John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit:The Fault in Our Stars

“Late in the winter of my seventeenth year, my mother decided I was depressed, presumably because I rarely left the house, spent quite a lot of time in bed, read the same book over and over, ate infrequently, and devoted quite a bit of my abundant free time to thinking about death.
Whenever you read a cancer booklet or website or whatever, they always list depression among the side effects of cancer. But, in fact, depression is not a side effect of cancer. Depression is a side effect of dying. (Cancer is also a side effect of dying. Almost everything is, really.) But my mom believed I required treatment, so she took me to see my Regular Doctor Jim, who agreed that I was veritably swimming in a paralyzing and totally clinical depression, and that therefore my meds should be adjusted and also I should attend a weekly Support Group.
This Support Group featured a rotating cast of characters in various states of tumor-driven unwellness. Why did the cast rotate? A side effect of dying.
The Support Group, of course, was depressing as hell. It met every Wednesday in the basement of a stone-walled Episcopal church shaped like a cross. We all sat in a circle right in the middle of the cross, where the two boards would have met, where the heart of Jesus would have been.
I noticed this because Patrick, the Support Group Leader and only person over eighteen in the room, talked about the heart of Jesus every freaking meeting, all about how we, as young cancer survivors, were sitting right in Christ’s very sacred heart and whatever.
So here’s how it went in God’s heart: The six or seven or ten of us walked/wheeled in, grazed at a decrepit selection of cookies and lemonade, sat down in the Circle of Trust, and listened to Patrick recount for the thousandth time his depressingly miserable life story—how he had cancer in his balls and they thought he was going to die but he didn’t die and now here he is, a full-grown adult in a church basement in the 137th nicest city in America, divorced, addicted to video games, mostly friendless, eking out a meager living by exploiting his cancertastic past, slowly working his way toward a master’s degree that will not improve his career prospects, waiting, as we all do, for the sword of Damocles to give him the relief that he escaped lo those many years ago when cancer took both of his nuts but spared what only the most generous soul would call his life.
Then we introduced ourselves: Name. Age. Diagnosis. And how we’re doing today. I’m Hazel, I’d say when they’d get to me. Sixteen. Thyroid originally but with an impressive and long-settled satellite colony in my lungs. And I’m doing okay.”

John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Pepijn Lanen, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt, Sascha Anderson, Johan Fabricius”

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: Paper Towns (Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders)

“Zoals ik het zie krijgt ieder mens een wonder. Dat zit zo: ik zal wel nooit door de bliksem worden getroffen of een Nobelprijs winnen of dictator van een eilandje in de Stille Zuidzee worden of terminale oorkanker krijgen of spontaan in brand vliegen. Maar als je alle onwaarschijnlijke dingen bij elkaar neemt, krijgt ieder van ons vast wel met minstens één ervan te maken. Ik had het kikkers kunnen zien regenen. Ik had voet op Mars kunnen zetten. Ik had door een walvis verslonden kunnen worden. Ik had met de koningin van Engeland kunnen trouwen of maanden op zee kunnen overleven. Maar mijn wonder was anders. Mijn wonder was dit: dat van alle huizen in alle woonwijken in heel Florida, het huis waar ik kwam wonen nu net het huis naast dat van Margo Roth Spiegelman was.
Onze woonwijk, Jefferson Park, was vroeger een marinebasis. Maar toen had de marine die niet meer nodig en gaven ze het land terug aan de burgers van Orlando, Florida, die besloten er een enorme woonwijk te bouwen, want dat doen ze in Florida met land. Vlak nadat de eerste huizen waren gebouwd, kwamen mijn ouders en die van Margo er wonen, naast elkaar. Margot en ik waren twee jaar.
Voor Jefferson Park een soort Pleasantville werd, en voor het een marinebasis was, was het eigendom van een echte Jefferson, een man die Dr. Jefferson Jefferson heette. Er is een school in Orlando die naar Dr. Jefferson Jefferson is genoemd, en ook een grote liefdadigheidsinstelling, maar het fascinerende en raar-maar-ware aan Dr. Jefferson Jeffferson is dat hij helemaal geen doctor was.
Hij was gewoon iemand die sinaasappelsap verkocht en Jefferson Jefferson heette. Toen hij rijk en machtig werd stapte hij naar de rechter en maakte van Jefferson zijn tweede voornaam door als eerste voornaam ‘Dr.’ te kiezen. Hoofdletter D. Kleine letter r. Punt.
Margo en ik waren negen. Omdat onze ouders bevriend waren, speelden we soms met elkaar. Dan reden we op onze fiets langs de doodlopende stratennaar Jefferson Park, de naaf van het wiel dat onze wijk vormde.”

John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: An Abundance of Katherines

“The morning after noted child prodigy Colin Singleton graduated from high school and got dumped for the 19th time by a girl named Katherine, he took a bath. Colin had always preferred baths; one of his general policies in life was never to do anything standing up that could just as easily be done lying down. He climbed into the tub as soon as the water got hot, and he sat and watched with a curiously blank look on his face as the water overtook him. The water inched up his legs, which were crossed and folded into the tub. He did recognize, albeit faintly, that he was too long, and too big, for this bathtub—he looked like a mostly grown person playing at being a kid.
As the water began to splash over his skinny but unmuscled stomach, he thought of Archimedes. When Colin was about four, he read a book about Archimedes, the Greek philosopher who’d discovered you could measure volume by water displacement when he sat down in the bathtub. Upon making this discovery, Archimedes supposedly shouted “Eureka! ” and then ran naked through the streets. The book said that many important discoveries contained a “Eureka moment.” And even then, Colin very much wanted to have some important discoveries, so he asked his mom about it when she got home that evening.
“Mommy, am I ever going to have a Eureka moment?”
“Oh, sweetie,” she said, taking his hand. “What’s wrong?”
“I wanna have a Eureka Moment,” he said, the way another kid might have expressed longing for a teenage mutant ninja turtle.
She pressed the back of her hand to his cheek and smiled, her face so close to his that he could smell coffee and make-up. “Of course, Colin baby. Of course you will.” But mothers lie. It’s in the job description.
Colin took a deep breath and slid down, immersing his head. I am crying, he thought, opening his eyes to stare through the soapy, stinging water. I feel like crying so I must be crying, but it’s impossible to tell because I’m underwater. But he wasn’t crying. Curiously, he felt too depressed to cry. Too hurt. It felt as if she’d taken the part that cried from him.”

John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Doorgaan met het lezen van “John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.




De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer

De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snij de peer

In weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukje peer

De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer





Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet



Nu maak ik eens van een getal gewag
‘Dat wordt vervelend’, zegt u bij uzelf
Of maakt het u misschien wat zenuwachtig?

’t Is tweemaal vierenveertig, acht maal elf…
Komaan, u bent de rekenkust toch machtig?
Of kom er een machientje aan te pas?

Het is – jawel, u weet het – achtentachtig
U had al zo’n idee dat dat het was
Zo blijkt weer wat goed onderwijs vermag

Dus achtentachtig is waarom het gaat
Lees door: ik ben nog lang niet uitgepraat.



Drs. P (Thun, 24 augustus 1919)


Doorgaan met het lezen van “Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt”

Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, Sascha Anderson, Linton Kwesi Johnson, A. S. Byatt, Arthur West, Johan Fabricius, Alexander McCall Smith, Paulo Coelho

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.


Ziehier, een liefelijke vertelling
Omtrent een herder en een fluit
Wij zien de herder op een helling
Daar laat hij al zijn schaapjes uit
Ze grazen nu eens naar beneden
En dan weer grazen zij omhoog
Maar overal zijn zij tevreden
Dit was deel 1 van mijn betoog

‘Het wordt eentonig’ zegt de herder
‘Ik denk dat ik eens verder trek’
Helaas, daar is een wegversperder
Een huizenhoog metalen hek
De herder zegt: ‘We moeten stoppen’
De schaapjes stoppen allemaal
En blaten droevig met hun koppen
Maar ik ga door met mijn verhaal

En wat doet nu de slimme herder?
Wat hij moet doen bedenkt hij vlug
Hij zegt: ‘We kunnen hier niet verder’
‘En daarom gaan we maar terug’
En om de schaapjes op te fleuren
Blaast hij een wijsje op zijn fluit
Dat hoort u binnenkort gebeuren
Want deze fabel is nu uit.


De afsluitdijk (1932)

Talloze zeedieren!
Toen kwam de afsluitdijk –
Ging de zaak dicht

Pech voor de zeldzame
Die men te laat, helaas
In had gelicht.


Het goede boek

Het goede boek – je kunt het zomaar kopen
Je neemt het mee, je zet het in een kast
Het zal je nimmer voor de voeten lopen
Maar legt, zodra je wilt, een wereld open
En daarin ben je dan zijn eregast


Drs. P. (Thun, 24 augustus 1919)


De Nederlandse dichteres en schrijfster Marion Bloem werd op 24 augustus 1952 geboren in Arnhem. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Ik was bij de een

Ik was bij de een
en dacht na over de
ander toen ik schreef
over de zon
Ik kan niet kiezen
tussen passie of
geluk. Lik mijn oor
Kus mijn schouder
Wees plat wees vloers
Bijt mijn hart
heb ik met potlood
in jouw oksels
Maar je was blind
voor de regen
in mijn zon-
Elke zin
is een traan die
het dansen
heeft gemist


Bij hem

Terwijl hij zijn schoenveter
strikte keek ik
uit het raam en
zag hoe de zon al verdween
achter het dak van de buren

nu wij zo lang
vruchteloos hadden
zitten praten over
een later dat ontbreekt
in ons verschiet

het betrekt, zei ik
Hij lachte, niet
vrolijk, niet triest
en we gingen tóch naar
buiten omdat het binnen
donker was


Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)


De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Stephen Fry in America

 „I have often felt a hot flare of shame inside me when I listen to my fellow Britons casually jeering at the perceived depth of American ignorance, American crassness, American isolationism, American materialism, American lack of irony and American vulgarity. Aside from the sheer rudeness of such open and unapologetic mockery, it seems to me to reveal very little about America and a great deal about the rather feeble need of some Britons to feel superior. All right, they seem to be saying, we no longer have an Empire, power, prestige or respect in the world, but we do have ‘taste’ and ’subtlety’ and ‘broad general knowledge’, unlike those poor Yanks.

What silly, self-deluding rubbish! What dreadfully small-minded stupidity! Such Britons hug themselves with the thought that they are more cosmopolitan and sophisticated than Americans because they think they know more about geography and world culture, as if firstly being cosmopolitan and sophisticated can be scored in a quiz and as if secondly (and much more importantly) being cosmopolitan and sophisticated is in any way desirable or admirable to begin with. Sophistication is not a moral quality, nor is it a criterion by which one would choose one’s friends. Why do we like people? Because they are knowledgeable, cosmopolitan and sophisticated? No, because they are charming, kind, considerate, exciting to be with, amusing … there is a long list, but knowing what the capital of Kazakhstan is will not be on it.“


Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)


De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges werd geboren op 24 augustus 1899  in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Book of Sand and Shakespeare’s Memory (Vertaald door Andrew Hurley)

The Disk

I am a woodcutter. My name doesn’t matter. The hut I was born in, and where I’m soon to die, sits at the edge of the woods. They say these woods go on and on, right to the ocean that surrounds the entire world; they say that wooden houses like mine travel on that ocean. I wouldn’t know; I’ve never seen it. I’ve not seen the other side of the woods, either. My older brother, when we were boys he made me swear that between the two of us we’d hack away at this woods till there wasn’t a tree left standing. My brother is dead now, and now it’s something else I’m after, and always will be. Over in the direction where the sun goes down there’s a creek I fish in with my hands. There are wolves in the woods, but the wolves don’t scare me, and my ax has never failed me. I’ve not kept track of how old I am, but I know I’m old—my eyes don’t see anymore. Down in the village, which I don’t venture into anymore because I’d lose my way, everyone says I’m a miser, but how much could a woodcutter have saved up?

I keep the door of my house shut with a rock so the snow won’t get in. One evening I heard heavy, dragging footsteps and then a knock. I opened the door and a stranger came in. He was a tall, elderly man all wrapped up in a worn-out old blanket. A scar sliced across his face. The years looked to have given him more authority than frailty, but even so I saw it was hard for him to walk without leaning on his stick. We exchanged a few words I don’t recall now. The finally the man said:

“I am without a home, and I sleep wherever I can. I have wandered all across Saxony.”

His words befitted his age. My father always talked about “Saxony”; now people call it England.

There was bread and some fish in the house. While we ate, we didn’t talk. It started raining. I took some skins and made him a pallet on the dirt floor where my brother had died. When night came we slept.


Jorge Luis Borges (24 augustus 1899 – 14 juni 1986)


De Duitse dichter en schrijver Sascha Anderson werd geboren op 24 augustus 1953 in Weimar. In

de jaren 1980 was hij een belangrijke voorvechter van de alternatieve schrijvers en kunstscène in Prenzlauer Berg. In de vroege jaren 1990 werd hij ontmaskerd als een voormalige medewerker van het ministerie van Staatsveiligheid. Van 1969 tot 1971, leerde hij het beroep van een letterzetter in Dresden. In 1972 werkte hij o.a. als assistent in een tweedehands boekhandel. Van 1974 tot 1975 liep hij stage bij de DEFA studio’s in Babelsberg, van 1976-1978 was Anderson auteur aan de School voor Film en Televisie Potsdam. Sinds 1981 is Anderson freelance schrijver in Berlijn. Anderson heeft in 1990 mede de poëzie-uitgeverij drukkerij Galrev opgericht. Sinds 1975 was Anderson onder het pseudoniem David Menzer, Fritz Müller en Peters medewerker van het Ministerie voor Staatsveiligheid. Hij bespioneerde speciaal collega-kunstenaars en vrienden in de wijk Prenzlauer Berg. Zijn ontmaskering door Wolf Biermann en Jürgen Fuchs was aanleiding tot een heftig en uitgebreid debat.

Uit: Jeder Satellit hat einen Killersatelliten

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der schwarze vogel februar tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im august alles zurück dreht um es wieder september zu nennen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen denn die gelegenheitsstunde an der weissen parkuhr unschuld hat zwei zeiger die jedes lied sechzig mal teilen & das ist auch das alibi für das ende der zeit 

alle dinge liegen klar in meinem herzen nichts wird vergessen werden denn der punkt am ende ist nach zwei der menschlichen seiten offen & nur auf den pfauenaugen taut der schnee zum mittag restlos 

alle dinge liegen klar in meinem herzen so dass mir nichts bleibt als an den abenden wenn ich der graue spiegel über dem wortefluss bin jenes schwarze recht eck nacht auf die namen & reime zu legen 

alle dinge liegen klar in meinem herzen zeugen wird es nicht geben mutter sag dass der krieg eine erfindung ist & alles wurde nur 

erfunden um in den spielhöllen die väterlichen taschen zu wechseln 

alle dinge liegen klar in meinem herzen das modell der weisse vogel november tanzt auf den wochen & ich habe angst dass er eines tages im februar alles zurück dreht um es wieder frühling zu nennen 


 Sascha Anderson (Weimar, 24 augustus 1953)


De Britse dichter en musicus Linton Kwesi Johnson werd geboren in Chapelton (Jamaica) op 24 augustus 1952. Toen hij nog jong was vertrok hij naar Groot-Brittannië om daar succes te krijgen als dichter. Hij ontdekte daar echter dat in Engeland buitenlanders slecht werk konden krijgen. Hij kreeg grote bekendheid toen hij zijn gedichten met reggaemuziek combineerde. Zijn bekendste plaat is Bass Culture, met de kleine hit Englan is a Bitch.Het meeste dichtwerk van Johnson is politiek georiënteerd en handelt voornamelijk over de ervaringen als Britse Afrikaans-Cariben in Groot Brittannië. Zijn meest bekende gedichten schreef hij tijdens het bewind van premier Margaret Thatcher. De gedichten bevatten beschrijvingen van de racistische wreedheden van de politie in die tijd. Johnsons gedichten verschenen voor het eerst in het tijdschrift Race Today, die zijn eerste gedichtenbundel Voices of the Living and the Dead in 1974 uitbracht. Zijn tweede bundel, Dread Beat An’ Blood, verscheen in 1975 bij Bogle-L’Ouverture. Een verzameling gedichten van hem verscheen onder de titel Mi Revalueshanary Fren bij Penguin Modern Classics. Johnson is daarmee een van de drie dichters waarvan ooit bij leven werk is gepubliceerd door Penguin Modern Classics.


Inglan is a bitch

W’en mi jus’ come to Landan toun
mi use to work pan di andahgroun
but workin’ pan di andahgroun
y’u don’t get fi know your way aroun’

Inglan is a bitch
dere’s no escapin’ it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi get a lickle jab in a big ‘otell
an’ awftah a while, mi woz doin’ quite well
dem staat mi aaf as a dish-washah
but w’en mi tek a stack, mi noh tun clack-watchah!

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
noh baddah try fi hide fram it

w’en dem gi’ you di lickle wage packit
fus dem rab it wid dem big tax rackit
y’u haffi struggle fi mek en’s meet
an’ w’en y’u goh a y’u bed y’u jus’ cant sleep

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
a noh lie mi a tell, a true

mi use to work dig ditch w’en it cowl noh bitch
mi did strang like a mule, but, bwoy, mi did fool
den awftah a while mi jus’ stap dhu ovahtime
den aftah a while mi jus’ phu dung mi tool

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u haffi know how fi suvvive in it

well mi dhu day wok an’ mid dhu nite wok
mi dhu clean wok an’ mid dhu dutty wok
dem seh dat black man is very lazy
but it y’u si how mi wok y’u woulda sey mi crazy

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
y’u bettah face up to it

dem have a lickle facktri up inna Brackly
inna disya facktri all dem dhu is pack crackry
fi di laas fifteen years dem get mi laybah
now awftah fiteen years mi fall out a fayvah

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch
dere’s no runnin’ whey fram it

mi know dem have work, work in abundant
yet still, dem mek mi redundant
now, at fifty-five mi gettin’ quite ol’
yet still, dem sen’ mi fi goh draw dole

Inglan is a bitch
dere’s no escapin it
Inglan is a bitch fi true
is whey wi a goh dhu ‘bout it?


Linton Kwesi Johnson (Chapelton, 24 augustus 1952)


 De Engelse schrijfster A. S. Byatt werd geboren als Antonia Susan Drabble op 24 augustus 1936 in Sheffield. Met haar roman Obsessie (oorspr. Possession, 1990) won ze in 1990 de Booker Prize. A.S. Byatt werd onder meer bekend door haar kritiek op de boeken van J.K. Rowling. In 2004 sprak Byatt in Leiden de 33e Huizingalezing uit (‘From soul to heart to psyche to personality). Op 8 februari 2010 ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit Leiden.

Uit: Babel Tower

„The thrush has his anvil or altar on one fallen stone in a heap, gold and grey, roughly squared and shaped, hot in the sun and mossy in the shade. The massive rubble is in a clearing on a high hill. Below is the canopy of the forest. There is a spring, of course, and a little river flowing from it.
The thrush appears to be listening to the earth. In fact he is looking, with his sideways stare, for his secret prey in the grass, in the fallen leaves. He stabs, he pierces, he carries the shell with its soft centre to his stone. He lifts the shell, he cracks it down. He repeats. He repeats. He extracts the bruised flesh, he sips, he juggles, he swallows. His throat ripples. He sings. His song is liquid syllables, short cries, serial trills. His feathers gleam, creamy and brown-spotted. He repeats. He repeats.
Characters are carved on the stones. Maybe runes, maybe cuneiform, maybe ideograms of a bird’s eye or a creature walking, or pricking spears and hatchets. Here are broken alphabets, a and ?, C and T, A and G. Round the stones are the broken shells, helical whorls like empty ears in which no hammer beats on no anvil. They nestle. Their sound is brittle. Their lips are pure white (Helix hortensis) and shining black (Helix nemoralis). They are striped and coiled, gold, rose, chalk, umber; they rattle together as the quick bird steps among them. In the stones are the coiled remains of their congeners, millions of years old.
The thrush sings his limited lovely notes. He stands on the stone, which we call his anvil or altar, and repeats his song. Why does his song give us such pleasure?“


A. S. Byatt (Sheffield, 24 augustus 1936)


De Oostenrijkse dichter, schrijver en politiek journalist Arthur West werd geboren op 24 augustus 1922 in Wenen. Door de vorming van een anti-fascistische verzetsgroep in zijn school was Arthur West aan het eind van het schooljaar 1938 als onwaardig raciaal uitgesloten van school. West vluchtte eind januari 1939 met zijn ouders uit Oostenrijk naar Engeland. Daar werkte hij als arbeider in een schoenenfabriek. In 1940, hij was een zogenaamde “vijandelijke buitenlander (Duits paspoort) werd hij gedeporteerd en geïnterneerd in een kamp in New South Wales, Australië. In 1941 werd hij vrijgelaten, keerde terug naar Engeland en werkte hij o.a. als metaalbewerker. In 1942 werd hij lid van de Communistische Jeugd Liga. Zijn eerste literaire pogingen werden gepubliceerd in de organen van deze jeugdorganisatie. In 1944 werd hij ingezet tijdens de landing in Normandië en nam hij deel aan de oorlog in Italië. Net als vele andere repatrianten ging hij in november 1946 terug naar Wenen. West was lid van de Oostenrijkse Communistische Partij en werkte als redacteur en corrector in de uitgeverij van de KPO Globus. Zijn persoonlijke contacten en vriendschappen met Oostenrijkse kunstenaars, in het bijzonder auteurs, omvatten onder meer namen als Elfriede Jelinek, Peter Turrini, Erika Danneberg, Ernst Hinterberger, Francis Kaïn, Marie-Therèse Kerschbaumer, Karl Paryla, Erwin Riess, Gerhard Ruiss, Michael Scharang Heinz Rudolf Unger, Helmut Zenker.


Stadt bräunlich in Weiß;
Frost ringt um ihre Unschuld,
doch Tau befleckt sie.


spreizen die Schnäbel: Es taut


Wolke aus Staren
kreuzt den Blick auf durchsonnte
Flugspur des Menschen.


 Herbst in der Schwebe:
Erntegold schmückt die Scheune;
der Acker ist kahl.


 Arthur West (24 augustus 1922 – 16 augustus 2000)


De Nederlandse schrijver Johan Johannes Fabricius werd op 24 augustus 1899 in Bandoeng in Nederlands-Indië geboren. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2006 en ook mijn blog van 24 augustus 2007 en ook mijn blog van 24 augustus 2008 en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: De scheepsjongens van Bontekoe

„Baas Wouter meesmuilde.

Maar zijn gezicht betrok toen zijn boze vrouw de smidse binnenstoof en snauwde: ‘Ben je doof? D’r is al driemaal volk geroepen in de winkel, en m’n bieten staan aan te branden!’

De hoefsmid uit ‘De IJzeren Man’ keek verbluft naar de deur, die alweer met een slag dichtgevallen was, zette toen grommend de voorhamer neer. Peter Hajo bleef alleen, – tuurde in de vlammen van de oven.

‘Kom maar eens terug als je zestien bent…’ – Over twee jaar! Alsof hij niet het werk van een zestienjarige jongen zou kunnen doen! Hij zétte het alle zestienjarige jongens in Hoorn om die bout vast te houden zoals hij dat daareven had gedaan! Was er één bij, die hem aandurfde? Had hij Peer den Vos geen pak slaag gegeven als hij in zijn leven niet had gehad, omdat hij (zonder het te vragen!) in de bijt was gaan vissen die Peter Hajo in het ijs had gekapt? Peer den Vos, die wel een hoofd groter was dan hij!

’t Was een gemene streek om hem als landkikker te laten rondspringen, hem, die, toen hij nauwelijks lopen kon, de touwen die de binnenzeilende vissers zijn oudere vrienden toewierpen al met een echte zeemansknoop om de meerpalen sloeg; hem, die zich op z’n vijfde jaar stiekem in vaders botter had verscholen en mee ter haringvangst was gegaan!

Hoe snakte hij ernaar op zee te zwalken zonder een streepje land mijlen in de omtrek; hoe snakte hij ernaar de wijde wereld te zien en met echte zeebenen terug te komen en op te snijden net als die bruingebrande pikbroeken die met Jan Pieterszoon Coen naar de Oost waren getogen en nu de waarheid spraken of logen, juist als het hun inviel, zonder dat een landrot zeggen kon: ‘Je zuigt uit je duim!’ – De Oost… daar was voorlopig helemáál geen kans op. Misschien later, als hij eerst een paar reizen met een walvisvaarder had gemaakt; als het vel van zijn handen was gebarsten door het zout; als de traanlucht in z’n haar en in z’n kleren hing, – misschien zouden ze hem dan willen meenemen. Jandorie! Peter Hajo zag een beeld opdoemen van bergen, fladderende papegaaien, dansende wilden, van apen, tijgers, krokodillen…

Weg was het beeld.“


Johan Fabricius (24 augustus 1899 – 21 juni 1981)
Beeld van de scheepsjongens van Bontekoe door beeldhouwer Jan van Druten in Hoorn.


De Schotse schrijver en jurist Alexander McCall Smith werd geboren in Bulayawo in het toenmalige Rhodesië (nu Zimbabwe) op 24 augustus 1948. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: Corduroy Mansions

„Passing off, thought William. Spanish sparkling wine—filthy stuff, he thought, filthy—passed itself off as champagne. Japanese whisky—Glen Yakomoto!—was served as Scotch. Inferior hard cheese—from Mafia-run factories in Catania—was sold to the unsuspecting as Parmesan.
Lots of things were passed off in one way or another, and now, as he stood before the bathroom mirror, he wondered if he could be passed off too. He looked at himself, or such part of himself as the small mirror encompassed-just his face, really, and a bit of neck. It was a fifty-one-year-old face chronologically, but would it pass, he wondered, for a forty-something-year-old face?
He looked more closely: there were lines around the eyes and at the edge of the mouth but the cheeks were smooth enough. He pulled at the skin around the eyes and the lines disappeared. There were doctors who could do that for you, of course: tighten things up; nip and tuck. But the results, he thought, were usually risible. He had a customer who had gone off to some clinic and come back with a face like a Noh-play mask-all smoothed out and flat. It was sad, really. And as for male wigs, with their stark, obvious hairlines, all one wanted to do was to reach forward and give them a tug. It was quite hard to resist, actually, and once, as a student-and when drunk-he had done just that. He had tugged at the wig of a man in a bar and . . . the man had cried. He still felt ashamed of himself for that. Best not to think about it.
No, he was weathering well enough and it was far more dignified to let nature take its course, to weather in a National Trust sort of way. He looked again at his face. Not bad. The sort of face, he thought, that would be hard to describe on the Wanted poster, if he were ever to do anything to merit the attention of the police-which he had not, of course. Apart from the usual sort of thing that made a criminal of everybody: “Wanted for illegal parking,” he muttered. “William Edward French (51). Average height, very slightly overweight (if you don’t mind our saying so), no distinguishing features. Not dangerous, but approach with caution.”


Alexander McCall Smith (Bulayawo, 24 augustus 1948)


De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho werd geboren in Rio de Janeiro op 24 augustus 1947. Zie en ook mijn blog van 24 augustus 2009.

Uit: The Alchemist

„The boy’s name was Santiago. Dusk was falling as the boy arrived with his herd at an abandoned church. The roof had fallen in long ago, and an enormous sycamore had grown on the spot where the sacristy had once stood.

He decided to spend the night there. He saw to it that all the sheep entered through the ruined gate, and then laid some planks across it to prevent the flock from wandering away during the night. There were no wolves in the region, but once an animal had strayed during the night, and the boy had had to spend the entire next day searching for it.

He swept the floor with his jacket and lay down, using the book he had just finished reading as a pillow. He told himself that he would have to start reading thicker books: they lasted longer, and made more comfortable pillows.

It was still dark when he awoke, and, looking up, he could see the stars through the half-destroyed roof.

I wanted to sleep a little longer, he thought. He had the same dream that night as a week ago, and once again he had awakened before it ended.

He arose and, taking up his crook, began to awaken the sheep that still slept. He had noticed that, as soon as he awoke, most of his animals also began to stir. It was as if some mysterious energy bound his life to that of the sheep, with whom he had spent the past two years, leading them through the countryside in search of food and water. “They are so used to me that they know my schedule,” he muttered. Thinking about that for a moment, he realized that it could be the other way around: that it was he who had become accustomed to “their” schedule.“


Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 24 augustus 1947)