Ilse Starkenburg, Wilfred Smit, Matthijs Kleyn, Ernesto Sabato, Josse Kok, Dolce far niente

Dolce far niente

 

Drie lezende vrouwen in een zomers landschap door Johan Krouthén, 1908


Een zomerzotheid

deze zomer lazen wij Erasmus
en anderen, want
als lezer zijn wij niet monogaam
mijn spiegelbeeld lag lui
in de kapotte televisie
als enige zomergast van dit jaar
wat is ze bol geworden
ziet ze me niet zitten?
ik ben een geest
ik ben de zomer zelf
o vrij toch eens met me
grijp mijn literatuur geladen handen
plaag me met hiaten
in mijn kennis van
de oudheid en de bijbel
neem een zwaard in je mond
maak me koud
maak me winter
desnoods
worden we lid van een leesclubje
maar, wie nu geen vriend heeft
zal er geen meer vinden
in de herfst scheidt De Slegte
mijn boeken en krijgt Erasmus
een andere plaats dan
tussen Hadewijch en Dickinson
vaarwel warme hand
die de zandloper omdraait
opnieuw begint bladzijde een

Ilse Starkenburg (Dieren, 26 april 1963)
Dieren


De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

Toevluchtsoord

Het moet er zijn
als aan een stil ontbijt, erinyen
weggesloten in de honingpot –
wat zij wraakzuchtig neuriën
raakt ons niet meer.

 

Bergzondag

Een andere route
dan in de week: het karrespoor
en een tweetal kindervoeten
gaan sluiks tussen heesters door,
om geen heiligen t’ontmoeten
die op deze hoogte aller zielen
opvragen – een mager meisje
duwt een harp op wielen
de helling op.

 

Kindertekening voor Frans

En hemelsbreed en hemelsblauw
zullen hier elkaar ontmoeten
in een alweer te grote jas
voor steeds hetzelfde mannetje;
de zon, een bleek-oranje buttonhole,
is voor vandaag vergeten –
maar dunne overzeese sloten
spoelen met de witte was
een slordige hoeveelheid paardebloemen mee,
voor ieder éen.

Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Cesar

“Het is warm en ochtend, de balkondeuren staan open. Ik hoor de buurman met zijn buurvrouw keuvelen over leuke jongens. Gehurkt zit ik binnen op de bank en hou Bente vast. Ik fluister dat het weekend is, dat de zon schijnt, dat we allemaal leuke dingen kunnen gaan doen vandaag, maar niks helpt. Ze wil de eettafel verven en ik moet de muren doen. Ik zeg dat het september is, dat we nog even naar buiten kunnen, maar daar gaat ze nog harder van huilen.
Ze wil dat het huis wordt opgeknapt, dat het klaar wordt gemaakt. Als ik vraag waarvoor, weet ze het niet. Haar gevoel geeft dat gewoon aan. Ik werp een angstige blik naar de balkondeur, de buurman vormt met zijn lippen een woord waar hij geen verstand van kan hebben. Het kan niet zo zijn dat hij het ook vermoedt, maar dat m’n vriendin dat niet doet.
Niet zo lang geleden werd haar spiraaltje verwijderd, het zat er al een paar jaar in. De huisarts meldde dat ze direct vruchtbaar zou zijn.
‘De pil ligt klaar bij de apotheek,’ zei ze.
‘Maar ik wil eigenlijk wel een kindje met je,’ antwoordde ik.
Op het moment dat ik het uitsprak, had ik al spijt. Ik ben vijfendertig. Ik sport nooit. Er zijn dagen dat ik niks eet of drink wat vitamines bevat. Al mijn exen hebben kinderen, maar niet één van die kinderen is van mij. Ik ben dus vast onvruchtbaar en ik geef Bente nu valse hoop. Dat ik nooit kinderen zal krijgen, vind ik eigenlijk prima. Er is crisis, er is terrorisme, er is vrouwenhandel en er is kinderarbeid, er zijn onthoofdingen en er is internet, er zijn likes en haat tweets en digitale vrienden die je in het echte leven niet begroet, er is honger en er zijn drugs en er is comazuipen en pvv en pesten op het schoolplein en puistjes en pedo’s en ongelukken die in kleine hoekjes zitten. De wereld is best een leuke plek, maar niet als er mensen op wonen. Dat ik kinderloos blijf, is dus het beste wat ik voor de wereld en een kind kan doen. Toch wil ik een kindje met m’n vriendin, omdat ik na jaren nog steeds om haar moet lachen en constant seks met haar wil. Ook als ze zit te huilen omdat ze wil verven.
Buiten wordt m’n naam geroepen, het is de buurvrouw van de buurman.
‘Je moet niet naar de Appie, hoor!’ krijst ze. ‘Daar zijn die krengen pleurisduur! Ga maar naar de Action, daar kost een zwangerschapstest maar vijftig cent!’

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)
Op een aankondiging van Late Night


De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Der Tunnel (Vertaald door Helga Castellanos)

„Wie ich schon sagte, heiße ich Juan Pablo Castel. Vielleicht fragen Sie sich, was mich dazu veranlasst, die Geschichte meines Verbrechens niederzuschreiben (ich weiß nicht, ob ich schon erwähnt habe, dass ich beabsichtige, mein Verbrechen zu erzählen) und, vor allem, einen Verleger dafür zu finden. Ich kenne die mensch- liche Seele gut genug, um vorauszusehen, dass alle sofort an Eitelkeit denken wer- den. Sollen sie denken, was sie wollen. Es geht mich einen Dreck an. Schon seit einer ganzen Zeit kümmern mich Meinung und Gerechtigkeit der Menschen einen Dreck. Nehmen Sie also ruhig an, dass ich diese Geschichte aus Eitelkeit schreibe. Schließlich bin ich aus Fleisch und Blut, aus Haut und Haar wie jeder andere Mensch auch, und es würde mir sehr ungerecht vorkommen, wenn Sie von mir, ausgerechnet von mir, besondere Eigenschaften verlangen würden. Manchmal hält man sich für einen Übermenschen, bis man feststellt, dass man ebenfalls erbärm- lich, schmutzig und falsch ist. Von der Eitelkeit sage ich nichts. Ich glaube, dass niemand von dieser bemerkenswerten Antriebskraft des menschlichen Fortschritts ausgenommen ist. Ich kann nur lachen über jene Herren, die mit der Bescheidenheit eines Einstein oder anderer Leute dieser Kategorie daherkommen. Mein Kommentar: Es ist leicht, bescheiden zu sein, wenn man berühmt ist. Ich möchte sagen, bescheiden zu scheinen. Selbst wenn man meint, dass es die Bescheidenheit überhaupt nicht gibt, entdeckt man sie plötzlich in ihrer subtilsten Form: die Eitelkeit der Bescheidenheit. Wie oft stoßen wir doch auf Menschen dieser Art! Selbst ein Mann wie Christus, sei er nun Wirklichkeit oder Symbol, tat Äußerungen, die ihm die Eitelkeit oder doch wenigstens der Hochmut eingegeben hatte. Was soll man erst von Léon Bloy sagen, der sich gegen die Anklage wegen Hochmuts verteidigte, indem er argumentierte, er habe sein Leben lang Leuten gedient, die ihm nicht einmal bis zu den Knien reichten.“

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)
Hier met Jorge Luis Borges (links) in 1975


Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.

Farce Poetica

Krab aan je kaken alsof je een voorouder opgraaft.
Grom mee op de dissonantie die je omhelst als muziek.
Grabbel in je oksels naar de oorsprong van de kosmos.
Leg je neer bij het lichaam van een onhandige primaat.

Frunnik aan de randen van wat toelaatbaar is.
Sorteer je herinneringen op kleur en omvang.
Kerf een mysterieus symbool in je voorhoofd.
Wens een meubel een ziekte toe en meen het.

Knip je nagels alsof je een atoombom ontmantelt.
Roer in je koffie als een magiër in zijn elixer.
Schater in octaven, voeg woorden toe.
Wees in alles onsamenhangend.

Josse Kok (Zeist, 1983)


Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.