Erik Lindner, Jehuda Amichai, Johan de Boose, Paul Bogaert, Marc Dugain, Ben Elton, Klaus Modick, Agnès Desarthe, Juan Gelman

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

Tijdelijke halte

Is dit een stad? Huizen en trams
raken los van elkaar de straat.

Dit is een luifel. Een marmeren zuil.
Een kapsalon die nog ruikt naar jus.

Hier is een zwembad. Een glazen pui.
Een winkelstraat waar het verkeer niet past.

Ze bukt niet als ze door het kikkerbad waadt
en met haar vingers de kruin van het kind aanraakt.

Bij elke beweging aan het fotokopieerapparaat
schiet de schuifdeur van de supermarkt open.

Zo verklaart een passant wat passeren is:
een stad die je verlaat terwijl je er blijft.

 

De tramontane

Voor de kust rust de duiker in zijn verhaal
en tekent kaal de bergwand aan het strand.
De wind snijdt het verhaal en slijpt en slijpt
bladeren van de platanen – het raamkozijn.

Ik kwam met de wind mee voor dit verhaal.
De reis vertelde een man liep over de berg
en het verhaal loopt dood op zee. De wind

speelt heer op zijn graf. En de duiker raakt
bekneld tussen het steen, de helpers duiken
op en de wind verplettert de deining de zee.

De duiker schildert windvlagen voor de kust.
De bergwand bloeit. En het graf is een trede
naar het koraal in een spelonk op de bodem
boven de kleurgravure van het bloemgordijn.

 

Kranten blijven liggen

Kranten blijven liggen als de tram niet rijdt
geen ziel staat op om zijn plaats af te staan
fietsbanden glijden door over de rails
luchtbellen stijgen op uit het water

de man hier voor me leunt met zijn krant
haaks steunt de elleboog
het gewicht waarmee hij zit
de bewuste houding van zijn hand
het witte hondje dat rust op zijn sandaal

die twee dames op het perron
hun blauwe jassen gelijk
hun bruine koffers gelijk
hun haren permanent grijs
hun voeten net niet bij de grond

alleen nog een slapende soldaat
op station Kruiningen-Yerseke
mist de bus naar de pont
en de pont vaart af
en de soldaat mist
zijn plunjezak.

 
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

Een raad voor de goede liefde

Een raad voor de goede liefde: bemin niet
de verren. Neem van de dichtbijen,
zoals je een goed huis bouwt van stenen die daar al lagen,
die geleden hebben in de kou, en in de hitte van de zon zijn geblakerd.
Neem haar met de gouden krans
om haar donkere pupil heen, haar die
een zekere weet heeft van je dood. Bemin ook
in het verwoeste, als de honing
in het karkas van Samsons leeuw.

En een raad voor de slechte liefde: maak,
met de liefde die je overhoudt van de vorige
een nieuwe vrouw, en maak
met wat je daarvan overhoudt
een nieuwe liefde,
tot je niets meer over hebt.

 

Tweede ontmoeting met vader

Ik kwam mijn vader weer tegen in café ‘Atara’.
Deze keer was hij al dood. De avond buiten
mengde vergeet met herinner, zoals mijn moeder
die warm met koud mengde in het bad.
Mijn vader was niet veranderd. Maar café ‘Atara’
was opgeknapt en veranderd. Ik zei: ‘Gelukkig is hij
die een bakkerij heeft bij zijn café,
want dan kun je daar naar binnen roepen: nóg meer taart,
nóg meer zoetigheid, brengen, brengen!’

Gelukkig is hij wiens dode vader bij hem is
zodat je hem altijd kunt roepen.

O, die eeuwige kinderkreet
‘Ik wil, ik wil!’
Totdat hij verandert in het geschreeuw van gewonden.

O mijn vader, voertuig van mijn leven, ik wil
met je meerijden, neem me een eindje mee,
zet me maar af bij mijn huis
en ga dan alleen verder.

We gingen weg. Er zat nog een man in de hoek
en hij miste een hand.
(Bij de vorige ontmoeting had hij beide handen nog.)
En hij dronk koffie en zette het kopje neer,
en at gebak en legde de vork neer
en bladerde in het geïllustreerde tijdschrift en legde het neer
en legde zijn ene hand op het tijdschrift
en legde zich erbij neer en rustte.

 

Vertaald door Tamir Herzberg

 
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. Zie ook alle tags voor Johan de Boose op dit blog.

Ik ben een reis, ik slijt

Ik ben een reis, ik slijt
mezelf in deze cel.
Hier is geen oceaan, ofschoon zij weent
vlakbij, geen trein, die ginder klaagt,
geen haast, ofschoon ik ben een reis:
de sleepstap, ja, het ijsberen, nog meer,
en het onstuitbaar wandelen,
nog verder, over steppen, over de rivier
en waar de kinderstemmen galmen
in de sneeuw.

Hier sta ik stil, maar ik schiet voort.

 

Vijf gedichten voor Marina Tsvetajeva

Insomnia

Ik huil niet, nee, ik jaag, ik nijg
naar jou in elk gebaar, gevaarlijk
nijg ik naar de hoogte die je won
en naar de kloof waarin je slapend
sprong. Hoe meer je wandelt in je slaap,
des te slapelozer nijg ik naar een slaap
met jou, waarin ik val als van een hoge vlucht
op steen. Ik nijg met stilte naar de holte
van je stem, met dorst naar de gewijde bron
die uit je lenden welt. Met handen nijg ik
naar de welving van je huid, met bloed
naar bloed, met aders naar de weldaad
van het mes. Ik huil niet, nee, ik vloei
omhoog, stroom langzaam in je droog.

 

Tijloosheid

Je zeilt de aarde rond alsof ik water was waarmee je enkel paart
als je verdrinkt. Zoveel koloriet, zoveel gevaar, zoveel vernieling
naakt. Zo trek je Rome binnen, alsof je plassen gaat, te voet
en zingend en sacraal, terwijl ik langzaam in mijn woorden
overstroom en in de natte naden van je schaduw klauw:
heb ik je ooit gedroomd of was je dood toen je aan mij verscheen,
nomade tussen tuin en oceaan, geliefde tussen eeuwigheden
leugens? Of was ik zelf gelogen, huurder van de hunker, doder
dan ik kan? Ik bid tot je versteende engelhaar, bewoon
de stofzuil van Sixtijnse tuinen, Rome binnen handbereik. Zo
gaan we samen heen in asblauw licht, in marmermist.

 
Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul Bogaert werd geboren in Brussel op 3 mei 1968. Zie ook alle tags voor Paul Bogaert op dit blog.

Waarschuwing

Raak niets aan. Laat het beest
in u voor wat het is.
Waag u nimmer op het ijs
en houd u op de vlakte.

Houd afstand. Let op
uw woorden (megaton, testosteron).
Keer terug. Houd alles voor u zelf
als in een medaillon verpakt.

Gesteld dat u toch verder gaat:
Blijf te allen tijde sceptisch.
Want wie een geschiedenis vertelt,
weerlegt haar en beschaamt haar.

 

Circulaire systemen

Als men bovengronds de krachten
in het spel indringend voelt,
hoe groot wordt dan het buikgebied?
Stel dat u bewogen wordt en dan steeds meer
tot u mij ziet als doof en gevaarlijk
in mijzelf gekeerd. Ook u herhaalt uw angsten
dan in stop! stop! stop! stop nu!
Niemand echter krijgt dat vertaald
naar later, slechte vrienden, speeltuintuig
waaraan waarin men zich bezeert.

Men komt erop als men een afstand neemt
en niet van rotondetanden schrikt.
Het punt is dan alert te zijn
– man waant zich snel een eigenaar –
– vrouw wordt al gauw onpasselijk –
– voortdurend volgplezier –
want de wand is superdun
tussen een eilandrand (indringend, geneeskrachtig)
en een refrein (onvergetelijk, klevend).
Doodsgevaar maakt zenuwachtig.

 

Je herinnert je het zweet en de sfeer

Je herinnert je het zweet en de sfeer
en je schrikt van het beeldmateriaal.

De adrenaline die weg is,
de leemte die opzwelt en dan
achterwaarts en baxterachtig
uitlekt in gêne.

Wat je wist, krijg je terug
als een kus: ongevraagd hoogsteigen
negatief startkapitaal.

Dat is dus het verschil!

 
Paul Bogaert (Brussel, 3 mei 1968)

 

De Franse schrijver en filmmaker Marc Dugain werd geboren op 3 mei 1957 in Senegal, waar zijn vader werkzaam was.Zie ook alle tags voor Marc Dugain op dit blog.

Uit: Ils vont tuer Robert Kennedy

« A soixante-deux ans, au printemps 2016, j’ai donné ma démission de mon poste de professeur d’histoire contemporaine de l’université de Colombie-Britannique. J’allais désormais assister dans les mois à venir à la nomination d’un faiseur ébouriffé comme candidat du parti républicain à l’élection présidentielle. J’étais intrigué de savoir si le peuple américain allait ou non résister à la tentation populiste d’élire un escroc de l’image. L’idée de voir l’appareil de renseignement couplé aux géants de numérique aux mains de ce bouffon qui, tombé dans un fromage, en avait mangé des milliers de fois son poids, m’épouvantait. Même si j’aurai préféré Sanders, voir comme solution de rechange une femme accéder à la maison blanche me paraissait rassurant. La dynastie Clinton, parfois trouble, n’avait pas nui à la planète comme celle des Bush qui a fini par installer au plus haut de l’État la marionnette de Dick Cheney, le ventriloque au cœur transplanté, l’inoubliable pourfendeur du mal, George W. Bush, le fils prodigue à qui il a manqué certainement un quart d’heure de cuisson à la naissance et dont le seul héritage est le cancer islamique.
(…)

Il se tut brutalement, but une gorgée de bière, esquissa un demi-sourire.
“Qui aurait pu imaginer à cette époque qu’un jour un président des États-Unis pourrait être élu avec l’aide du président de la Russie ? Ces deux-là vont nous mettre sous la cloche du mensonge éhonté. Vous savez que Trump a un hôtel en bord de mer ici, en Irlande, et qu’il voulait construire un mur de cinq mètres de haut tout autour pour se prémunir de la montée des eaux à la suite du réchauffement climatique ? Les écologistes ont eu raison de son projet. Pour l’instant…”

 
Marc Dugain (Senegal, 3 mei 1957)

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook alle tags voor Ben Elton op dit blog.

Uit: Gasping

Act One
Scene one
The executive boardroom of Lockheart Holdings. A power office with large panoramic windows. A strategy meeting is in progress, with graphs and chart. PHILIP and SANDY, two top young execs, are pitching to Sir Chiffley Lockheart, the CHIEF
PHILIP And so, Chief, as you can see, all divisions are way way ahead of seasonal predictions. Look, (He takes a graph.) this is my biggest graph and Peter Profit is way way off the right hand corner . . . I’ve had to glue two together . . . (He proudly folds it out.) Well, obviously I didn’t do it. I had some of my people do it. Anyway, whoever did it, the results, as I think you’ll agree, are impressive. Our corporate hem-line is showing off plenty of stunning thigh. If this keeps up much longer we’re going to have to move into a very much bigger pair of corporate trousers. Possibly Switzerland.
CHIEF (slightly confused by Philip’s language) Hmm, yes, can I just get this clear, Philip. We’re making money? Is that what you’re trying to say?
PHILIP Senior money, Chief. If God wanted to buy into Lockheart stock, he’d have to think twice and talk to his people.
CHIEF ‘Good. Good, at least I think good. So, taking a broad view, Philip, charts and presentation rubbish aside, what’s your personal gut reaction?
PHILIP (thoughtfully pacing) Well, Chief, I would have to say, that I am very excited. In fact I have said it, I said it to my people only this morning, ‘People,’ I said, ‘I am very excited,’ and they know I don’t mince about the bush. But it isn’t just me, Chief, the sales task force is very excited. The boys in corporate raiding are very excited. The market strike unit damage control spin doctors are very excited. Above all, Chief, you should be excited . . . Sir Chiffley Lockheart should feel like a twelve-year-old who’s just discovered it’s not only for pissing.”


Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)
Scene uit een opvoering in Brisbane, 2014

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Klack

“Im Westen ist die Luft wieder rein, ausgewaschen die bleierne Schwüle. Die regenschwere Schleppe des Sommergewitters zieht letzte Wolkenfetzen nach Osten. Verspätete Böen kräuseln die Pfützen, auf denen die Abendsonne glüht. Auf der Terrasse Tontrümmer, rostrote Scherben, handtellergroß und fingernagelklein. Der Sturm hat Ziegel vom Dach gerissen. Von unten ist nichts zu erkennen; erst auf dem Speicher zeigt sich der Schaden. Damit hier ein Dachdecker arbeiten kann, muss das Gerümpel unter der Schräge beiseitegeräumt werden – ramponierte Möbel, kaputte Koffer, Kisten und Kartons, die schon manchen Umzug mitgemacht haben, nie ausgepackt und selbst bei Sperrmüllabfuhren vergessen.
Durchs Loch im Dach ist Regenwasser eingedrungen, hat einen der mürben Kartons so durchweicht, dass er beim Verschieben auseinanderreißt. Bücher rutschen auf die Dielen, Algebra II, Der Lederstrumpf, Physik Mittelstufe, Der Schatz im Silbersee, Der Große Diercke-Weltatlas und Der kleine Stowasser, eine Handvoll Reclamhefte, Der Schimmelreiter, Don Carlos, Die Judenbuche und Kleider machen Leute. Im Sonnenlicht, das durch die Luke fällt, tanzt Staub, riecht wie Kreide, wie Schule, und die dunklen Spalten zwischen den Fußbodendielen sind Linien in Schreibheften. Eine klamme Plastiktüte, Kaufhaus Kepa – Das Paradies der Dame, voll mit Muscheln und Kieselsteinen, brackig müffelnde Relikte heller Nordseesommer. Fußballschuhe ohne Schnürbänder, Grasreste schimmeln zwischen den Stollen. Fahrradflickzeug. Eine Wasserpistole aus rotem Plastik. Der Abzug klemmt. Verrostete Schlittschuhe. Schienenstücke einer Modelleisenbahn Märklin.
Ein kleiner Karton Leibniz-Keks nach alter Traditionin thermoplastischerSteifpackung konserviert zwei Faller-Häuschen,Stellwerk und alpenländischer Bergbauernhof. EineBlechdoseGlobol tötet Motten und Mottenbrut, darinBakelitpanzer,Plastiksoldaten, Wikingautos. Ein luftloserLederfußball, in sich selbst versunken wie ein Schrumpfkopf aus Kannibalien.
Noch eine Plastikpistole, in deren Innerem es klötert. Erbsen. Die Schulflure liegen voller Erbsen. Ein Lehrer sagt mit saurem Gesicht: ihr wisst ja gar nicht, was Hunger ist, und Erbsenpistolen werden auf dem Schulgelände verboten. Zwei Tischtennisschläger mit abgeschabten Gumminoppen. Ein Schuhkarton Salamander Knabensandalen Hopps, zusammengehalten von brüchigen Einweckgummis. Hopps?“

 
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)
Cover

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs. Zie ook alle tags voor Agnès Desarthe op dit blog.

Uit: Je ne t’aime pas, Paulus

« J’aimerais comprendre un jour pourquoi les parents se disputent. Parce qu’il n’y a pas que les miens. Tous les parents c’est pareil. J’ai fait un sondage en classe. Quand on regarde les albums avec les photos en noir et blanc, ils sont tout mignons, tout gentils, et des fois on retrouve une vieille lettre d’amour entre les pages collées. Qu’est ce qui fait que dix ans, douze ans, quinze ans plus tard ils ne peuvent plus se voir en peinture? Est-ce que c’est parce qu’ils se choissisent mal au départ? est-ce que c’est parce qu’ils se lassent à force de se voir tous les jours ? Est ce à cause des enfants?
(…)

Première solution : je pouvais faire croire à mes parents que j’étais malade et rester au lit toute la journée. Comme j’avais passé l’après-midi à vomir, ils ne seraient pas surpris. L’ennui, c’est que ça ne faisait que repousser le problème de un ou deux jours et surtout, l’ennui – le vrai – c’est qu’on avait une interro de math de neuf à onze et qu’il était hors de question que je rate une interro de math.
Deuxième solution : dès que j’arrivais au lycée, j’allais voir Paulus et lui disais : Excuse moi pour hier. Je t’ai pris pour quelqu’un d’autre. De toute façon, si ça t’a choqué, c’est que t’es vraiment gnangnan, parce que vomir, c’est naturel et c’est bon pour la santé. »
Est-il nécessaire de préciser que cette deuxième solution était encore moins envisageable que la première ? D’abord parce que j’étais beaucoup trop timide pour aller dire un truc pareil à un garçon que je connaissais à peine, ensuite parce que c’est même pas vrai que vomir c’est bon pour la santé, et enfin parce que je serais morte avant d’avoir ouvert la bouche, rien que de croiser son regard – pas seulement parce qu’il avait des yeux pas possibles, mais aussi parce que je m’étais humiliée devant lui.
Troisième solution : je décidais de dormir et je remettais la question au lendemain matin.
Je choisis la troisième solution. Je dois quand même avouer que décider de dormir ne sert à rien, parce que ce n’est pas une question de volonté. Je me souviens que la dernière fois que je regardai mon réveil, il était trois heures cinquante-cinq du matin.”

 
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

lament for the death of parsifal hoolig (Fragment)

oh dear ones!
that rain fell years and years on the
pavement of Hereby Street
without ever erasing the slightest trace
of what had happened!
without dampening one of the humili-
ations not even one of the fears
of that man with hips scrambled tossed
in the street
late so his terrors can mix with water
and rot and end!

and so died parsifal hoolig
he closed his silent eyes
kept the custom of not protesting
was a brave dead man
and while his obituary did not appear in
the New York Times and the Chicago
Tribune paid no attention to him
he did not complain when they picked him
up in a truck from the city
him and his melancholy look

and if someone supposes this is sad
if someone is going to stand up and say it
is sad
know this is exactly what happened
nothing else happened but this
under this sky or vault of heaven

 

Vertaald door Katherine Hedeen en Víctor Rodríguez Núñez


Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2017 en ook mijn blog van 3 mei 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Lindner, Jehuda Amichai, Johan de Boose, Paul Bogaert, Marc Dugain, Ben Elton, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Agnès Desarthe

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

Ze ligt op de bal van haar lippen
in de inkeping van haar kussen.
Haar adem fluit op het overtrek.

Een meisje mist de trein
en staat naast een affiche
van een lachende vrouw.

Een jongen verdwijnt keer op keer
in de rand van een caféruit.
Een man leest prevelend de krant.

Bronwater met de smaak van wasco.
De draai van een hand in het gips.
De zwarte ogen van kleurpotloden.

Een man, een contrabas
in zijn armen, speelt in schokjes
de alpino van zijn voorhoofd.

Een jonge man op de fruitmarkt
pikt met duim en wijsvinger
vruchten uit een blikje.

Een man zit wijdbeens, krabt
zijn nagels met een mesje.
Het vloeiblad ritselt op het schrift.

De tekening van een hand
in de lijnen van het landschap.
Jeuk aan de neusvleugel.

*

In de storm van zo straks
raakt de weg onbegaanbaar

versperringen sluiten achter ons
mistlichten dimmen voor ons

een klein dakraam links
op de hoogte van de dijk

de figuur die daar zit
tikt met een vingerhoed op tafel

het kind draait in zijn slaap
de televisie speelt geluidloos

de hoek van de brandtrap
in het achterraam

ze legt de krant in de mand
steunt op de rugleuning

telt de tegels tot aan de mat
de kurkstrip tegen de deurpost

zingt binnensmonds
valt een gat in de sneeuw.

 
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

Doorgaan met het lezen van “Erik Lindner, Jehuda Amichai, Johan de Boose, Paul Bogaert, Marc Dugain, Ben Elton, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Agnès Desarthe”

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

SAINT THERESA

and with many birds and their songs in the /
highest part of the mind or head / and rumblings
in it like the sea / or laments /
or winds or movements / suns

that clash / go out / then burn again / or powers
like thousands of animals that track        
up the suburbs of the soul / suffering
terrible ordeals i mean / even so

the soul goes on whole in its quiet state /
or desire / or clear light untouched
by sorrow / scorn / misery /
suffering or ruin / so

what is this peace without vengeance / or memory
of a future heaven / or tenderness
coming down from your hands / spring water
where birds in the highest part of the mind

rally to drink / sing sweetly / or are silent
like light issuing from you / wing
flying softly above war and fatigue
like the flight of passion itself?

 

ALONE

you’re alone / my country / without
the comrades you lock up and destroy / you hear
them slowly being emptied of the love
they have left / they loosen their grip   

on their turn to die / dream they’re being dreamed / quieted /
they’ll never see other faces growing /
leaning out / continued / in this sun /
some day in the sun of justice

 

Vertaald door Hardie St. Martin

 
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

Doorgaan met het lezen van “Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern”

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 PLAATS XIX (heilige theresia)

en met een lichaam zo gekneusd / en koud /
een hart bevangen door de kou alsof
er geen ziel meer in zat / of waar nog adem
halen / sterven / de ziel tot leven brengen

dit dagenlang verduren / als
ondraaglijk lijden dat zichzelf verteert /
en de ziel strompelt maar verder door on-
troostbaarheid als jij / woord dat diep uit jou

vanbinnen kome / en geen pijn meer brenge /
geen kippenvel me geve / me niet dooddoe /
me niet tegenspoede / en me niet verstrooie /
kortom jij hou van me / jij hou van mij

 

Kanttekening II (heilige theresia)

met de liefde die me te buiten gaat en neerstroomt /
overal in het rond vreten zich de
beestjes vol die voer vinden in
jouw afwezigheid / of is het je aanwezigheid
die mij zo klein maakt als voeten die treurnis
vertrappen op de oever van wat gaat zingen /
als grote zegepraal waarin
mijn zielen klaarten zijn van jou?

 

Vertaald door Guy Posson en Stefaan van den Bremt.

 
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

Doorgaan met het lezen van “Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern”

Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Paul Bogaert, Juan Gelman

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951. Zie ook alle tags voor Klaus Modick op dit blog.

Uit: Vatertagebuch

“Freitag, 2. Januar
Emily und Marlene sind auf dem Land aufgewachsen, haben ihregesamte Kindheit bis in die Pubertät zwischen Feld, Wald,Wiesen und See im Mollberger Haus verbracht.
Dennoch wissensie nicht recht, wie mit der umständlichen und antiquierten Technikdes Hauses umzugehen ist. Die Wasserversorgung an- undabzustellen, die Heizungen und Öfen zu bedienen, haben sienicht gelernt, weil das immer von den Erwachsenen erledigt wurde.Jetzt, da sie das Haus nutzen wollen, wächst ihnen mit derleipraktischen Mühen auch Selbständigkeit und Verantwortung zu.Erwachsensein ist eine lästige Angelegenheit.
Ich fahre nach Mollberg, um nachzusehen, ob Marlene nachder Party dort das Haus aufgeräumt und winterfest hinterlassenhat; etwas schlechtes Gewissen dabei, weil’s so nach Kontrolettiaussieht, rechne zwar nicht mit Chaos, aber doch mit geöffnetenFenstern oder/und laufenden Heizungen. Es ist aber alles tadellosin Ordnung. Das Haus, das immer freundliche Geborgenheitausgestrahlt hat, deprimiert mich in seiner verlassenen Kälte undklammen Unbewohntheit. Seit unserem Umzug vor dreieinhalbJahren haben wir dort kaum einen Handschlag investiert. SchleichenderVerfall macht sich breit, den man spüren, sehen und riechenkann, und sobald die Haustür von außen verschlossen ist,tanzen wieder die Mäuse auf dem Tisch. Wir müssen das Hauswohl verkaufen; die Doppelbelastung können wir uns langfristignicht leisten, und die kommenden Jahre werden finanziell nichtleichter. Als Idylle ihrer Kindheit bleibt das Haus den Mädchenvermutlich sogar besser im Gedächtnis, wenn es ihnen real nichtmehr zugänglich ist.”

Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

Doorgaan met het lezen van “Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Paul Bogaert, Juan Gelman”

Jens Wonneberger, Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009 en ook mijn blog van 3 mei 2010.

 

Uit:Der Kohlenhändler

 

“Er könne sich keine besseren Briketts vorstellen als seine Lungen, habe der Kohlenhändler einmal gesagt, erinnerte sich eine der Frauen, bei seiner Feuerbestattung, habe der Kohlenhändler gesagt, könne man sich jede Zufeuerung sparen. Es sei völlig unverständlich, dass man den Kohlenhändler beerdigt habe, waren sich die drei Frauen einig, schließlich habe man den Wunsch eines Verstorbenen, also auch des verstorbenen Kohlenhändlers, zu respektieren. Was denn nun werden solle, haben sich die alten Frauen immer wieder gefragt, nun, da der Kohlenhändler tot sei, nie habe man daran gedacht, dass der Kohlenhändler eines Tages tot sein könnte. Schließlich sei er nie krank gewesen, solange man denken könne habe der Kohlenhändler des Kohlenhändlers Aufgabe zur Zufriedenheit aller erfüllt, wie schon vorher der Vater des Kohlenhändlers, ja es sei nicht auszuschließen, erwogen die Frauen, dass der Karren mit den eisenbeschlagenen Rädern sogar schon dessen Vater treue Dienste geleistet habe. Nun aber sei durch den plötzlichen Tod des Kohlenhändlers der gesamte Kohlenhandel von einem Tag auf den anderen zusammengebrochen. Auch als der Sarg endlich in der Grube war sei die Erinnerung an den Kohlenhändler keineswegs erloschen, denn als die Erde auf den Sarg polterte, habe man sich sofort und unweigerlich an das Leeren der Kohlensäcke erinnert gefühlt. Der Kohlenhändler habe die Säcke über der Schütte geleert, der Kohlenhändler habe sich dabei umgesehen und in das Grollen der Kohlen hinein zu den Frauen gesprochen.”

 

 

Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

Doorgaan met het lezen van “Jens Wonneberger, Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe”

Jehuda Amichai, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009.

The First Rain

The first rain reminds me
Of the rising summer dust.
The rain doesn’t remember the rain of yesteryear.
A year is a trained beast with no memories.
Soon you will again wear your harnesses,
Beautiful and embroidered, to hold
Sheer stockings: you
Mare and harnesser in one body.

The white panic of soft flesh
In the panic of a sudden vision
Of ancient saints.

 

Vertaald door Barbara en Benjamin Harshav

 

Tourists

Visits of condolence is all we get from them.
They squat at the Holocaust Memorial,
They put on grave faces at the Wailing Wall
And they laugh behind heavy curtains
In their hotels.
They have their pictures taken
Together with our famous dead
At Rachel’s Tomb and Herzl’s Tomb
And on Ammunition Hill.
They weep over our sweet boys
And lust after our tough girls
And hang up their underwear
To dry quickly
In cool, blue bathrooms.

 

Pity, We Were A Good Invention

They amputated
Your thighs from my waist.
For me they are always
Surgeons. All of them.

They dismantled us
One from another. For me they are engineers.
Pity, We were a good and loving

Invention: an airplane made of man and woman,
Wings and all:
We soared a bit from the earth,
We flew a bit.

Amichai
Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

 

De Britse schrijver en komiek Ben Elton werd geboren in Londen op 3 mei 1959. Zie ook mijn blog van 3 mei 2009.

Uit: Chart Throb

“Some years from now
The nation had watched Shaiana cry so many times. Heard her voice crack as she struggled to complete her sentence.
‘I just want this so much. I really, really want it so much. It’s all I ever wanted. Since I was a little girl . . . It’s my . . . It’s my . . .’
She couldn’t do it. Words failed her. Her lip quivered, her nostrils flared and a watery film spread across her eyes. The lids closed in an agonized grimace and squeezed out a glistening tear.
Just a tear, a single tear, but such a tear. One of the most scrutinized tears that was ever shed. Few tears in all history would be seen by so many and so often. Over and over again it had teetered momentarily upon the thickly mascaraed lashes of Shaiana’s lower lid before tipping forward and rolling heavily across the downy expanse of that now nationally familiar cheek, tracing its course through the heavy blusher with which the makeup artist had struggled in vain to cover the tiny blemishes on Shaiana’s quivering face.

The people in their millions had absorbed this scene immediately before the last break and also before the break which preceded that. They had seen it at the very beginning of the programme and in the trailers that had played throughout the earlier part of the evening. Those with access to the digital channels had been able to watch the tear for nearly a week already and grainy stills of it had appeared in the press. It was also possible to download it to one’s mobile phone by accessing the ‘preview highlights’ section of the Chart Throb website.
But despite all this massive exposure, up until now that tear had always been a future tear, a tear which, in the endlessly repeated phrase of Keely the presenter, was ‘still to come’.
‘And still to come, it’s all too much for Shaiana.’
‘Still to come, Shaiana struggles to keep it together.’
‘Is Shaiana’s dream turning into a nightmare? All that and more, still to come.’

And so the tear had teetered. A maybe tear, present and entirely familiar but nonetheless a tear in waiting. But now finally it had arrived. No longer a tear that was ‘still to come’ but all of a sudden a clear and present tear, a tear that was on its way. And for the first time (but most certainly not the last) the viewing millions saw it disappear beneath the square white plastic nail of Shaiana’s outstretched finger as she rested her chin upon Keely’s gorgeous skinny shoulder, and failed to find the word for which she was struggling.”

Elton
Ben Elton (Londen, 3 mei 1959)

 

De Belgische dichter en schrijver Johan de Boose werd geboren in Gent op 3 mei 1962. De Boose groeide op in Oost-Vlaanderen en studeerde Slavische talen en Oost-Europakunde aan de Universiteit Gent. In 1993 promoveerde hij op de Poolse avant-gardekunst (met name over Tadeusz Kantor en het Theater van de Dood). Hij werkte als docent aan hogescholen, universiteiten en toneelacademies. Hij leidde een experimentele theaterstudio in Gent. De Boose was geëngageerd in diverse theatergroepen in België en Nederland. Daarnaast maakte en presenteerde hij programma’s voor de Vlaamse Radio en Televisie Omroep (VRT). Hij publiceerde diverse artikelen, maar sinds 2003 wijdt hij zich fulltime aan het schrijven van poëzie, literaire non-fictie en fictie, in het bijzonder over zijn reizen in Oost-Europa. Hij is redacteur van de Poëziekrant en freelance medewerker van Knack.

Niemand hoort het graag

Niemand hoort het graag: dat dit als sterven is
Maar in de vorm van een geboorte.

Je verlaat het ene weefsel voor een ander,
Een engte voor een ruimte, warmte voor pijn.
Je verlaat het, gaat alleen, je gaan is als zingen,

Er is geen ander heenkomen dan het gaan,
Geen andere vorm van zingen
dan zwijgen.

De vrijheid van zwijgen:
Ouden, boeken, doden.
Wie spreekt, voegt weinig toe.

 

Duizend mijlen reizen met voeten

Duizend mijlen reizen met voeten
Van glas en zwijgend als een monnik
Tot diep in de oude oude eeuw.

De grenzen van een onecht rijk
Afpassen, hier en daar een paal
Slaan, talen horen sterven.

Slapen in de erker van een stolp,
Weten dat de akkers branden,

Dat het bloed kniediep staat
In het slachthuis.

 

Ontwaken in de zuiverende kou.

Het glas breken. Je voeten wassen
In de Zwarte Zee.

Johan de Boose (Gent, 3 mei 1962)

 

De Duitse schrijver Jens Wonneberger werd in Großröhrsdorf geboren op 3 mei 1960.

Uit: P. Dienemann Nachf.

„P. Dienemann Nachf., Buchhandlung und Antiquariat, befindet sich in der Nähe vom Bahnhof Neustadt in einem alten Haus, dessen Eingang man nur über den Hof erreicht.
Vor der Haustür liegt ein Gitterrost aus Stahl. Bitte die Füße abtreten, steht auf einem Schild an der Haustür.
Vor der Zwischentür liegt ein Fußabtreter aus Bürsten. Bitte die Füße abstreichen, steht auf einem Schild an der Zwischentür.
Vor der Ladentür liegt eine Fußmatte aus Kokos. Auf dem Schild an der Ladentür steht, Bitte die Füße sorgfältig abstreichen.
P. Dienemann Nachf. ist privat. Privat heißt, daß am Montag geschlossen ist. Hier gehen die Uhren anders, sagt Fräulein Leukroth. Fräulein Leukroth ist die Tochter des Nachfolgers und in einem Alter, in dem das Wort Fräulein eine Offenbarung ist. Sie kommt jeden Morgen mit gesenktem Kopf und kleinen, schnellen Schritten in das Geschäft. Jeden Morgen trägt sie ein anderes Kleid. Die Kleider sehen alle gleich aus. Jeden Morgen trägt Fräulein Leukroth einen Stoffbeutel ins Geschäft, der aussieht wie ihr Kleid. Wenn sie kommt, hat sie einen steifen Arm, der beim Gehen fast den Boden berührt. Bevor sie das Geschäft betritt, hat sie sich zweimal normal und einmal sorgfältig die Schuhe abgetreten. Das Linoleum im Laden ist so oft gebohnert worden, daß es kein Muster mehr hat, nur auf den vier kleinen Kreisen um die Füße eines Tisches ist es noch zu erkennen.“

Wonneberger
Jens Wonneberger (Großröhrsdorf, 3 mei 1960)

 

De Duitse schrijver Klaus Modick werd geboren in Oldenburg op 3 mei 1951.

Uit: Vatertagebuch

Jamie und ich liegen um zwei Uhr im Bett. Emily kommt umfünf Uhr, öffnet unsere Schlafzimmertür einen Spalt breit undruft,
daß sie wieder da sei. Sie und ihre ältere Schwester öffnendie Tür nie so weit, daß sie hereinsehen können. Die Liebe der Elternmöchte man spüren, vor Augen haben lieber nicht.Mittags Tennis.
In der ungeheizten Halle bleibe ich kalt und steif,das sportliche Ergebnis entsprechend dürftig, eher eine Ausnüchterungsübung.Als ich nach Haus komme, sitzen die drei Damenvor dem Fernseher und sehen eine geliehene DVD, Corellis Mandoline.Der Film sei, sagt Marlene, irgendwie wohl so ähnlich wiemein Roman Der kretische Gast. Wenn der von Hollywood verfilmtwird, soll’s mir allemal recht sein. Wäre ein Trostpflasterauf die von Kritikerhäme geschlagenen Wunden.
Den DVD-Player habe ich im vergangenen Jahr als Weihnachtsgeschenk”für alle” gekauft. Jamie und die Mädchenbehaupten, der Vorteil des Geräts sei, daß man nun Filme imnicht-synchronisierten O-Ton sehen könne. Angesichts unsererhäuslichen Dreisprachigkeit – Deutsch, Englisch und fließendesDenglish – ein unwiderlegbares Argument. Und es nervt tatsächlich,wenn beispielsweise Tom Hanks und Bill Murray oderDanny Devito und Ernie aus der Sesamstraße auf Deutsch diegleichen Stimmen haben. Schließ einfach die Augen und stell dirvor, ich sei Tom Hanks …
Heute kosten DVD-Player kaum noch die Hälfte. Im nächstenJahr wird’s vermutlich DVD-Recorder zum gleichen Preis geben.Technisches Gerät veraltet, ohne zu altern, kann nie “antik” werden,sondern verliert seine Funktion und wird deshalb nur billigund häßlich. Das Neue als Schrott von morgen.

ModickKlaus
Klaus Modick (Oldenburg, 3 mei 1951)

 

De Russische schrijfster Tatjana Tolstaja werd geboren op 3 mei 1951 in Leningrad.

Uit: The Slynx (Vertaald door Jamey Gambrell)

“His hometown, Fyodor-Kuzmichsk, spread out over seven hills. Benedikt walked along listening to the squeak of fresh snow, enjoying the February sun, admiring the familiar streets. Here and there black izbas stood in rows behind high pike fences and wood gates; stone pots or wood jugs were set to dry on the pikes. The taller terems had bigger jugs, and some people would even stick a whole barrel up there on the spike, right in your face as if to say: Look how rich I am, Golubchiks! People like that don’t trudge to work on their own two feet, they ride on sleighs, flashing their whips, and they’ve got a Degenerator hitched up. The poor thing runs, all pale, in a lather, its tongue hanging out, its felt boots thudding. It races to the Work Izba and stops stock-still on all four legs, but its fuzzy sides keep going huffa, puffa, huffa, puffa.
And it rolls its eyes, rolls ’em up and down and sideways. And bares its teeth. And looks around . . .
To hell with them, those Degenerators, better to keep your distance. They’re strange ones, and you can’t figure out if they’re people or not. Their faces look human, but their bodies are all furry and they run on all fours. With a felt boot on each leg. It’s said they lived before the Blast, Degenerators. Could be.
It’s nippy out now, steam comes out of his mouth, and his beard’s frozen up. Still—what bliss! The izbas are sturdy and black, there are high white snowdrifts leaning against the fences, and a little path has been beaten to each gate. The hills run smooth all the way up and back down, white, wavy; sleighs slide along the snowy slopes, and beyond the sleighs are blue shadows, and the snow crunches in colors, and beyond the hills the sun rises, splashing rainbows on the dark blue sky. When you squint, the rays of the sun turn into circles; when you stomp your boots in the fluffy snow it sparks, like when ripe firelings flicker.
Benedikt thought a moment about firelings, remembered his mother, and sighed: she passed away on account of those firelings, poor thing. They turned out to be fake.”

Tatjana Tolstaja, schrijfster
Tatjana Tolstaja (Leningrad, 3 mei 1951)

 

De Franse dichteres en schrijfster Agnès Desarthe werd geboren op 3 mei 1966 in Parijs.

Uit: Le Remplaçant

„A la même époque, je voyais à la télé ou au cinéma des films de Truffaut, de Claude Sautet. Ils étaient pour moi d’un exotisme saisissant. Je restais extérieure aux intrigues et les observais avec la distance étonnée d’un Breton en Papouasie.J’enviais les personnages qui les peuplaient parce qu’ils me paraissaient libres et simples. Ils évoluaient dans un univers dépourvu de cet écho assourdissant qui envahissait le mien. Ils ne se déplaçaient pas avec, à leurs trousses, l’ombre de tous les morts dont l’âme n’a pas trouvé le repos. Ils étaient légers et insouciants, comme le sont proverbialement les enfants. Pour ma part, je ne me rappelle pas avoir connu pareille transparence dans le rapport au monde. Même toute petite, je traînais à ma suite un bataillon d’ectoplasmes dontj’avais l’impression qu’ils me souillaient plus qu’ils ne m’alourdissaient.

(…)

Janusz Korczak écrit de très belles pages sur un bébé mort enveloppé dans du papier. Le paquet est posé sur le trottoir, Korczak l’observe longuement et se demande pourquoi la mère a laissé dépasser les pieds du nourrisson. Il y avait vraisemblablement assez de feuilles pour emballer efficacement le petit corps. Korczak en conclut que cette imperfection est délibérée. La mère a choisi de laisser dépasser les pieds de son bébé, non seulement parce qu’il n’aura plus jamais froid, mais surtout, parce que cela permet aux passants de savoir que ce ballot n’est pas un déchet, un vulgaire tas d’ordures que l’on peut piétiner ou fouiller à la recherche d’un croûton oublié. Ceci est un humain, disent les minuscules orteils. Et Korczak voit dans cette ultime attention de la mère pour son enfant, un concentré de respect et de tendresse.“

AgnèsDesarthe
Agnès Desarthe (Parijs, 3 mei 1966)

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 3 mei 2007 en ook mijn blog van 3 mei 2008 en ook mijn blog van 3 mei 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn vorige blog van vandaag.