De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Robert Frost op dit blog.

Fire And Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.

 

Nothing Gold Can Stay

Nature’s first green is gold,
Her hardest hue to hold.
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf,
So Eden sank to grief,
So dawn goes down to day
Nothing gold can stay.

 

Carpe Diem

Age saw two quiet children
Go loving by at twilight,
He knew not whether homeward,
Or outward from the village,
Or (chimes were ringing) churchward,
He waited, (they were strangers)
Till they were out of hearing
To bid them both be happy.
‘Be happy, happy, happy,
And seize the day of pleasure.’
The age-long theme is Age’s.
‘Twas Age imposed on poems

Their gather-roses burden
To warn against the danger
That overtaken lovers
From being overflooded
With happiness should have it.
And yet not know they have it.
But bid life seize the present?
It lives less in the present
Than in the future always,
And less in both together
Than in the past. The present
Is too much for the senses,
Too crowding, too confusing-
Too present to imagine.

 

Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963) 
Standbeeld door George W. Lundeen in de alumnaetuinen van Agnes Scott College, Decatur, Georgia.

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

Geschreven op de trappen van Puerto Ricaanse Harlem

Er is een waarheid die de mens beperkt
Een waarheid die verhindert dat hij verder gaat
De wereld verandert
De wereld weet dat hij verandert
Zwaar is het verdriet van de dag
De ouden zien eruit als ondergang
De jongeren verwarren die aanblik met hun lot
Dat is de waarheid
Maar het is niet de hele waarheid

Het leven heeft betekenis
En ik ken de betekenis niet
Zelfs als ik voelde dat het zinloos was
Zou ik hopen en bidden en een betekenis zoeken
Het was niet alleen maar dartele poëzy
Er moest een bijdrage worden betaald
Dood en God oproepend
Ik durfde Hen best aan te pakken
De dood bleek zinloos zonder leven
Ja, de wereld verandert
Maar de dood blijft hetzelfde
Hij neemt de mens weg uit het leven
De enige betekenis die hij kent
En meestal is het een trieste zaak
Deze dood

Ik zou onschuldig zijn, ik zou serieus zijn
Ik zou een gevoel voor humor zijn dat me redt van amateurfilosofie
Ik kan mijn overtuigingen tegenspreken
Ik kan het kan het
Omdat ik de betekenis van alles wil weten
Toch zit ik als een gebrokenheid
Te kreunen: Oh wat een verantwoordelijkheid
Ik heb je Gregory aangedaan
Dood en God
Zwaar zwaar het is zwaar

Ik leerde dat het leven geen droom is
Ik leerde dat de waarheid bedrogen is
De mens is niet God
Het leven is een eeuw
Dood een ogenblik

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)
Zittend in het raam van Allen Ginsberg’s appartement in East Village, New York, 1959

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: De martelaren

“Tijdens zijn bruuske aanloop hoorde hij de uitroepen van verbazing niet, ook niet het hoongelach op het kritieke moment, waarop het lichaam terugveert en het erop aankomt met ijzeren wil de vingers in de voegen te klauwen en gewichtloos te worden.
Achter de muur staat de tijd stil, zeggen ze. Hoe ziet dat eruit? Vanuit zijn kamertje kon hij de boomtoppen boven de muur zien wuiven, als magere handen uit een donker habijt. Aan elke boom staat een kloosterling te schudden. Ze wisselen elkaar daarbij af en wachten geduldig in lange rijen op hun beurt, de handen in de mouwen, de kap diep over het hoofd. Ergens hoog in de sombere gevel van het slot staat de abt achter een getralied venster. Hij houdt het boek van de tijd in de hand en wuift met zijn andere hand de maat. Als hij de tijd wil laten stilstaan, slaat hij het boek dicht met een klap, die over het plein galmt en bij toverslag de monnikenschaar verandert in een rij levenloze poppen. De abt lijkt op de gedroomde Nelson. Zo hoog en half verscholen achter het raampje en toch kan niemand zijn gebiedende uitstraling ontgaan. Er was een roemrucht slagschip van die naam, waarvan Nelson gedroomd had dat het bij verrassing de kleine rivierhaven van de stad bezocht. Het water sloeg op de kade en gutste door de smalle straten. Het reusachtige schip raakte vast in de zwarte blubber en alle mensen sloegen op de vlucht voor de loerende kanonnen.
Boven op de muur streek een zachte bries een haarlok van zijn bezweet voorhoofd. Laag, flitsend zonlicht benam hem het uitzicht. Vlammende contouren van daken. Een zee van ruimte daarvoor, niets van een plein. Onder zich zag hij een dichte zoom van doornstruiken, die afdalen onmogelijk maakte. Omzichtig ontweek hij de ingemetselde glasscherven, die voorgangers hadden geprobeerd weg te slaan. Wat verderop was dat wat beter gelukt, recht boven een mesthoop die een zachte landing beloofde.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947) 
Portret door Peter Thijs, 2006

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

Noord en Zuid

Onderschat je behoefte niet
om de grens over te gaan. Bevroren
aan de verkeerde kant van je verlangen

om de wereld opnieuw te maken
omgekeerd in de spiegel
van je anders-zijn,

hoe kun je trouw zijn
aan de waarheid menselijk te zijn,
iets dat buigt

in een universum dat dat niet doet, een rommelige mix
van lef en geest, verantwoordelijkheid en schaamte?
Je bent maar een centimeter

van de constant bewegende
bron van leven, hoe gepassioneerd je ook
jezelf verplettert

in de vakjes – mannelijk of vrouwelijk, noord of zuid, arm of rijk, wit
of een andere sociale tint – je controleert het
omdat je bang bent

om de grenzen te overschrijden die je beschermen
voor meer gecompliceerde combinaties
van liefde en eenzaamheid,

je ziel in slaap wiegend
terwijl je je lichaam propt
in te strakke vakjes, wetende dat het niemand kan schelen

dat je het lef niet hebt om te leven
zolang je daar blijft,
aan jouw kant van de grens.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Lawrence Ferlinghetti, Joy Ladin

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Lawrence Ferlinghetti op dit blog.

Uit: Little Boy, A Novel

“And so it was that Tante Emilie took him back to her hometown near Strasbourg (the town near where the famous Captain Dreyfus was from) when he was perhaps two years old, and there they lived long enough for him to speak French before English, and his very first memory of existence was being held on a balcony above the boulevard where a parade was going by, and someone was waving his hand at the great parade with band music wafting up and strains of the “Marseillaise” echoing. And the next thing he remembered was that they were back in New York in a big high-ceilinged apartment on the Upper West Side overlooking the Hudson and the Palisades across the great river and steamboats hooting their whistles and Aunt Emilie and Ludwig somehow back together again. He had a prickly beard when he embraced Little Boy, and the sun shone on them for a brief time until suddenly Uncle Ludwig was not there anymore, and this time for good. So then again it was himself and Aunt Emilie in the big elegant flat, but not for long, because she had no money, and soon a Health Department man came and took him away to an orphanage in Chappaqua, New York, because she had no money to buy him milk and the man said Little Boy would develop rickets. And there was much weeping when they took him away from Emilie, and so it was he stayed in that orphanage, and years later the only memory he had of it was having to eat undercooked tapioca pudding the kids called Cat’s Eyes. Oh the time lost and no other memory of it, until a year later Aunt Emilie came and got him, and it was still the 192os in America. And how he remembered her back then. She wore cloche hats and had her hair cut short like Louise Brooks and wore always the same elegant dress in the 192os style, with low-cut bosom and a long string of beads, and scent of eau-de-cologne always about her. And of course it was not “always,” except in Little Boy’s memory, but it must have been her thread-bare elegance (well hidden in her elegant spoken French) that got her a position as French governess to the eighteen-year-old daughter of Anna Lawrence Bisland and Presley Eugene Bisland in Bronxville, New York, where they lived in an ivy-covered mansion not far from Sarah Lawrence College founded by Anna Lawrence’s father.”

 

Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

Het gedicht en ik

Het gedicht loopt van mij naar een betekenis
die er al dan niet is

tegen de tijd dat het terugkeert
ben ik iemand anders

hoewel er voor het gedicht
dat met relativistische snelheden loopt

geen tijd is verstreken
Daarom ziet het gedicht er zo verward uit

wanneer het merkt dat ik ben vergeten
hoe verwant we zijn

Het gedicht en ik stellen elkaar teleur
In plaats van moeder en kind, lichaam en ziel

bleken we one-night stands te zijn
De aarde bewoog mijn hoofd bonsde

maar wanneer het gedicht vele jaren later terugkeert
lijkt het alsof er niets is gebeurd

Ik herinner me nu hoe het gedicht begon
Ik keek uit het raam

Het was winter of zomer, er was een vogel
of een herinnering aan een vogel

een gekrijs hoorde ik plotseling als lied
een pijn voelde als een verklaring

Ik lag op de vloer van de wereld
stukjes van speelgoed

waarmee het gedicht begon te spelen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jonathan Ames, Gary Whitehead

De Amerikaanse schrijver en acteur Jonathan Ames werd geboren op 23 maart 1964 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Ames op dit blog.

Uit: You Were Never Really Here

“Joe looked at the last text message sent: “Keep engine running. We’ll want to move quick.” “Copy” was the reply. Probably two bent cops. The alley went one way. That meant the partner would be to the left, idling, so he could pull right in, not circle the block. Joe hesitated. He was ready to leave Cincinnati. He had done his job. Extracted the girl. He didn’t need to take out the one in the car. His informant had given him up, gave them his hotel, even his use of the service entrance, but that’s all they could have gotten, because that’s all the informant had. Joe thought about what was in his room: a toothbrush, a new hammer, a bag, and a change of clothes. But nothing important, nothing identifiable. He had been heading out to get something to eat and was going to leave tomorrow, but he should have left as soon as the job was done. Sloppy, he thought. What the fuck is wrong with me? Soon the one in the car would come looking. Joe didn’t want any more fights, because you didn’t win every fight. Joe figured they just wanted to know how he had gotten to them and if others would follow, and then they would have killed him. But he didn’t need to take them all out because they wanted information. He was just one man. Not the complete arm of justice.
I did enough, he thought. The girl is damaged but free. So he ran the opposite way down the alley, darted his head out fast, looking to his left and right — there wasn’t a third man guarding that end. Nobody sitting in a car, nobody planted in a doorway trying not to look like a plant. He stepped out into the street, started to walk. It was late October and there was a sweet smell in the air, like a flower that had just died. He thought about a time when he’d been happy. It had been more than two decades. Then Joe spotted a green cab. He liked the cabs in Cincy. The cars were old and the drivers were old. It felt like the past. He got in. “Airport,” he said, and he fingered the money clip. He’d give the driver a nice tip.”

 

Jonathan Ames (New York, 23 maart 1964)

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

Oom

Soms praten ze met mij,
deze kinderen die ik niet heb verwekt,
en de dingen die ze zeggen,
hoewel ik ze vergeet,
lijken zinnen uit boeken
die ik ooit las en waar ik niet meer aan heb gedacht sindsdien.
Vandaag een jongen die bij afwezigheid
van zijn dichtheid mij had kunnen zijn,
de vioolkop van zijn hand
in de mijne, volgde mij
door de hal boven
en vroeg iets waarvan,
als ik moest raden,
ik zou zeggen, het had te maken met het lot.
Buiten passeerde een schoolbus,
het toerental van zijn motor
als een boog over een snaar gestreken,
een korte levensboog van geluid
het huis in en uit –
ramen en muren en rustige kamers –
waar ik met stomheid stond geslagen
en bijna klaar om te antwoorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

The First Dream

The Wind is ghosting around the house tonight
and as I lean against the door of sleep
I begin to think about the first person to dream,
how quiet he must have seemed the next morning

as the others stood around the fire
draped in the skins of animals
talking to each other only in vowels,
for this was long before the invention of consonants.

He might have gone off by himself to sit
on a rock and look into the mist of a lake
as he tried to tell himself what had happened,
how he had gone somewhere without going,

how he had put his arms around the neck
of a beast that the others could touch
only after they had killed it with stones,
how he felt its breath on his bare neck.

Then again, the first dream could have come
to a woman, though she would behave,
I suppose, much the same way,
moving off by herself to be alone near water,

except that the curve of her young shoulders
and the tilt of her downcast head
would make her appear to be terribly alone,
and if you were there to notice this,

you might have gone down as the first person
to ever fall in love with the sadness of another.

 

The Art Of Drowning

I wonder how it all got started, this business
about seeing your life flash before your eyes
while you drown, as if panic, or the act of submergence,
could startle time into such compression, crushing
decades in the vice of your desperate, final seconds.

After falling off a steamship or being swept away
in a rush of floodwaters, wouldn’t you hope
for a more leisurely review, an invisible hand
turning the pages of an album of photographs-
you up on a pony or blowing out candles in a conic hat.

How about a short animated film, a slide presentation?
Your life expressed in an essay, or in one model photograph?
Wouldn’t any form be better than this sudden flash?
Your whole existence going off in your face
in an eyebrow-singeing explosion of biography-
nothing like the three large volumes you envisioned.

Survivors would have us believe in a brilliance
here, some bolt of truth forking across the water,
an ultimate Light before all the lights go out,
dawning on you with all its megalithic tonnage.
But if something does flash before your eyes
as you go under, it will probably be a fish,

a quick blur of curved silver darting away,
having nothing to do with your life or your death.
The tide will take you, or the lake will accept it all
as you sink toward the weedy disarray of the bottom,
leaving behind what you have already forgotten,
the surface, now overrun with the high travel of clouds.

 

Sterrenstelsels

Ja, daarginds staat Orion,
de drie knoopjes van de riem
helder op een rij boven de horizon.

En als je je omdraait kan je
Gemini zien, heel lichtgeraakt vannacht,
de tweelingen kijken weer eens van ons weg, de ruimte in.

Dat groepje, wat hoger in de lucht,
is Cassiopeia, zittend in haar astrale stoel
als ik me niet vergis.

En recht boven ons,
is dat niet Virginia Woolf
die de Ouse afzakt

in haar opblaasbare kano?
Kijk, de breedgerande hoed en daar,
de omtrek van de peddel, geheven, druipend van sterren
.

 

Vertaald door Chris Coolsma en Marijke Oomen

 

Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
Portret door Seamus Berkeley

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies veertien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

De ziekenzuster

Zij heeft de nachtwaak bij het bed
Der vreemdelinge, die gaat sterven.
En zij aanvaardt de plicht tot erven
Van angst en pijn en dood; ’t gebed,
Dat zij eerst prevelt, en dan plechtig
als miserere en credo zingt,
Wordt zoo grootmachtig, dat ’t aemechtig
Hoofd rustig op het kussen zinkt.

Zij ziet het leven uit de handen
Wegtrekken en ’t verheft zich stom
In ’t hol gelaat, en staat te branden
Al een nachtlichtje in een kom.
Nog eens bewegen zich de handen
En draait ’t nu doode hoofd zich om.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

Januari

onder een lage bestralende zon
spot de fietser
even verderop in de amper uitgebotte heg
door takken gedragen
een kraai
die er schoon op zijn rug slaapt

in de wintervorst schittert het dier
en schittert het havengebied
met de fietser die naderbij ziet dat de kraai
niet zichzelf is

verloren is hij
in de heg naast het fietspad een handschoen

een want die onthand nog iets grijpt
dat het zelf niet begrijpt

 

Toen op de Waddenzee

Je hoorde hoe de boot gedwee
zijn strepen in het water sneed,
het zweven van de meeuw
en de verwachtingsvolle stemmen
die jou toen al wilden kennen,
in het duister tastend naar een naam,
nog voordat je de kop opstak.
Je zwom al tijden met ons mee.
Je mag er zijn, je drijft
met toegeknepen ogen nog
met ons mee op de getijden.

 

Nieuwe wereld

In de Wijkertunnel raak je de verbinding kwijt,
verdwijn je.

Tussen tegels rij je
in de pulsgewijs verlichte schemer
van een grensgebied,
een niemandsland
onder het Noordzeekanaal.

Een verjaardag in Haarlem,
het leven dat er was –
de mogelijkheden die je achterlaat.

Niet ben je
de bestuurder die zijn wagen in de vangrail klapt.

Vol verwachting rij je
met je medereizigers binnen de lijnen omhoog,
het licht,
een nieuwe wereld in.

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

Lente

Bij het bos, in de greppel, het verse gras
Geniet van je vingers:
Sinds lang weer iets dat leeft,
Zij het ook van
een oude man.
Verberg de kikker in je groen,
Laat hem voor een otter wegkruipen,
Zegt de oude man tegen het verse gras
En hoopt dat hij gehoord wordt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

David Malouf, Roman Libbertz

De Australische schrijver David Malouf werd geboren op 20 maart 1934 in Brisbane. Zie alle tags voor David Malouf op dit blog.

Uit: An Imaginary Life

“IT IS THE desolateness of this place that day after day fills my mind with its perspectives. A line of cliffs, oblique against the sky, and the sea leaden beyond. To the west and south, mountains, heaped under cloud. To the north, beyond the marshy river mouth, empty grasslands, rolling level to the pole.
For eight months of the year the world freezes. Some polar curse is breathed upon the land. It whitens overnight. Then when the ice loosens at last, and breaks up, the whole plain turns muddy and stinks, the insects swarm and plague us, hot mists steam amongst the tussocks. I have found no tree here that rises amongst the low, grayish brown scrub. No flower. No fruit. We are at the ends of the earth. Even the higher orders of the vegetable kingdom have not yet arrived among us. We are centuries from the notion of an orchard or a garden made simply to please. The country lies open on every side, walled in to the west and south, level to the north and to the northeast, with a view to infinity. The sharp incline of the cliffs leads to sky. The river flats, the wormwood scrubs, the grasslands beyond, all lead to a sky that hangs close above us, heavy with snow, or is empty as far as the eye can see or the mind imagine, cloudless, without wings.
But I am describing a state of mind, no place.
I am in exile here.
The village called Tomis consists of a hundred huts made of woven branches and mud, with roofs of thatch and floors of beaten mud covered with rushes. Each hut has a walled yard, and a byre where the animals can be brought in and stalled for the winter. Above the byre, in one large room, we sleep and eat in the winter, on wooden benches above a layer of snow-burning peat. In summer the rest of the house is opened up and I have a room of my own, with a low table for writing and a palliasse of clean straw.”

 

David Malouf (Brisbane, 20 maart 1934)

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

In het veld

Groen als bedauwde grassprietjes,
lichtbruin als het korenveld,
rood als de weerbarstige bloei van het knoopkruid,
waarvan de glanzende kern zonlicht weerkaatst.

Je was onwerkelijk,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
en geschilderd voor mij.

Grijs als de lucht voor de storm,
wit als de eerste bliksemschichten
geelzwart zoals de bescherming zoekend bijen,
om niet te sterven door verdampingskoude.

Je was onwerkelijk,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
en geschilderd voor mij.

Zwart als de plotseling invallende nacht,
geel als de enorme ontladingen,
en tenslotte gewoon paars tussen hemel en aarde,
om me eindelijk in te lijven.

Je was onwerkelijk
onweer,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
onweer,
en geschilderd voor mij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.