Lucille Clifton

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Poem to My Uterus

You uterus
you have been patient
as a sock
while i have slippered into you
my dead and living children
now
they want to cut you out
stocking i will not need
where i am going
where am i going
old girl
without you
uterus
my bloody print
my estrogen kitchen
my black bag of desire
where can i go
barefoot
without you
where can you go
without me

 

Here Rests

my sister Josephine
born july in ‘29
and dead these 15 years
who carried a book
on every stroll.

when daddy was dying
she left the streets
and moved back home
to tend him.

her pimp came too
her Diamond Dick
and they would take turns
reading

a bible aloud through the house.
when you poem this
and you will she would say
remember the Book of Job.

happy birthday and hope
to you Josephine
one of the easts
most wanted.

may heaven be filled
with literate men
may they bed you
with respect.

 

The Times

it is hard to remain human on a day
when birds perch weeping
in the trees and the squirrel eyes
do not look away but the dog ones do
in pity.
another child has killed a child
and i catch myself relieved that they are
white and i might understand except
that i am tired of understanding.
if this
alphabet could speak its own tongue
it would be all symbol surely;
the cat would hunch across the long table
and that would mean time is catching up,
and the spindle fish would run to ground
and that would mean the end is coming
and the grains of dust would gather themselves
along the streets and spell out:

these too are your children this too is your child

 

De tijden

het is moeilijk om op een dag mens te blijven
wanneer vogels huilend neerstrijken
in de bomen en de eekhoornogen
niet wegkijken, maar de hondenogen wel
vol medelijden.
een ander kind heeft een kind gedood
en ik merk hoe opgelucht ik ben dat ze
wit zijn en ik begrijp het misschien behalve
dat ik het begrijpen beu ben.
als dit
alfabet zijn eigen taal kon spreken
zou het zeker allemaal symbool zijn;
de kat zou zich over de lange tafel buigen
en dat zou betekenen dat de tijd ons inhaalt,
en de bontbaars zou naar de bodem snellen
en dat zou betekenen dat het einde nadert
en de stofkorrels zouden zich verzamelen
langs de straten en spellen:

dit zijn ook jouw kinderen dit is ook jouw kind

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Elisabeth Büchle, Lucille Clifton

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

Uit: Himmel über fremdem Land

„Erneut winkte Tilla, was Demy veranlasste, trotzig ihre Hände in die noch schmalen Hüften zu stemmen, den Kopf leicht schief zu legen und ihre Schwester herausfordernd anzugrinsen.» Demy, es hat doch keinen Sinn, sich gegen bereits getroffene Abmachungen aufzulehnen. Diese Anstellung bei den Meindorffs ist das Beste, was dir passieren kann. Weshalb nur willst du das nicht einsehen?«, rief Tilla schließlich über das Tosen der Wellen hinweg. »Was soll ich in dieser großen Stadt in einem fremden Land? Nur weil du dort hinziehen und diesen komischen Mann heiraten willst, kannst du nicht von mir verlangen, dass ich mitkomme!«, brüllte Demy zurück, während der Wind kräftig an ihren nassen Kleidern zerrte. »Ich wünsche es aber, und es ist angebracht! Außerdem wurde deine Anstellung im Hause Meindorff bereits vertraglich geregelt.« Tilla sah sie streng an. »Papa ist auch nicht mit deinen Plänen einverstanden!« »Er hat unterschrieben. Das allein zählt!« »Wie ist es dir bloß gelungen, ihn dazu zu überreden? Er hatte mir versprochen, dass ich nicht fortmuss!« Demys Stimme überschlug sich. Ärger und Enttäuschung brodelten in ihr so wild wie die gischtgekrönten Wellen um sie herum. Demy sah, wie Tilla tief durchatmete. Das Gesicht ihrer Schwester hatte eine für sie ungewöhnlich rote Farbe angenommen, und das lag nicht nur am scharfen Wind. »Komm jetzt bitte aus dem Wasser! Ich möchte mich nicht länger brüllend mit dir unterhalten müssen.« Das Mädchen zuckte gleichgültig mit den Schultern. »Dann komm du doch zu mir!«
11Ihre gerunzelte Stirn zeigte überdeutlich Tillas Missbilligung, aber zu Demys Verwunderung bückte sich ihre Halbschwester tatsächlich und schnürte ihre Stiefeletten auf. Nachdem Tilla sich ihrer Schuhe und der Strümpfe entledigt hatte, schaute sie prüfend den menschenleeren Strand entlang, hob ihren im Gegensatz zum eng geschnürten und mit Spitzen besetzten Oberteil weitfließenden Rock samt Unterrock in die Höhe und stapfte in die Wellen. Ihr erschrockener Ausruf, als sie die Kälte des Wassers spürte, drang bis zu Demy herüber, die erstaunt das Tun ihrer sonst so standes-bewussten Schwester beobachtete. Offensichtlich war Tilla die Unterhaltung mit ihr sehr wichtig! »Meine Güte, ist das kalt!«, japste Tilla. Demys Lachen wurde vom Wind davongetragen, während Tilla tapfer zu ihr watete, krampfhaft darum bestrebt, ihren Rock nicht den um ihre schlanken weißen Beine platschenden Wellen auszuliefern. »Demy, vermutlich kannst du heute noch nicht ermessen, wie sehr ich um dein Glück bemüht bin.« »Dann erkläre es mir!« »Du würdest es nicht verstehen!« Tilla versteckte ihre Hilflosigkeit hinter einer autoritären Stimme und bedrohlich zusammengezogenen Augenbrauen. Beides wirkte auf die verstimmte Dreizehn-jährige allerdings wenig einschüchternd. »Verstehst du es denn überhaupt selbst?«, hakte das Mädchen unbarmherzig nach. »Natürlich.« »Ich möchte nicht fort von hier«, verlegte Demy sich nun aufs Flehen und hoffte, dass Tilla ihren Schmerz erkannte und doch noch nachgab. »Ich lebe gern hier am Meer, in unserem Gutshaus, bei Papa, Rika und Feddo.« »Du wirst i in Berlin viel Neues und Aufregendes kennenlernen. Die Stadt entwickelt sich in rasanter Geschwindigkeit zu einer aufregenden Metropole.«

 

Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Wensen voor zonen

ik wens ze krampen.
ik wens ze een vreemde stad
en de laatste tampon.
Ik wens ze geen 7-eleven

ik wens ze een week te vroeg
en het dragen van een witte rok.
ik wens ze een week te laat.

later wens ik ze opvliegers
en stolsels zoals je
niet voor mogelijk houdt. laat de
opvliegers komen wanneer ze
een speciaal iemand ontmoeten.
laat de stolsels komen
wanneer ze willen.

laat ze denken dat ze akkoord gaan met
arrogantie in het heelal,
breng ze dan naar gynaecologen
niet anders dan zijzelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Rob van Essen, Lucille Clifton

De Nederlandse schrijver en vertaler Rob van Essen werd op 25 juni 1963 geboren in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Rob van Essen op dit blog.

Uit: De goede zoon

“En daarna alles en iedereen doodschieten, te beginnen in de Albert Heijn. Dat zal natuurlijk niet gaan, zoveel munitie heb ik niet, ik heb niet eens een wapen. Ik ben ongewapend. Drie woorden die je de kou om het hart doen slaan. Ik loop al zestig jaar ongewapend op deze planeet rond. Vreedzame jaren grotendeels, ik geef het toe, maar opeens komt het me absurd voor, alsof ik zestig jaar naakt heb rondgelopen en iedereen heb uitgenodigd om zijn gang met mij te gaan. Niet langer! Ik zal pas innerlijke rust vinden als ik me kan bewapenen. Een pistool is genoeg, of een revolver, wat is het verschil ook weer, zie je wel, ik weet niets, en ik weet al helemaal niet hoe je aan zo’n ding komt. Ergens een louche café binnenlopen en dan aan de barman vragen of… Op de een of andere manier gaat dat niet werken, denk ik. Toen ik op het Archief werkte, had ik De Meester om een wapen kunnen vragen, De Meester had contacten, maar dat wisten we toen nog niet, ik niet tenminste, dus dat had ook niet gekund, en hoe lang is dat inmiddels al geleden, veertig jaar, als ik toen een wapen had gekocht was het allang weg geroest op zolder of in de keukenla, dan had ik nu sowieso een nieuwe moeten kopen. En om zomaar ergens iets te bestellen en thuis te laten bezorgen, dat zie ik mezelf ook niet zo gauw doen, als dat al lukt weet je nooit op wat voor lijsten je terechtkomt. En dus zal ik straks weer naakt de straat op gaan, als in een droom waaraan je ’s ochtends met schaamte terugdenkt. Schaamte! Daarvoor heb ik geen dromen nodig, een bezoek aan de Albert Heijn is genoeg.
Toen ik weer thuis was en de boodschappen had opgeruimd ging ik in de stoel van mijn moeder zitten, die sinds een week als een mastodont midden in mijn kamer staat, op de plek waar de mannen hem hebben neergezet, geen goede plek, ik weet nu al dat ik voortdurend over dat snoer ga struikelen, zet daar maar neer heren, zei ik, bedankt, en ik bedenk nu pas dat ik ze een fooi had moeten geven. Daar hebben ze op de terugweg vast nog over gemopperd. Of misschien ook niet, misschien hielden ze zich alleen maar bezig met de vraag waarom die man de oude sta-opstoel van zijn moeder wilde overnemen. Nou heren, ik kan u vertellen, dat weet die man zelf ook niet, zijn zus wilde het ding niet hebben en het verzorgingstehuis ook niet, het leek hem opeens een goed idee toen hij het kamertje van zijn moeder moest leeghalen, en zo werd hij ook hier weer het slachtoffer van zijn quasi-boeddhisme, volg je intuïtie, er zijn diepere bewustzijnslagen aan het werk, dat soort invallen wil iets zeggen, die stoel wil naar jou.”

 

Rob van Essen (Amstelveen, 25 juni 1963)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

1994

ik liet mijn achtenvijftigste jaar achter me
toen een duim van ijs
zich hard in de buurt van mijn hart ramde

je hebt je eigen verhaal
je kent de angsten de tranen
het litteken van ongeloof

je weet dat de treurigste leugens
die zijn die we onszelf vertellen
je weet hoe gevaarlijk het is

geboren te worden met borsten
je weet hoe gevaarlijk het is
om een donkere huid te dragen

ik liet mijn achtenvijftigste jaar achter me
toen ik wakker werd in de winter
van een koud en sterfelijk lichaam

dunne ijspegels hingen er vanaf
die ene gekke tepel huilde

zijn we geen goede kinderen geweest
hebben we de aarde niet geërfd?

maar je weet hier vast alles van
uit je eigen rillende leven

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Ernesto Sabato, Lucille Clifton

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: The Resistance (Vertaald door D. Ohmans)

“I cannot but remember that same effect it produces on insects, and even on the large
animals. And then, it is not only difficult to leave it, but we also lose the everyday capacity to look and see. A street with enormous tipa-trees, some innocent eyes in the face of an old woman, the clouds of an afternoon. The flowering of aromas in mid-winter is not noticed by those who do not even enjoy the jacarandás of Buenos Aires. It has often surprised me how we
see the landscapes better in the movies than in reality.
It is urgent to reconnect with the commons spaces that prevent us from being a massified multitude isolatedly watching television. What is paradoxical is that through that screen we seem to be connected with the entire world, when in truth it removes the possibility of humanly cohabiting, and what is equally serious, predisposes us to apathy. I have said ironically in many interviews that “television is the opiate of the people,” modifying Marx’s famous phrase. But I believe it, one becomes lethargic in front of the screen, and while finding nothing of what one seeks, they stay there anyway, incapable of rising and doing something good. It takes away the desire to work on some
artisanry, read a book, fix something in the house while listening to music or drinking maté. Or going to the bar with some friend, or conversing with your own. It is a tedium, a boredom to which we accustom ourselves “for lack of something better.” Being monotonously seated before the television
anesthetizes the senses, makes the mind slow-witted, harms the soul.
The senses of the human being are closing, every time requiring more intensity, like the deaf. We do not see what does not have the illumination of the screen, nor do we hear that which does not come to us charged with decibels, nor do we smell perfumes. Now not even flowers have it.
Something that affects me terribly is noise. There are afternoons when we walk blocks and blocks before finding a place to have a coffee in peace. And it is not that we finally find a quiet bar, but that we resign ourselves to asking, please could they turn off the television, something they do completely willingly for me, yet I ask, what do persons who live in this city of 13 million inhabitants do to find a place to talk to a friend? What I describe happens to everyone, and most especially to true lovers of music, or does one think they prefer to hear it while all talk of different themes and by shouting? In every café there is, either a television, or a musical apparatus at full volume. If everyone complained like me, energetically, things would begin to change. I ask whether the people are aware of the damage it does to the hearing, or is it that they have been convinced how advanced it is to speak in shouts. In many units one hears the neighbor’s television, as if we respect each other so little?”

 

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Vermaningen

jongens
Ik beloof jullie niets
behalve dit
wat je verpandt
zal ik terugkopen
wat je steelt
zal ik verbergen
mijn persoonlijke stilte
bij jou publieke schuld
is alles wat ik heb

meisjes
de eerste keer dat een blanke man
zijn broek opent
als was het iets goeds
zullen we gewoon lachen
lach heel hard mijn
zwarte vrouwen

kinderen
wanneer ze jullie vragen
waarom is jullie moeder zo grappig
zeg
ze is een dichter
ze heeft geen verstand

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton
(27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

David Leavitt, Lucille Clifton

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“Thanks,” I said. Seeing that the task was more than we could manage, several of the male patrons at the café, as well as several of the waiters, got down on their knees with us. Like commandos, we scrambled to gather up the cards, chasing down the ones that the breeze had batted out of reach, while Julia watched with a sort of paralyzed detachment. Of course, I understood— perhaps I alone understood— how much was at stake. For if four or five of the cards went missing, it would be unfortunate. But if just one went missing, it would be a catastrophe. And miraculously, all of the cards were found— at which all of the men who had participated in the operation burst into spontaneous applause.
“Thanks,” I said to Edward— again.
“Why are you thanking me?” he said. “I’m the one who stepped on your glasses.”
“It wasn’t your fault.”
“No, it was the pigeons,” Iris Freleng said, from two tables away.
“Some fool must have tried to feed them,” Edward said. “They’re ruthless, these birds. Piranhas of the air, the locals call them.”
“Do they?”
“They might as well. The word’s Portuguese.”
“Are they damaged?” Iris asked.
“Not much,” Julia said. “A few of the corners are bent.”
“I meant your husband’s glasses. Even so, I’m glad to hear it. I’ve never seen cards that small.”
“They’re special solitaire cards,” I said. “My wife is something of a connoisseur where solitaire is concerned.”
“I am not a connoisseur,” Julia said.
“The versions she plays require two decks, which is why the cards have to be so small. Otherwise you’d need a dining table to spread them out on.”
“How interesting,” Iris said. “Myself, I’ve never gone in for cards.”
“I am not a connoisseur,” Julia repeated, fitting the cards back into their box, on the alligator- skin surface of which the word patience was picked out in gold.
“Of course, we’ll pay to have them replaced,” Edward said. “The glasses.”

 

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Geheugen

vraag me om te vertellen hoe het voelt
om je het gezicht van je moeder te herinneren
veranderd in water onder de witte woorden
van de man in de schoenenwinkel. vraag me,
hoewel ze het beter vertelt dan ik,
niet vanwege haar charme
maar omdat het nooit is gebeurd
zegt ze,
geen pesterige verkoper vol branie,
geen woede, geen schaamte, niets ervan
is ooit gebeurd.
Ik herinner me alleen dat ik ze voor jou heb gekocht
je eerste volwassen schoenen
lacht ze. vraag me
hoe het voelt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jaap Robben, Karin Fellner

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

Eenpersoonslijf

Jij wil vrijen
zoals een vos
een konijn uitkleedt.

Dat helpt niet.

Mijn hart
houdt het jouwe niet bij
en daarnaast
heb ik al te weinig plek voor mijzelf
in dit krap eenpersoonslijf.

Wij begonnen niet
zoals alles altijd
met zomaar twee mensen,
tussen twee momenten.

Wij waren niet
de kans op toeval.

Jij vond ons uit.

 

Verloren liefs

Verloren dingen worden weer van zichzelf.
Kwijtgeraakte knikkers, zonnebrillen in zee
en weggewaaide woorden.

Behalve het liefs
dat ik jou nog nariep,
maar dat je niet meer hoorde
omdat je al bij de brug fietste.

Dat dwaalt met de wind
voor altijd door
eindeloos op zoek
naar jouw oor.

 

Kwijt

Hoe kwijt kan iets zijn
wanneer ik het met dichte ogen
nog steeds kan zien?

 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Voer XI

in het klooster dwalen ze / rond bedekte bloembedden
verzamelen zon, doden / leven in de mulch
langzaam gaan ze zitten

dit is vasten, ze zeggen / honger is beperkt
in het angelus luiden wacht / een donker brood
van binnen zoet

staren ze verbaasd naar de loze
belofte van amandelbloesem.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Wijding aan mijn vader (Karel van de Woestijne), Ed Leeflang, Anne Carson

Bij vaderdag

 

Selbstporträt mit Sohn door Hans Northmann, ca. 1930

 

Wijding aan mijn vader

o Gij, die kommrend sterven moest, en Váder waart,
en míj liet leven, en me teder léerde leven
met uw zacht spreken, en uw strelend handen-beven,
en, toen ge stierft, wat late zon op uwe baard;

¬ ik, die thans ben als een die in de avond vaart,
en moe de riemen rusten laat, alleen gedreven
door zoele zomer-winden in de lage reven,
en die soms avond-zoete water-bloemen gaêrt,

en zingt soms, onverschillig; en zijn zangen glijden
wijd-suizend over ’t matte water, en de weiden
zijn luistrend, als naar eigen adem, naar zijn lied…

Zó vaart mij leve’ in vrede en waan van dóod begeren
tot, wijlend in de spiegel-rust van dieper meren,
neigend, naar mijn aangezicht uw aangezichte ziet.

 

Karel van de Woestijne (10 maart 1878 – 24 augustus 1929)
Gent, de geboorteplaats van Karel van de Woestijne

 

De Nederlandse dichter Ed Leeflang werd geboren op 21 juni 1929 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Ed Leeflang op dit blog.

De Weide

Een kalme man brengt mij een bus:
of ik het etiket wil controleren.
Hij vraagt of er dan verder niemand komt.

Na een kwartier zie ik hem terugkeren
in een witte doktersjas. Hij heeft wat zwaars
of lichts onder een zwarte doek maar torst dat
misschien uit eerbied zichtbaar;
een ernstig laborant met veel van een
onbegrepen of van schijn tot wezen
opgeklommen goochelaar.

Wij dalen samen in een afgemeten pas
een lang duinpad af; hij voorop.
Dan meldt hij dat ik op het pad
moet blijven staan; zelf zal hij
een grazig en zeer groen grasveld opgaan.
Er vliegen meeuwen van op en roeken.

Een groot strooivat zwaait hij met kracht,
beloopt het midden van de weide en doet
lichte uitvallen naar de hoeken.

Er staat een bries. Gruizig poeder stuift
me in het gezicht, maar ik doe mijn ogen
opzettelijk niet dicht.

Hij komt me opzoeken en zegt:
uw vader is verstrooid. Hij stelt me voor
om nog wat na te blijven.

Meeuwen en roeken strijken langzaamaan weer neer.
Wij staan daar zwijgende een tijd nog op dat pad.
En dan niet meer.

 

De grote dromen

De kleine dromen gehoorzamen nog,
de grote worden onhandelbaar als ligstoelen
die niet open willen, een reservewiel
dat zich losrukt en wegrolt, mokkende dieren
die om hun temmer sluipen.

Ik heb het verbruid bij de grote dromen.
Omdat ik een dichtgetimmerd kasteel
in een verlaten park heb gezien en het bordes
heb bestegen, weet ik wat dat zeggen wil:
rododendronstruiken forceren de ramen,
niets houdt het liefdeloze van de
losgebroken takken tegen.

En eens wilde je macht over de nachtwind;
dat hij de vogels onder de bruggen geruststelde
en waar het zo uitkwam een dekzeil goed legde
op de voorbijkomende schepen.

De grote ordening wordt verloren,
geen enkele droom zal zich gedragen tenslotte
en zoveel bladeren aan bomen worden geboren
om met de altijd al willoze wind mee te spotten,
dat het inkt en slapeloosheid kost
niet bij de aarde te horen.

 

Stand

Op de brug achteromkijkend in de bus
zie ik hoe het stadje verdwijnt,
een toreneindspel met ongelijke lopers.

Iemand zit daar, denkt en doet geen zet
en laat de stukken jaren staan.

Denken en tijdnood zijn even heilig.
Men komt intussen nergens aan.
Dat is een wet.

 

Ed Leeflang (21 juni 1929 – 17 maart 2008)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

Kort praatje over geisha’s

De kwestie van geisha’s en seks is altijd complex geweest.
Sommigen doen het, anderen niet. In feite waren. zoals u weet, de eerste
geisha’s mannen (narren en drummers). Hun gewaagde
geklets maakte de gasten aan het lachen. Maar tegen 1780 betekende “geisha”
vrouw en de glamoureuze handel van de thee-
huizen was onder controle van de regering gebracht.
Sommige geisha’s waren kunstenaars en noemden zichzelf
“wit”. Andere met bijnamen zoals “kat” en
“tuimelaar” zetten elke avond hutjes op in de wijde
rivierbedding, om bij zonsopgang te verdwijnen. Het belangrijkste
was, iemand om naar te verlangen. Ofwel het
dekbed was lang, of de nacht was te lang, of
je kreeg deze plek om te slapen of die
plek om te slapen, iemand om op te wachten tot
zij langs komt en het gras beweegt,
een tomaat in haar handpalm.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Vikram Seth, Karin Fellner

De Indische dichter en schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

What’s in it?

I heard your name the other day
Mentioned by someone in a casual way.
She said she thought that you were looking great.
A waiter passed by with a plate.
She reached out for a sandwich, and your name
Went back from where it came.

But like a serious owlet I stood there,
Staring in mid-air.
I frowned, then followed her around
To hear, just once more, that sirenic sound –
Those consonants, those vowels – what a fool!
I show more circumspection as a rule.

I love you more than I can say.
Try as I do, it hasn’t gone away.
I hoped it would once, and I hope so still.
Someday, I’m sure, it will.
No glimpse, no news, no name will stir me then.
But when? But when?

 

Evening Scene from my Table

Evening is here, and I am here
At my baize table with a glass,
Now sipping my unfizzy beer,
Now looking out where on the grass

Two striped and crested hoopoes glean
Delicious insects one by one.
A barbet flies into the scene
Across the smoky city sun.

My friends have left, and I can see
No one, and no one will appear.
This must be happiness, to be
Sitting alone with birds and beer.

In a brief while the sun will go,
And grand unnerving bats will fly
Westward in clumped formations, slow
And dark across a darkened sky.

 

Protocols

What can I say to you? How can I retract
All that that fool my voice has spoken –
Now that the facts are plain, the placid surface cracked,
The protocols of friendship broken?
I cannot walk by day as now I walk at dawn
Past the still house where you lie sleeping.
May the sun burn these footprints on the lawn
And hold you in its warmth and keeping.

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

Voer IX

in de aanhanger met dekzeilen en touwen / rammelen ze het kleine stadje in
gaan doordrenkt het café binnen / te goedkope chocolat chaud
uitzicht op de rotonde

naar beneden naar het toilet / langs verpakte goederen
snellen de ogen vooruit / stoppen suiker onder het shirt
noodproviand voor onderweg

gepolijste pleinen bij de supermarkt
bedelen ze of stelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Salman Rushdie, Karin Fellner

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: The Golden House

Regarding his own missing wife he was silent. In his house of many photographs, whose walls and mantelpieces were populated by rock stars, Nobel laureates, and aristocrats, there was no image of Mrs. Golden, or whatever she had called herself. Clearly some disgrace was being implied, and we gossiped, to our shame, about what that might have been, imagining the scale and brazenness of her infidelities, conjuring her up as some sort of most high-born nymphomaniac, her sex life more flagrant than any movie star’s, her divagations known to one and all except to her husband, whose eyes, blinded by love, continued to gaze adoringly upon her as he believed her to be, the loving and chaste wife of his dreams, until the terrible day when his friends told him the truth, they came in numbers to tell him, and how he raged!, how he abused them!, calling them liars and traitors, it took seven men to hold him and prevent him from doing harm to those who had forced him to face reality, and then finally he did face it, he accepted it, he banished her from his life and forbade her ever again to look upon her sons. Wicked woman, we said to one another, thinking ourselves worldly-wise, and the tale satisfied us, and we left it there, being in truth more preoccupied by our own stuff, and only interested in the affairs of N. J. Golden up to a certain point. We turned away, and got on with our lives. How wrong we were.
What is a good life? What is its opposite? These are questions to which no two men will give the same answers. In these our cowardly times, we deny the grandeur of the Universal, and assert and glorify our local Bigotries, and so we cannot agree on much. In these our degenerate times, men bent on nothing but vainglory and personal gain—hollow, bombastic men for whom nothing is off-limits if it advances their petty cause—will claim to be great leaders and benefactors, acting in the common good, and calling all who oppose them liars, envious, little people, stupid people, stiffs, and, in a precise reversal of the truth, dishonest and corrupt. We are so divided, so hostile to one another, so driven by sanctimony and scorn, so lost in cynicism, that we call our pomposity idealism, so disenchanted with our rulers, so willing to jeer at the institutions of our state, that the very word goodness has been emptied of meaning and needs, perhaps, to be set aside for a time, like all the other poisoned words, spirituality, for example, final solution, for example, and (at least when applied to skyscrapers and fried potatoes) freedom. But on that cold January day in 2009 when the enigmatic septuagenarian we came to know as Nero Julius Golden arrived in Greenwich Village in a Daimler limousine with three male children and no visible sign of a wife, he at least was firm about Murray between 1901 and 1903 by the architectural firm of Hoppin & Koen, who, to make room for it, had demolished two of the original houses put up in 1844 by the estate of the merchant Nicholas Low.

 

Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

Voer I

hullen zich in stemmen / motregenen op onthoofde
platanen boven plassen /weggedoken voorbijgangers
ze zitten

aan de bar, pastis / malen machines francs
verspreiden geruchten / bestijgen de Pyreneeën
slurpen ze

koffie, zijn helden van
vage moed, gaan op pad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Stoel

Ik stond naast een tafel en het verontrustte mij dat ik zo
alleen was en opeens hoorde ik het kloppen erg
zachtjes weliswaar maar iets maakte zich kenbaar.
Het was zo subtiel dat ik moest knielen, zo vond ik de
stoel en ik raakte het hout zoals je een tong raakt, ik
legde mijn vinger in een nerf, het begon onmiddellijk te
schemeren en dieren stonden om ons heen.
Inmiddels was ik al niet veel groter dan een speldenpunt
en innerlijk dronken de stoel zond mij zijn gedachten, vrij
technisch maar gevolgd door het ruisen van bomen
voor even, een seconde of drie werd ik stoel. Het was zalig, zalig
dat hout in mijn wervels! De klop in mijn been, een bestaan
zonder bloed of gedachten. En stil te staan eeuwig. En
opgetild. En altijd die functie en een
innerlijk waaien van de bomen afkomstig.

 

Aan tafel

Vragen wij vandaag aandacht voor de lucht
Zie haar trillen!
Kijk hier buigt zij rond de schoorsteen!
Hier wordt zij uitgespuugd!
Kijk hier raakt zij water!
Vliegt zij over een ijsschots!
en rent door de huizen!
De lucht gaat in het schaap!
De lucht gaat in de bever!

Hier verdwijnt lucht in het toetje!
Kijk die vla haar vasthouden!
Die moet!
Die moet in een kind terechtkomen!

En jawel we tellen af!
Drie!
De lepel wordt geheven!
Twee!
Het vliegtuig vliegt al aan!
Een!
De lucht gaat in het kind

 

Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

gemaaid gras: je tast

gemaaid gras: je tast
het af in de borst, een groen
gevoel, toetst de duurzaamheid
van weiden, honger naar
tuinen beauty beyond
production uit rode klaver,
het zoete uiteinde van de halmen
in de mond een koele
belofte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.