Juan Marsé, Alfred Tomlinson

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit: De laatste middagen met Teresa (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

“In een sterrennacht in september lopen ze langzaam over een bed van confetti en serpentines de hele verlaten straat door, met boven hun hoofd een dak van slingers, gekleurde papiertjes en kapotte lampionnen: het is de laatste avond van het Fiesta Mayor (met de confetti en de laatste wals ten afscheid) in een volkswijk aan de rand van de stad, het is vier uur ’s nachts, alles is afgelopen. Het houten podium waar het orkest daarnet nog verzoeknummertjes speelde is leeg, de piano is ingepakt in zijn gele foedraal, de lichten zijn uit en de klapstoelen staan opgestapeld op de stoep. In de straat heerst de verlatenheid die volgt op feesten in garages of op platte daken: het is weer tijd voor andere bezigheden, andere dagelijkse, punctuele taken, de handen moeten weer aan de slag met ijzer, hout en baksteen, armzalige plicht die op de loer ligt in portieken en ramen, ineengedoken wacht op het aanbreken van de dag. De melancholieke bedrieger, de duistere achterbuurtjongen voor wie ’s zomers het avontuur lokt, de smoorverliefde begeleider van de onbekende schone weet het nog niet, de zomer is voor hem nog een groene archipel. Van de balkons hangen in schitterende spiralen serpentines en lampions, waarvan het gelige licht, dat nog onverschilliger is dan de sterren, als uitgeput stof op het dikke confettitapijt valt dat de straat heeft veranderd in een sneeuwlandschap. Een licht briesje laat het dak van papiertjes sidderen en ontlokt het een fris geruis, als een rietveld.
Het eenzame paar past niet in dit landschap, zoals hun kleding ook niet bij elkaar past: de jongeman (spijkerbroek, sportschoenen, zwarte polo met op zijn borst de opdruk van een arrogante windroos) houdt zijn arm om het middel van het elegante meisje (roze jurk met klokrok, fraaie hoge hakken, blote schouders en lang, steil, blond haar) en zij leunt met haar hoofd tegen zijn schouder, terwijl ze langzaam weglopen, loom op het witte schuim trappend waarmee de straat is overdekt. Ze verdwijnen in de richting van een bleke schittering die op de volgende straathoek opdoemt: een sportwagen. De manier van lopen van het paar doet denken aan het plechtige schrijden bij een huwelijksceremonie, met de ideale traagheid waarvan we in onze dromen mogen genieten. Ze kijken elkaar in de ogen. Ze naderen de auto, een witte Floride. Plotseling komt er een vochtige windvlaag de hoek om en blaast hun wolken confetti in het gezicht; het is de eerste herfstwind, de regenachtige klap in het gezicht die het einde van de zomer aankondigt. Verrast laten de jonge mensen elkaar los, lachen en houden hun handen voor hun ogen. Met hernieuwde kracht zoemt de werveling van confetti onder hun voeten, slaat haar sneeuwwitte vleugels uit, omsluit hen volledig en houdt hen een paar seconden verborgen; dan zoeken ze tastend naar elkaar in de ruimte, alsof ze blindemannetje spelen, en ze lachen, roepen elkaar, omhelzen elkaar, laten elkaar los en wachten totdat er een eind komt aan deze hele warwinkel, met een plechtstatige houding, de ruggen naar elkaar toe gekeerd, heel even verloren, verdwaald in de wolk van witte vlokken die als een wervelwind om hen heen draait.”

 

Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Tegen reizen

Deze dagen zijn het beste als je nergens heen gaat,
Het huis een reservoir van stille verandering,
Het kraken van meubels, de ruiten
Geborsteld door het halfrijm van activiteiten
Die niet helemaal verklaren wat het was
Wat er buiten door omhoogkwam. De kleuren, zelfs,
In overeenstemming met de teneur van de dag – ja, ‘grijs’
Hoor je in het weerbericht,
Maar wat voor grijs, waarin de tinten zweven,
Op het punt om te vangen, maar zich nog steeds inhoudend,
De gloed die erin is als de zon verschijnt,
En toch doet hij dat niet. Dan geeft de ruit
Door een trilling van glas
De verre dreun toe van een vertrekkend vliegtuig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alfred Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.