Leo Vroman, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Altijd

De aarde is zwaar, de sterren zijn ver,
en ik ben wentelensmoede,
wilde versintelen als een ster,
moet op en onder spoeden.

De zwarte, dikke wereld rond
laat ik mij onder het gaan
steigeren, kantelen op mijn mond,
opstaan en slapengaan,
opsteigeren, omkantelen op mijn mond,
opstaan, slapen gaan.

En lang nadat ik dood zal zijn
dein ik nog op en neer,
bevonden groot, bevonden klein,
een doodgewankeld heer.

 

Nacht

Dieper naar voren kan ik mij niet buigen
over de wereldrand, spaarzaam verlicht.
Met het gelaat op blinde duisternis gericht
kan ik mij van Gods glans niet overtuigen.

De verste nadering betracht ik in de vele
gedachten die ik naar dat hol gebied
uitzend; talrijke keren niet,
doch ik verlies mij in dit koppig spelen

En in de pijn die tot een lust verdooft
om hun verminkte wederkomst waaraan
‘k een wreed en zeker teken hecht van Gods bestaan:
dat ginds een wand is waar wat in hem gelooft
en tot zijn licht vliegt blindelings op stuit.

Doch wellicht hoort hij in de stilste nachten
het zieke ritselen van mijn gedachten
die zich te pletter fladderen buiten op zijn ruit.

 

De twee gedachten

Een denker dacht met zacht misbaar
twee gedachten bij elkaar.

Daar zij niet naar buiten kwamen
had hij zelf voor hen geen namen.

Wij noemen ze dus Ploot en Fuit
(zo zagen zij er namelijk uit).

Fuit was zestig angström groot
maar magerder dan kromme Ploot.

Het viel niet op hoe overdag
de een over de ander lag

maar in de stilte van de nacht
lagen zij languitgedacht

en zo verward als mensenhaar
vochten zij dan met elkaar

zodat de denker mompels maakte
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte.

Dus stonden altijd naast zijn bed:
a) glas water; b) tablet.

Hij goot en kruimde deze dingen
dan door het hoofd het lichaam binnen

en spoedig lagen Ploot en Fuit en
ook anderen het westen buiten.

Later hadden zij dan spijt
van hun tegenstrijdigheid
.

‘Waarom denkt’ riep dan het paar
‘hij ons altijd bij elkaar?

Als hij mij om beurten dacht
wou ‘k wel om de andere nacht
opnieuw bedacht.’

Toen kreeg de denker een idee:
hij dacht om beurten aan de 2.

Nu slaapt hij altijd in op tijd
en door tot uren na het ontbijt.

Moraal:
op enkele dagen van het jaar
is bijna alles wel eens waar.

 

Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Vlierbloesem

Komt daar
Babel, Isaak.
Hij zegt: bij de pogrom,
toen ik kind was,
mijn duif de kop
rukten ze af.

Huizen in houten straat,
met hekken, daarboven vlier.
Wit geschuurd de drempel,
het trapje af –
Toen, moet je weten,
het bloedspoor.

Mensen, jullie zeggen: vergeten –
Komt daar het jongvolk,
lachend als bossen vlierbloesem.
Mensen, sterven
zou willen de vlier
aan jullie vergeetachtigheid.

 

Vertaald door C.O. Jellema

 

Johannes Bobrowski
(9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2

200 jaar Charles Baudelaire, Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Dat is vandaag precies 200 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

La Mort des Amants

Nous aurons des lits pleins d’odeurs légères,
Des divans profonds comme des tombeaux,
Et d’étranges fleurs sur des étagères,
Ecloses pour nous sous des cieux plus beaux.

Usant à l’envi leurs chaleurs dernières,
Nos deux coeurs seront deux vastes flambeaux,
Qui réfléchiront leurs doubles lumières
Dans nos deux esprits, ces miroirs jumeaux.

Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d’adieux;

Et plus tard un Ange, entr’ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

 

De dood der geliefden  

Ons wachten bedden vol van lichte geuren.
Er liggen divans, diep als graven, klaar.
De lucht is mooier boven hoven, waar
zich vreemde bloemen in ontluiken kleuren.

We zullen lang ons laatste uur betreuren.
Als fakkels branden onze harten zwaar.
Ze schijnen, dubbel in het spiegelpaar
van onze geest, naar eigen vlam te speuren.

Een avond valt tot rose-blauwe mystiek.
We vloeien samen in een licht, uniek
als grote tranen die van afscheid beven.

En later zal men ons een engel sturen
die, trouw en vrolijk, voor ons nieuw laat leven,
beroete spiegels en gedoofde vuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

The Death of Lovers

We shall have beds round which light scents are wafted,
Divans which are as deep and wide as tombs;
Strange flowers that under brighter skies were grafted
Will scent our shelves with rare exotic blooms.

When, burning to the last their mortal ardour,
Our torch-like hearts their bannered flames unroll,
Their double light will kindle all the harder
Within the deep, twinned mirror of our soul.

One evening made of mystic rose and blue,
I will exchange a lightning-flash with you,
Like a long sob that bids a last adieu.

Later, the Angel, opening the door
Faithful and happy, will at last renew
Dulled mirrors, and the flames that leap no more.

 

Vertaald door Roy Campbell

 

Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)
Portret door Gustave Courbet, 1848-49

 

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Hoezo herhaling

In een ongewoon licht
rijden de straten vandaag,
helder als nooit tevoren.

Zand op de wind, een geur
van oude bureaus uit een zwembad,
iemand die hoog in een huis de ramen bespeelt –

het schrift gegeven, lees
tussen de vlugge tekens de weg, hoe de voet
terloops bij het asfalt vandaan gaat,

het zo weer vindt in de ruimte
tussen twee oogopslagen.

 

Een hond met ijzeren ogen

Een hond met ijzeren ogen had mijn hand
in zijn mond genomen. Ik wilde
niet dat dit gebeurde maar was bang
te scheuren als ik mij verzette. Luister
hond, zei ik, laat me los en ik geef je
wat je verlangt. Maar wat hij wilde was alleen
dat ik niet verder ging en met mijn andere hand
hem streelde. Zo. Dagen en nachten in
zijn ogen zag wie van ons sterker scheen.

 

Gedicht

Langzaam ben je jezelf geworden, niet langer
degeen die mij in het holst van de nacht kwam redden
uit elk geheim, we noemen geen details,
veranderd worden in drukwerk, onbeperkt groeien

en het is alsof er nu je jezelf bent geworden
minder gevaar steekt in bepaalde plekken
in huis, de lege schoenen onder de banken,
het gat achter de trap, het raam dat niet sluit,

hoe de wind daardoorheen iemand zoekt
om op te heffen: al dat soort valkuilen heeft zijn
tijd gehad, er is dit hier dat ons
in elkaar bewaart, soms opengaat

om tegenvorm, rib, vleugel door te laten.

 

Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Steppe

Eén was er
die de avond in zong. Buiten
zwaar de vlakte,
boomloos, om schraal gewas
brandend het zand –
daar stonden de wolken donker,
en een maan hing omlaag.
Aan de drenkplaats vaal
de kudde. Eén kwam er, bruinbaardig,
die dreef de runderen
weg. In het venster de ander zong.

Dorpen,
hoe wil ik leven
nog? In de verte weet ik
van eindeloos stromende hemels
de glans. De jongen die zong
en de herder met heldere
ogen hoorde ik praten
aan de straatweg, ik stond er,
het dorp in de rug.

 

Vertaald door C.O. Jellema

 

Johannes Bobrowski
(9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

Zutphense gezichten

Nu leef ik weer, de tijd stond zo stil
bij hoe ik gewichtig over mijn bestaan doe
Niersteensnijder, slager, kickboxer, jurist-
de ambachten die overleven – maar jij kijkt

alleen naar mijn ogen, ik hield mijn adem in
– het bleef donker tot jij kwam, kijk recht
in de eeuwigheid, anders zijn mijn straten
leeg, mijn huizen levenloos

De stad maakt ons zoals wij de stad maakten
zo traag, zo onstuitbaar, zij kijkt naar ons
en wij naar haar, zie mij

Wie na ons komen, onze huizen overnemen,
onze kunsten nabootsen, zij houden de stad levend
zoals jij bijvoorbeeld, het is goed dat je kwam

 

Gedekte tinten gestreken

Dag mevrouw. Geen reden om argwanend te zijn
er is niemand meer. En ik, ik ga ook zo weg
Alleen de dood en u. Banger voor hulp
dan voor de dood, liever dagen kruipend

dan een dokter binnen. Dat is gedaan nu
U deed in fijn handborduurwerk, regelmatig
Altijd vechtend tegen ongeduld, altijd voorzichtig
met de draad, de naald verwachtend die toch altijd

onverwacht kwam. Geen zuster meer –
schemerdonker. Een kleine winkel. Wat zag u
aan de andere kant van die mazen, wat moest dat?

Hoe kleiner de mazen hoe fijner de steken
Was de draad op, werk klaar, licht uit? Geen angst,
geen vingerhoed. Kruip. Door het oog. Van uw naald

 

Waarover zal ik zingen

Een stad is geen grapje, met vogels en nestjes. Hoe je
haar noemt maakt niet uit, zonder torens hield ze niet op
Zutphen te zijn, met een andere naam bleven haar torens
overeind. Waarover zal ik zingen, over de vrijheid,

in de letters van de namen aan wie we vrijheid danken?
Waarover zal ik zingen, over de ondergrondse – het laatste
wat zij zagen: onze witte kade? Over één die alleen maar dééd
of hij geraakt werd, onder water in de winter naar de overkant,

omkeerde, druipend de kade beklom – de loop van de liefde
zag, in dezelfde regels heen en terug – het lukte niet, gevangen
binnen mijn eigen zinnen. Maar wat geeft dat, in vrede

mag alles mislukken, behalve vrede. Ik zal zingen met
de letters van jouw naam van de vogels die we horen
een minuut lang hun luidkeels vertrouwen in de toekomst

 

Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

J.M.R. Lenz

‘Foekepot,
zeg dan wat!’

Dat is de aardige Lenz.
Gaat door ’t gebergte.
Ligt op een landweg
in ’t vroegtijdig voorjaar,
dan vloeit het water weg
in Moskou 1792,
dan spitst hij niet meer
zijn mond.

Er viel wat te zeggen,
herinner ik me,
maar dat is gebeurd,
denk ik, ik hoor,
men heeft het
gehoord.

Dat de huisleraren
een paard behoeven. De officiers
ook iets dergelijks. Dat
de winterhemel omlaag viel
in de maand mei,
toen iemand weg was
gegaan, ik wist niet: waarheen.

Maar niets zeggen
nu.
Het dreunt, de ogen binnen.
Achter Riga, de stad, deed de hemel de ronde.
Over de Petrustoren,
hoger nog
sprongen de waatren.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 15 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Apologie

Toen ik rooms-katholiek werd,
werd mijn haar, dat grijs begon te worden,
opeens weer donkerblond.
Mijn bloeddruk daalde,
terwijl mijn jaarinkomen van die dag af fors bleef stijgen.
Er blijven wel bezwaren,
maar bij zoveel genade moet ik wel erkennen:
de Kerk van Rome is de Ware Kerk.

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Juliana Spahr, Maya Angelou

De Amerikaanse dichteres, critica en uitgeefster Juliana Spahr werd geboren op 7 april 1966 in Chillicothe, Ohio. Zie ook alle tags voor Juliana Spahr op dit blog.

 

Thrashing Seems Crazy

this is true
a man in an alley grabbed my arm
this is true
someone called me an left the phone dangling at the post office
this is true
a man stalked me

someone tells a story

someone tells a story to another person
another person says I don’t believe this
someone tells the story again in an attempt to convince
someone tells

as disbelief is easy
belief is difficult, supported by constraint

but a woman knows a man stalked her
knows this is true

a woman knows her own address
her own body
her lost domain, her desires, her confusions

someone tells a story

there are things people can do to themselves
they are:
leave molotov cocktail on own yard
set fire to own house
leave a glass of urine on own porch
leave envelope of feces outside own door
send a butcher knife to self at work
send letter to health department that self is spreading VD
stab own back

someone tells this story
says this is true
self turns on self
the knife enters at a point that the self could not have reached
but did
someone tells and then repeats and she stalks herself several
times to convince
someone tries to enter into the information
to pass words back and forth that have meaning
fails, resorts to this is true

this is true
a woman calls her stalker The Poet
this is true
a woman describes a stalker in terms that describe herself

this is true
a woman stalked herself to kill herself

this is true
a woman is at times a man

when a fish is hooked
other fish don’t see the hook

thrashing seems crazy

the hook could be the branding of a woman at a young age
by a man
or an older male neighbor spending too much time with a
child
or the boring nature of life

in the story the hook is the artist’s rendering of the stalker as
described by the woman
it is the woman in a man’s face

she does not know this man
thrashing seems crazy

later she realizes it is herself
her knife
her hook
her own face she was always drawing male

this is true
as thrashing is not crazy when one is on the hook

 

Juliana Spahr (Chillicothe, 7 april 1966)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Weigering

Liefste,
In welke andere levens of landen
Heb ik je lippen gekend?
Jouw handen
Jouw lach dapper
Oneerbiedig.
Die zoete excessen waar
Ik dol op ben.
Welke zekerheid is er
Dat we elkaar weer zullen ontmoeten
Op andere werelden op een
Toekomstige ongedateerde tijd.
Ik trotseer de haast van mijn lichaam.
Zonder de belofte
Van nog een zoete ontmoeting
Zal ik me niet verwaardigen om te sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2020 en eveneens mijn blogs van 7 april 2019.

Kazim Ali

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

Golden Boy

Almost afraid I am in the annals of history to speak
And by speaking be seen by man or god
Such then debt in light be paid

Atop the Manitoban parliament building in Winnipeg
What beacon to dollars food or god
I hallow starvation

This nation beneath the body hollowing
Its stomach to emptiness and in breadth
The river empties

Who sew spoke the craft born along
Long echo and echelon grains of light
And space we width one and other weight

The soul not the spirit breathe through
Spirited went or wend why true
Weave woe we’ve woven

A dozen attempts these tents pitched
On the depth be made biped by pen may
Perch atop the temple pool

Proven the prove these richness wheat and
Cherries and prunes what washes
Over woven ocean

Frayed I am most sir desired
Sired in wind seared and warned
Once in wild umiyak sworn

We parley to mend be conned be bent
Come now called to document your
Meant intent your indented mind

Haul oh star your weight in aeons
There in prayer money morrow more
You owe and over time god spends

The spent river melt into
Summer sound out the window
Sound out the spender

Where does the river road end
In what language can prayer or
Commerce be offered

Ender of senses pensive atop
Plural spires be spoken or mended
Broken and meant for splendor my mentor

 

Nachtgebed

Ik heb jaren in de buurt van het archief gewoond, maar heb het nooit gelezen.
In plaats daarvan liet ik om middernacht brieven, gevouwen als boten, in de stroom vallen.

De witte lijnen van een kaart meerden me eraan vast.
Vanaf dat moment had ik dorst, denkend aan mijn eerdere dorst.

Stilstaand bij de vensterbank van het raam, wilde ik weten
wie er op de uitkijk stond. Maar hoe kan een raam antwoorden?

Al mijn maritieme missieven werden tussen kaart en maalstroom geworpen,
en als ik ooit zou durven te bidden voor iets echts

zou het zijn voor het lessen van mijn dorst of voor onlesbare dorst –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn blog van 6 april 2020 en eveneens mijn blog van 6 april 2019.

An Easter Flower Gift(John Greenleaf Whittier)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

Arum Lilies (Easter Flowers) door Theodore Garman, 1949

 

An Easter Flower Gift

O dearest bloom the seasons know,
Flowers of the Resurrection blow,
Our hope and faith restore;
And through the bitterness of death
And loss and sorrow, breathe and breath
Of life forevermore!

The thought of Love Immortal blends
With fond rememberances of friends;
In you, O sacred flowers,
By human love made doubly sweet,
The heavenly and the earthly meet,
The heart of Christ is ours!

 

John Greenleaf Whittier (17 december 1807 – 7 september 1892)
Sacred Heart Church in Haverhill, Massachusetts de geboorteplaats van John Greenleaf Whittier

 

Zie voor nog meer gedichten over Pasen ook alle tags voor Pasen op mijn romenu blog: https://romenu.blog/tag/pasen/

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Easter 2020 (Malcolm Guite)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

Prettige Paasdagen!

 

De Verrijzenis door Aernout Vinckenborgh, ca. 1618

 

Easter 2020 (Malcolm Guite)

And where is Jesus, this strange Easter day?
Not lost in our locked churches, anymore
Than he was sealed in that dark sepulchre.
The locks are loosed; the stone is rolled away,
And he is up and risen, long before,
Alive, at large, and making his strong way
Into the world he gave his life to save,
No need to seek him in his empty grave.

He might have been a wafer in the hands
Of priests this day, or music from the lips
Of red-robed choristers, instead he slips
Away from church, shakes off our linen bands
To don his apron with a nurse: he grips
And lifts a stretcher, soothes with gentle hands
The frail flesh of the dying, gives them hope,
Breathes with the breathless, lends them strength to cope.

On Thursday we applauded, for he came
And served us in a thousand names and faces
Mopping our sickroom floors and catching traces
Of that corona which was death to him:
Good Friday happened in a thousand places
Where Jesus held the helpless, died with them
That they might share his Easter in their need,
Now they are risen with him, risen indeed.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Oritamefa Baptist Church in Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Das leere Grab (Kurt Marti)

 

Bij Stille Zaterdag

 

Die drei Marien am Grab door Peter von Cornelius, tussen 1815 en 1822  

 

Das leere Grab

ein grab greift
tiefer
als die gräber gruben

denn ungeheuer
ist der vorsprung tod

am tiefsten
greift
das grab, das selbst
den tod begrub

denn ungeheuer
ist der vorsprung leben.

 

Kurt Marti (31 januari 1921 – 11 februari 2017)
De Drievuldigheidskerk in Bern, de geboorteplaats van Kurt Marti

 

 

Zie ook alle tags voor Stille Zaterdag op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Goevrijdag (Guido Gezelle), Johannes Bobrowski

 

Bij Goede Vrijdag

 

De kruisiging door Jacob Jordaens, ca. 1617 – 1620

 

Goevrijdag

‘s Goevrijdags ratel, rauwgetand,
dwersdoor de kerke relt,
terwijl het volk, stilzwijgende, om
den autaar neêrgeveld,
den God aanbidt, dien Golgotha
zag sterven, naakt en bloot,
‘s goevrijdags, op den schandeboom,
de schandelijkste dood.

De ratel relt de kerke door,
noch koper nu noch brons
en hoore ik, ook den orgel niet:
men bidt den “Vader ons.”
En al mijn bloed verkruipt, wanneer
ik, spraakloos, in den choor,
het kraken van de bergen… neen
den houten ratel hoor.

Het autaarkleed is afgedaan,
het wierookvat gebluscht,
de lichten al gestorven, en
de ratel zelve rust;
‘t houdt alles op, de zonne schijnt
te vragen, ongetroost,
of morgen zij nog heffen zal
heur aanzichte, in den oost.

Als vader sterft, de kinderen
vergâren om de spond
des stervenden, en knielen daar,
en bidden, in de grond:
zoo knielen, in de kerken, in
de huizen nu, vereend,
de menschen, en, in stilte, wordt
gebeden en geweend.

‘t Is dood nu al: God zelve stierf
de dood! Wie dierve er, ach,
schier leven, in de droefheid van
dien al te droeven dag?
Geen woord en zij gesproken meer:
ons Heere hangt en bloedt,
gekropen zij ten kruise nu,
gebiddaagd en geboet!

 

Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge, de geboorteplaats van Guido Gezelle

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Steeds weer te benoemen

Steeds weer te benoemen:
de boom, de vogel in zijn vlucht,
de rossige rotswand, waar de stroom
trekt, groen, en de vis
in de witte rook, als over de bossen
de duisternis neervalt.

Tekens, kleuren, het is
een spel, ik ben bekommerd
of het wel afloopt
gerechtig.

En wie leert mij
wat ik vergat: van de stenen
de slaap, de slaap
van vogels in hun vlucht, van de bomen
de slaap, in het donker
gaat hun gesprek -?

Was er een god
en in het vlees,
en kon mij roepen, ik zou
rondlopen, ik zou
wachten een tijd lang.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Maundy Thursday (Wilfred Owen), Jay Parini

 

Bij Witte Donderdag

 

De voetwassing door Giotto in de Cappella degli Scrovegni (Arenakapel), Padua, 1304-06

 

Maundy Thursday (Wilfred Owen)

Between the brown hands of a server-lad
The silver cross was offered to be kissed.
The men came up, lugubrious, but not sad,
And knelt reluctantly, half-prejudiced.
(And kissing, kissed the emblem of a creed.)
Then mourning women knelt; meek mouths they had,
(And kissed the Body of the Christ indeed.)
Young children came, with eager lips and glad.
(These kissed a silver doll, immensely bright.)
Then I, too, knelt before that acolyte.
Above the crucifix I bent my head:
The Christ was thin, and cold, and very dead:
And yet I bowed, yea, kissed – my lips did cling.
(I kissed the warm live hand that held the thing.)

 

Wilfred Owen (18 maart 1893 – 4 november 1918)
St Oswald’s Church, Oswestry, Shropshire, de geboorteplaats van Wilfred Owen

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Onder nul

IJsbloemblaadjes op de bomen.
De driftige zwarte mussen stromen over
het bevroren gazon.
De wind wacht geduldig achter de schuur.

Hoewel ik hier mezelf niet ben, is dat in orde.
Ik ben mijn naam kwijt,
mijn laatste adres, het probleem
dat me deze winterweek elke nacht heeft wakker gehouden.

Zo’n lange tijd komt eraan,
deze witte tijdloze tijd in de tijd,
met nul tot op het bot,
het beste wat je ooit zou kunnen zeggen.

Ik sta hier in de open lucht,
vol stro, losse ledematen, ongedempt.
Niemand is hier, ik ook niet,
deze winterochtend die eeuwig duurt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.