth

A whip cracks in the wood, and cattle low
And through the underbrush are heard to
Crash heavily. Leaves rustle. Snowdrops show
Their blue heads here and there. A sudden, furtive

Wind starts to blow, and ashen clouds are swept
Across the skies, a cool, fresh rain presaging…
The heart grieves and is glad that life is, strangely,
Vast like the steppe and empty like the steppe.

 

In den Alpen

Am Gipfel, in die schneebedeckten Höhen
Schnitt meine Messerklinge ein Sonett.
Vielleicht ist, wo die Tage schnell vergehen,
Einsam meine Spur noch nicht verweht.

Am Gipfel, wo der Himmel blauer leuchtet,
Wo’s Winterlicht sich freudenvoll ergeht,
Sah nur allein die Sonne, wie’s Stilett
In den smaragdnen Schnee den Vers gezeichnet.

Mich freut es, wenn der Dichter mich versteht;
Wenn auch die Masse tief im Tal, im Seichten,
Ein solches Werk niemals in Rausch versetzt …

Am Gipfel, wo der Himmel blauer leuchtet,
Schnitt ich zur Abendstunde ein Sonett
Für jene, die auch solche Höhn erreichten.

 

Vertaald door Eric Boerner

 
Ivan Boenin (22 oktober 1870 – 8 november 1953)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en journalist Timur Vermes werd geboren in 1967 in Neurenberg. Zie ook alle tags voor Timur Vermes op dit blog.

Uit: Die Hungrigen und die Satten

“Der Flüchtling versucht betont normal zu gehen, was nicht leicht ist, weil es sich nicht normal anfühlt. Ob sein Gang so natürlicher wird, kann er noch nicht sagen. Er weiß nur, dass das Normalgehen auch deshalb nicht klappt, weil ihn die Blicke der anderen nervös machen. Er zieht daraufhin den Kopf etwas ein, aber das ist der falsche Weg, das merkt er gleich an den Reaktionen: Wahrscheinlich sieht er jetzt aus wie ein buckliger Storch. Dann lieber Brust raus, Kopf hoch und grinsen.
Besser.
Er muss nur aufpassen, dass er nicht anfängt, huldvoll zu grüßen wie die alte Engländerkönigin. Hätte er es früher tun sollen? Ging eigentlich nicht. Es ist ja nicht so, dass er ewig darüber nachgedacht hat. Er ist auch jetzt noch nicht sicher, ob es richtig war. Ändern kann er es auf jeden Fall nicht mehr.
Er entspannt sich langsam, das Grinsen wird zu einem Lächeln. Er lässt sich allmählich in seine neue Rolle fallen. Ist ja logisch dass sie ihn ansehen. Wie sollte es auch anders sein: Wenn jeder Tag genauso ist wie der Tag zuvor, dann werden kleinste Veränderungen aufregend. Interessant ist, dass sein sichereres Auftreten andere Reaktionen hervorruft. Es wird weniger gekichert, und er bekommt öfter ein aufinunterndes Nicken oder Anerkennung. Zwei Kinder laufen ihm hinterher, so wie sie manchmal Autos nachlaufen. Es könnten noch mehr werden, aber dann kommt tatsächlich ein Auto, und seine Staubwolke reißt die Kinder mit sich fort.
Der Flüchtling beginnt mit der neuen Situation zu spielen. Ein Mädchen sieht ihn an, und er antwortet auf ihren Blick mit einem Tanzschritt. Sie lacht. Es fühlt sich gut an. Es war richtig. Es war’s wert. Er kitte es wohl doch früher tun sollen. Der Flüchtling biegt um die Ecke und sieht Mahmoud. Mahmoud hockt auf dein Boden und beobachtet eine Gruppe von Mädchen. Der Flüchtling schiebt die Hände in die Hosentaschen und stellt sich neben Mahmoud.
Mahmoud bewegt sich nicht.
»Das bringt nix«, sagt der Flüchtling zu ihm.
»Das weiß man nicht«, meint Mahmoud, ohne aufzublicken.
»Das weiß man. Du guckst falsch.«
»Ich guck, wie alle gucken.«
»Eben«, sagt er.
»Alle gucken zu Nayla, alle gucken wie du. Woran soll sie merken, dass du besonders bist?«
»Weil es gar nicht um Nayla geht.«
»Sondern? Um Elani?«


Timur Vermes (Neurenberg, 1967)

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: IV

“7:00 uur Maison Taciturne Le Muy, Provence, Frankrijk
Joost Doorman is als eerste wakker. Zonlicht stroomt door de kier tussen de gordijnen de slaapkamer binnen. Ze zijn in Frankrijk, in het vakantiehuis van de familie van Elsa. Ze ligt naast hem en slaapt nog. Zo stil mogelijk stapt hij uit bed, kijkt in het campingbedje van Lars, hun zoontje van acht maanden, en is zoals elke dag weer opgelucht als hij hem ziet ademhalen. Lars ligt op zijn rug, zijn armpjes langs zijn oren uitgestrekt. Hij lijkt nog dieper in slaap dan zijn moeder. Joost sluipt naar de woonkamer. Hij opent de terrasdeuren en stapt naar buiten. Het is nu al warm. Rijen wijnranken werpen lange ochtendschaduwen op het gras, naar beneden, de heuvels af. Hij sluit kort zijn ogen en haalt diep adem. In de struiken naast het huis klinken nog een paar krekels. ’s Nachts brengen ze een inmiddels vertrouwde ruis voort die hem geruststelt: ik ben niet thuis. Als ik morgen wakker word, hoef ik niets. Hij houdt van dit tijdstip. Joost wrijft in zijn ogen, de nacht eruit, de dag erin. In de verte ligt de Middellandse Zee. Het lijkt zo vlakbij, denkt hij, de zee. Het is alsof je er zo naartoe kunt lopen, terwijl je er met de auto bijna anderhalf uur over doet. Een hagedis schrikt van zijn aanwezigheid en vlucht via de klimop het dak op. Het is hun eerste vakantie sinds de geboorte van Lars en de eerste keer dat Elsa hem heeft meegenomen naar het familiehuis in de Provence. Bij aankomst was zijn verbazing over het feit dat ze dat nog niet eerder had gedaan nog groter geworden. Het is een prachtig huis op een groot stuk grond. Het terras op het zuiden heeft een weids uitzicht met wijngaarden. In de afgelopen jaren zijn de aangrenzende stukken grond opgekocht door rijke Russen die hun tuinen hebben afgeschermd met hoge witte muren en bevei I i gingscamera’s. `Het is niet meer zoals vroeger,’ had Elsa gezegd. ‘Vroeger was het hier leeg.’ Joost heeft er geen last van. Dit huis kost ze niets en ze zijn eindelijk weg. Weg uit Amsterdam en weg van zijn humorloze collega’s bij het ontwerpbureau. Elsa heeft tot zijn tevredenheid haar laptop thuisgelaten. Zo moet ze zich wel overgeven aan de vakantie. Geen lange mails beantwoorden, geen lastminuteresearch doen voor de definitieve versie van haar proefschrift. Deze weken zijn perfect: alleen zij, hij, Lars en het vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Het had hem wel wat moeite gekost haar te overtuigen. `Het moet nu,’ had hij gezegd. Elsa was net thuisgekomen. Ze was doorweekt van de regen en stroopte haar broek af in het halletje van hun huis in de Watergraafsmeer. Lars huilde. ‘Het moet echt nu. Het duurt anders weer maanden voor we tegelijk vrij kunnen krijgen.’ Joost had zo sneu geklonken dat Elsa erom had moeten lachen. `Hoeveel maanden?’ had ze gevraagd, terwijl ze haar haar afdroogde. `Zestig miljoen,’ was zijn antwoord.”

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Doorgaan met het lezen van “Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes”

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Magnus

“In de krant stond een artikel over een Chinese buschauffeur. De chauffeur had een boete gekregen omdat hij zijn bus had achtergelaten in een drukke straat in de stad Wuhan. Volgens het artikel had hij tijdens zijn werk heimwee gekregen, zijn bus stilgezet, een taxi aangehouden en was hij naar huis gegaan. De stilstaande bus veroorzaakte een file in de straten van de stad en de chauffeur kreeg een boete van vijfhonderd yuan. Ik zat in de keuken en dacht aan de buschauffeur, probeerde langs een wereld aan steden, velden, bergen en zeeën in het hoofd te kijken van de man die heimwee kreeg tijdens een gewone werkdag. Tot dat moment was ik in de veronderstelling dat heimwee ontstond op verre reizen op onoverkomelijke afstanden in tijd en plaats, maar deze chauffeur was gewoon aan het werk in de stad waar hij woonde, miste zijn familie en nam een taxi naar huis.
Ik probeerde onze laatste dagen te reconstrueren, om te ontdekken waarom ze was vertrokken, maar ik herinnerde me eigenlijk vooral één ding. De laatste dag dat ze er nog was had ze een cd gedraaid van een net doorgebroken Amsterdamse singer-songwriter: Ted Robin. Hij was een liedje komen spelen in het televisieprogramma waar zij op de redactie werkte en daarna had ze zijn cd gekregen. De liedjes waren een soundtrack bij mijn dagen geworden en ik kreeg ze niet uit mijn hoofd, zelfs niet nadat ze vertrokken was.
Would it be different if I were a dog, zong Ted als ik opstond. En ‘Sunday Morning Drugs’. The story of my life — Sunday morning church — the only way to survive — with my Sunday morning drugs. In het begin deed ik alsof er een last van mijn schouders was gevallen nadat ze was vertrokken en het was mijn overtuiging dat ik haar langzaam zou vergeten, dat de herinneringen aan haar plaats zouden maken voor herinneringen aan nieuwe vrouwen, nieuwe huizen, andere ijsbeervoetensloffen en betere gesprekken. Het zou een kwestie van tijd zijn voor dat gebeurde.
De eerste beelden van Caro liggen aan de andere kant van het millennium, tijdens een reis naar Florence met een stuk of veertig vijfdeklassers van het Maartenscollege. Er hingen twee lijsten aan een pilaar in de hal van de school: een voor de reis naar Rome en een voor de reis naar Florence. Tegen de tijd dat ik me eindelijk had laten overtuigen om mee te gaan was de lijst voor Rome al vol.”

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Doorgaan met het lezen van “Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Jonas Lüscher, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle, Ivan Boenin, Timur Vermes”

Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

De Nederlandse schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Henrik Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arjen Lubach op dit blog.

Uit: Bastaardsuiker

“Het was een woensdag en het was eindelijk warmer geworden. De dorpen in het noorden van het land waren aan het smelten.
Anna ging naar binnen en ik volgde haar. ik nam plaats in een wachtruimte en zij ging naar binnen. Mijn gedachten dwaalden af naar momenten voor het schandaal, voor Anna groot was. Hoe alles had geklopt. Het had niet veel gescheeld of alles had voor altijd geklopt. Zomers waren langer, winters strenger, mensen vriendelijker. Bedrijven waren nog geen onoplosbare kluwen van structuren, onderbazen, raden van besturen, maar gewoon gebouwen met een parkeerplek en een kamer voor de directeur.
Daarna verschenen herinneringen van na het schandaal, toen niet alles meer klopte, maar er nog genoeg was om voor te leven. De kleine Anna, de staatsbezoeken, de denktank, nieuwe uitvindingen. Tot ze uiteindelijk in de stad ging wonen en ik haar uit mijn vingers heb laten glippen.
Na vijf minuten kwam Anna naar buiten. Ze huilde.
We zijn te laat, zei ze. Ik ben een week te laat. Het mag niet meer.
(…)

Gisteren ben ik opnieuw bij hem op bezoek gegaan. Elin was er niet. Een grote ventilator hield zijn kamer koel. Hij zag er beter uit dan een paar weken geleden. Zijn matras stond omhoog
gedraaid, waardoor hij rechtop kon zitten in zijn bed.
We bleven veel stil. Soms zeiden we minutenlang niets en luisterde ik naar de apparaten die naast zijn bed stonden.
‘Ben je met iets nieuws bezig?’ vroeg hij met enige moeite.
‘Er circuleren ideeën door mijn hoofd,’ zei ik.
Een aantal keer begon ik aan een vraag. Iets over vroeger, alsof ik nog meer wilde weten dan ik al wist. Aanvullingen op het manuscript of op herinneringen waarvan de helft was versleten in de jaren. Ik vertelde hem over Emma, over mijn boeken en over Gabor. Daarna vertelde ik overjonas.”

 
Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

Doorgaan met het lezen van “Arjen Lubach, Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle”

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

Lullopertje

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,
En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.

Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:
Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;
Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.

Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor
(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.
Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.

Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.

 

Contraprestatie

Ik doe niet veel, ‘k breng de dagen door
met punten slijpen. ‘k Weet van vóór
nauw’lijks dat ik van achteren leef
noch wat voor zin of nut het heeft.

Als ’t puntje goed is, zet ik hier
of daar een krul op het papier,
O, ‘k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor dit land!

Soms, onder ’t slijpen groeit de wens
actief te zijn, een actiemens.

Maar zie ik dan, op ’t Journaal,
dat hol gesjouw, dat leeg kabaal,

dan denk ik weer op de rand van ’t bed:
vandaag één krul te veel gezet.

 
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Doorgaan met het lezen van “Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy, Charles Leconte de Lisle”

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

 

Weemoedt’s Herfstcantate

Ik was niet altijd zo alleen,
integendeel: rondom mij heen
danste een bonte meisjesschaar
en ik kuste maar, ik kuste maar.

Maar van zo menig lief gezicht
bleef steeds alleen een triest gedicht
en ‘k dacht wel eens: ik vind geen rust
vóór ik de Dood-Zelf heb gekust.

Ik woon alleen nu. Heb een hond.
Verlang ik naar een meisjesmond,

dan trek ik, als het broeit en stooft,
een oud condoom over mijn hoofd

en luister naar een Requiem-Mis
en denk dan stil: “the best there is”!

 

Asyl

Veel honden hebben baasjes,
veel mannen wel een vrouw.
Ik heb alleen maar niemand
waar ik zoveel van hou.

 

Dakkapel

’k Zie zo vaak verliefde paartjes
even stilstaan voor mijn huis:
‘Daar woont Weemoedt’, wijst de jongen.
En het meisje slaat een kruis.

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Doorgaan met het lezen van “Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas, A. L. Kennedy”

Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Naamloos

De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.

 

De trek

(liedje)

’s Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad’ren van een trek:

een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp’len en prei

gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.

Daar achteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,

en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

Doorgaan met het lezen van “Lévi Weemoedt, Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas”

Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: The Grass is Singing

„Long before the murder marked them out, people spoke of the Turners in the hard, careless voices reserved for misfits, outlaws, and the self-exiled. The Turners were disliked, though few of their neighbours had ever met them, or even seen them in the distance. Yet what was there to dislike? They simply ‘kept themselves to themselves’; that was all. They were never seen at district dances, or fêtes, or gymkhanas. They must have had something to be ashamed of; that was the feeling. It was not right to seclude themselves like that; it was a slap in the face of everyone else; what had they got to be so stuck-up about? What, indeed! Living the way they did! That little box of a house – it was forgivable as a temporary dwelling, but not to live in permanently. Why, some natives (though not many, thank heavens) had houses as good; and it would give them a bad impression to see white people living in such a way.

And then it was that someone used the phrase ‘poor whites’. It caused disquiet. There was no great money-cleavage in those days (that was before the era of the tobacco barons), but there was certainly a race division. The small community of Afri­kaners had their own lives, and the Britishers ignored them. ‘Poor whites’ were Afrikaners, never British. But the person who said the Turners were poor whites stuck to it defiantly. What was the difference? What was a poor white? It was the way one lived, a question of standards. All the Turners needed were a drove of children to make them poor whites.

Though the arguments were unanswerable, people would still not think of them as poor whites. To do that would be letting the side down. The Turners were British, after all.

Thus the district handled the Turners, in accordance with that esprit de corps which is the first rule of South African society, but which the Turners themselves ignored. They ap­parently did not recognize the need for esprit de corps; that, really, was why they were hated.“

 

Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

Doorgaan met het lezen van “Doris Lessing, Arjen Lubach, Alfred Douglas”

Arjen Lubach, Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle

De Nederlandse schrijver schrijver, cabaretier en televisiepresentator Arjen Henrik Lubach werd geboren in Lutjegast op 22 oktober 1979. In augustus 2006 verscheen Lubachs debuutroman “Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend” en in april 2008 de roman “Bastaardsuiker”, beide bij uitgeverij Meulenhoff. In maart 2011 zal de de nieuwe roman van Lubach verschijnen:’Magnus,’ uitgegeven door uitgeverij Podium. Daarnaast schrijft Lubach j voor de VPRO-radio, columns voor CJP magazine, opiniestukken voor NRC next en scenario’s voor film en theater. Lubach werkte eerder als freelance-tekstschrijver voor radio en televisie (onder andere voor Vara Laat, Koppensnellers en De Wereld Draait Door). Sinds 2001 treedt Lubach op met zijn theatergezelschap Op Sterk Water en stond daarmee o.a. op Lowlands, Hard Gelach, Laughing Matters en in theaters in Nederland en België. Sinds 2005 maakt Lubach – samen met Edo Schoonbeek en Pieter Jouke – de internetsite Buro Renkema, waarvan de items ook te zien waren bij Pauw & Witteman, Koppensnellers en De Wereld Draait Door.

Uit: Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend.

“Ik ben ooit verdwaald in de vlindertuin van een dierenpark. Mijn moeder zei: ‘Niet te snel lopen. Het is hier nogal benauwd.’

Het was zomer. Ze droeg een rood hemd. Waar de bandjes van haar hemd zaten was haar huid wit. Daarnaast was het rood. Zowel mijn moeder als ik werden eerder rood dan bruin in de zomer en ons haar werd soms zo blond dat mensen dachten dat we albino’s waren.

Ik wilde wel rustig aan doen, maar ik wilde ook achter vlinders aanrennen. Toen ik een paar minuten achter een groen vlindertje aan had gerend, kon ik mijn moeder nergens meer vinden. Waar ik ook keek, hoeveel mensen ik ook zag, nergens zag ik mijn moeder. Het viel me op dat alle mensen op elkaar leken, behalve op mijn moeder.

De paden in de vlindertuin vormden een cirkel en ik denk dat ik het kwartier daarop die cirkel wel dertig keer rond ben gerend. Het was heet. Niet alleen in de overdekte vlindertuin, maar ook daarbuiten. Daardoor was het extra heet. Toen ik niet meer kon en begon te huilen pakte een oude vrouw mij bij de arm.

‘Jij bent zeker kwijt?’ vroeg ze. Ik ben niet kwijt, dacht ik. Ik ben er nog gewoon. Mijn moeder is kwijt.

‘Nee,’ zei ik. Ik probeerde los te komen. ‘Ik zoek mijn moeder.’

‘Loop maar mee,’ zei de oude vrouw. Ze nam me mee naar de ingang van het park. Bij de kassa moest ik bij een medewerkster op schoot zitten.

lubach

Arjen Lubach (Lutjegast, 22 oktober 1979)

 

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Autumn Days

I have been through the woods to-day
And the leaves were falling,
Summer had crept away,
And the birds were not calling.

And the bracken was like yellow gold
That comes too late,
When the heart is sad and old,
And death at the gate.

Ah, mournful Autumn ! Sad,
Slow death that comes at last,
I am mad for a yesterday, mad !
I am sick for a year that is past!

Though the sun be like blood in the sky
He is cold as the lips of hate,
And he fires the sere leaves as they lie
On their bed of earth, too late.

They are dead, and the bare trees weep
Not loud as a mortal weeping,
But as sorrow that sighs in sleep,
And as grief that is still in sleeping.

 

A Winter Sunset

The frosty sky, like a furnace burning,
The keen air, crisp and cold,
And a sunset that splashes the clouds with gold
But my heart to summer turning.

Come back, sweet summer ! come back again !
I hate the snow,
And the icy winds that the north lands blow,
And the fall of the frozen rain.

I hate the iron ground,
And the Christmas roses,
And the sickly day that dies when it closes,
With never a song or a sound.

Come back ! come back ! with your passionate heat
And glowing hazes,
And your sun that shines as a lover gazes,
And your day with the tired feet.

douglas.jpg

Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)
Hier met Oscar Wilde (rechts)

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2007 en ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Uit: The Good Terrorist

The house was set back from the noisy main road in what seemed to be a rubbish tip. A large house. Solid. Black tiles stood at angles along the gutter, and into a gap near the base of a fat chimney a bird flew, trailing a piece of grass several times its length.
“I should think 1910,” said Alice. “Look how thick the walls are.” This could be seen through the broken window just above them on the first floor. She got no response, but nevertheless shrugged off her backpack, letting it tumble onto a living rug of young nettles that was trying to digest rusting tins and plastic cups. She took a step back to get a better view of the roof. This brought Jasper into vision. His face, as she expected it would be, was critical and meant to be noticed. For her part, she did not have to be told that she was wearing her look, described by him as silly. “Stop it,” he ordered. His hand shot out, and her wrist was encircled by hard bone. It hurt. She faced him, undefiant but confident, and said, “I wonder if they will accept us?” And, as she had known he would, he said, “It is a question of whether we will accept them.”
She had withstood the test on her, that bony pain, and he let her wrist go and went on to the door. It was a front door, solid and sure of itself, in a little side street full of suburban gardens and similar comfortable houses. They did not have slates missing and broken windows.
“Why, why, why?” asked Alice angrily, addressing the question, probably, to the universe itself, her heart full of pain because of the capacious, beautiful, and unloved house. She dragged her backpack by its strap after her and joined him.
“Profit, of course,” he said, and pressed the bell, which did not ring. He gave the door a sharp push and they went into a large shadowy hall where stairs went strongly up, turned at a wide landing, and rose out of sight. The scene was illuminated by a hurricane lamp that stood on the floor, in a comer. From a side room came the sound of soft drumming. Jasper pushed open this door, too. The windows were covered by blankets, leaving not a chink of light. A black youth looked up from his family of drums, his cheeks and teeth shining in candlelight. “Hi,” he said, all his fingers and both feet at work, so that it seemed he was dancing as he sat, or was perhaps on some kind of exercise machine.

lessing

Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007 en ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Gedeelde smart

De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.

Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven.

Ik wed nu dat geen sterveling ooit raadt
wie nu die twee zo bitter treuren laat.

Maar stuur toch in: wat aanspraak doet ons goed.
Wij zien uw brief vol wanhoop tegemoet.

 

Hamlet

Ik hier alleen. Jij in Den Haag.
Zijn of Azijn. Dat blijft de vraag.

Zij zat van Amsterdam tot Hollands Spoor te breien,
o lief gezichtje! Vlijtig slonk de kluwen wol.

Ik lag in ’t bagagerek schuin boven haar te schreien,
’t liefst kroop ik naast haar, maar de hele trein zat vol.

‘k Zoog op mijn kaartje, ach! ik kon geen smoes verzinnen!
t Was bitter afzien onder reiswieg, weekendtas

en diplomatenkoffer. Langs mijn regenjas
viel in haar blousje soms een hete traan naar binnen.

Maar zij liet al die tijd niet ’t kleinste steekje vallen:
de naalden stampten, ja, ze breide als een trein!

Haar borstjes hupten als twee jonge tennisballen
en ik wou liever niet meer hier op aarde zijn …

Wáár heb jij toch zo deeg’lijk leren breien?
Bij Schoevers? bij de Vos? de L. 0. I. ?

En ik, waar leerde ik zo droevig schreien?
Waar leerde ik de eerste melancholie..?

 weemoedt

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Uit: Original Bliss

„Mrs. Brindle lay on her living-room floor, watching her ceiling billow and blink with the cold, cold colours and the shadows of British Broadcast light. A presumably educative conversation washed across her and she was much too tired to sleep or listen, but that was okay, that was really quite all right.

“What about the etiquette of masturbation? Because everything runs to rules, you know, even the bad old sin of Onan. So what are the rules in this case? About whom may we masturbate?”

“Someone we have only ever seen and never met?”

“Quite common, almost a norm–we feel we are offending no one, we superimpose a personality on a picture, in as far as our dreadful needs must when that particular devil drives, and that’s that.”

Harold Wilson’s baby, friend to the lonely, the Open University.

“How about a casual acquaintance? Someone with whom we have never been intimate and with whom we never will? Someone our attentions would only ever shock?”

“Actually, that’s much more rare. We imagine their, shall we say disgust, and find it inhibits us. We steer our thoughts another way.”

Mrs. Brindle rolled onto her stomach, noticing vaguely how stiffened and tender her muscles had grown. Women of her age were not intended to rest on floors. Beside her head, the moving picture of a man with too much hair grinned clear across the screen. Video recorders were catching his every detail in who could tell how many homes where students and other interested parties were now sensibly unconscious in their beds, their learning postponed to coincide with convenience. Mrs. Brindle didn’t care about education, she cared about company. She was here and almost watching, almost listening, because she could not be asleep. Other people studied at their leisure and worked towards degrees, Mrs. Brindle avoided the presence of night.

“On the other hand, we are highly likely to make imaginary use,” the voice was soft, jovially clandestine, deep in the way that speech heard under water might be, “of someone with whom we intend to be intimate.”

kennedy

A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

De Russische schrijver en dichter Ivan Aleksejevitsj Boenin werd geboren in Voronezj op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Uit: The Gentleman From San Francisco (Vertaald door S. S. Koteliansky en Leonard Woolf)

„THE gentleman from San Francisco nobody either in Capri or Naples ever remembered his name was setting out with his wife and daughter for the Old World, to spend there two years of pleasure.

He was fully convinced of his right to rest, to enjoy long and comfortable travels, and so forth. Because, in the first place he was rich, and in the second place, notwithstanding his fifty-eight years, he was just starting to live. Up to the present he had not lived, but only existed ; quite well, it is true, yet with all his hopes on the future. He had worked incessantly and the Chinamen whom he employed by the thousand in his factories knew what that meant. Now at last he realized that a great deal had been accomplished, and that he had almost reached the level of those whom he had taken as his ideals, so he made up his mind to pause for a breathing space. Men of his class usually began their

enjoyments with a trip to Europe, India, Egypt.

He decided to do the same. He wished naturally to reward himself in the first place for all his years of toil, but he was quite glad that his wife and daughter should also share in his pleasures.

True, his wife was not distinguished by any marked susceptibilities, but then elderly American women are all passionate travellers. As for his daughter, a girl no longer young and somewhat delicate, travel was really necessary for her : apart from the question of health, do not happy meetings often take place in the course of travel ? One may find one’s self sitting next to a multimillionaire at table, or examining frescoes side by side with him. The itinerary planned by the Gentleman of San Francisco was extensive. In December and January he hoped to enjoy the sun of southern Italy, the monuments of antiquity, the tarantella, the serenades of vagrant minstrels, and, finally, that which men of his age are most susceptible to, the love of quite young Neapolitan girls, even when the love is not altogether disinterestedly

given. Carnival he thought of spending in Nice, in Monte Carlo, where at that season gathers the most select society, the precise society on which depend all the blessings of civilization the fashion in evening dress, the stability of thrones, the declaration of wars, the prosperity of hotels ; where some devote themselves passionately to automobile and boat races, others to roulette, others to what is called flirtation, and others to the shooting of pigeons which beautifully soar from their traps over emerald lawns, against a background of forget-me-not sea, instantly to fall, hitting the ground in little white heaps.“

boenin

Ivan Boenin (22 oktober 1870 – 8 november 1953)
Portret door Oleg Radvan

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 22 oktober 2008 en ook mijn blog van 22 oktober 2009.

Les clairs de lune – I

C’est un monde difforme, abrupt, lourd et livide,
Le spectre monstrueux d’un univers détruit
Jeté comme une épave à l’Océan du vide,
Enfer pétrifié, sans flammes et sans bruit,
Flottant et tournoyant dans l’impassible nuit.
Autrefois, revêtu de sa grâce première,
Globe heureux d’où montait la rumeur des vivants,
Jeune, il a fait ailleurs sa route de lumière,
Avec ses eaux, ses bleus sommets, ses bois mouvants,
Sa robe de vapeurs mollement dénouées,
Ses millions d’oiseaux chantant par les nuées,
Dans la pourpre du ciel et sur l’aile des vents.
Loin des tièdes soleils, loin des nocturnes gloires,
À travers l’étendue il roule maintenant ;
Et voici qu’une mer d’ombre, par gerbes noires,
Contre les bords rongés du hideux continent
S’écrase, furieuse, et troue en bouillonnant
Le blême escarpement des rugueux promontoires.
Jusqu’au faîte des pics elle jaillit d’un bond,
Et, sur leurs escaliers versant ses cataractes,
Écume et rejaillit, hors des gouffres sans fond,
Dans l’espace aspergé de ténèbres compactes.
Et de ces blocs disjoints, de ces lugubres flots,
De cet écroulement horrible, morne, immense,
On n’entend rien sortir, ni clameurs ni sanglots
Le sinistre univers se dissout en silence.
Mais la Terre, plus bas, qui rêve et veille encor
Sous le pétillement des solitudes bleues,
Regarde en souriant, à des milliers de lieues,
La lune, dans l’air pur, tendre son grand arc d’or.

leconte

Charles Leconte de Lisle (22 oktober 1818 – 18 juli 1894)
Portret door Jacques Leonard Blanquer, 1885

Alfred Douglas, Doris Lessing, Lévi Weemoedt, A. L. Kennedy, Ivan Boenin, Charles Leconte de Lisle

De Engelse dichter en schrijver Alfred Douglas werd geboren in Ham Hill in Worcestershire op 22 oktober 1870. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

 

LONDON

 

SEE what a mass of gems the city wears

Upon her broad live bosom! row on row

Rubies and emeralds and amethysts glow.

See! that huge circle, like a necklace, stares

With thousands of bold eyes to heaven, and dares

The golden stars to dim the lamps below,

And in the mirror of the mire I know

The moon has left her image unawares.

 

That’s the great town at night: I see her breasts,

Prick’d out with lamps they stand like huge black towers,

I think they move! I hear her panting breath.

And that’s her head where the tiara rests.

And in her brain, through lanes as dark as death,

Men creep like thoughts . . . The lamps are like pale flowers.

 

alfdouglas

Alfred Douglas (22 oktober 1870 – 20 maart 1945)

 

De Britse schrijster Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 11 oktober 2007 en mijn blog van 22 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

Uit: Alfred & Emily

 

The suns of the long summers at the beginning of the last century promised only peace and plenty, not to mention prosperity and happiness. No
one remembered anything like those summer days when the sun always shone. A thousand memoirs and novels averred that this was so, and that is why I may confidently assert that on that Saturday afternoon in August 1902, in the village of Longerfield, it was a splendid afternoon. The occasion was the annual celebration of the Allied Essex and Suffolk Banks, and the place was a vast field lent every year by Farmer Redway who usually kept cows in it.

There were different focuses of activity. At the end of the field, excited cries and shouts told that here were the children’s games. A long trestle table laden with every kind of foodstuff stood under some oaks. The main arena of attention was the cricket match, and around the white-clad figures clus-tered most of the spectators. The whole scene was about to be absorbed by the shadows from the big elms that divided this field from the next where the expelled cows watched the proceedings, while their jaws moved reminiscently like those of gossips. The players in their fresh whites, which were a bit dusty after a day of play, knew their importance in this summer festival, conscious that every eye was on them, including those of a group of townspeople leaning over a fence, who were determined not to be left out.“ 

 

Lessing

Doris Lessing (Kermanshah, 22 oktober 1919)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2006 en ook mijn blog van 22 oktober 2007.

 

 

Schöner wohnen

 

Geen vogel zingt, geen hier die kwinkeleert
in ´t kil vertrek, waaraan de dood komt knagen:
de leunstoel kraakt, door meen´ge worm verteerd;
´s nachts lig ik in een oorverdovend zagen.

Dan vind ik ´s morgens in het eiken tafelblad
de indrukken van honderdduizend kaken,
zie kleine rode voetjes op mijn klad:
een bloedrig spoor loopt dwars over mijn laken.

Het leven voel ik uit mij weggezogen
en geesteloos als een dode dichter zwerf
ik door de lege dag met mijn holle ogen
maar beelden van verrotting en bederf.
Waar ik ook heen kijk: overal kleurloos draf:
een vaas vol dode takken voor de ruiten;
wat vissen, drijvend in een mosgroen graf.
´t Verval is met geen dichte deur te stuiten.

Aan ´t kleinste groen volijv´ren hier de luizen:
Een plant is in een etmaal uit de pot.
Mijn hoop wordt kaalgevreten door de muizen.
Zelfs in mijn mooiste dromen zit de mot.

Nu alles wat hier leeft wordt weggezeist,
heb ´k niemand meer om het waarom te vragen,
want ´t bijtend zuur van deze bitt´re dagen
heeft ook jouw foto weggevreten uit de lijst.

 

Op dood spoor

Om half twee zit ik al werkeloos teneêr,
en luister naar ’t gehamer en gezang
van ’t lustig werkvolk, dat in mijn belang
een kerk bouwt of een school: wat doet dat zeer!

Ik kan een leerzaam boek gaan zitten lezen
een borrel pakken of een feestsigaar.
Maar ik kijk buiten: ’t dak is bijna klaar!
Ik zou het liefst zeer dronken willen wezen.

En ik moet denken aan het Wereldwee:
mijn ziel vliegt uit tot naar mijn Kameraden,
verkleumd in het kolbert, verkwanseld en verraden.
Mijn hart slaat solidair met ied’re doodsklap mee.

O! Stond ik daar, de vuist met staal geladen,
en dreunde mijn slag in ’t Koor der Dapp’ren mee!
Maar ik moest van den ploert Van Kemenade
zo nodig dóórleren en dan: in de W.W.!!

Levi_Weemoedt

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

 

De Schotse schrijfster Alison Louise Kennedy werd geboren op 22 oktober 1965 in Dundee. Zij studeerde van 1983 tot 1986  theater studies en drama aan de University of Warwick. Tegenwoordig woont zij in Glasgow. Van 2002 tot 2007 doceerde zij creatief schrijven aan de University of St Andrews.

 

Werk o.a.: Night Geometry & the Garscadden Trains (1990), Looking for the Possible Dance (1993), Tea and Biscuits (1996), Paradise (2004), Day (2007)

 

Uit: So I Am Glad (1995)

 

„I hate secrets. No, that’s a lie, and here I was hoping to tell you the truth. Start again.

 

I hate to be on the blind side of a secret. That’s more like it. Sometimes I’ll be shown, let in on, something that seems a real secret to me, I’ll be allowed to stand right up against it and look all I like, but I still won’t understand. I might as well be staring at a length of algebra, an unknown language–it will have no meaning for me. Worse than that, I will know that it must have a meaning for somebody else. So I’m stupid. No one needs to hide this from me, it is, quite simply, beyond me. I am on the blind side.

 

I don’t know if I grew up with this ferocious need to uncover the ins and outs of everything, or if growing up made me this way. I was an only child and it seems to me now I had nothing to do all day but be too interested. Because I had this odd frustration. My parents were not of the kind to avoid questions, or to slip me the type of tidy fable I would hear more distant adults and schoolteachers palming off on children, or even each other. At home, we had nothing hidden. I could ask my mother and father anything and be answered with something solid and realistic. My problem was, I very rarely knew what they meant. As my years with them passed, I became more and more certain that I had an excellent grasp of the world around me, but that it would never make any sense.“

 

Kennedy

A. L. Kennedy (Dundee, 22 oktober 1965)

 

De Russische schrijver en dichter Ivan Aleksejevitsj Boenin werd geboren in Voronezj op 22 oktober 1870. Vanaf 1889 woonde hij in Charkov waar hij o.m. werkzaam was als ambtenaar, bibliothecaris en assistent-redacteur van Orlovskiy Vestnik, een plaatselijke krant. Daarna woonde hij afwisselend in Moskou en Sint-Petersburg. In 1891 publiceerde hij zijn eerste korte verhaal in Russkoye Bogatstvo, het literaire tijdschrift van N.K. Michailovsky. Tien jaar later, in 1901 publiceerde hij zijn eerste bundel gedichten onder de titel Listopad, die zeer gunstig werd ontvangen door de Russische critici. Hij raakte bevriend met Anton Tsjechov met wie hij een correspondentie voerde. Daarnaast onderhield hij vriendschappelijke contacten met Lev Tolstoj en Maxim Gorki. Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte Boenin enkele reizen naar o.m. Ceylon, Palestina, Turkije en Egypte. Na de Russische Revolutie in 1917 verliet hij Moskou en vluchtte hij via Odessa naar Grasse in Frankrijk. Als balling schreef hij enkel nog over Rusland. In 1933 kreeg hij als eerste Russische schrijver de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend voor Het leven van Arsenjev, een sterk autobiografische roman die handelt over het leven van de verarmde adel in Rusland rond 1900. Ondanks zijn grote afkeer van het fascisme bleef Boenin tijdens de Tweede Wereldoorlog in Grasse. Hij had enige tijd een Joodse onderduiker in huis. Na de oorlog begon Boenin zich te interesseren voor Sovjet-literatuur en maakte hij plannen om terug te keren naar Rusland. In 1953 overleed hij echter aan een hartaanval in Parijs.

 

 

Der Hund

 

O träum nur, träum! Dein goldner Blick erhebt
Zum Fenster sich, vor dem sich Flocken regen,
Zum Dach, an dem ein Streifen Schnee schon klebt,
Zu wehenden Pappeln, die den Himmel fegen.

 

Du rückst ein wenig näher zu mir her,
Rollst dich zusammen, willst, daß wir uns wähnen
In einer Weite, grenzenlos und leer,
Verlockt von grauem Himmel und Moränen,

 

Vom Schneebereich, aus dem du einmal kamst,
Mir fremd, von nebelüberdeckten Räumen,
Der Tundra, von der du dein Dasein nahmst.

 

Ich teil mit dir und teil mit deinen Träumen:
Ich bin ein Mensch, wie Gott bin ich bereit
Zur Trauer aller Welt und aller Zeit.

 

 

 

Feuerwerk

 

Wie aus der Wolke Blitze fallen, schlug
Aus nachtverhüllter Erde eine lange,
Ins Finstre zischend abgesprungene Schlange,
Die glühend einen Zahn im Maule trug.

 

Sie blieb ins Leere aufgebäumt. Vermessen
Biß sie die Nacht ins Herz. Dann war im Dunkel
Diamantener Tränen eiliges Gefunkel
Und tröstlich schön ihr Sinken ins Vergessen.

 

 

 

Vertaald door Hans Baumann

 

 

 

Der Rhythmus

 

Die Uhr hat unter Keuchen zwölf geschlagen
im Nachbarsaal, der finster ist und leer;
die Augenblicke, das Sekundenheer,
das ins Vergessen eilt mit unsren Tagen,

 

jagt wieder weiter, achtet nicht der Klagen
und prägt das Muster neu im Zeitenmeer;
vom Rhythmus – träumerisches Ungefähr
laß ich mich neu dem Ziel entgegentragen.

 

Die Augen öffnen sich, das Licht ist grell,
ich hör mein Herz in seinem Weiterschreiten
und dieser Zeilen abgemeßnes Gleiten,
die Sphärenharmonien klingen hell.

Uns treibt der Rhythmus. Ziellos sind die Weiten!
Doch ohne ihn erstürb’ das Leben schnell.

 

 

 

Vertaald door Kay Borowsky

 

Boenin

Ivan Boenin (22 oktober 1870 – 8 november 1953)

 

De Franse dichter en schrijver Charles Marie René Leconte de Lisle werd geboren op 22 oktober 1818 op het eiland Réunion – toen Bourbon geheten – in de Indische oceaan, als zoon van een militair chirurg; de familie bezat er een suikerplantage. Op vierjarige leeftijd verliet hij het eiland, maar keerde er vier maal terug. Als opgroeiende jongeman reisde hij uitgebreid door India. Vanaf 1846 vestigde hij zich voorgoed in Frankrijk, maar hij zou het tropische paradijs uit zijn jeugd nooit vergeten.
Zoals zoveel intellectuelen uit zijn tijd raakte Leconte de Lisle bevlogen door de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk. Toen hij zich in 1848 verkiesbaar had gesteld maar niet gekozen werd, keerde hij de politiek echter radicaal de rug toe en wijdde hij zich uitsluitend aan de poëzie.
In 1852 verscheen zijn eerste gedichtenbundel, Poèmes classiques, tien jaar later gevolgd door Poèmes barbares en in 1884 door Poèmes tragiques. De Poèmes Classiques werden bekroond door de Académie Française, waar Leconte de Lisle later de zetel van Victor Hugo zou innemen. De dichter werd in één klap de aanvoerder van de School der Parnassiërs, een stroming in de poëzie die, in de voetsporen van Théophile Gautier, de ‘l’art pour l’art’-theorie propageerde.

 

 

La mort du soleil

 

Le vent d’automne, aux bruits lointains des mers pareil,
Plein d’adieux solennels, de plaintes inconnues,
Balance tristement le long des avenues
Les lourds massifs rougis de ton sang, ô soleil !

La feuille en tourbillons s’envole par les nues ;
Et l’on voit osciller, dans un fleuve vermeil,
Aux approches du soir inclinés au sommeil,
De grands nids teints de pourpre au bout des branches nues.

Tombe, Astre glorieux, source et flambeau du jour !
Ta gloire en nappes d’or coule de ta blessure,
Comme d’un sein puissant tombe un suprême amour.

Meurs donc, tu renaîtras ! L’espérance en est sûre.
Mais qui rendra la vie et la flamme et la voix
Au coeur qui s’est brisé pour la dernière fois ?

 

 

 

Le dernier souvenir

 

J’ai vécu, je suis mort. – Les yeux ouverts, je coule
Dans l’incommensurable abîme, sans rien voir,
Lent comme une agonie et lourd comme une foule.

Inerte, blême, au fond d’un lugubre entonnoir
Je descends d’heure en heure et d’année en année,
À travers le Muet, l’Immobile, le Noir.

Je songe, et ne sens plus. L’épreuve est terminée.
Qu’est-ce donc que la vie ? Étais-je jeune ou vieux ?
Soleil ! Amour ! – Rien, rien. Va, chair abandonnée !

Tournoie, enfonce, va ! Le vide est dans tes yeux,
Et l’oubli s’épaissit et t’absorbe à mesure.
Si je rêvais ! Non, non, je suis bien mort. Tant mieux.

Mais ce spectre, ce cri, cette horrible blessure ?
Cela dut m’arriver en des temps très anciens.
Ô nuit ! Nuit du néant, prends-moi ! – La chose est sûre :

Quelqu’un m’a dévoré le coeur. Je me souviens.

 

Leconte_de_LIsle

Charles Leconte de Lisle (22 oktober 1818 – 18 juli 1894)