J. Neil C. Garcia

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Filipijnse dichter en letterkundige J. Neil C. Garcia werd geboren in 1969 in Manilla. Garcia behaalde een AB Journalistiek, magna cum laude, aan de Universiteit van Santo Tomas in 1990; een MA in comparatieve literatuur in 1995, en een PhD in Engelse studies: creatief schrijven in 2003 aan de universiteit van de Filipijnen Diliman. Hij is momenteel hoogleraar Engels, creatief schrijven en vergelijkende literatuur aan het College van Kunsten en Letteren, Universiteit van de Filipijnen Diliman, waar hij ook dient als Associate voor Poëzie aan het Likhaan: U.P. Instituut voor creatief schrijven. Garcia publiceerde talrijke poëziebundels en werken op het gebied van in literaire en culturele kritiek, waaronder “Closet Quivers” (1992), “Our Lady of the Carnival” (1996), “The Sorrows of Water” (2000), “Kaluluwa” (2001), “Slip / pages: Essays in Philippine Gay Criticism” (1998), “The Garden of Wordlessness” (2005), en “Misterios and Other Poems” (2005). Garcia’s baanbrekende studie, “Philippine Gay Culture: The Last Thirty Years” (1996), kreeg in 1996 een National Book Award van de Manila Critics Circle. Garcia heeft meerdere literaire prijzen gewonnen, waaronder de Palanca en de National Book Award van de Manila Critics Circle. Hij heeft ook beurzen ontvangen om lezingen te geven in Taipei, Hawaii, Berkeley, Manchester, Cambridge, Leiden en Bangkok.

 

Uit: Poems from Amsterdam

XLVI
It reaches my hearing, now and then—
the suavely mouthed proposition

from one of the Red Light sentries,
chiefly of African extraction,

keeping hawkeyed watch on nooks
and along the urine-daubed streets.

They must stand there for hours on end,
seeking out the curious-looking tourist

who’s out for a fine time, good as cash.
But today it was different, for the word

mumbled through thick indigo lips
was supple and ribbed and musk-scented,

enticing in its own gauche way—
Ecstasy, the bespectacled man moaned,

his teeth disarmingly white on his face.
I don’t think he knew what he gave me,

for which I didn’t even need to pay.
In this city, metaphors are for the picking

every time something new calls the eye,
or in this case, the ear. I could’ve told him,

No thanks, I get ecstatic on my own terms.
As in, literally: the words that are my home

here and back in my own prosy city—
words coaxed out of the pullulating air

that rouse and tease and chafe the senses,
clarify the mind so it gleams like a mirror

on which the body can see its own glimmer
once more; an afterglow, we might say.

Nonetheless, there it is: the reckless gift
quickening the heartbeat of my language,

and pushing it back into song. And so,
Mr. Pusher, I end with my thanks, after all.

 


J. Neil C. Garcia (Manilla, 1969)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s