Der Juni (Erich Kästner), David Leavitt, Jo Govaerts, Rafik Shami, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Dolce far niente

Dolce far niente

 

Zomerlandschap met wandelende kinderen door Johan Krouthén, 1913

 

Der Juni

Die Zeit geht mit der Zeit: Sie fliegt.
Kaum schrieb man sechs Gedichte,
ist schon ein halbes Jahr herum
und fühlt sich als Geschichte.

Die Kirschen werden reif und rot,
die süßen wie die sauern.
Auf zartes Laub fällt Staub, fällt Staub,
so sehr wir es bedauern.

Aus Gras wird Heu. Aus Obst Kompott.
Aus Herrlichkeit wird Nahrung.
Aus manchem, was das Herz erfuhr,
wird, bestenfalls, Erfahrung.

Es wird und war. Es war und wird.
Aus Kälbern werden Rinder
Und weil’s zur Jahreszeit gehört,
aus Küssen kleine Kinder.

Die Vögel füttern ihre Brut
und singen nur noch selten.
So ist’s bestellt in unsrer Welt,
der besten aller Welten.

Spät tritt der Abend in den Park,
mit Sternen auf der Weste.
Glühwürmchen ziehn mit Lampions
zu einem Gartenfeste.

Dort wird getrunken und gelacht.
In vorgerückter Stunde
tanzt dann der Abend mit der Nacht
die kurze Ehrenrunde.

Am letzten Tische streiten sich
ein Heide und ein Frommer,
ob’s Wunder oder keine gibt.
Und nächstens wird es Sommer.

Erich Kästner (23 februari 1899 – 29 juli 1974)
Zomer in Dresden, de geboorteplaats van Erich Kästner


De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Page Turner

“So what are you working on, Paul?”
“Kreisleriana right now. My teacher’s Olga Novotna, by the way. She said to send you her regards. And on my own, Webern. Miss Novotna doesn’t approve of Webern, so –”
“Old Olga Higginbotham! Isn’t she dead yet?” Isidore Gerstler interrupted.
“No sir, she’s not.”
“Kessler wrote the Second Symphony for her,” said Maria Luisa Strauss. “She is O.”
“I never understood why she changed her name,” Kennington said. “Isn’t an American name good enough? Well, we should go over the program. Pull up a chair.”
Paul did. Brown circles stained the laminated surface of the table, which was empty except for a stack of scores, an eyeglass case, and a plastic bag that appeared to contain knitting.
Kennington opened the first of the scores. “So, we start with the Tchaikovsky –”
“A wonderful choice, sir, if I might say so.”
“I’m glad you approve. Oh, and we take the standard cut in the variations.”
“Fine.”
“Then after the interval, the Archduke. No problems there. And if the audience behaves and we decide to do an encore, it’ll be the andante from the Schubert B-flat. I presume you’re familiar with the Schubert B-flat –”
“I own your 1983 recording of it with DeLaria and Miss Strauss.”
Miss Strauss smiled.
“Well, you’ve clearly done your homework,” Kennington said. “It isn’t often that I get such a gung-ho page turner. In Ravenna once I had an old lady called — if you can believe it — Signora Mozzarella. Remember, Joseph? Charming but palsied.”
“Signora Mozzarella is legendary in the land of Dante,” Mr. Mansourian observed.
“Page turning is an art in its way, I suppose,” Kennington went on. Then, taking a sip from his coffee cup, he abandoned — to Paul’s lasting regret — this fascinating train of thought. “Well, I guess I’m ready. Tushi, you ready?”
“Yes, Richard.”

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Scene uit de film “Food of Love” uit 2002 (gebaseerd op de roman “The Page Turner” met Paul Rhys (Richard Kennington) en Kevin Bishop (Paul)

 

De Vlaamse dichteres, schrijfster vertaalster en columniste Jo Govaerts werd geboren op 23 juni 1972 in Leuven. Zie ook alle tags voor Jo Govaerts op dit blog.

Met mijn kwantorslag

Met mijn kwantorslag
en mijn inwendloopje
kan ik ze wel verslaan.

Ik ben sterker
dan de zwebongbeesten
en niet bang.

Ik ben niet bang.

 

Ik denk, je moet iets hebben

Ik denk, je moet iets hebben
om van te houden, bijvoorbeeld
een steen in je hand, die
langzaam warmer wordt.

Maar wat is het dan
waarvan je houdt, je eigen
warmte die ook weer verdwijnt
met het lossen van je greep.

Ik denk, je moet toch iets
hebben om van te houden, waarom niet
een steen in je hand, die
koelte aan je huid.

Jo Govaerts (Leuven, 23 juni 1972)


De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Schami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Zie ook alle tags voor Rafik Schami op dit blog.

Uit: Sophia

„Onkel Barakat, Tante Maries Ehemann, soll damals in vier Tagen nach Jaffa und zurück geritten sein, um seiner schwangeren Frau Jaffa-Orangen zu bringen. Sie bekam einen Korb der berühmten süßen Früchte und dazu später ein gesundes Baby. Ich fand Radfahren elegant, und das Gleichgewicht zu halten glich dem Gang eines Zirkusartisten auf dem Hochseil. Und vor allem diese Erhabenheit!«»Das hast du in zwei bis drei Wochen«, sagte er und merkte erst spät seinen Leichtsinn. Beim Oudspielen kann man sich weder Arm noch Bein brechen, beim Radfahren schon. Sie strahlte ihn mit ihren dunk-len Augen an, stürmte zu ihm und küsste ihn innig auf die Lippen, so dass all seine Gewissensbisse wie Fledermäuse aus seinem Kopf hinaus-flatterten. »Bring es mir bei«, flehte sie ihn an, und er sah die Freudentränen in ihren Augen.Merkwürdig, wie lange man mit seinen geheimen Wünschen lebt. Über sechs Monate waren sie bereits ein Paar, und sie hatten sich offen von ihrem bisherigen Leben erzählt, und auf einmal entdeckten beide, dass sie immer noch nicht genug voneinander wussten.»Ich hatte vielleicht Angst davor, dass du mich auslachst«, sagte Aida, eher um sich selbst das Zögern zu erklären. Karim nickte. »Du sprichst mir aus der Seele. Ich habe es ab dem zwanzigsten Lebensjahr nieman-dem mehr verraten. Und wenn jemand mich nach meinen unerfüll-ten Wünschen fragte, so sagte ich tanzen und wie eine Schwalbe flie-gen. Tanzen wollte ich später, nach dem Tod meiner Frau Amira nicht mehr.«
»Und ich konnte mich beim Tanzen nie entspannen. Ich habe im-mer mitgezählt und darauf geachtet, dass die Schritte stimmten. Irgend-wann mit zehn, zwölf Jahren gab ich es auf. Aber das Radfahren, das blieb mein Traum.«Aida war eher klein. Wenn sie barfuß ging, war ihre Stirn auf der Höhe seiner Schulter. Sie war schlank und athletisch, und wenn man nicht wusste, dass sie Mitte fünfzig war, hielt man sie für eine Vierzigjährige. Wenn man ihr Komplimente machte, erwiderte sie: »Liebe verjüngt! Verliebt euch und ihr werdet sehen«, und lachte.Aida war immer schon verwegen. Das erfuhr auch Karim bald und hatte immer Angst um sie, wegen ihres Übermuts. Nach einer Woche mit Übungen auf dem großen, fast immer leeren Parkplatz einer pleitegegangenen Textilfabrik vor dem Osttor, nicht weit von ihrem und Karims Haus entfernt, wollte er, dass sie auch lernte, durch eine belebte Gasse zu fahren. Er begleitete sie zu ihrer Gasse, die etwas breiter war und auf der westlichen Seite parallel zur Jasmingasse verlief. Aida fuhr ganz ruhig, und Karim hielt sie am Sattel. Mehrere Frauen und Männer beobachteten sie am Fenster oder an der Tür ste-hend und schüttelten missbilligend den Kopf.“

Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)
Poster


De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw werd geboren in Hof van Delft op 23 juni 1876. Zie ook alle tags voor Aart van der Leeuw op dit blog.

Uit: Ik en mijn speelman

“Ik mompel een verwensching, maar wat baat mij dit. Ja, zooals ik verwacht had, mijn huwelijk; immers al sinds mijn tiende jaar ben ik voor de dochter van den markies van Almonde bestemd, nú tel ik twintig, en nooit heb ik haar nog met de oogen aanschouwd. Hartelijk moet ik er om lachen, wanneer al die mislukte pogingen, om ons te zamen te brengen, in mijn herinnering opduiken. Ik zie me weer in onze galakaros naast mijn vader het slotplein van het kasteel van Almonde oprijden. En dan verschijnt op de bordestrappen een soort major-domus, die wanhopig de handen boven de krulpruik in elkander slaat. Meer dan een week al, meldt hij, is zijn meester wegens een hardnekkigen jichtaanval bedlegerig, en nu heeft juist dezen morgen ook zijn dochter het noodig gevonden, om haar kamer te houden. Wat ze mankeert, begrijpt niemand; frisch als altijd komt haar gezicht boven de dekens te voorschijn. Maar wie van opstaan spreekt, stuurt ze de deur uit.
Mijn vader maakt zijn opwachting bij den gekluisterden gastheer, en van uit de verte hoor ik diens kijvende stem de kuren van de kleine feeks, want zóó wordt ze betiteld, verwenschen. Den volgenden morgen onverrichter zake reizen wij af.
En dan nog dat tegenbezoek van vader en dochter een paar jaren later!
’s Ochtends op den dag van hun aankomst ben ik in mijn besten lijfrok moet en kruipen, hoewel ik het mij meteen al had voorgenomen, dat enkel een spinnekop er tusschen de mazen van zijn web van zou genieten, of een muis, die den kop door een gat van den vloer steekt.
Speurlustig, als jongens dat plegen te wezen, had ik niet lang nog geleden achter de gobelins van de ontvangzaal een verborgen trap ontdekt, die naar een torenkamer voerde, waarvan het bestaan door geen sterveling vermoed werd. Allerlei dingen had ik daar naar toe gesleept, boeken, een oud vuurroer, een stroozak, een drinkkan, wat vaatwerk, en dikwijls sloot ik mij er op, in het gezelschap alleen van mijn adembeklemmende droomen.
Terwijl nu alles voor een plechtige ontvangst in gereedheid werd gebracht, stal ik een brood en een koude kip uit de keuken, en, juist toen de slotdeuren voor het doorluchtige tweetal werden open geworpen, trok ik mij met mijn buit voor een paar dagen terug in mijn schuilhoek.
Eerst toen de zweep beneden mijn tralievenstertje ten afscheid klapte, en ik de wielen van een reiskoets de poort uit hoorde rollen, verwaardigde ik mij, me weer te vertoonen. En de strengste straf bleek niet in staat me mijn geheim te ontwringen.”

Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)
Delft


De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Perlmann’s zwijgen (Vertaald door Gerda Meijerink)

“Het was een losse opmerking geweest, niet doordacht, en zonder dat hij serieus aan een verwerkelijking had gedacht. Zijn indruk was dat het allemaal erg vaag en vrijblijvend was gebleven, en opeens had hij er haast mee gemaakt naar de vergaderzaal te gaan.
Hij had verder niet meer aan dat gesprek gedacht, totdat hij een paar weken later een brief kreeg van Angelini, en kort daarna een telefoontje van het hoofdkantoor van Olivetti in Ivrea. Perlmann’s voorstel, kreeg hij tot zijn verrassing te horen, was heel goed gevallen bij het bedrijf, vooral bij een paar collega’s van de researchafdeling, maar ook de directie was erg ingenomen met het plan. Bijzonder gecharmeerd waren ze van de mogelijkheid op die manier een project te kunnen opzetten dat enerzijds iets met de producten van het bedrijf te maken had en anderzijds veel verder strekte, omdat het een thema van algemeen belang, zogezegd van grote maatschappelijke betekenis betrof. Hij, Angelini, stelde voor de bijeenkomst volgend jaar in Santa Margherita Ligure te houden, een badplaats in de buurt van Rapallo aan de Golf van Tigullio. Ze hadden daar wel vaker conferenties gehouden en dat was ze goed bevallen. Het geschiktst voor de geplande onderneming waren de maanden oktober en november, zei hij, dan was het nog zacht, maar er waren dan bijna geen toeristen meer, de sfeer die er dan hing was rustig en beschouwelijk, precies wat een onderzoeksgroep nodig had. Voor het overige had Perlmann volledig de vrije hand, met name natuurlijk wat de keuze van de deelnemers betrof. Perlmann beet op zijn lippen en voelde een machteloze irritatie in zich opkomen als hij aan dat gesprek terugdacht. Hij had zich laten overrompelen door de sonore, zo zelfverzekerde stem door de telefoon, zonder dat daar verder enige reden voor was.”

Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)
Cover


De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

Uit: De woongroep

“Ik had graag nog wat naar haar gekeken, maar ze legt het kind voorzichtig naast zich neer op de bank, het spuugdoekje erbovenop, en staat op om ons te begroeten. Ze drukt Erik tegen zich aan en zoent hem alsof hij behouden terug is gekeerd van de grote vaart.
Freddie is een beetje pappig geworden, maar Caro ziet er heel gezond en blozend uit. Ze heeft een vreemd luchtje bij zich. Iets zuurs. Misschien wast ze zich niet meer zo goed. Misschien heeft ze andere dingen aan haar hoofd dan zichzelf af te gaan zitten sponzen.
Ze hebben wel twee badkamers, zeggen ze. Eentje boven en een op de tweede verdieping. De tweede verdieping staat nog helemaal leeg. Ze hebben er ook nog niet echt een plan voor. Misschien een atelier voor Caro, maar voorlopig komt ze nog nergens aan toe.
Caro vindt het tijd dat we aandacht geven aan de baby’s. Een ligt er boven in zijn bedje, de andere wil niet slapen. De baby die niet wil slapen kijkt me uitdrukkingloos aan. Hij heeft glimmende vetpukkeltjes, maar verder ziet hij er goed uit. Hij heeft het voorhoofd van Caro, wat een gelukje is. Freddies voorhoofd heeft niet de gangbare halfronde vorm van een markies, maar die van een plat zonnescherm, zoals bij prehistorische mensen. Deze baby heeft netjes een markiesje.
‘Ziet er goed uit,’ zegt Erik. ‘Goed gedaan.’
‘Ja, hè?’ zegt Caro.
‘Is die andere net zo?’ vraag ik.
Dat is niet zo. Ze zijn niet eeneiig. De ouders vinden dat maar beter ook. Je moet ze als twee individuen zien en niet als meer van hetzelfde.
We moeten Freddie z’n schuurtje bekijken. Althans, Erik moet het zien, maar ik wil niet bij Caro en de baby blijven. Alle frisse lucht die ik binnenkrijg is meegenomen.
Freddie schuift een grote glazen deur opzij en we lopen zo van de kamer de tuin in. Er staat een schommelbank.
Het is echt een mooie avond. De eerste avond van het jaar dat je buiten kan zitten, als je een vest aantrekt.
In de verte klinken kinderstemmen. Hoog en schril. Een vrouw roept: ‘Joachim, doe wat mama zegt.’
Ik kijk over de schouderhoge schutting. De buren hebben ook een schommelbank. Er zit een vrouw in. Haar lange benen bungelen. Ze leest een vrouwenblad.
Moeten de mensen hier niet eten? Wanneer eten ze?”

Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)
Cover


Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Logos (Mary Oliver)

Bij de tweede zondag na Pinksteren

 

Het mirakel van de vijf broden en twee vissen door Giovanni Lanfranco, 1620 – 1623

 

Logos (a poem of the bread and fish)

Why wonder about the loaves and the fishes?
If you say the right words, the wine expands.
If you say them with love
and the felt ferocity of that love
and the felt necessity of that love,
the fish explode into many.

Imagine him, speaking,
and don’t worry about what is reality,
or what is plain, or what is mysterious.
If you were there, it was all those things.
If you can imagine it, it is all those things.
Eat, drink, be happy.
Accept the miracle.
Accept, too, each spoken word
spoken with love.

 

Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)
St. Andrew Church in Maple Heights, Ohio

 

Zie voor de schrijvers van de 23e juni ook mijn volgende blog van vandaag.