Libris Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

 

Libris Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

 

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers ontvangt de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman “Cliënt E. Busken”. Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Cliënt E. Busken

“.. denk ik opeens aan mijn moeder. Ik denk nooit aan mijn moeder, die al decennia dood is. Ik ben intussen ouder dan zij is geworden. Ik bedoel. Bedoel ik iets? Dat ik buiten, boven de tijd ben geraakt waarin ik en mijn moeder er allebei nog waren en ik haar gerust mag zijn vergeten. Ik ben haar niet vergeten, ik denk alleen nooit aan haar. Ze flitste door mijn hoofd en is meteen weer weggespoeld. Ik denk dat ik dat bedoel. Wel degelijk nog in staat iets te bedoelen. Was het wel mijn moeder, die zich als een bliksemvonk in mijn hersens vertoonde, en niet iemand anders, een andere vrouw? In een zomerjurkje op een strand in dampende zon en ik ben daar ook. Haar armen strak langs haar lichaam omlaag staat ze haar vingers te spannen. Alle kracht vanuit haar schouders en armen naar haar vingers die ze gespreid naar het zand gericht houdt, waar haar schaduw tot een bolletje rondom haar voeten is ingekrompen, skeletterig mager in dat katoentje met verschoten gele en lichtgroene vierkantjes. Dat met die vingers doet ze als ze driftig is en voordat ze ze tot trillende vuisten in elkaar krampt. Wegwezen, in ieder geval zorgen voor afstand, want ze gaat meppen. Het zal dus mijn moeder wel zijn geweest, weggespoeld als een uitwerpsel, maar met het gezicht, het hoofd, de gestalte van een ander iemand, niet per se vrouwelijk. Kan u hier uw nicotinesprieten roken, roept zuster Morton. Kankerstokken zegt men hier niet. Nooit kanker zeggen. Ze kijkt naar boven, waar de lucht niet is te zien boven de bomen. De sparrentoppen bewegen alle kanten op in wind die er al dagen is, gisteren zo hard en met venijnige regen dat iedereen binnen moest blijven. Het blijft wel droog, meent ze. Er is zon voorspeld. Hier beneden waait het niet. Staat hij op de rem? Dat controleert ze. Ja, met die dragonderstem, u staat geblokkeerd. Hetgeen klopt. Geblokkeerd, ik. Geblokkeerder dan de wielen van de rolstoel, die ze ergens achter me, waar ik niet bij kan, heeft vergrendeld. Die wielen gaan gewoon weer draaien als ze niet meer zijn geblokkeerd, ikzelf ben niet als die wielen, want ik kan niets meer, wat wil je ook. Alleen nog zitten en liggen. En waarnemen. Denken. Piekeren. Malen. Bedoelen. Kleuren zien die er niet zijn, althans door anderen niet worden gezien.”

 

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

In Memoriam Hafid Bouazza

 

In Memoriam Hafid Bouazza

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza is op 51-jarige leeftijd overleden. Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Paravion

“Haar huid: een landschap van blank waar haar gezicht het oosten was: daar kwamen twee zonnen als
blossen op – en haar borsten waren het westen: daar gingen zij als areola’s onder. Zij was zo blank dat het leek alsof zij enkel in duisternis leefde, nimmer het daglicht had gezien, noch het daglicht haar. Het kon ook liggen aan haar frequente bezoeken aan het badhuis. Ze was er dol op en bracht er vele middagen door. Haar voeten waren even rood als de aarde waarop zij liepen.
De andere vrouwen, zelf hazel of mahagonie, benijdden haar alabaster. Haar naam was Mamoerra.
Wanneer haar ogen verzadigd waren van zijn beeld, vlijde zij haar broze warmte ruggelings tegen zijn boezem waar een brief lag te bonken. Zijn armen omsloten haar levendragend lijfje, omvatten haar alsof ze een mand zomervruchten was. Zij wentelde zich in zijn omarming en keek op naar hem; hij hield haar gezicht gekooid in zijn handen. Haar kin rustte waar de hielen van zijn palmen samenkwamen en hij kuste haar mond en voorhoofd. Vervloekt en nogmaals vervloekt wie de
oorzaak van deze verstrengelingen had onthuld!
En al die tijd leefde de brief tussen hen als een kind of een waardevol huisdier, naast de twee geiten en de ezel.
Het deed haar pijn dat al haar voorzorgsmaatregelen tevergeefs bleken. Maar ook zij was weerloos tegen gerucht, dat nooit sliep en talrijke echo’s als dienstmaagden had in de ravijnen en vlakten van noordelijk Morea (dat is Moorlant voor u, mijne heren), waar het witte gehucht moeizaam standhield op de rode aarde en alles aangreep om verstrooiing te vinden voor zijn verveeld bestaan. Een enkel woord opgevangen door een blad van de druivenrank die, zaadloos nog als het genot van een vrouw, over de muren van hun huis op kroop naar een hiernamaals van schreeuwerige markten en wie
weet van zondig glas – één zo’n woord doorverteld aan de wind die het voortzegde in de vrouwenvertrekken, was genoeg om het gehucht in een staat van opwinding te brengen, klapperend van roddels als een zeil in de wind.”

 

Hafid Bouazza (8 maart 1970 – 29 april 2021)

P.C. Hooft-prijs 2021 voor Alfred Schaffer

P.C. Hooft-prijs 2021 voor Alfred Schaffer

De Nederlandse dichter Alfred Schaffer krijgt de P.C. Hooft-prijs 2021 voor poëzie. ‘Een dichter die zonder met modes mee te waaien midden in deze tijd staat’, zo oordeelt de jury. ‘Zijn poëzie omvat zeer precies gekozen momentopnames, met zinnen die ogen alsof er een scalpel aan te pas is gekomen.’  De prijsuitreiking, die in mei plaatsvindt, wordt georganiseerd door het Literatuurmuseum. Alfred Schaffer werd geboren in Leidschendam op 16 september 1973. Zie ook alle tags voor Alfred Schaffer op dit blog.

Politiek voor beginners

Je staat te glunderen, alsof je al gewonnen hebt. Of wil je de
menukaart zien? Lieveling, er trok vandaag een optocht door
de straat, er was confetti, er waren voorzorgsmaatregelen, er
was genoeg voor iedereen. De dag stond bol van nijverheid.

Dit is geen gezeur, dit is de kolder in m’n kop, secondewerk.
En dit hier liep ik in de oorlog op, ik was een scherpschutter,
ik schoot met scherp, waande mij een voorvader, mijn bleke
snufferd in alle soorten en maten. Zo ging dat in die tijd van

voor de nieuwsberichten, wie niet deugde kon bij het grofvuil.
Ik moest tot inkeer komen, kwam tot inkeer en toen wilde ik
naar huis – tussen de flats laat jij je hondje uit, het kinderspel,

de graffiti, het gekef, alles in nostalgisch zwart en wit. Luister,
brult de meester. Eendracht, klaagt de meester. Wie de schoen
past, begint de meester. Maar wat het ook was, het is verleden.

 

Het persoonlijk magnetisme

Kijk eens naar rechts en vertel me wat je ziet.
De constante verandering,
nu al onderdeel van onze dagelijkse routine.

Dit is de grote dag,
de dag van het titelgevecht en het spontane compliment.
In de drukte zoek je naar het gat
in een gesprek en als op een teken lijkt de aandacht te verschuiven
naar geluiden buiten.
Het blijft vragen naar de bekende weg, een vloeiende beweging
van aantrekken en afstoten.

Onze speelsheid een nieuwe vorm van liefdewerk:
de kortstondige toewijding, het verrassend perspectief.

Zo te horen is het vrijgezellenfeest hiernaast een groot succes.
Maar laat je niet afleiden,
hier gelden andere wetten.

 

Kies nu een gedachte

Bericht gaat dat de stad drastisch veranderde.
Toeristen maken gretig gebruik van de nieuwe faciliteiten
en flaneren over het stadsplein in avondkledij
met op de achtergrond de prachtig gerestaureerde fontein.

De beroemde struisvogelboerderijen bleven intact.
Er zijn monumenten opgericht waar men,
als er tijd is, bloemen legt of uitrust onder een voorbijsnellende hemel.
De struisvogeleieren worden tegenwoordig beschilderd met figuren uit buitenlandse handboeken.

Elke ochtend dringen de struisvogels massaal tegen de hekken
wanneer de eerste mensen uit de buitenwijken,
op weg naar de stad in het zuiden,
zonder een spoor van argwaan komen aangewandeld.

 

Alfred Schaffer (Leidschendam, 16 september 1973)

In Memoriam John le Carré

In Memoriam John le Carré

De Britse thrillerschrijver John le Carré is afgelopen zaterdag op 89-jarige leeftijd overleden. John le Carré werd geboren op 19 oktober 1931 in Poole, Dorset, Engeland. Zie ook alle tags voor John le Carré op dit blog.

Uit : Agent Running in the Field

“Our meeting was not contrived. Not by me, not by Ed, not by any of the hidden hands supposedly pulling at his strings. I was not targeted. Ed was not put up to it. We were neither covertly nor aggressively observed. He issued a sporting challenge. I accepted it. We played. There was no contrivance, no conspiracy, no collusion. There are events in my life – only a few these days, it’s true – that admit of one version only. Our meeting is such an event. My telling of it never wavered in all the times they made me repeat it.
It is a Saturday evening. I am sitting in the Athleticus Club in Battersea, of which I am Honorary Secretary, a largely meaningless title, in an upholstered deckchair beside the indoor swimming pool. The clubroom is cavernous and high-raftered, part of a converted brewery, with the pool at one end and a bar at the other, and a passageway between the two that leads to the segregated changing rooms and shower areas.
In facing the pool I am at an oblique angle to the bar. Beyond the bar lies the entrance to the clubroom, then the lobby, then the doorway to the street. I am thus not in a position to see who is entering the clubroom or who is hanging around in the lobby reading notices, booking courts or putting their names on the Club ladder. The bar is doing brisk trade. Young girls and their swains splash and chatter.
I am wearing my badminton kit: shorts, sweatshirt and a new pair of ankle-friendly trainers. I bought them to fend off a niggling pain in my left ankle incurred on a ramble in the forests of Estonia a month previously. After prolonged back-to-back stints overseas I am savouring a well-deserved spell of home leave. A cloud looms over my professional life that I am doing my best to ignore. On Monday I expect to be declared redundant. Well, so be it, I keep telling myself. I am entering my forty-seventh year, I have had a good run, this was always going to be the deal, so no complaints.
All the greater therefore the consolation of knowing that, despite the advance of age and a troublesome ankle, I continue to reign supreme as Club champion, having only last Saturday secured the singles title against a talented younger field. Singles are generally regarded as the exclusive preserve of fleet-footed twenty-somethings, but thus far I have managed to hold my own. Today, in accordance with Club tradition, as newly crowned champion I have successfully acquitted myself in a friendly match against the champion of our rival club across the river in Chelsea. And here he is sitting beside me now in the afterglow of our combat, pint in hand, an aspiring and sportsmanlike young Indian barrister. I was hard pressed till the last few points, when experience and a bit of luck turned the tables in my favour. Perhaps these simple facts will go some way to explaining my charitable disposition at the moment when Ed threw down his challenge, and my feeling, however temporary, that there was life after redundancy.”

 

John le Carré (19 oktober 1931 – 12 december 2020)

Deutscher Buchpreis 2020 voor Anne Weber

Deutscher Buchpreis 2020 voor Anne Weber

De winnares van de Deutscher Buchpreis 2020 is Anne Weber. Zij krijgt deze prijs voor haar roman in verzen “Annette, ein Heldinnenepos”. De Duitse schrijfster en vertaalster Anne Weber werd geboren op 13 november 1964 in Offenbach am Main. Zie ook alle tags voor Anne Weber op dit blog.

Uit: Annette, ein Heldinnenepos

“Anne Beaumanoir ist einer ihrer Namen.
Es gibt sie, ja, es gibt sie auch woanders als auf
diesen Seiten, und zwar in Dieulefit, auf Deutsch
Gott-hats-gemacht, im Süden Frankreichs.
Sie glaubt nicht an Gott, aber er an sie.
Falls es ihn gibt, so hat er sie gemacht.
Sie ist sehr alt, und wie es das Erzählen will,
ist sie zugleich noch ungeboren. Heute,
da sie fünfundneunzig ist, kommt sie
auf diesem weißen Blatt zur Welt –
in eine undurchdringliche Leere, in die sie
lange runde Maulwurf blicke wirft und die sich
nach und nach mit Formen und mit Farben,
mit Vater Mutter Himmel Wasser Erde füllt.
Himmel und Erde sind bleibende Erscheinungen,
das Wasser aber kommt und geht, es strömt
ins trockne Bett des Flusses Arguenon, wo es
zweimal am Tag die Boote aufrichtet, die schon seit
Stunden auf der Flanke liegen. Zweimal am Tag
zieht sichs ins Meer zurück, Ärmelkanal
nennt man es hier, auch kurz La Manche, Der
Ärmel, obwohl es kein Kanal und auch kein Ärmel ist,
nichts Hohles also, eher schon ein Arm: der
Meeresarm, den der Atlantik zur
Nordsee rüberstreckt. Sachte legen sich die
Boote wieder seitlich auf den Bauch.

Im All des Zimmers, dem noch unbewohnten,
schwimmen vier und auch manchmal sechs
glänzende Gestirne oder Augen. Wie in der Dunkelkammer
langsam Konturen aus dem Nichts aufsteigen,
beginnen sich um die Gestirne
Gesichter abzuzeichnen. Mutter. Großmutter.
Vater. Das Kind, das Anne heißt und alle
Annette nennen (sprich Annett) bringt diese
Planeten zum Kreisen.

Von Annette ist Anne (die Heutige) dem Alter nach
doppelt so weit entfernt, wie ihre
Großmutter es damals war, aber irgendwo
erstaunlich fern und nah
gibt es noch dieses Kind. Es ist eins mit ihr,
ist nicht verkümmert und nicht tot, es schläft,
es ist noch da.”

 

Anne Weber (Offenbach am Main, 13 november 1964)

Herman Brusselmans, Louise Glück

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De Tafel

“Ik heb jaren aan een stuk bezworen dat ik nooit een boek zou schrijven met als titel De tafel. En tja, op een dag begin je er dan toch aan. Want hoewel ik vanaf 1982 vond dat De tafel een veel te simpele, weinigzeggende titel is, dacht ik daarstraks: nou, eigenlijk valt dat wel mee. Tenslotte weet iedereen wat een tafel is, en een titel mag gerust begrijpelijk zijn voor het grote publiek. Zonder tafel zouden we in een heel andere cultuur leven, bijvoorbeeld de woestijncultuur, waar de bewoners van de grond eten, of van een zelf geknoopt tapijt. Geef mij dan maar een tafel. Ik heb slechts één keer in m’n leven van de grond gegeten, en dat was toen ik drie maanden in een psychiatrisch instituut verbleef, en iedereen daar ervan wilde overtuigen dat ik werkelijk gek was. Van de grond eten, m’n uitwerpselen verkopen voor veel te veel geld aan de andere gekken, een vrouw die bij de verpleging zat beloven dat ik haar zwanger zou maken en daarna alsnog weigeren om met haar te neuken, dat soort dingen. Het was geen leuke periode. Oké, er zit iets fout in m’n hoofd, dat wel. Dat 6begon al goed toen ik op straat een paard wilde omhelzen, maar het bleek geen paard maar een oud wijf met een veel te groot bovengebit. Ik omhelsde haar trouwens veel te stevig, en door ademnood viel ze neer op de straat. Ik riep: ‘Bel de politie! Bel de politie! Een vrouw probeert de straat te stelen!’ Niemand belde de politie omdat iedereen wist: een straat stelen door er bewusteloos op neer te vallen, dat is onmogelijk. Zeker niet als de zogenaamde dief een vrouw is van tweeënnegentig, zich bovendien voortbewegend met een rollator. Ik gaf haar een trap in haar maag. Stom wijf. Eerst een beetje een paard lopen imiteren, en dan in coma raken, ik ken dat, mij moet je geen appelen voor citroenen verkopen. Omdat ik nog nooit de kut had gezien van een tweeënnegentigjarige vrouw, deed ik haar rok en haar onderbroek uit, en staarde ik tussen haar benen. Godverdomme, zoiets lelijks had ik nog nooit gezien. Het leek wel alsof tussen die benen de smoel van een hamster was ontploft. Van die rauwe vleesresten, weet je wel. Zo’n harige, ontplofte smoel van een bejaarde hamster. Zou die kut ook naar een dode hamster rúiken? Ik stak m’n neus tussen de benen van de vrouw en snoof hard en veelvuldig. Nee, de kut rook niet naar een dode hamster, maar wel naar iets wat per ongeluk zoek is geraakt in een slachthuis en daar al enkele weken ligt te rotten.
Ondertussen had iemand alsnog de politie gebeld, niet om de oude vrouw aan te houden vanwege straatdiefstal, maar om mij aan te houden vanwege het op een onzedelijke manier lastigvallen van die vrouw. Altijd als er iets gebeurt met een man en een vrouw, wordt de man in het ongelijk gesteld. Dat is al zo sinds de tweede feministische golf van 1865, toen een Franse lesbo door een rechter in het gelijk werd gesteld nadat ze een man beschuldigd had van verkrachting.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Metten

Wat heb je met mijn hart
dat je het keer op keer moet breken
als een kweker die zijn nieuwe
ras beproeft? Experimenteer
maar op iets anders: hoe kan ik leven
in groepen, zoals jij wilt, als jij me
in de quarantaine van hartzeer dwingt, me scheidt
van de gezonde leden van
mijn eigen soort: zoiets doe je niet
in de tuin, de zieke roos
afzonderen; die laat je rustig met zijn openbare
geteisterde bladeren in
de gezichten van de andere rozen wapperen, en de luizen

van de ene op de andere plant springen, wat maar weer bewijst
dat ik het laagste van jouw schepselen ben, lager nog
dan de tierige bladluis en de klimmende roos – Vader,
als vertegenwoordiger van mijn eenzaamheid, verzacht
althans mijn schuld; neem
het brandmerk van mijn afzondering weg, tenzij
je van plan bent mij weer
voor altijd gezond te maken, zoals ik
gezond was en heel in mijn onbegrepen jeugd,
of als toen niet, onder de lichte druk
van mijn moeders hart, of als toen niet
in dromen: eerste
wezen dat nooit zou sterven.

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Nobelprijs voor de Literatuur voor Louise Glück

De Nobelprijs voor de Literatuur is dit jaar toegekend aan Louise Glück. Haar poëzie wordt gekenmerkt door een streven naar duidelijkheid, aldus het comité. Terugkerende thema’s zijn het gezinsleven en de relatie tussen ouders en broers en zussen. De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

The Red Poppy

The great thing
is not having
a mind. Feelings:
oh, I have those; they
govern me. I have
a lord in heaven
called the sun, and open
for him, showing him
the fire of my own heart, fire
like his presence.
What could such glory be
if not a heart? Oh my brothers and sisters,
were you like me once, long ago,
before you were human? Did you
permit yourselves
to open once, who would never
open again? Because in truth
I am speaking now
the way you do. I speak
because I am shattered.

 

Vespers

In your extended absence, you permit me
use of earth, anticipating
some return on investment. I must report
failure in my assignment, principally
regarding the tomato plants.
I think I should not be encouraged to grow
tomatoes. Or, if I am, you should withhold
the heavy rains, the cold nights that come
so often here, while other regions get
twelve weeks of summer. All this
belongs to you: on the other hand,
I planted the seeds, I watched the first shoots
like wings tearing the soil, and it was my heart
broken by the blight, the black spot so quickly
multiplying in the rows. I doubt
you have a heart, in our understanding of
that term. You who do not discriminate
between the dead and the living, who are, in consequence,
immune to foreshadowing, you may not know
how much terror we bear, the spotted leaf,
the red leaves of the maple falling
even in August, in early darkness: I am responsible
for these vines.

 

October (section I)

Is it winter again, is it cold again,
didn’t Frank just slip on the ice,
didn’t he heal, weren’t the spring seeds planted

didn’t the night end,
didn’t the melting ice
flood the narrow gutters

wasn’t my body
rescued, wasn’t it safe

didn’t the scar form, invisible
above the injury

terror and cold,
didn’t they just end, wasn’t the back garden
harrowed and planted—

I remember how the earth felt, red and dense,
in stiff rows, weren’t the seeds planted,
didn’t vines climb the south wall

I can’t hear your voice
for the wind’s cries, whistling over the bare ground

I no longer care
what sound it makes

when was I silenced, when did it first seem
pointless to describe that sound

what it sounds like can’t change what it is—

didn’t the night end, wasn’t the earth
safe when it was planted

didn’t we plant the seeds,
weren’t we necessary to the earth,

the vines, were they harvested?

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

International Booker Prize voor Marieke Lucas Rijneveld

International Booker Prize voor Marieke Lucas Rijneveld

De Nederlandse schrijfster Marieke Lucas Rijneveldheeft de prestigieuze International Booker Prize gewonnen met de debuutroman The Discomfort of Evening, de Engelse vertaling van Rijnevelds debuutroman De avond is ongemak. Marieke Lucas Rijneveld werd geboren in Nieuwendijk op 20 april 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Lucas Rijneveld op dit blog.

Uit: The Discomfort of Evening

‘Meat or cheese first before you go for the sweet stuff,’ she’d always say. This was the rule and it would make us big and strong, as big as the giant Goliath and as strong as Samson in the Bible. We always had to drink a large glass of fresh milk as well; it had usually been out of the tank for a couple of hours and was lukewarm, and sometimes there was a yellowish layer of cream that stuck to the top of your mouth if you drank too slowly. The best thing was to gulp down the whole glass of milk with your eyes closed, something Mum called ‘irreverent’ although there’s nothing in the Bible about drinking milk slowly, or about eating a cow’s body. I took a slice of white bread from the basket and put it on my plate upside down so that it looked just like a pale toddler’s bum, even more convincing when partly spread with chocolate spread, which never failed to amuse me and my brothers, and they’d always say, ‘Are you arse-licking again?’

‘If you put goldfish in a dark room for too long they go really pale,’ I whispered to Matthies, putting six slices of cooked sausage on my bread so that they covered it perfectly. You’ve got six cows and two of them get eaten. How many are left? I heard the teacher’s voice inside my head every time I ate something. Why those stupid sums were combined with food – apples, cakes, pizzas and biscuits – I didn’t know, but in any case the teacher had given up hope that I’d ever be able to do sums, that my exercise book would ever be pristine white without a single red underscore. It had taken me a year to learn to tell the time – Dad had spent hours with me at the kitchen table with the school’s practice clock which he’d sometimes thrown on the floor in despair, at which point the mechanism would bounce out and the annoying thing would just keep on ringing – and even now when I looked at a clock the arms would still sometimes turn into the earthworms we dug out of the ground behind the cowshed with a fork to use as fishing bait. They wriggled every which way when you held them between forefinger and thumb and didn’t calm down until you gave them a couple of taps, and then they’d lie in your hand and look just like those sweet, red strawberry shoelaces from Van Luik’s sweet-shop.

 

Marieke Lucas Rijneveld  (Nieuwendijk, 20 april 1991)

Iris Murdoch, William Irwin Thompson

De Iers-Britse schrijfster en filosofe Iris Murdoch werd geboren in Dublin op 15 juli 1919. Zie ook alle tags voor Iris Murdoch op dit blog.

Uit: The sea, the sea

‘You look a right clown,’ I said.
‘That’s good, dear, that’s like old times.’
‘Do you want anything to eat?’
‘No, I had high tea at my hotel.’
`Your hotel?’
‘Yes. I’m staying at the Raven Hotel.’
‘Oh. I was there this evening. They wouldn’t let me into the dining room.’ ‘I’m not surprised, you look like a filthy student. Seaside life suits you. You look twenty. Well, thirty. I heard them discussing you in the bar. You seem to have annoyed everyone already.’
‘I can’t have done, I haven’t met anyone—’
‘I could have told you the country is the least peaceful and private place to live. The most peaceful and secluded place in the world is a flat in Kensington.’ ‘You mean the waiter turned me out even though he knew who I was?’ ‘Well, he may not have recognized you. You aren’t all that famous. I’m far more famous than you.’
This was true. ‘Stars are always more famous than those who create them. May I ask what you are doing at the Raven Hotel?’
‘Visiting you.’
‘How long have you been there?’ ‘Oh ages, a week, I don’t know. I just wanted to keep an eye on you. I thought it might be rather fun to haunt you.’
‘To haunt me? You mean—’
‘Haven’t you felt haunted? Not that I’ve done very much, no turnip lanterns, no dressing up in sheets—’ I wanted to shout with exasperation and relief. `So it was you—you broke the vase and the mirror, and you’ve been creeping round at night and peering at me—’
‘I broke the vase and the mirror, but I haven’t been creeping round at night, I wouldn’t come in here in the pitch dark. This house is creepy.’
‘But you did, you looked at me through the glass of that inner room.’
‘No, I didn’t. I never did. That must have been some other ghost.’
‘You did, someone did. How did you get in?’
‘You leave your windows open downstairs. You shouldn’t, you know.’
I suddenly then, as I was staring at her, saw a vision: it was as if her face vanished, became a hole, and through the hole I saw the snake-like head and teeth and pink opening mouth of my sea monster. This lasted a second. “

 

Iris Murdoch (15 juli 1919 – 8 februari 1999)

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

Voor de operatie

I
Deze kanker die ik aanwend tegen
mijn weelderige door klieren vernietigde zelf
is kunst en kwaad van mijn eigen
kankerachtige, donkere, creatieve geest;
in woede en prachtige ironie,
vermenigvuldigde ik de cellen overvloedig,
overspoelde leven na leven voor de dood:
donker als ramen die ik ooit opende
op een maanloze, rijpende zee.

II
Omdat sterrenstelsels een aparte tijd hebben,
klopt jouw hart anders dan het mijne,
maar anticiperende muziek vindt
de vertrouwde maatstaven van onszelf.

In je donkere, Sefardische ogen,
denk ik aan een mogelijke duisternis,
wiens aanraking licht, enorm en getijdenrijk is,
en die hardnekkig opnieuw eindigt.

Ik wilde je nog iets anders vertellen
over wat er bijna gebeurt,
maar het raam leidde me weer af:
als ijspegels druppelen sterrenbeelden
langzaam weg van de vensterbank.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

In Memoriam György Konrád

In Memoriam György Konrád

De Hongaarse schrijver en anticommunistische dissident György Konrád is op 86-jarige leeftijd overleden. György Konrád werd geboren op 2 april 1933 in Berettyóújfalu (bij Debrecen). Zie ook alle tags voor György Konrád op dit blog.

Uit: Zonsverduistering (Vertaald door R. Kellerman)

“Het was een feest om in de oceaan van geleuter een solide eiland aan te treffen. In de jaren van censuur was lezen een vlucht, een elke avond weerkerende emigratie, een tijdelijke opschorting van de valse verhalen die de woning binnen drongen. Een goed boek in mijn tas was een compensatie voor de frases die ik lijdelijk had moeten aanhoren, en een bron van genot, zoals de theesalon of het bordeel dat voor opgeschoten jongens was. Met behulp van de literatuur kunnen we streng zijn tegenover onze medemensen, maar als we leren lezen kunnen we hun ook vergeven, ons zelfs in hen verlustigen. Sedert mijn gymnasiumtijd stel ik mij voor dat de mensheid in standgehouden wordt door aanhoudende conversatie tussen dicht geschreven teksten.
(…)

We hebben een huis in het dorp gebouwd, we passen erin, in deze kamer heb ik draaglijk geschreven en hier regel ik ook wat ik van elders heb meegebracht. Dit zich terugtrekken om te kunnen observeren geeft vrijheid. In Berlijn ben ik Boedapester, in Boedapest Berlijner, in beide hoofdsteden iemand uit Hegymagas.
Ik verkoop mijn gebrom aan het publiek, zolang ik nog enigszins in de markt lig.
Ik schrijf, ik spreek, van andere dingen heb ik geen verstand, de manifestaties bevruchten elkaar en vermeerderen zich ongeremd.
Laat het huis vol zijn, laat iedereen komen!”

György Konrád (2 april 1933 – 13 september 2019)