Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

Goeiedag

Mijn mond ligt boordevol gezaaid met woorden.

Af en toe
groeien bloemen als ik spreek tot tuilen.
Ik plant ze over in mijn tuin.
’s Nachts maakt hun geur mijn kamer dronken:
ik droom me armvol
tot mij de morgen arm doet ontwaken.

Ik zoek weer hopeloos de draad tussen
mensen naar een taak
en nuttige sienjalen.

Ik weet dit is het sein –
er zit een zin in dit ontmoeten
in elke daad ligt er een droom verzonken.

Maar hoe haar wakker roepen?
Ik kan niet telkens op de avond wachten.
De zon lijkt hees.
Het regent.

 

Staatsmanschap

1
Politiek is een kwestie van
vertrouwen, is de boodschap
vlak voor de verkiezingen.

Nadien wordt het een kwestie
van misbruik van vertrouwen.

Slechts wie dàt aan het volk
verkopen kan, heeft verstand
van politiek.

2
Politiek is de kunst van het
mogelijke.

Met onze vertrouwensman zal ook
dat veranderen. Met hem

worden de cirkels vierkanten,
de aandeelhouders kleine spaarders,
de werklozen uitbuiters.

De krisis heet normale toestand.
En al de rest is avontuur.

3
Regeren vereist moed, aldus
onze vertrouwensman.

Met hem zal alles anders
blijven. Hij kan ons

niets beloven, maar
vraagt offers.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

Nachtbeelden

Laat in de koude nacht ontwaakt, en hoorde wind,
En lag met gesloten ogen en stil, beseffend
Deze woorden, hoe lichaamloos ze zijn, deze duisternis
Leeg onder mijn dak en de ruiten rinkelend,
Ruw bewerkt door wind. En lag zo en stelde me voor
Ergens ver weg zwarte zeeën met zware schouders
Die op het zand stortten en het weg ebbende stromen en
Donder voor altijd. Zo liggend bedacht ik, vriend,
Welk verkeer boze geesten hebben, of is dit een legende,
In lage holtes van de aarde in het binnenland, onder
Schaduw van de maan, de nacht die kreunt en bittere vorst;
En vreesde hoe de rijkdom van mijn beenderen, al lang afgestaan
Aan deze aarde, hun in handen zou vallen.
Geen meisje of geest naast me, en ik eenzaam
Denkend aan tuinen, seringengeur of schemering
Die laat in de zomer neerdaalt over die stad,
Ik lag en merkte dat mijn jaren mij verlieten,
En vreesde het koude bed en de wind, absurd
Alleen met stilte en de waan van tranen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.