Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

Uit: De bekeerlinge

“Tijdens de middeleeuwen lagen de primitieve huizen verstrooid tussen moeilijk begaanbare rotsen en opgeschoten eiken, beschut door de hoge rotswand, een natuurlijke muur van bijna honderd meter. Soms stuit je nog op oude kelders te midden van droog gras, kreupelhout en met tijm begroeide rotsen. De donkere holten geuren naar schimmel en aarde, zelfs op hete dagen. Hier, deze wilde plek vol bramen en verdorde wikke waar ik overdag vaak zit te dromen, was ooit een kamer waar geboren en gestorven werd. Rond de tiende eeuw braken vetes uit over de diepe waterputten die onder sommige kelders lagen. In periodes van hitte — de beruchte canicule — werd het water brak en vergiftigde de bewoners. Zwervers werden beschuldigd en gemarteld, al was het maar om de gedachte aan het offer levendig te houden. Daar op de hoogten, in de buiteling van rafales, mistral en tramontane stonden gammele bouwsels met hun vensterloze rug naar de wind gekeerd, zodat ze het eeuwen uithielden. Ze verschilden niet wezenlijk van die primitieve steenconstructies, de bories die herders in de droge vlakte of in de eikenbossen bouwden. Toen al maakte men een simpel kijkgat in de steen, dat ’s winters kon worden dichtgemaakt met de huid van een wolf of een vos, soms met een strakgespannen varkensblaas. De middeleeuwse huizen werden gebouwd op smalle percelen met onvaste ondergrond. Zwaar en halsoverkop gestapeld leunden de metersdikke muren tegen elkaar aan. Ze werden hoger met de eeuwen, maar de bouwkennis evolueerde niet mee. Daarom stortten, vanaf de late achttiende eeuw, heel wat huizen gewoon in. De ruïnes vervielen tot schilderachtige steenhopen, begroeid met wilde wingerd die bloedrood kleurt in oktober. De overgebleven panden leunen sinds tijden op hun smalle, zware gevels als oudjes op hun stok. Ze hebben de eeuwen met oplapwerk doorstaan. Het verstofte bindmiddel van klei en zand werd vervangen door cement. De oude eiken stutbalken en geïmproviseerde steunberen werden verstevigd met beton, de huizen worden bij elkaar gehouden met stalen stangen die dwars door de muren werden geschoven en daarna aangeschroefd, vastgezet met het sierlijk smeedwerk van sluitringen die soms lijken op de scharen van een schorpioen.”

 

Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

Afstand

Afstand is het tandwiel
op de spookachtige as van mijn gehoor,
dat de afgestorven geest fijn maalt
van die ongeboren god
die wacht om gepakt te worden
door de blauwe snelheid van de aarde,
die draagt in een behandelde urn
het geplukte hart – het onze,
het klopt, het wordt gehoord, het klopt, het wordt gehoord,
een bol in wilde groei –
de wegen zijn nat van tranen,
geheugen kwetsbaar en elastisch,
een slinger voor stenen, een gondel
verdronken in het kinderlijke Venetië,
een tand die met een koord uit de cellen is gescheurd –
vanaf het lege voetstuk van de Vesuvius. En jij bestaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983) Portret door Paul Mecet, 2014

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn drie blogs van 31 maart 2019

Gerrit Komrij, Milton Acorn

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

Het water de stank

Er was veel rommel op de brug te zien.
Ik zag onder de brug. Naar alle zijden
leek zich vuile troep daar te verspreiden.
De lucht was zurig. Een minuut of tien
dat ik daar stond, in ’t gas, mijn kleren stonken,
mijn neus toonde verwantschap met wit krijt
laat mij daar midden in de smerigheid
een knal vernemen dat mijn oren klonken.

Asjemenou. Het tankschip dat daar voer
spleet langzaam open, alsof het moest baren.
Het baarde een olievlek, met veel rumoer,

en wat ik rook wist ik dat walmen waren.
O, dacht ik, o, hier helpt geen mallemoer.
Ons lot ligt in de hand van klapsigaren.

 

De ware bescheidenheid

Vooral pygmeeën ambiëren zeer
De grote aandacht trekkende gebaren.
Luidruchtig gaan ze, denken ze, tekeer:
Maar uit hun mond komt ijl geruis gevaren.

Ze zien zichzelf graag midden op de markt
En slijten daar verschrompelde problemen
(Met moeite hier en daar bijeengeharkt)
Voor nieuwe passies. Roest voor diademen.

Al ’t minder kleine is groot voor de geringe.
Een reus alleen kan nietigheid verdragen.
Hij schept behagen in de kleinste dingen:
Aardschokken, volksoplopen sprinkhaanplagen.

 

Paniek

Dan zie je dichters wijze dingen schrijven
Over de dood, de Ander en meer kwalen,
Over de liefde en dat soort spookverhalen –
Maar niets daarvan komt bij jou bovendrijven.

Misschien is daar die schim van onderlijven
Of trekt een lichte geur van slijm voorbij –
Maar daar lijkt het dan toch wel bij te blijven.
Er komt geen geest uit al die vodden vrij.

Ik zal de staat van filosoof nooit halen
Geen draden worden aan elkaar geknoopt
En er ontstaat uit zoveel noodsignalen
Geen levensles. O muis die trappenloopt.

 

Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012) Gerrit Komrij voor zijn huis in Vila Pouca Da Beira, 1994

 

De Canadese dichter Milton James Rhode Acorn werd geboren op 30 maart 1923 in Charlottetown, Prince Edward Island. Zie ook alle tags voor Milton Acorn op dit blog.

Wat ik van God weet, is dit

Wat ik van God weet, is dit:
Dat Hij handen heeft, want Hij raakt mij aan.
Ik kan van niets anders getuigen;
Leven tussen veel onzichtbare wezens
Net als de whippoorwill die ik constant hoor
Maar die mij maar één keer werd aangewezen.

Laatste hoop als alle hoop voorbij is
God, laat me u nooit aanroepen
Mezelf afleiden van een laatste kans
Die net zo snel gaat als hij komt;
En ik heb twijfels over uw almacht.
Alles wat ik vraag is … Blijf bestaan
Blijf uw handen houden. Blijf me aanraken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Milton Acorn (30 maart 1923 – 20 augustus 1986)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30 maart ook mijn blog van 30 maart 2019 en ook mijn blog van 30 maart 2018 en mijn blog van 30 maart 2017 en eveneens mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geert van Istendael, Yvan Goll

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

Absolutie

De sparren zijn de donkerste der zwijgers
ondanks de vreemde sneeuwlast die hen drukt.
Sneeuw is bij uitstek liggen. Dooi
tikt van de takken, steuntjes voor de stilte.
Het landschap is een oude zondaar,
hoogmoedig in zichzelf gekeerd.
Ik loop, doe het verlossend wonder.

 

Wet

De rechterlat sluit vriendschap met
de rechterschoen, de linker sluit
verbonden met de linker. Zo,
verzoener, is de wet. Zo niet
volgt dadelijk de straf, de val,
de chaos, armen, benen, geen
verband, de zonde en de schaamte.

Voor wie de wet volgt van de lat:
het lange lopen, harmonie van wat
in sneeuw in eeuwigheid betaamde.

 

Natures mortes

En groene kool is een gebeurtenis,
een rog een lijk, een perzik open wonde.
Hij maakte de gaven Gods te schande. Dit
leeft niet in stilte. Het schreeuwt een rauw gebod:

verafgood kleur. De felheid van de kleuren is
Gods glanzend aanschijn. Duisternis is zonde.
Tomaat, rabarber, bokking, het aanbidt
goud, purper, rood: een goddelijk genot.

 

Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Vaders graf

Je lichaam was een boom
Reuze vader van de aarde
Je gezicht een bemoste baard
Vader van dieren, vader van winden
En je ogen van heraldische vruchten
Die mensen schudden in de menselijke herfst

Je graf is veranderd in een vogelnest
Reuze vader van de hemel
Ik kies een nest in het skelet van de klimop
Een zacht nest van veldnevel
en droomgras
Kleine vader van het gelach van leeuweriken

Uit je grafzuil groeide
De wieg van een gedicht
Voor de vriend van vrienden

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Oude meesters

“Zoals je weet zijn we heel druk met het nieuwe katern, we willen vlug jullie — de redactie — laten zien wat we bedacht hebben, zei Feiko. Het katern moet een deur tot de krant zijn, waardoor nieuwe mensen kunnen instappen, zei Mireille. En tegelijk moet het een raam zijn voor de vaste lezers, om een wereld te zien die ze eerst misschien niet zagen, zei Feiko. We hebben nagedacht over hoe het katern moet functioneren in het hart van de krant, zei Mireille, want het moet ook in de meest letterlijke manier een hart zijn: vol leven en persoonlijkheid. Het moet bloed doen stromen naar onderwerpen die anders droog zijn. De designfase zit erop en we beginnen nu over vacatures na te denken, zei Feiko. Over medewerkers, zei Mireille. De juiste mensen, zei Feiko, op de juiste plek. Het kon niet anders of ze hadden dit ingestudeerd, dacht Sieger. Ze praten alsof ze een kür schaatsen. `Off the record: we willen Edmund, je broer, vragen.’ Edmund, je broer. Wat mooi nadrukkelijk gezegd. Wat mooi hoe die woorden op tafel worden gelegd, als een cadeau waar je niet om hebt gevraagd. `We willen dus dat hij een column gaat schrijven, voor Ha-en-Zet,’ verduidelijkte Feiko toen zijn reactie uitbleef. ‘Over zijn leven, zijn reizen, dat soort dingen.’ `Zei je nou “Hazes”? Gaat het nieuwe katern “Hazes” heten?’ `0 sorry, nee, niet Hazes, alhoewel dat vast een brede appeal zou hebben, haha. H en Z, noemen we het nu even. Als werktitel.’ `Hart en Ziel?’ `Juist,’ zei Feiko. `We proberen nog van alles uit, hoor,’ zei Mireille. `We willen iets met een ampersand. Het &-teken. Daar werken de ontwerpers al mee. Dat wordt het logo.’ `Hart & Ziel.’ `Buik & Brein.’ `Of Heer & Meester. Maar dat is misschien wat… masculien,’ zei Mireille. `En mijn god, laten we alsjeblieft niet masculien worden!’ zei Feiko. Ze lachten dankbaar om elkaar, waardoor Sieger zich afvroeg waarom deze twee geen zondagmiddagkookprogramma presenteerden of zo. `Dus iets als Melk & Honing.’ `Hart & Hoofd.’ `Wat vinden jullie van Bloed & Bodem?’ zei Sieger. ‘Lijkt me een krachtige titel.’ De twee keken hem even aan en begonnen toen vlug te lachen, Sieger glimlachte minzaam nu, niet om zijn grap, maar om hen: kinderen zijn het. `Spek & Bonen lijkt me ook een mooie,’ zei Sieger, terwijl hij nu de twee hulpjes negeerde en zijn hoofdredacteur recht aankeek. Anthony glimlachte, maar niet om de grap. Hij glimlacht, dacht Sieger, omdat we elkaar begrijpen. Omdat we weten wat dit is. Anthony keek gemaakt afgeleid naar iets op zijn beeldscherm terwijl hij zei: `Maak je geen zorgen; jij zal niets met het katern te maken hebben. “

 

Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

We zijn verrast

Nu nemen we de maan
in het midden van onze hersenen
dus we zien eruit als zwerfkatten langs de weg
met felle zaklamp-witte ogen
in onze gezichten, maar geen echte ideeën
van wanneer of waar te rennen.
We blijven hangen op de groene rand van het veld
en zeggen, Op een dag, zoon, zal niets van dit alles
van jou zijn. Wonderen zijn overal.
We zijn niet zozeer thuisloos
als vrij van thuis, geen stuiver op zak,
maar erg gelukkig wegens liefde en bladeren
die de val blijven breken. Hier is het:
de nieuwe manier van leven met de wereld
in ons zodat we hem niet kunnen verliezen,
en we kunnen niet verloren gaan. Jij en ik,
zijn wij en zij, en het en de hemel.
Het is moeilijk te geloven dat we dat niet eerder
wisten; het is moeilijk te geloven
dat we zo uitgehold waren, zo uitgeput,
alleen zodat we wat harder konden schijnen
toen het licht eindelijk kwam.

 

Vertaald door Frans Romen

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Heinrich Mann, Kurt Drawert

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

Uit: The Loyal Subject (Der Untertan, vertaald door Ernest Boyd en Daniel Theisen)

“They came from a northerly direction, marching slowly in small sections. When they reached Unter den Linden they hesitated, as if lost, took counsel by an exchange of glances, and turned off toward the Emperor’s palace. There they stood in silence, their hands in their pockets, while the wheels of the carriages splashed them with mud, and they hunched up their shoulders beneath the rain which fell on their faded overcoats. Many of them turned to look at passing officers, at the ladies in their carriages, at the long fur coats of the gentlemen hurrying from Burgstrasse. Their faces were expressionless, neither threatening nor even curious: not as if they wanted to see, but as if they wanted to be seen. Others never moved an eye from the windows of the palace. The rain trickled down from their upturned faces. The horse of a shouting policeman drove them on farther across the street to the next corner—but they stood still again, and the world seemed to sink down between those broad hollow faces, lit by the livid gleam of evening, and the stern walls beyond them which were already enveloped in darkness.
“I do not understand,” said Diederich, “why the police do not take more energetic measures. That is certainly a rebellious crowd.”
“Don’t you worry,” Wiebel replied, “they have received exact instructions. Believe me, the authorities have their own welldeveloped plans. It is not always desirable to suppress at the outset such excrescences on the body politic. When they have been allowed to ripen, then a radical operation can be performed.”
The ripening process to which Wiebel referred increased daily, and on the twenty-sixth it was completed. The demonstrations showed that the unemployed were now more conscious of their objective. When they were driven back into one of the northern streets they overflowed into the next, and before they could be cut off, they surged forward again in increasing numbers. The processions all met at Unter den Linden, and when they were separated they ran together again. They reached the palace, were driven back, and reached it again, silent and irresistible, like a river overflowing its banks.”

 

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

Contacten

Ik zag haar, achter de ramen,
spreken, zag dat ze alleen was,
en dat ze me niet zag

en sprak. Achter haar voertuig,
langs de weg,
twee naar elkaar gebogen,

zeer kale platanen,
daarachter de dode fabriek,
daarboven de maan

enigszins versplinterd door de winter.
Daarna reed ik verder
en ik reed lang zonder herinnering door.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Robert Frost, Gregory Corso

De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Robert Frost op dit blog.

Fire And Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.

 

Nothing Gold Can Stay

Nature’s first green is gold,
Her hardest hue to hold.
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf,
So Eden sank to grief,
So dawn goes down to day
Nothing gold can stay.

 

Carpe Diem

Age saw two quiet children
Go loving by at twilight,
He knew not whether homeward,
Or outward from the village,
Or (chimes were ringing) churchward,
He waited, (they were strangers)
Till they were out of hearing
To bid them both be happy.
‘Be happy, happy, happy,
And seize the day of pleasure.’
The age-long theme is Age’s.
‘Twas Age imposed on poems

Their gather-roses burden
To warn against the danger
That overtaken lovers
From being overflooded
With happiness should have it.
And yet not know they have it.
But bid life seize the present?
It lives less in the present
Than in the future always,
And less in both together
Than in the past. The present
Is too much for the senses,
Too crowding, too confusing-
Too present to imagine.

 

Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963) 
Standbeeld door George W. Lundeen in de alumnaetuinen van Agnes Scott College, Decatur, Georgia.

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

Geschreven op de trappen van Puerto Ricaanse Harlem

Er is een waarheid die de mens beperkt
Een waarheid die verhindert dat hij verder gaat
De wereld verandert
De wereld weet dat hij verandert
Zwaar is het verdriet van de dag
De ouden zien eruit als ondergang
De jongeren verwarren die aanblik met hun lot
Dat is de waarheid
Maar het is niet de hele waarheid

Het leven heeft betekenis
En ik ken de betekenis niet
Zelfs als ik voelde dat het zinloos was
Zou ik hopen en bidden en een betekenis zoeken
Het was niet alleen maar dartele poëzy
Er moest een bijdrage worden betaald
Dood en God oproepend
Ik durfde Hen best aan te pakken
De dood bleek zinloos zonder leven
Ja, de wereld verandert
Maar de dood blijft hetzelfde
Hij neemt de mens weg uit het leven
De enige betekenis die hij kent
En meestal is het een trieste zaak
Deze dood

Ik zou onschuldig zijn, ik zou serieus zijn
Ik zou een gevoel voor humor zijn dat me redt van amateurfilosofie
Ik kan mijn overtuigingen tegenspreken
Ik kan het kan het
Omdat ik de betekenis van alles wil weten
Toch zit ik als een gebrokenheid
Te kreunen: Oh wat een verantwoordelijkheid
Ik heb je Gregory aangedaan
Dood en God
Zwaar zwaar het is zwaar

Ik leerde dat het leven geen droom is
Ik leerde dat de waarheid bedrogen is
De mens is niet God
Het leven is een eeuw
Dood een ogenblik

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)
Zittend in het raam van Allen Ginsberg’s appartement in East Village, New York, 1959

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: De martelaren

“Tijdens zijn bruuske aanloop hoorde hij de uitroepen van verbazing niet, ook niet het hoongelach op het kritieke moment, waarop het lichaam terugveert en het erop aankomt met ijzeren wil de vingers in de voegen te klauwen en gewichtloos te worden.
Achter de muur staat de tijd stil, zeggen ze. Hoe ziet dat eruit? Vanuit zijn kamertje kon hij de boomtoppen boven de muur zien wuiven, als magere handen uit een donker habijt. Aan elke boom staat een kloosterling te schudden. Ze wisselen elkaar daarbij af en wachten geduldig in lange rijen op hun beurt, de handen in de mouwen, de kap diep over het hoofd. Ergens hoog in de sombere gevel van het slot staat de abt achter een getralied venster. Hij houdt het boek van de tijd in de hand en wuift met zijn andere hand de maat. Als hij de tijd wil laten stilstaan, slaat hij het boek dicht met een klap, die over het plein galmt en bij toverslag de monnikenschaar verandert in een rij levenloze poppen. De abt lijkt op de gedroomde Nelson. Zo hoog en half verscholen achter het raampje en toch kan niemand zijn gebiedende uitstraling ontgaan. Er was een roemrucht slagschip van die naam, waarvan Nelson gedroomd had dat het bij verrassing de kleine rivierhaven van de stad bezocht. Het water sloeg op de kade en gutste door de smalle straten. Het reusachtige schip raakte vast in de zwarte blubber en alle mensen sloegen op de vlucht voor de loerende kanonnen.
Boven op de muur streek een zachte bries een haarlok van zijn bezweet voorhoofd. Laag, flitsend zonlicht benam hem het uitzicht. Vlammende contouren van daken. Een zee van ruimte daarvoor, niets van een plein. Onder zich zag hij een dichte zoom van doornstruiken, die afdalen onmogelijk maakte. Omzichtig ontweek hij de ingemetselde glasscherven, die voorgangers hadden geprobeerd weg te slaan. Wat verderop was dat wat beter gelukt, recht boven een mesthoop die een zachte landing beloofde.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947) 
Portret door Peter Thijs, 2006

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

Noord en Zuid

Onderschat je behoefte niet
om de grens over te gaan. Bevroren
aan de verkeerde kant van je verlangen

om de wereld opnieuw te maken
omgekeerd in de spiegel
van je anders-zijn,

hoe kun je trouw zijn
aan de waarheid menselijk te zijn,
iets dat buigt

in een universum dat dat niet doet, een rommelige mix
van lef en geest, verantwoordelijkheid en schaamte?
Je bent maar een centimeter

van de constant bewegende
bron van leven, hoe gepassioneerd je ook
jezelf verplettert

in de vakjes – mannelijk of vrouwelijk, noord of zuid, arm of rijk, wit
of een andere sociale tint – je controleert het
omdat je bang bent

om de grenzen te overschrijden die je beschermen
voor meer gecompliceerde combinaties
van liefde en eenzaamheid,

je ziel in slaap wiegend
terwijl je je lichaam propt
in te strakke vakjes, wetende dat het niemand kan schelen

dat je het lef niet hebt om te leven
zolang je daar blijft,
aan jouw kant van de grens.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Lawrence Ferlinghetti, Joy Ladin

De Amerikaanse dichter en schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Zie ook alle tags voor Lawrence Ferlinghetti op dit blog.

Uit: Little Boy, A Novel

“And so it was that Tante Emilie took him back to her hometown near Strasbourg (the town near where the famous Captain Dreyfus was from) when he was perhaps two years old, and there they lived long enough for him to speak French before English, and his very first memory of existence was being held on a balcony above the boulevard where a parade was going by, and someone was waving his hand at the great parade with band music wafting up and strains of the “Marseillaise” echoing. And the next thing he remembered was that they were back in New York in a big high-ceilinged apartment on the Upper West Side overlooking the Hudson and the Palisades across the great river and steamboats hooting their whistles and Aunt Emilie and Ludwig somehow back together again. He had a prickly beard when he embraced Little Boy, and the sun shone on them for a brief time until suddenly Uncle Ludwig was not there anymore, and this time for good. So then again it was himself and Aunt Emilie in the big elegant flat, but not for long, because she had no money, and soon a Health Department man came and took him away to an orphanage in Chappaqua, New York, because she had no money to buy him milk and the man said Little Boy would develop rickets. And there was much weeping when they took him away from Emilie, and so it was he stayed in that orphanage, and years later the only memory he had of it was having to eat undercooked tapioca pudding the kids called Cat’s Eyes. Oh the time lost and no other memory of it, until a year later Aunt Emilie came and got him, and it was still the 192os in America. And how he remembered her back then. She wore cloche hats and had her hair cut short like Louise Brooks and wore always the same elegant dress in the 192os style, with low-cut bosom and a long string of beads, and scent of eau-de-cologne always about her. And of course it was not “always,” except in Little Boy’s memory, but it must have been her thread-bare elegance (well hidden in her elegant spoken French) that got her a position as French governess to the eighteen-year-old daughter of Anna Lawrence Bisland and Presley Eugene Bisland in Bronxville, New York, where they lived in an ivy-covered mansion not far from Sarah Lawrence College founded by Anna Lawrence’s father.”

 

Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

Het gedicht en ik

Het gedicht loopt van mij naar een betekenis
die er al dan niet is

tegen de tijd dat het terugkeert
ben ik iemand anders

hoewel er voor het gedicht
dat met relativistische snelheden loopt

geen tijd is verstreken
Daarom ziet het gedicht er zo verward uit

wanneer het merkt dat ik ben vergeten
hoe verwant we zijn

Het gedicht en ik stellen elkaar teleur
In plaats van moeder en kind, lichaam en ziel

bleken we one-night stands te zijn
De aarde bewoog mijn hoofd bonsde

maar wanneer het gedicht vele jaren later terugkeert
lijkt het alsof er niets is gebeurd

Ik herinner me nu hoe het gedicht begon
Ik keek uit het raam

Het was winter of zomer, er was een vogel
of een herinnering aan een vogel

een gekrijs hoorde ik plotseling als lied
een pijn voelde als een verklaring

Ik lag op de vloer van de wereld
stukjes van speelgoed

waarmee het gedicht begon te spelen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jonathan Ames, Gary Whitehead

De Amerikaanse schrijver en acteur Jonathan Ames werd geboren op 23 maart 1964 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Ames op dit blog.

Uit: You Were Never Really Here

“Joe looked at the last text message sent: “Keep engine running. We’ll want to move quick.” “Copy” was the reply. Probably two bent cops. The alley went one way. That meant the partner would be to the left, idling, so he could pull right in, not circle the block. Joe hesitated. He was ready to leave Cincinnati. He had done his job. Extracted the girl. He didn’t need to take out the one in the car. His informant had given him up, gave them his hotel, even his use of the service entrance, but that’s all they could have gotten, because that’s all the informant had. Joe thought about what was in his room: a toothbrush, a new hammer, a bag, and a change of clothes. But nothing important, nothing identifiable. He had been heading out to get something to eat and was going to leave tomorrow, but he should have left as soon as the job was done. Sloppy, he thought. What the fuck is wrong with me? Soon the one in the car would come looking. Joe didn’t want any more fights, because you didn’t win every fight. Joe figured they just wanted to know how he had gotten to them and if others would follow, and then they would have killed him. But he didn’t need to take them all out because they wanted information. He was just one man. Not the complete arm of justice.
I did enough, he thought. The girl is damaged but free. So he ran the opposite way down the alley, darted his head out fast, looking to his left and right — there wasn’t a third man guarding that end. Nobody sitting in a car, nobody planted in a doorway trying not to look like a plant. He stepped out into the street, started to walk. It was late October and there was a sweet smell in the air, like a flower that had just died. He thought about a time when he’d been happy. It had been more than two decades. Then Joe spotted a green cab. He liked the cabs in Cincy. The cars were old and the drivers were old. It felt like the past. He got in. “Airport,” he said, and he fingered the money clip. He’d give the driver a nice tip.”

 

Jonathan Ames (New York, 23 maart 1964)

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

Oom

Soms praten ze met mij,
deze kinderen die ik niet heb verwekt,
en de dingen die ze zeggen,
hoewel ik ze vergeet,
lijken zinnen uit boeken
die ik ooit las en waar ik niet meer aan heb gedacht sindsdien.
Vandaag een jongen die bij afwezigheid
van zijn dichtheid mij had kunnen zijn,
de vioolkop van zijn hand
in de mijne, volgde mij
door de hal boven
en vroeg iets waarvan,
als ik moest raden,
ik zou zeggen, het had te maken met het lot.
Buiten passeerde een schoolbus,
het toerental van zijn motor
als een boog over een snaar gestreken,
een korte levensboog van geluid
het huis in en uit –
ramen en muren en rustige kamers –
waar ik met stomheid stond geslagen
en bijna klaar om te antwoorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

The First Dream

The Wind is ghosting around the house tonight
and as I lean against the door of sleep
I begin to think about the first person to dream,
how quiet he must have seemed the next morning

as the others stood around the fire
draped in the skins of animals
talking to each other only in vowels,
for this was long before the invention of consonants.

He might have gone off by himself to sit
on a rock and look into the mist of a lake
as he tried to tell himself what had happened,
how he had gone somewhere without going,

how he had put his arms around the neck
of a beast that the others could touch
only after they had killed it with stones,
how he felt its breath on his bare neck.

Then again, the first dream could have come
to a woman, though she would behave,
I suppose, much the same way,
moving off by herself to be alone near water,

except that the curve of her young shoulders
and the tilt of her downcast head
would make her appear to be terribly alone,
and if you were there to notice this,

you might have gone down as the first person
to ever fall in love with the sadness of another.

 

The Art Of Drowning

I wonder how it all got started, this business
about seeing your life flash before your eyes
while you drown, as if panic, or the act of submergence,
could startle time into such compression, crushing
decades in the vice of your desperate, final seconds.

After falling off a steamship or being swept away
in a rush of floodwaters, wouldn’t you hope
for a more leisurely review, an invisible hand
turning the pages of an album of photographs-
you up on a pony or blowing out candles in a conic hat.

How about a short animated film, a slide presentation?
Your life expressed in an essay, or in one model photograph?
Wouldn’t any form be better than this sudden flash?
Your whole existence going off in your face
in an eyebrow-singeing explosion of biography-
nothing like the three large volumes you envisioned.

Survivors would have us believe in a brilliance
here, some bolt of truth forking across the water,
an ultimate Light before all the lights go out,
dawning on you with all its megalithic tonnage.
But if something does flash before your eyes
as you go under, it will probably be a fish,

a quick blur of curved silver darting away,
having nothing to do with your life or your death.
The tide will take you, or the lake will accept it all
as you sink toward the weedy disarray of the bottom,
leaving behind what you have already forgotten,
the surface, now overrun with the high travel of clouds.

 

Sterrenstelsels

Ja, daarginds staat Orion,
de drie knoopjes van de riem
helder op een rij boven de horizon.

En als je je omdraait kan je
Gemini zien, heel lichtgeraakt vannacht,
de tweelingen kijken weer eens van ons weg, de ruimte in.

Dat groepje, wat hoger in de lucht,
is Cassiopeia, zittend in haar astrale stoel
als ik me niet vergis.

En recht boven ons,
is dat niet Virginia Woolf
die de Ouse afzakt

in haar opblaasbare kano?
Kijk, de breedgerande hoed en daar,
de omtrek van de peddel, geheven, druipend van sterren
.

 

Vertaald door Chris Coolsma en Marijke Oomen

 

Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
Portret door Seamus Berkeley

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.