Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Daar zit Mansuetus die zijn naam uitspreekt als Mansoeweetoes. Hoofd van de middelbare klassen. Knapen van twaalf tot zestien, zeventien jaar, over wie ik in deze slaapzaal moet waken. Ik hoor je wel Bruinsma! Zodra ik mijn gloei-peer doof en de lichtvlek van het plafond verdwijnt, komt het janhagel tot leven. Bruinsma doet of hij nadrukkelijk kucht. Ahèmm ahùmm. Uit een andere chambrette komt geknor. Jou ook Weytjens! Ga slapen, man, het is hier geen varkensstal. Ik tik met het kruis van mijn rozenkrans op het tafelblad. Ik heb het ding in mijn hand om iets in mijn hand te hebben. Wij dienen dit kralensnoer dagelijks ten einde te prevelen daar wij zijn toegewijd aan de heilige maagd volgens de regel van Franciscus, zelf een gebeten vrouwenhater, al had hij volgens apocriefe bronnen iets met de heilige Clara. In de voorlopig weergekeerde stilte lijkt de hitte te gonzen. De atmosfeer als dreigend beest. Achter het schoolgebouw gloeit het schijnsel van de buitenwereld, zoals wij het autistisch noemen. De buitenwereld omspant de hele planeet en het universum. Onze gebouwencomplexen vormen een gesloten enclave, wij leven separaat van de buitenwereld, waar wij niet bij horen, onze terreinen zijn afgegrensd door muren. Wij vormen een autonome mannenkloostergemeenschap met jongenspensionaat, ons instituut heet sint Jozef ter Engelen, gesitueerd in het afgelegenste zuidoosten van Nederland. Om ons heen ligt het mijndorp Blijderhagen, waar soms fanfaremuziek vandaan komt, gedempt door verte. soms stemmen en gelach van mensen zoals ik aan de andere kant van de muren. Ik zit met zondige opstandige gedachten en met heimweeërige verlangens die in strijd zijn met knoop drie. Naar rechts loopt de straat dood op de grensboom met Duitsland.”

 

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

Bekeken

Je hebt me bekeken nu
heb ik opeens twee ogen minstens
een mond de mooiste neus
midden in mijn gezicht.

Je hebt me aangeraakt nu
groeit er een engelenvacht waar
je mij belast hebt.

Je hebt mij gekust nu
vliegen mij de gebakken
duiven patrijzen en kapoenen
zomaar uit de muil ach
en jij deed je tegoed.

Je bent me vergeten nu
sta ik hier
vraag ik wat
moet ik alleen
met al die rommel beginnen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

In the Same Space

The setting of houses, cafés, the neighborhood
that I’ve seen and walked through years on end:

I created you while I was happy, while I was sad,
with so many incidents, so many details.

And, for me, the whole of you has been transformed into feeling.

Vertaald door Edmund Keeley

 

Caesarion

In part to verify a date,
and in part just to pass the time,
last night I picked up a volume
of Ptolemaic inscriptions and began reading.
Those endless poems of praise and flattery
all sound the same. All the men are brilliant,
great and good, mighty benefactors;
most wise in all their undertakings.
The same for the women of the dynasty, all the Berenices
and Cleopatras, wonderful, each and every one.

When I managed to find the date in question,
I’d have put the book aside had a brief mention
of King Caesarion, an insignificant note really,
not suddenly caught my eye…

Ah, there you stood, with that vague
charm of yours. And since history has devoted
just a few lines to you, I had more freedom
to fashion you in my mind’s eye…
I made you handsome, capable of deep feeling.
My art gave your face an appealing,
dreamlike beauty. In fact, I imagined you
so vividly last night, that when my lamp
went out—I let it go out on purpose—
I actually thought you had come into my room;
you were there, standing before me,
just as you would have looked in defeated Alexandria,
pale and tired, ideal in your sorrow,
still hoping for mercy from those vicious men
who kept on whispering ‘too many Caesars.’

Vertaald door Avi Sharon

 

The Next Table

He can’t be more than twenty-two.
And yet I’m certain it was at least that many years ago
that I enjoyed the very same body.

This isn’t some erotic fantasy.
I’ve only just come into the casino
and there hasn’t been time enough to drink.
I tell you, that’s the very same body I once enjoyed.

And if I can’t recall precisely where—that means nothing.

Now that he’s sitting there at the next table,
I recognize each of his movements—and beneath his clothes
I see those beloved, naked limbs again.

Vertaald door Avi Sharon

 

K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

vijver

zegt hij: het leed is een vijver.
zeg ik: ja, leed is een vijver.
omdat het leed door vissen doorschoten
in een trog ligt en bedorven ruikt.
zegt hij: en de schuld is een vijver.
zeg ik: ja, de schuld ook vijver,
omdat de schuld in een verzakking klotst
en mij al met mijn arm omhoog
tot aan de gestrekte oksel reikt.
zegt hij: de leugen is een vijver.
Ik zeg: ja de leugen eveneens vijver.

Omdat men in de zomer ‘s nachts
op de oever van de leugen picknicken kan
en daar altijd iets vergeet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Wim Hazeu, Kathryn Maris

De Nederlands dichter, schrijver, journalist, radio- en televisieprogrammamaker, uitgever en biograaf Wim Hazeu werd geboren in Delft op 28 april 1940. Zie ook alle tags voor Wim Hazeu op dit blog.

maurits mok

de pijn van nooit geweest te zijn
staat in zijn blik te lezen
honger en vergassing zijn over z’n wezen
gegleden als de zee over de vloedlijn

wel zit hij ’s avonds op de bank
te bladeren in het boek Sobibor
op zoek misschien naar z’n zuster
omgekomen, weggevaagd lang hiervoor

 

Zichtbaar de tijd

4.
in het kiezelsteenwatergat
tuimelt de maan
in zeven uur stierf het kind
dat nu speelt met de zonnepool


5.
langs mijn rug
kruipen de dieren
in de ark van noach
voor de eenzaamheid
geef ik hen een zegen

troebel water
in de okselholte
slaat de kwast neer
op het dier
in mij en
van mij

6.
de rivier dampt
grijze stoom
nevel die oevers verzwijgt
ons om de tuin leidt
en brengt, als boot,
in havens van vroeger

 

Wim Hazeu (Delft, 28 april 1940)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Kathryn Maris werd geboren in New York in 1971. Zie ook alle tags voor Kathryn Maris op dit blog.

De H-man

Zijn superkracht was het onderwerp van steeds sterkere verhalen
over zijn bekwaamheid in hurling, een sport met prehistorische, Gaelic
oorsprong waarbij spelers hurleys (stokken) gebruiken met een sliotar (bal),
om ze over de lat van de doelpaal richten voor 1 punt,
of onder de lat van de doelpaal in het net voor 3.
Beschouwd als “de snelste speler ooit” in een sport die bekend stond
als ‘de snelste veldsport ter wereld’, brak de H Man ooit
de neus van een tegenstander met zijn kracht plus zijn snelheid
(hoewel sommigen zeggen dat hij zijn ribben of benen brak). Hij werd geen
“professional” omdat er geen professioneel hurling is,
maar hij werd dichter omdat die baan wel bestaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathryn Maris (New York, 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Anker, André Schinkel

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker rop dit blog.

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

Op de halte

Omdat de tram niet komt maar wij nog steeds niets zien, verhevigd.
Dat er om de hoek een pand gekraakt, een buurvrouw zingt,
een oude man een kind dat huppelt aan zijn hand oversteekt,
deze vogel deze mooie brievenbus geraakt heeft – liefde, liefde.
Maar hier brandt de wereld veilig in een krant met vingers.
Ergens zit een lek, verdwijnen mensen, zakt een tegel weg.
Maar iemand steekt een kind omhoog, een paraplu, een periscoop.
Iemand anders breekt in fluisterzinnen los tegen een rug.
Omdat de tram nog eens begint bij de geboorte, dat kan ook.
Boven onze hoofden komt een witte wolk, maar geen herinnering.
Dat de tram door de velden zingt, bloemen bloeit, wonden maakt
maar tranen worden grint dat onder onze schoenen kraakt
om onze huizen aan het einde van de richting.
Een autootje roept water om, dat er geen water meer.
Maar bier genoeg op het terras waar alle mensen kijken.
Loopt de liefste zwaaiend met haar glas maar niet herkend.
Staan wij met 48 schoenen op de halte en een richting.
Wij staan met 48 hakken naar de richting op de halte.

 

Alles gefilmd

Dit zijn de schoenen van een man die als je zegt
hier zijn je schoenen zegt daar zijn mijn schoenen.

Denkt: mijn bloemen, mijn bloeien in de wereld.
Hij reist op sokken voor zijn huis heen en weer.
Hij komt weer binnen en verplaatst zijn schoenen.

Is hij die lieve man die met de kinderen praat.
Kan deze nieuwe wijk een nest tegen de wereld.
Hij zwemt zijn grenzeloze ogen in en uit.

Op een ochtend als de wereld overloopt,
dat hij dan de ramen openzet, hij neemt zijn buks
en schiet alle bloemen bij de buren alle dood.

De mensen praten, wijzen, lopen door elkaar.
Alles gefilmd door de media. De bloemen,
de emoties in de buurt, kijk, zijn schoenen.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

Indachtig

Waar het vaalbruine koraalbos bloeit, en nu ook jij:
Ingeschreven in het logboek van de hartkoude volkeren,

De fossielen van pijn gaan op pad, door de planken
Van veerkrachtige hunkering, van barbaarse angsten bedreigd;

Klein de gemeenschap die nog de vacht van het spreken
Vertrouwt, het lawaaiig vertrek van brullende horden:

Een kwikzilveren duivel haalt al de mast binnen waaraan
De leren vlag van de slagers nog lange tijd wappert; –

Indachtig: zoveel te veel moet men de wereld vergeven
Dat het niet langer voldoende is voor het ontlasten van mensen;

En in de graven de knikkers van de kinderen: één
zwijgend klikken zolang het vlees in de

Ovens nog fluistert en ritselt; – en de merel … in
zijn zwarte frak behoedzaam zijn uitgesmeerde C zingt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl-Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

so wenig sinnlichkeit

können worte: nur engel benennen
ohne ihr gesicht abzubilden
ihr sanftes gewölbe aus knochen
ihr vermischtes gewölbe aus mann und frau.

einzig vergleiche, die noch leuchten können
wie in öl: sein metallisches flugkleid
wie der zerknitterte rumpf eines learjets
ohne lackierung ..

und dennoch: welche ärmlichkeiten.
kein roter vorhang nur aus worten
der sich begreifen lässt im auge, im gehirn. kein r-o-t
das in maria eindringt, in ihr kristallines b-l-a-u

und wie, wie willst du licht ersetzen!
noch lächerlicher hier nur
licht zu sagen
das durch das fenster stürzt und schleicht zugleich
um ihr gesicht kaum merklich anzuheben

dass es die weiße lilie sieht
endlich erblickt, in diesem raum
der lautlos schwebt, im weltall schwebt
mit strengen mustern, burg und wolken ..

ein arme-leute-essen ist gekocht, sonst nichts

ein teller suppe
wo nur worte schwimmen
wie lose hände, die nichts greifen können
doch greifen wollen, und in den flachen löffeln beten.

 

zo weinig sensualiteit

kunnen woorden: een louter benoemen
van engelen zonder hun gezicht af te beelden,
hun zachte gewelf uit botten,
hun vloeiende gewelf uit man en vrouw.

slechts vergelijkingen, die nog kunnen glanzen
als in olieverf: een metalen vliegpak
zoals de gekreukelde romp van een Learjet
zonder laklaag ..

en toch: wat een armoedigheid.
geen rood gordijn van louter woorden
dat zich begrijpen laat in ‘t oog, in de hersens. geen r-o-o-d
dat in Maria binnendringt , in haar kristallijne b-l-a-u-w,

en hoe, hoe wil je licht vervangen!
nog belachelijker om hier
licht te zeggen
dat door het raam valt en sluipt tegelijk
om haast onmerkbaar haar gezicht op te tillen

om de witte lelie te zien
er eindelijk naar te kijken, in deze ruimte
die stil zweeft, door het universum zweeft
in strakke patronen, burcht en wolken ..

een armeluis-maaltijd is gekookt, meer niet

een bord soep
waarin alleen woorden zwemmen
als losse handen die niets kunnen grijpen
maar grijpen willen, en in de platte lepels bidden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sommerfliege

an einem augustabend im jahr 2016: eine sommerfliege
die ihr nachtmahl verzehrt, auf einem baugerüst
am palazzo dario, ohne begleitung von menschen.

mit ihrem spärlich behaarten, vorderen beinpaar
stemmt sie sich gegen den getrockneten kot einer möwe
dirigiert ihren tupfrüssel, der alles befeuchtet, verflüssigt.

zwei venezianische lippenpölsterchen mit einem system
von winzigen rinnen, versteift mit noch winzigeren
spängchen, beginnen lautlos zu saugen – die sonne versinkt.

für sekunden stehn alle fenster in flammen, ist jede scheibe
lodernd orange! – manchmal innehaltend im tupfen
und herabblickend auf die vorbeiziehenden dunklen

gebilde, tausendfach gebrochen im optischen kessel ihrer
glasleuchteraugen, erweckt die speisende den eindruck
einer kleinen touristin

oder dogaressa
oder geisterjägerin
die durch die zeiten irrt.

 

Carl-Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

Verantwoordelijk

Ik voel me zo verantwoordelijk vandaag.
Die duif bijvoorbeeld in de dakgoot
van het huis hier tegenover, kijkt
me telkens vragend aan.

Ik waarschuw hem: nu
moet je gaan, dan kom je niet te laat.
En goddank, inderdaad,
hij slaat zijn vleugels uit.

Als ik er toch niet was.

Maar nu de bomen nog.
Die halen het nooit.

 

Locus amoenus

Eeuwen na de hoofse zeden,
tijdens ons afwezig eten,

staat de vanillevla
opeens in bloei.

Tafel en stoelen
lopen uit. Gekwinkeleer.

De vloerbedekking
klatert bij mijn schoenen.

Onze driezitsbank
is niet te houden,

heel de kamer
begint te stoeien.

Je legt je lepel neer
en kijkt me aan.

De boothals van je
beige trui

zakt zomaar
van je schouder.

In bed blijkt kniehoog
gras te staan.

 

Kinderspel

Met stok in vuist vanonder kinderkin
het benarde klankkastje uitgesleurd
door de f-gaten deze snikhete
muziekschoolvoorspeelavonden in – ach
heel wat zachtzinniger tevoorschijn
gestreken kan je sarabande zeker, Bach.

Maar hoe verfomfaaid ook, hoe heelhuids
allerminst en op het scherpst bevochten –
onverdrotener reddeloos en vlijmender
dan in dit vuurrode optredentje
kun je nauwelijks klinken….

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

Een ruimte in het verleden

Het is een keuken. De gordijnen vullen zich
met een ochtendlicht zo helder
dat je niet verder dan de ramen de middag in
kunt kijken. Een keuken
vallend door de tijd met zijn dingen
op hun plaats, de borden rinkelend
in de kast, de emmer
met drinkwater golvend alsof
er net een vrachtwagen voorbijreed, maar die vrachtwagen
was dertig jaar. Niemand is thuis
in deze ruimte. Het aanrecht wordt afgeveegd,
en de vaatdoek hangt aan zijn spijker,
een droog blad. In huisjurken van mist,
blauwe schorten van regen, ging mijn oma
als een geest door dit leven,
en toen zij aan het eind van haar jaren was,
zette ze alles terug op zijn plaats
en veegde de gootsteen schoon en keerde de rest
van ons de rug toe, voor altijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: In duisternis

“Zij was wel lichtzinnig, maar niet slecht…zij wou het leven genieten…dat was haar levensnoodzakelijkheid…zij kon geen gêne hebben…En dat hij om haar alles in de steek gelaten had, zich gebrouilleerd met z’n hele familie…Ja, God! Dat was heel mooi, heel opofferend van ‘m, maar op den duur had zijd d aar toch eigenlijk niets aan…Hun leven samen werd er niet rijker door, door zijn mooie daad. Hij had dat nooit zo ingezien als nu, soezend met zijn mat hoofd in den winterschen vroegmorgen…. Hij voelde zich zoo week en treurig, met veel zelfmeelij en ook veel meelij om haar, of nu opeens die korst van wrok in hem gebarsten was en hij alles veel ruimer zag…. Zoo wàs ‘t. Hij had altijd maar gewild dat zij hem eeuwig liefhebben en eeren zou om die verloochening van alles voor haar. Maar praktisch gesproken: daar kon je toch op den duur niet van eten…. Er was geen gebrek geweest, zij hadden heel zuinig geleefd van zijn vaders versterf, dat hij had opgeëischt…. Maar zij was toch nooit recht vroolijk geworden…. Hij had haar tot een zuinig huisvrouwtje willen maken en zij had in ’t eerst ook gedwee haar best gedaan, want zij hield wel van hem, dacht hij. Op haar timiden aandrang naar weelderiger leven, vragen om wat meer voor haar toilet, had hij altijd streng geantwoord, haar verweten haar frivolen aard en ook gewezen op ’t wegslinken van hun geld, zonder dat hij nog iets van inkomsten daartegen gevonden had…. En hij geloofde ’t zou wel wennen met haar, haar ongedurigheid en behoefte aan luxe zou ze wel afleggen….
Dwaasheid! dacht hij nu in een zoet-smartelijk gevoel dat hij haar vergeven kon…. Zij was altijd een wilde vogel gebleven en had niet kunnen wennen…. Zijn weigering en wreed-duidelijke uiteenzetting van hun precairen toestand hadden haar angstig gemaakt. Als ’t geld eens heelemaal op is! had zij zich gezegd…. En moe van dit leven van bekrimpen en vergeefsch begeeren, niet meer verdragende die bekrompenheid, was zij op een dag weggeloopen met een man, die haar een leven van chique maintenée aanbood: toiletten en bals en rijden en comedies.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936) Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894.

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

Leviathan

Waarheid is ook het najagen ervan:
Zoals geluk, en zal niet standhouden.

Zelfs het vers begint te verteren
In het zuur. Streven, streven;

Een wind beweegt een beetje,
Bewegend in een cirkel, erg koud.

Hoe zullen we het verwoorden?
In het gewone betoog—

We moeten nu praten. Ik ben niet meer zeker van de woorden,
Het uurwerk van de wereld. Wat onverklaarbaar is

Is het ‘groter gewicht van objecten’. Dagelijks klaart
De lucht op met dat overwicht

En we zijn het heden geworden.

We moeten nu praten. Angst
Is angst. Maar we laten elkaar in de steek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Peter Horst Neumann

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

Sonnetten

35

Berouw niet langer wat je hebt gedaan:
Doorns heeft de roos en slik de zilveren bron,
De teerste knop lokt het verderf juist aan,
Wolk en verduistering smetten maan en zon.
Ieder mens faalt, zoals ik hierin faal
Dat ‘k jouw vergrijp met beeldspraak sanctioneer,
Mijzelf ziek maak met balsem voor jouw kwaal,
En meer nog dan jij zondigt excuseer;
Jouw fout uit lust bestrijd ik met verstand,
Je tegenstrever is je advokaat,
Tegen mijzelf in een pleidooi ontbrand;
Zo’n burgeroorlog is mijn liefde en haat,
Dat ik mij medeplichtig weten moet
Aan ’t bitter roven van een dief zo zoet.

41

Dat vrijheid jou tot teder kwaad bekoort,
Als je mij soms niet tot je hart toelaat,
Is iets dat bij je jeugd en schoonheid hoort,
Verleiding volgt je immers waar je gaat.
Mooi ben je, daarom wordt op jou gejaagd,
Edel, en daarom kun je niet weerstaan;
En welke vrouwezoon, door ’n vrouw belaagd,
Laat haar, voor hij gezegevierd heeft, gaan?
Maar waarom, ach, zocht jij juist dat van mij,
Betoomde niet je jeugdig schoon dat woest
Je voerde naar die ene plaats waar jij
Tweeërlei trouw aan mij verraden moest:
De hare, waar jouw schoonheid haar verleidt,
De jouwe, waar haar schoon jou van mij scheidt.

97

Hoe winters alles was toen ‘k jou niet zag,
’t Genot van ’t vlietend jaar bij jou niet vond!
Hoe kil werd alles mij, hoe grauw de dag!
Wat een decemberkaalheid ver in ’t rond!
Toch was het dit maal zomer die ons scheidde,
En najaar wemelend van rijke oogst,
Zwaar van de dartele vrucht van beter tijden,
Als, na haar meesters dood, een weduwschoot.
Mij scheen het dat die nieuwe weelde er
Verweesd door was, slechts vaderloze vrucht.
Zomers genot staat klaar voor jou, maar ver
Van jou maakt zelfs de vogel geen gerucht.
Of, als hij zingt, is het zo’n somber lied,
Dat, bang voor ’s winters komst, het loof verschiet.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616) Standbeeld in Londen

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

Silezische zomerkoelte 1943

Het paard heeft de brandende
wagen naar de blusvijver getrokken,
de boer lag dood in het hooi.

Dat was nog midden in vrede
en ze vertelden het graag.

’s Avonds werden de kippen geteld
de melk in de keuken geslingerd.

In de schuur de Moravische oogsters,
die zich ’s ochtends bij de fontein wasten.

De dienstmaagden sliepen in ‘t huis,
een kwispedoor in elke kamer,
wat ging mij dat aan?

De kleinknecht was door een dors-
vlegel geraakt boven de slaap,
die hoefde geen oorlog te voeren.

In een bruin hemd speelde de lerares
tijdens de zondagsmis op het orgel,
twee jongensvoeten traden de balgen.

Hooi-warme nachten.

De hond maakte een zacht geluid
wanneer de haan ’s nachts op de ladder
slapend van poot wisselde.

De oogstkronen in de deel,
knetterende boerengebeden van stro.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 2.

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Goed,’ antwoordde de jongen. Hij had hetzelfde blonde haar als zijn vader, maar steil en lang, zijn neus en mond trilden af en toe. ‘Stel dat jullie de gasten pakken die mijn vader hebben vermoord. Wat dan?’ `Dan komen ze voor de rechter.’ `En daarna?’
`Als ze schuldig worden bevonden, krijgen ze een straf opgelegd.’ `Blijven ze dan hun hele leven in de gevangenis?’ `In ieder geval heel veel jaren. Ze zullen niemand meer iets kunnen aandoen.’ `Dat is niet genoeg,’ zei de jongen, en hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet genoeg.’ Colnaghi knikte weer. lij heet Luigi, toch?’ vroeg hij. ‘Ja.’ `Hoe oud ben je, Luigi?’ `Veertien.’ `Veertien. Zit je op school?’ `Op het lyceum. Onderbouw.’ `Oké. Vertel me dan maar ’s wat we moeten doen met de moordenaar van je vader.’ Ontstemd gemompel, schuddende hoofden. Colnaghi realiseerde zich dat hij te ver was gegaan, maar hij had inmiddels voor zichzelf een hypothese opgesteld, en die moest worden getest. De jongen leek overigens helemaal niet verrast door de vraag. Hij wendde zich alleen maar naar de deur en kneep zijn ogen samen om even goed te kunnen nadenken. Toen keek hij Colnaghi weer aan. `Ik zou hem doodmaken,’ zei hij. ‘Ik zou hem meteen doodmaken, gewoon met mijn handen.’ Nu rees er een geroezemoes op. Zijn moeder trok hem stevig aan zijn hand. tuigir siste ze, zonder veel overtuiging. De jongen negeerde haar. Hij bleef Colnaghi aankijken en Colnaghi begreep dat wat hier tussen hen gebeurde niet zomaar een tweestrijd was, maar iets veel groters en complexers. Het ging om het lot van een hele natie die een tragedie probeerde te verwerken, om een lange geschiedenis van over en weer aangedaan onrecht en geslagen wonden. Want uiteindelijk kwam alles samen in dezelfde, banale vraag: hoe vertel je een kind over de dood van zijn vader? Wat heb je aan redeneringen en verklaringen bij zo’n verlies? We zien onze kinderen opgroeien vol van rancune, dacht hij bij zichzelf. We zien ze opgroeien als wezen die nieuwe vaders nodig hebben, en ik heb niets te bieden.”

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

Bekentenis

Om te zeggen dat ik niet bang ben –
Het zou niet waar zijn.
Ik ben bang voor ziekte, vernedering.
Zoals iedereen heb ik mijn dromen.
Maar ik heb geleerd ze te verbergen,
Om mezelf te beschermen
Tegen vervulling: alle geluk
Trekt de woede van het noodlot aan.
Het zijn zussen, wilden –
Uiteindelijk hebben ze
Geen gevoel behalve afgunst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Goed,’ antwoordde de jongen. Hij had hetzelfde blonde haar als zijn vader, maar steil en lang, zijn neus en mond trilden af en toe. ‘Stel dat jullie de gasten pakken die mijn vader hebben vermoord. Wat dan?’ `Dan komen ze voor de rechter.’ `En daarna?’
`Als ze schuldig worden bevonden, krijgen ze een straf opgelegd.’ `Blijven ze dan hun hele leven in de gevangenis?’ `In ieder geval heel veel jaren. Ze zullen niemand meer iets kunnen aandoen.’ `Dat is niet genoeg,’ zei de jongen, en hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet genoeg.’ Colnaghi knikte weer. lij heet Luigi, toch?’ vroeg hij. ‘Ja.’ `Hoe oud ben je, Luigi?’ `Veertien.’ `Veertien. Zit je op school?’ `Op het lyceum. Onderbouw.’ `Oké. Vertel me dan maar ’s wat we moeten doen met de moordenaar van je vader.’ Ontstemd gemompel, schuddende hoofden. Colnaghi realiseerde zich dat hij te ver was gegaan, maar hij had inmiddels voor zichzelf een hypothese opgesteld, en die moest worden getest. De jongen leek overigens helemaal niet verrast door de vraag. Hij wendde zich alleen maar naar de deur en kneep zijn ogen samen om even goed te kunnen nadenken. Toen keek hij Colnaghi weer aan. `Ik zou hem doodmaken,’ zei hij. ‘Ik zou hem meteen doodmaken, gewoon met mijn handen.’ Nu rees er een geroezemoes op. Zijn moeder trok hem stevig aan zijn hand. tuigir siste ze, zonder veel overtuiging. De jongen negeerde haar. Hij bleef Colnaghi aankijken en Colnaghi begreep dat wat hier tussen hen gebeurde niet zomaar een tweestrijd was, maar iets veel groters en complexers. Het ging om het lot van een hele natie die een tragedie probeerde te verwerken, om een lange geschiedenis van over en weer aangedaan onrecht en geslagen wonden. Want uiteindelijk kwam alles samen in dezelfde, banale vraag: hoe vertel je een kind over de dood van zijn vader? Wat heb je aan redeneringen en verklaringen bij zo’n verlies? We zien onze kinderen opgroeien vol van rancune, dacht hij bij zichzelf. We zien ze opgroeien als wezen die nieuwe vaders nodig hebben, en ik heb niets te bieden.”

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

Bekentenis

Om te zeggen dat ik niet bang ben –
Het zou niet waar zijn.
Ik ben bang voor ziekte, vernedering.
Zoals iedereen heb ik mijn dromen.
Maar ik heb geleerd ze te verbergen,
Om mezelf te beschermen
Tegen vervulling: alle geluk
Trekt de woede van het noodlot aan.
Het zijn zussen, wilden –
Uiteindelijk hebben ze
Geen gevoel behalve afgunst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.