Stefan Popa, Edward Hirsch

De Nederlandsche schrijver en journalist Stefan Popa werd op 20 januari 1989 geboren in Vleuten. Zie ook alle tags voor Stefan Popa op dit blog.

Uit: Of de oleander de winter overleeft

“De haan brak de zegel van stilte die de nacht had opgelegd aan het dorp dat Kruševo heette, maar Crushuva werd genoemd. Hij kraaide elke morgen slechts eenmaal, daar moesten de omwonenden het vervolgens mee doen. Veel had de haan niet op met zijn territorium. Liever zocht hij naar pieren.
Drie uur later tikte Pitu met zijn wandelstok tegen de drempel, die met de dag hoger leek te worden, en verliet zijn woning. De buurvrouw dook op in haar voortuin met in haar hand twee eieren, waarvan het linker een pluim droeg. Witte eieren. Haar vorige kip legde bruine eieren. Het beest was nog geen dag bij haar of ze moest alweer een nieuwe halen. Bruine eieren waren vervloekte eieren. Die at de buurvrouw niet. De mislukte kip at ze wel, gestoofd in een tomatensaus. Dat kon geen kwaad.
Pitu knikte naar haar. Hij beet in de beet van zijn lege pijp en daalde af door Crushuva. Nooit vergat hij om te genieten van de traptreden en de hellingen, die hem goedgezind waren zolang hij niet besloot terug te keren naar huis, bergopwaarts. Dit is mijn dorp, dacht Pitu. Met zijn vingertoppen beroerde hij de muur van een kerkje, dat met zijn toestemming was gerestaureerd. Zijn kuiten hadden zich naar deze schommelende en slingerende straten gevormd. Dit was zijn dorp, ja, maar meer nog was hij van het dorp.
‘Koffie?’ riep Anna nadat ze het laatste tafeltje op haar terras had neergezet. Sinds ze het koffiehuis van haar oom had overgenomen, rust in vrede, kwam Pitu er nog vaker.
‘Straks,’ antwoordde hij, terwijl hij op zijn horloge tikte. Hij had een afspraak. Anna wuifde hem uit met de doek waarmee ze de tafelbladen afnam. Op het pleintje verderop zag Pitu de jongen van Ilić een bal hooghouden. Het was een geel met rode bal. De jongen passeerde tegenstanders die alleen hij zag. Hij lachte ze uit, waarschijnlijk nog terecht ook. Mannen met notitieboekjes en oortjes in hun oren woonden tegenwoordig zijn wedstrijden bij. Die merkte hij dan weer niet op, in tegenstelling tot pa Ilić.
De jongen speelde de bal in Pitu’s voeten. ‘Kom, passeer me dan.’ Pitu zette zijn wandelstok tegen de muur en borg de pijp op in zijn binnenzak. Hij liet de bal van zijn ene naar zijn andere voet rollen, alsof hij wilde testen welk van zijn benen ook alweer het goede was, het minst slechte in zekere zin, en stormde op de jongen af. In plaats van de schijnbeweging die hij had bedacht, struikelde hij over de bal. Hij kon zich ternauwernood vastgrijpen aan een straatlantaarn. Hij rechtte zijn rug en wees naar beneden. ‘Ik begrijp niet dat ze die ballen tegenwoordig van die rare kleuren geven.’ Zijn woorden misten kracht. Twee meter sport en hij was al buiten adem.”

 

Stefan Popa (Vleuten, 20 januari 1989)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Voor de slaapwandelaars

Vanavond wil ik iets geweldigs zeggen
voor de slaapwandelaars die zoveel geloof hebben
in hun benen, zoveel vertrouwen in het onzichtbare

pijl uitgehouwen in het tapijt, het uitgesleten pad
die naar de trap leidt in plaats van naar het raam,
de gapende deuropening in plaats van de naadloze spiegel.

Ik hou van de manier waarop slaapwandelaars bereid zijn
om uit hun lichaam de nacht in te stappen,
om hun armen op te heffen en de duisternis te verwelkomen,

de lege ruimtes palmen, alles aanraken.
Ze keren altijd veilig naar huis terug, als blinde mannen
die weten dat het ochtend is door schaduwen te voelen.

En altijd worden ze weer als zichzelf wakker.
Daarom wil ik iets verbazingwekkends zeggen
zoals: ons hart verlaat ons lichaam.

Onze harten zijn dorstige zwarte zakdoeken
’s nachts door de bomen vliegen, genieten
de donkerste stralen van het maanlicht, de muziek

van uilen, de beweging van door de wind verscheurde takken.
En nu zijn onze harten dikke zwarte vuisten
vliegen terug naar de handschoen van onze borst.

We moeten leren om op die manier op ons hart te vertrouwen.
We moeten het wanhopige geloof van slaap leren-
wandelaars die opstaan ​​uit hun rustige bedden

en loop door de huid van een ander leven.
We moeten de bedwelmende beker van duisternis drinken
en wakker worden voor onszelf, gevoed en verrast.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.