Hellmuth Karasek, David Berman

De Duitse journalist, schrijver, film- en literair criticus en hoogleraar theaterwetenschap Hellmuth Karasek werd geboren op 4 januari 1934 in Brno, Moravië, Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hellmuth Karasek op dit blog.

Uit: Auf Reisen. Wie ich mir Deutschland erlesen habe

„Man sieht sie sitzen, voller Erwartung. Jetzt muss man sie nur noch gewinnen, sodass man sie nachher wie ein eitler Liebhaber fragen kann: War ich gut? Bin ich gut? Hab ich dir Spaß gemacht? Habe ich dich unterhalten und gewonnen?
Das ist eine typische und eitel-blöde Macho-Frage: Wie war ich? Es gibt den Witz, in dem der Schizophrene danach fragt. Er fragt nicht: »Wie war ich?« Er fragt: »Wer war ich?« Der Autor, der als Erzählender, als Erzähler, »Ich« heißt, sich »Ich« nennt, kann sich hinter einem »Er« verstecken. Kann meinen, ehrlich glauben, dass er ein »Er« ist und kein »Ich«. Und so gaukelt er dem Publikum, das ihm zuhört – hoffentlich gebannt und gut unterhalten, gerührt, bewegt, zum Lachen gebracht –, vor, dass er bei seinen Kapriolen nichts mehr will als den vor ihm Sitzenden gewinnen. Als »Ich« und als »Er«. Entweder oder? Oder als beide. Hier liest sozusagen ein Schizophrener. Er liest, als wäre er mit dem Publikum allein. Mit jedem Einzelnen. Deshalb bestehe ich darauf, so gut ich kann und mich durchsetze, dass ich, selbst wenn ich auf einer Bühne sitze, nicht wie auf einer Bühne sitze, sondern mit jedem Zuhörer Aug in Auge, in ständig möglichem Blickkontakt. Ich will auch beim intimsten Miteinander alles sehenden Auges erleben. Gleichheit der Waffen. Keine Scheinwerfer, die mich blenden und mir die Zuhörer wegnehmen, sie ausblenden. Ich will auch nicht in eine schummrige Dunkelheit hineinlesen. Ich suche Wohlwollen, Bereitschaft, Entgegenkommen. Meist bleibe ich an einer Frau hängen, an ihrem wohlwollenden, erwartungsvollen Lächeln. Werde ich das aufrechterhalten können, werde ich mir das verdienen? Drohe ich in dem Blick zu ertrinken, suche ich erschrocken das Weite, zumindest die Distanz, und finde doch immer wieder zurück.
Manchmal habe ich mit meiner Blickkontaktsuche Pech. Da war doch so ein freundlicher Herr neben seiner Frau – wahrscheinlich war es seine Frau – in der dritten Reihe rechts, und er hatte, als ich zu lesen anfing, den Kopf zur Seite geneigt, sodass er mir wie ein »geneigter Leser« vorkam, der als geneigter Zuhörer hierhergekommen war. Und so las ich eine Zeitlang für ihn, schweifte dann mit dem Blick zur anderen Seite, und als ich mich wieder auf ihn einstellen wollte, da war er eingeschlafen. Er war leicht nach vorn gesunken, der Mund hatte sich geöffnet und gab dem Mann einen irgendwie leidenden Gesichtsausdruck, so als wäre er unter meinem Lesen erschlafft, und ich war erschrocken und hatte Mitleid mit ihm. Und dann sah ich neben ihm seine Frau, die mir mit wach funkelnden Augen zuhörte – war es überhaupt seine Frau? Und so erfasste mich eine schier sadistische Schadenfreude: Du verschläfst jetzt den Augenblick, in dem sich deine Frau völlig von dir abgewandt hat und mir bedingungslos zugewandt ist, und ich las nur noch für sie, jedenfalls eine Weile.“

 

Hellmuth Karasek (4 januari 1934 – 29 september 2015)

 

De Amerikaanse dichter, songwriter en frontman van Silver Jews David Berman werd geboren op 4 januari 1967 in Williamsburg, Virginia. Zie ook alle tags voor David Berman op dit blog.

 

De maan

Een web van riool, pijpen en draden verbindt elk huis met de anderen.

In 206 slaapt een hond bij de kachel waar een klein gaslek hem
visioenen bezorgt; visioenen die zijn geworteld in niets dan gas.

Hiernaast pakt een man, die heeft besloten onderdeel voor onderdeel
een auto te kopen opgewonden een wiel en een asbak uit.

Hij rangschikt ze op alle mogelijke manieren. Hij begint echt
vorm te krijgen.

Uit het garageraam ziet hij een groep lelijke kinderen
het bos in gaan. Hun monden zien eruit als muntsleuven.

Een buurman speelt keyboards in een lokale coverband.
Als voorbereiding op een optreden op het schoolbal,

pakken ze hun instrumenten in stilte in.

Gisteravond speelden ze op het bal van de Politieacademie en
alle officieren dansten langzaam met silhouetten van schietschijven.

Dit jaar is het thema voor het schoolfeest het tetragrammaton.

Een gele piraat vaart door de disco-parkeerplaats
en wuivende handpalmen voorspellen het lot van jonge libertijnen.

In de auto draagt een jonge dame een corsage van knaagdieren in kogelformaat.
Haar date, de knappe cornerback, strekt zijn klauwen uit over het
versierde stuur.

Ze parkeren en lopen de weelderige, met sterren verlichte tuinen achter de disco in
net als de band inzet.

Hun verlekkerde ogen en oren trillen. De andere koppels
ziet er mooi uit vanavond. Ze slenteren rond en luisteren
naar de briljante conversatie. De gepassioneerde toespraken.

Wolken drijven over het zilverwerk. Er is rode ridderspoor,
blauwe gom en klimop. Een jongen knielt voor zijn date.

En de maan, ik vergat de maan te noemen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

David Berman (Williamsburg, 4 januari 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Jimmy Santiago Baca

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

Stilleven met gothische elementen

De harnassen met tocht gevuld
wachten in de kelders op een
goddelijk omhelzen dat weer vlees
moet aanmaken, en ogen, en vooral:
inzicht, breed maar nauwkeurig uitgemeten
als een rechthoek in de hersenen.

De zielen van de opgezette uilen
slapen in het opklapbedje
van hun eigen schaduw; op het kerkhof
rust de ijzeren chrysant,
het bastaardgras, een toegesneeuwde
krentebol, de scherven van
een witte muis.

 

In het atelier van de vioolbouwer

Gezocht, om te begraven voor altijd:
de bijl die bossen blust tot brandhout.
Oorlog aan het werktuig dat vernielt,
alleen wat liefdevol kerft mag bestaan:
mes, beitel gemeten naar
de handen van een ambachtsman.

Zijn atelier ligt vol met verse houtkrullen
en spaanders heldergeel als boter;
zijn kind schrijft namen in het houtstof
hij er werkt en tussen onder-,
bovenblad ruimte verzegelt waar
de klank vermenigvuldigd wordt,

ver van dit atelier. Ver van
het krachteloze residu van hout.

 

Het skelet

Hier zijn de duigen van een leven,
aangetast door vuil en kou;
een roes van bloed en spieren,
vliezen die als schalen
hersens droegen en
hun idealen, zijn verdwenen
in de grond.

Tuig waarin de tocht een liedje fluit;
koets van been onder de zoden
vastgereden, ooit geledigd
en vernietigd door de nacht;
ribben klemmen als een deur.
Daar zat misschien een ziel
die niet meer wist waarheen.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Ik bied je dit gedicht aan

Ik bied je dit gedicht aan,
aangezien ik niets anders te geven heb.
Bewaar het als een warme jas
die je aandoet als de winter komt,
of als een paar dikke sokken
waar de kou niet doorheen kan bijten,

………………………….ik hou van je,

Ik heb niets anders om je te geven
het is dus een pot vol gele maïs
om je buik te verwarmen in de winter,
het is een sjaal voor je hoofd om over je haar
te dragen, om rond gezicht te binden,

…………………………….ik hou van je,

Bewaar het, koester dit zoals je zou doen
als je verdwaald was, zoals leven in de wildernis
richting nodig heeft, als het gerijpt is;
en in de hoek van je la,
weggestopt als een hut of woning
in dichte bomen, kom aankloppen,
en ik zal antwoorden, je aanwijzingen geven,
en je jezelf laten verwarmen bij dit vuur,
rusten bij dit vuur en maken dat je je veilig voelt,

…………………………….ik hou van je,

Het is alles wat ik te geven heb
en alles wat iemand nodig heeft om te leven,
en om binnen te blijven leven,
wanneer het de wereld buiten
niet meer uitmaakt of je leeft of sterft;
onthoud,

…………………………….ik hou van je,

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

Groentekar

Het was vroeg in de ochtend. In de verte zag ik een groot zwart kruis, maar toen ik er min of meer met mijn fiets tegenaan knalde, bleek het een verkoolde boom te zijn. Ik ging zitten, pakte een flesje Fanta, mijn favoriete drank, en na ongeveer een kwartier zag ik hoe een kleine wagen aan kwam rijden. Het was een groentekar. De bestuurder stopte, stapte uit en gooide de hele inhoud, al de bloemkolen, wortels, paprika’s en kroppen sla in de sloot. Versuft keek ik toe, hoewel ik begreep wat er gebeurde. Ik kende het van een vriend van me uit de showbizz. Alles wat je verkoopt dat ga je haten.

Kiosk

Het was tien jaar geleden, maar nog steeds kwam het ongeloof terug. We hoorden het laat in de avond, in het restaurant op weg naar Rostock, dat hij zijn leven had genomen. Ik liep naar buiten, de nacht in, maar vond daar hetzelfde als binnen. Hij had het anders kunnen doen. Hij had die lange waslijst aan actiepunten opzij kunnen schuiven, om er één of twee goeie uit te pikken. Neem het plan van die kiosk op een van de Caribische eilanden. Het was een goed idee – overzichtelijk. Ik zou hem daar zijn komen opzoeken. Op het strand hadden we onze levens opnieuw kunnen uittekenen. Ook dat van mij.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

Tel-tijd

Iedereen in zijn slaap symboliseert de bewaker
die ’s avonds laat zijn ronde langs de graven maakt.
Als hij vertrekt, terwijl hij nog steeds lichamen telt,
gewikkeld in witte lakens, als hij gaat,

bewegen de lichamen langzaam, in een eenzaam ritueel,
verloren dagen tellend, herinneringen vormend,
talrijk als zandkorrels,
die de wind over hoge bergen sleept
naar hun eenzame dood; zoals olifanten
gaan ze zichzelf begraven
onder dromerige watervallen,
in de stilte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Pavane For The New Year (Elder Olson), W. S. Merwin, Ernest van der Kwast

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

Een dorpsstraat in de winter door Alfred Sisley, 1893

 

Pavane For The New Year

Soul, plucking the many strings
Of my limbs like puppet’s, make them dance,
Dance, dance, in sombre joy,
That after all the sullen play
The old world falls, the new world forms.

A thought like music takes us now,
So like, that every soul must move,
Move in a most stately measure,
And souls and bodies tread in time
Till all the trembling towers fall down.

And now the stones arise again
Till all the world is built anew
And now in one accord like rhyme,
And we who wound the midnight clock
Hear the clock of morning chime.

 

Elder Olson (9 maart 1909 – 25 juli 1992)
Chicago in eindejaarssfeer. Elder Olson werd geboren in Chicago.

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927.

 

Aan het nieuwe jaar

Met wat voor stilte je tenslotte
verschijnt in de vallei
en je eerste zonlicht naar beneden valt
om de toppen van een paar hoge bladeren
aan te raken die zich niet verroeren
alsof ze het niet hadden gemerkt
en je helemaal niet kenden
dan roept de stem van een duif
van ver weg op zichzelf
tot de stilte van de ochtend

dus dit is het geluid van jou
hier en nu of al dan niet
iedereen het hoort, dit is
waar we zijn gekomen met onze leeftijd
onze kennis zoals die is
en onze verwachtingen zoals die zijn
onzichtbaar voor ons
onaangeroerd en nog steeds mogelijk

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: Het wonder dat niet omvalt

“Met een fiets word je actieradius groter,’ vertelt Tatjana, ‘en daarmee ook de kans op een baan, bijvoorbeeld in de thuiszorg.’ De lessen worden daarom betaald door de sociale dienst. Mensen zonder uitkering zijn tien euro per maand kwijt, ‘maar daar krijg je wel acht lessen voor,’ zegt de fietsjuf.
Ze werft haar cursisten in de hele stad en gaat met flyers rond, die ze in winkels, moskeeën en slagerijen neerlegt. Zelfs het centrum voor besnijdenis gaat ze langs. Overal wordt de blonde fietsjuf met enthousiasme verwelkomd. ‘Op de Zwart Janstraat kent ieder- een mij,’ zegt ze. Het is de drukke winkelstraat waar de vrouwen aan het einde van de cursus doorheen moeten fietsen. De ultieme test. Daarna zijn ze klaar voor het examen, waarvoor sommige cursisten slapeloze nachten hebben. ‘Maar iedereen haalt het,’ zegt Tatjana trots.
Het diploma geeft de vrouwen vertrouwen, en zet aan tot meer. ‘Je ziet dat ze ook andere cursussen gaan doen, om een taal te leren of om met een computer te kunnen werken.’
Ik vraag of er nooit iets misgaat. ‘O, jawel hoor,’ antwoordt Tatjana. ‘Ze botsen geregeld op elkaar, of er valt weer een vrouw van haar fiets.’ Ze kijkt even naar haar kuikens die tegen de wind in trappen, wapperende haren en hoofddoekjes. ‘Het is eigenlijk een metafoor voor het leven,’ zegt ze. ‘Vallen, opstaan en weer doorgaan.’ De vreselijkste verhalen komen haar ter ore, van vrouwen uit oorlogsgebieden die al- les hebben moeten achterlaten. ‘Ze zijn ontzettend sterk en hebben soms zeven kindjes,’ zegt Tatjana. ‘Ze moesten trouwen met een of ander fossiel uit de familie, maar ze hebben de kracht om van hem te scheiden en langzaamaan te emanciperen, om te leren fietsen.’
Er wordt gelukkig ook veel gelachen. Voor de mees- te vrouwen is de fietsles een uitje. Ze brengen cakejes mee en laten elkaar zien hoe er in hun land wordt ge- danst. ‘Sommige vrouwen balen zelfs als ze geslaagd zijn.’ Niet voor niets wordt de fietsjuf met enige regel- maat bijna doodgeknuffeld op straat. Het zijn vrouwen die nu hun kinderen op de fiets naar school bren- gen of met hun man langs de Rotte kunnen fietsen.
‘Iedereen kan het leren,’ zegt Tatjana. ‘Dik, dun, Turks, Ghanees, jong en oud.’ Zo had ze vorig jaar een Nederlandse vrouw van 64 in haar groep en geeft ze sinds kort fietsles aan een jongetje met het syndroom van Down. Ook heeft inmiddels de eerste man bij Tatjana een diploma behaald.
Fietsen zijn duur en niet iedereen heeft geld om er een aan te schaffen en dus helpt ze soms ook met het zoeken naar een tweewieler. Maar daarna moeten ze zelf de wijde wereld in, de kuikens van Tatjana Wechgelaar.”

 

Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

De hand leggend, zich voorbereiden… (Hans van de Waarsenburg), Naomi Shihab Nye, Anne Vegter

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

De oude haven in Waalwijk. Wintergezicht door Wim Suermondt, 1954

 

De hand leggend, zich voorbereiden…

De hand leggend, zich voorbereiden
op weer een ander jaar, terwijl
het licht zich schuilhoudt,
ieder woord bedriegt

Geruchten in vreemde taal de ronde doen,
rituelen van vreemde snit worden uitgevoerd

Voorbijgangers dreigend hun voeten neerzetten
huizen woedend met deuren klapperen
de straten hun rug krommen of kreunen

In deze tijd dus, waar het licht dagelijks
wordt besneden en gekortwiekt,
vult anarchie de luchtpijp.

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)
Helmond in eindejaarssfeer. Hans van de Waarsenburg werd geboren in Helmond

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Het oude jaar verbranden

Brieven verslinden zichzelf in seconden.
Berichtjes die vrienden aan de klink vastmaakten,
transparant scharlaken papier,
sissen als mottenvleugels,
trouwen met de lucht.

Zoveel van elk jaar is ontvlambaar,
lijsten met groenten, gedichtfragmenten.
Oranje wervelende vlam van dagen,
zo klein is een steen.

Waar er iets was en ineens niet meer is,
roept een afwezigheid, viert feest, laat een ruimte na.
Ik begin opnieuw met de kleinste getallen.

Snelle dans, mix van verliezen en blaadjes,
alleen de dingen die ik niet deed
knetteren nadat het vuur is gestorven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

De bloemkool

Hersens, dacht ik bij de bloemkool.
Doormidden? vroeg de groenteboer.

En met het in mijn ogen wonder in een zak wist ik
buiten niet precies meer wie ik was en waar ik woonde.

Ik keek goed uit mijn ogen hoe ik
verdraaid goed uit mijn ogen keek

en liep op het geluk af naar een straatnaam die
in spiegelbeeld geschreven was? en die ik niet ontcijferde.

Mijn halve bloemkool, Lucky Strike, haarspelden
en tomatenketchup zakten door de bodem der te oude zak

maar rolden gelukkig niet weg.
Ik bleef herhaaldelijk vergeten waar ik was.

De groentebediende werd erop afgestuurd.
Wat een vriendelijk gebeuren!

Juffrouw Vegter? Van de Voorschoterlaan?

Ik had wat hoofdpijn en wilde liever even liggen als dat kon.
Zij raapte allerlei op, wat ik weer heel vriendelijk vond.

En zij kende mij dus al.
Nogmaals:

het was of zij mijn hersens droeg, maar het scheen
ondankbaar dit aan haar te zeggen.

 

Moratorium

Toen we van John’s begrafenis thuiskwamen
was er niemand die vroeg:
wilde John eigenlijk wel leven?

(Was gek op begrafenissen geweest, ging altijd.
Had er misschien ineens genoeg van gekregen).
Hij kwam nog een keer op bezoek, twee jaar later.

Zei: ‘Mijn moeder zeurt lang door over die kachel,
neem haar niet kwalijk, ze mist me.
Ze denkt dat afbetalingen helpen tegen pijn.’

Toen we naar de uitgang kropen
hoorde je niemand zeggen
dat John er een puinhoop van gemaakt had.

Net voorbij het hek
hielden we elkaar scherp in het oog maar
iedereen zweeg, zoals vaker bij doden.

Ik richtte me op, niet ver van zijn moeder.
Het was me nog niet opgevallen
dat ze tussen de cipressen stond,

sprekend een aapje van rubber
dat met koude vingers een stok omknelt.
Ik heb me later wel eens afgevraagd

of ik de enige was die het zag.
Ze staarde stomverbaasd naar boven
alsof ze niet verwachtte

dat de hemel openspleet,
er een hand uitstak
die haar lichtte
.

 

Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Buwalda, Paul Bowles

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: Otmars zonen

“Wat psychiaters tegen fikse tarieven een Vatersuche noemen, is niet aan de orde; Dolf zoekt niks en hij is ook niks kwijt wanneer in hun flat aan de Geresstraat een man verschijnt tegen wie hij binnen een jaar ‘papa’ zegt, ook al is hij al een jongen van tien. De man, die Otmar Smit heet, dirigeert op het muziekschooltje in de dorpskern van Blerick het koor waarin Dolfs moeder zingt. Hij is klein en gedrongen, rookt Belinda’s door een ivoren mondstukje en heeft zulke brede voeten dat je onder zijn nootbruine gaatjesschoenen hoefijzers zou kunnen spijkeren.
‘U hebt ronde voeten,’ flapt Dolf eruit als de man hun haastig gestofzuigde woonkamer weer eens bezoekt. Hij antwoordt dat Dolf beter ‘je’ tegen hem kan zeggen, en of hij weet dat Ronald Koeman en Luciano Pavarotti ook ronde voeten hebben. Dan grijpt hij in een flits Dolfs hand, kijkt hem vanonder zijn woekerende wenkbrauwen aan als de god van het onweer en zegt ‘kníjp, knijp dan – hárd’, waarop Dolf zo hard als hij kan in de droge palm begint te knijpen, eerst met één, en daarna met twee handen. Otmar geeft Dolfs mooi aangeklede moeder een knipoog en informeert met zijn vrije hand losjes in zijn broekzak of hij, als haar zoontje uitgeknepen is, kan meehelpen in de keuken, iets schillen, een pan aardappelen afgieten, zoiets.
Waarschijnlijk voelt Dolf voor het eerst wat vaderlijkheid is, al gebruikt hij dat soort woorden niet. Uitdijende en krimpende maanden zijn het, waarin hij bedwelmd raakt door deze vriendelijke, belangstellende man in zijn rode of groene broeken en deftige visgraatjasjes met suède mouwstukken; Otmars joviale vitaliteit, zijn potige optimisme, er gaat een kracht vanuit die hij niet heeft aan zien komen. Tot dan toe was hij alleen met zijn moeder, een wat sombere, eenzame start voor een jongen, begrijpt hij berustend. Ook zonder vader, zonder geld voor een sportclub, zonder kampeervakanties in Frankrijk, is hij tevreden. Zijn moeder en hij vormen een twee-eenheid alsof ergens in de beslotenheid van hun flat, onder de stukgelopen vloermatten, of achter het behang waarop de viltstiftrunen uit zijn peutertijd zichtbaar zijn, nog steeds een navelstreng loopt.
Op De Klimop werkt zijn vaderloosheid niet per se in zijn nadeel. Bij de vechtersbazen en zittenblijvers in zijn klas dwingt hij er beduchtheid mee af, ze denken dat de leemte in zijn leven hem harder heeft gemaakt, en taaier. Sommige meisjes willen hem troosten wanneer ze achter zijn rug om horen dat zijn vader vertrokken is, ertussenuit geknepen nog voor hij geboren werd. Ze vragen hem als enige jongen op hun verjaardagsfeestjes, waar hun moeders week worden van een onuitgesproken medelijden dat hij heus wel opmerkt en zich zwijgend laat aanleunen.”

 

Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en componist Paul Bowles werd geboren in New York op 30 december 1910. Zie ook alle tags voor Paul Bowles op dit blog.

 

Hier ben ik

Als ik hier ben, zal ik het niet erg vinden
Ik zal alleen maar mompelen:
Als niemand me hier bezoekt, komt alles goed

Hier is het moeilijk te geloven dat iets vrij is
Kom, laten we vervallen in vrijheid
Laat al deze dingen minder worden dan stof
Laat me nooit meer nadenken
Laat deze dingen dicht bij elkaar komen
Laat alles langzaam en zacht zijn
Laat ’s middags de wind over het dak waaien
Laat de grote stad ’s middags loom onder de zon liggen
Laat alles hier zacht zijn want er is geen stof
Laat alles behalve wat komt komen
Dat is hoe ik me altijd heb gevoeld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Bowles (30 december 1910 – 18 november 1999)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stefan Brijs, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Zonder liefde

“Ik zag haar voor het eerst op een woensdag in september of oktober. In de provincieplaats waar ik in die tijd woonde draaide eens per week een cinefiele film, die door een kenner werd ingeleid. De avond van de betere film, zo heette de reeks, het woord ‘cinefiele’ zou potentiële kijkers hebben afgeschrikt, ook mij. Niettemin kwam het me voor dat er in het zaaltje enkel cinefielen zaten. Ik zag bijna alleen mannen van middelbare leeftijd, die uit elkaar zaten, met telkens een of twee lege stoelen tussen hen in. Sommigen hadden hun jas nog aan, alsof ze elk moment wilden kunnen vertrekken als de film hun tegenstond. De inleider, een forse, vlezige man met een volle baard en een donkere bril, was al begonnen – op zoek naar een toilet, want er was vast geen pauze, was ik verdwaald in de catacomben van het gebouw – en om niemand te doen opstaan nam ik plaats op de dichtstbijzijnde vrije stoel aan het gangpad. Zo kwam ik naast haar terecht. Ik klapte de zitting neer en nam plaats zonder mijn jas uit te trekken. Zij haalde haar arm van de armleuning en vouwde haar handen samen op haar schoot.
Tijdens de inleiding, die een minuut of twintig duurde, probeerde ik zo onopvallend mogelijk een eerste beeld van haar te krijgen. Haar gezicht had een scherp afgetekend profiel, haar donkerblonde, licht golvende haar kwam tot halverwege haar nek en over haar oren, haar polsen waren dun, haar vingers lang en slank. Ze droeg een roomkleurige blouse en een donkerbruine pantalon. Haar aandacht was volledig gericht op de inleider, wiens voorkomen me deed denken aan Bud Spencer, de acteur die aan de zijde van Terence Hill in spaghettiwesterns altijd de wat lompe, zwaarlijvige bruut speelt. Het waren ook de eerste woorden die ik tegen haar zei en ik zou ze allang vergeten zijn als ik daarmee niet zo’n flater had geslagen.
‘Hij lijkt op Bud Spencer,’ zei ik toen de inleider klaar was en hij een teken aan de regie gaf dat het zaallicht gedoofd kon worden.
‘Hij is mijn vader,’ zei zij kortaf. Ze zette een bril op en de film begon.
Ik heb veel films met haar gezien, in datzelfde zaaltje, in de bioscoop, thuis op video en op televisie, we hadden dezelfde smaak. Aan het eind van de film bleef ze altijd zitten tot de hele aftiteling voorbij was. Soms kwam zij met een suggestie, soms ik, een enkele keer gingen we naar een toneelstuk of een dansvoorstelling.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

Duitse gevels

de namen van de spelers worden niet meer genoteerd:
de vertrapte
hertshooi
in het kreupelhout

reisdocumenten gevouwen de taal opnieuw
afgelegd, nog een laatste keer naar de jongens luisteren
bal tegen de huismuur nog eens nog eens

aan de boer van toen een groet
met de scheve tand, de lippen
kromgetrokken

vanaf de geboorteplaats
slechts één station:
mijn vogel mijn kussen zwijgen

in de storm komen geen mensen

terug naar het dijkpad

paardloos

sta je dan met je ogen in het
zand zacht

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Rückwind

‘Trössner, was ist? Stellst du dir vor, du bist derjenige, dessen Namen wir tunlichst vermeiden? Selbst in diesen unbedachten Momenten, wenn man ihn ausspricht, ohne ihn zu meinen. Der, dessen Namen wir unterdrücken, weil wir von seiner Nichtexistenz so tief überzeugt sind. Und das auch, ja, gerade jetzt, da man von Leuten in deiner Situation gerne sagt, sie würden das Beten lernen. Jedenfalls sieht er so aus, Hartmut Trössner, wie er jetzt mit einem langen Finger auf die Bildschirmanzeige des Fahrkartenautomaten zieh. Recht ähnlich dem besagten weißbärtigen Herrn, wie er von seiner Wolke herab so energisch auf seinen Adam zeigt, an dem, wenn man etwas strenger hinschaut, alles ein bisschen schlaff ist, auch der Finger, den er dem Herrn entgegen streckt. Als scheute er die Berührung mit seinem Schöpfer. Du erinnerst dich, Trössner: in Rom, du musstest dir den Kopf verrenken, um das zu sehen, und der Vater las dazu der Mutter aus dem Reiseführer vor. Hätte es damals schon Mobiltelefone gegeben, hätte er daran erinnert, dass man sie an diesem Ort unbedingt ausschalten muss. Schon aus Respekt vor dem da oben. Aber ich schweife ab. Jetzt drückt et Ziemlich kräftig sogar. Warum kräftig, Trössner? Damit da Leben reinkommt? Oder denkst du vielleicht, deine Fingerkuppen könnten zu kalt sein, um den erwünschten Impuls auszulösen? Die Vorstellung passt zwar nicht zur Jahreszeit und dem wunderbaren Wetter, aber zur persönlichen Verfassung. Das hätte eine gewisse Poesie.
Wohin reisen?, fragt der Bildschirm. Nach Berlin. Und wann? Jetzt. Und warum? l)as frage ich. Mit Nachdruck. Zumal, soweit ich weiß, noch gestern überhaupt nicht von Aufbruch oder Reise die Rede war. Ich bekomme allerdings keine Antwort. Der Vorgang wird bearbeitet. Trössner soll seine Karte in den Schlitz stecken und seine Geheimnummer eingeben. Jetzt wird es ernst! Haben sie womöglich sein Privatkonto gesperrt? Dieses antiquarische, besser nostalgische Girokonto, das, wenn ich richtig unterrichtet bin, der Vater für ihn eingerichtet hatte, als ihm sein Taschengeld erstmals überwiesen wurde Und auf dem sich momentan ein Betrag befinden müsste, den Trössner mit fünfzehn ein Vermögen genannt hätte und ab dreißig wieder ein Taschengeld. Er tippt die Geheimzahl. 6369. Geboren auf dem Mond. Eine ausnehmend schöne Eselsbrücke. Umgehend kommt die Meldung, dass alles funktioniert. Bitte die Karte entnehmen. Fällt hier etwa jemandem ein Stein vom Herzen? Fs wird ein Fahrschein gedruckt. Sag mal, Tnössner, bei der Gelegenheit, wann bist du zum ersten Mal Bahn gefahren? Ist das vierzig Jahre her? Würde ich schätzen. Wer in deinen Kopf schauen kann, der sieht darin die Großraumwagen der ersten Intercity-Generation. Gelborange die Wände, die Gepäckablagen und die Sitze, rötlich braun die Stirnwände, und die Reservierungsschildchen neckten hinter verkratztem Plexiglas. Man konnte das grauenhaft finden.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

god in korte broek

op de een of andere manier zijn de radio’s op een andere frequentie ingesteld.
specialisten brabbelen. kleine overlapping
met het kloppen van het heden in mijn maag.

ver uit de boeg van een boot leunend,
maakten we ons zorgen over halslijnen.

oordeel zelf: waarom kent de onderbouw ons,
is dat het prinsenpaar dat zich zou hebben opgehangen?
we moeten hoe dan ook niet op retoriek vertrouwen.
beter om over verjaardagskaarten heen te kleuren, schrijf:

lieverds, we hebben sinds vandaag een thuis. jullie kennen het,
achter bergen waar een bad voor ons wordt klaargemaakt,
zo transparant alsof we het verdienden.

we worden nog steeds niet genoeg veracht.

hoe zei god het gisteren op de radio:
iemand zal boeten, zal opstaan van de gedekte tafel,
twee stappen zetten naar de ondergang
en pats, dat was het.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Rückwind

‘Trössner, was ist? Stellst du dir vor, du bist derjenige, dessen Namen wir tunlichst vermeiden? Selbst in diesen unbedachten Momenten, wenn man ihn ausspricht, ohne ihn zu meinen. Der, dessen Namen wir unterdrücken, weil wir von seiner Nichtexistenz so tief überzeugt sind. Und das auch, ja, gerade jetzt, da man von Leuten in deiner Situation gerne sagt, sie würden das Beten lernen. Jedenfalls sieht er so aus, Hartmut Trössner, wie er jetzt mit einem langen Finger auf die Bildschirmanzeige des Fahrkartenautomaten zieh. Recht ähnlich dem besagten weißbärtigen Herrn, wie er von seiner Wolke herab so energisch auf seinen Adam zeigt, an dem, wenn man etwas strenger hinschaut, alles ein bisschen schlaff ist, auch der Finger, den er dem Herrn entgegen streckt. Als scheute er die Berührung mit seinem Schöpfer. Du erinnerst dich, Trössner: in Rom, du musstest dir den Kopf verrenken, um das zu sehen, und der Vater las dazu der Mutter aus dem Reiseführer vor. Hätte es damals schon Mobiltelefone gegeben, hätte er daran erinnert, dass man sie an diesem Ort unbedingt ausschalten muss. Schon aus Respekt vor dem da oben. Aber ich schweife ab. Jetzt drückt et Ziemlich kräftig sogar. Warum kräftig, Trössner? Damit da Leben reinkommt? Oder denkst du vielleicht, deine Fingerkuppen könnten zu kalt sein, um den erwünschten Impuls auszulösen? Die Vorstellung passt zwar nicht zur Jahreszeit und dem wunderbaren Wetter, aber zur persönlichen Verfassung. Das hätte eine gewisse Poesie.
Wohin reisen?, fragt der Bildschirm. Nach Berlin. Und wann? Jetzt. Und warum? l)as frage ich. Mit Nachdruck. Zumal, soweit ich weiß, noch gestern überhaupt nicht von Aufbruch oder Reise die Rede war. Ich bekomme allerdings keine Antwort. Der Vorgang wird bearbeitet. Trössner soll seine Karte in den Schlitz stecken und seine Geheimnummer eingeben. Jetzt wird es ernst! Haben sie womöglich sein Privatkonto gesperrt? Dieses antiquarische, besser nostalgische Girokonto, das, wenn ich richtig unterrichtet bin, der Vater für ihn eingerichtet hatte, als ihm sein Taschengeld erstmals überwiesen wurde Und auf dem sich momentan ein Betrag befinden müsste, den Trössner mit fünfzehn ein Vermögen genannt hätte und ab dreißig wieder ein Taschengeld. Er tippt die Geheimzahl. 6369. Geboren auf dem Mond. Eine ausnehmend schöne Eselsbrücke. Umgehend kommt die Meldung, dass alles funktioniert. Bitte die Karte entnehmen. Fällt hier etwa jemandem ein Stein vom Herzen? Fs wird ein Fahrschein gedruckt. Sag mal, Tnössner, bei der Gelegenheit, wann bist du zum ersten Mal Bahn gefahren? Ist das vierzig Jahre her? Würde ich schätzen. Wer in deinen Kopf schauen kann, der sieht darin die Großraumwagen der ersten Intercity-Generation. Gelborange die Wände, die Gepäckablagen und die Sitze, rötlich braun die Stirnwände, und die Reservierungsschildchen neckten hinter verkratztem Plexiglas. Man konnte das grauenhaft finden.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

god in korte broek

op de een of andere manier zijn de radio’s op een andere frequentie ingesteld.
specialisten brabbelen. kleine overlapping
met het kloppen van het heden in mijn maag.

ver uit de boeg van een boot leunend,
maakten we ons zorgen over halslijnen.

oordeel zelf: waarom kent de onderbouw ons,
is dat het prinsenpaar dat zich zou hebben opgehangen?
we moeten hoe dan ook niet op retoriek vertrouwen.
beter om over verjaardagskaarten heen te kleuren, schrijf:

lieverds, we hebben sinds vandaag een thuis. jullie kennen het,
achter bergen waar een bad voor ons wordt klaargemaakt,
zo transparant alsof we het verdienden.

we worden nog steeds niet genoeg veracht.

hoe zei god het gisteren op de radio:
iemand zal boeten, zal opstaan van de gedekte tafel,
twee stappen zetten naar de ondergang
en pats, dat was het.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Bernard Wesseling, Alexander Gumz

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978.

Uit: Gezelschapsjongen

“Vijf minuten later kwam ze naar buiten met een gestrikte doos onder haar arm. Ze liep kalmer nu, alsof het leven nieuwe betekenis had gekregen met wat er in die doos zat. Ik dacht een veer in haar verderfelijke stap te zien. Het begin van een ladder in haar panty, boven haar hiel. En toen, bij een zebrapad, keek ze in mijn richting.
Ik dook weg, een portiek in, en riskeerde juist op te vallen door me zo plotseling uit haar gezichtsveld te bewegen.
Stom, stom.
Het volgende moment was ik haar kwijt. Ik bevond me op een drukke winkelstraat. Een broeierige Marokkaanse jongen met zachte ogen, boos om zijn eigen verlegenheid, stootte me aan – liep snel verder. De ruit van een bushok trilde licht in zijn sponningen. Een bus draaide in, de deuren sisten open. Niemand stapte uit of in. Tenzij ik, begreep ik even uit de vorsende blik van de buschauffeur. Deel van de stoep was opgebroken. Een geel gehelmde bouwvakker verdween in een tent in de grond.
De omgeving leek erop uit me oneindig af te leiden. Ik was dan ook bang dat een levend standbeeld waar ik vervolgens langsliep, een slordige Centurion van uitgeslagen koper, een schijnachtervolging zou inzetten – toch bleef hij staan.
Maar, en dit was mijn geluk, niemand kleedde zich op deze verhitte dag in het zwart. Een tweede keer verscheen ze, nu voor een winkel. Daar bekeek ze iets in de etalage: een niemendalletje, een negligé, de mannequin of de man die haar ontkleedde.
Toen pas schoot de term me te binnen die gebruikt wordt om vrouwen zoals zij te beschrijven: schaduwweduwe. En het was even alsof ik vat kreeg op haar wezen.
Bij een drukbezocht stoplicht kwam ik zo dichtbij dat ik, een heerlijk oneerbiedig moment lang, op haar door een muur geknakte slagschaduw stond.
Voor een statig gebouw, uiteindelijk, hief ze een knie waar ze haar schoudertas op rustte en viste haar sleutels te voorschijn, de gebakdoos hing aan het touwtje tussen haar tanden.
Dit was mijn kans.
Maar voordat ik mijn voet in haar deuropening kon steken, voordat ik haar huis binnen kon dringen, werd mij nog één keer de weg versperd door een leeglopende balletschool: balletdanseressen hadden ineens de stoep in beslag genomen, binnen enkele seconden stonden ze tot midden op straat. Overal knotjes en pezige schouders, overal ranke benen en benige armen. Ze hadden zich allemaal gewend tot de artiestenuitgang waar ze net uit kwamen; een zwart vierkant gat naast een opengezwaaide ijzeren deur. Geen van hen leek mij op te merken toen ik ze passeerde, met mijn handen omhoog (om me smal te maken, te laten zien dat ik niets ongepasts deed) terwijl ze toch weken voor mij, een voor een, als wuivend graan. Ik trok een sprint, stopte, wandelde in snel tempo verder en was op tijd – ze schouderde haar tasje, klaar met het bekijken van een behulpzame envelop – om me haar achternaam toe te eigenen.”

 

Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Op adem komen

zeg je in deze kokende maand
laat de kinderen maar schreeuwen op de binnenplaats

de apparaten uitzetten kaal voor elke blik elk
overvol metrocompartiment dat “s morgens door onze slaap

trekt een tijdje bodemloos zeg je maar dan
vier weken zijn ook maar wat we ‘doorgaan’ noemen

wanneer iemand zijn hand op onze schouder legt
in de overbevolkte omgeving blijft staan

voor jouw kamer tussen ongenode gasten
in mijn hoofd met steeds verder verwijderde zinnen

een nieuw uitgevonden accent in het oor twee tonen
die in jou net als stroom elke paar seconden wisselen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.