Als ik koning was (Michel van der Plas)

Bij Koningsdag

 

 
Koningsdag in Arnhem, 2014

 

Als ik koning was

Als ik koning was en rijk en machtig
– maar ik dien alleen, ik wil ook dienen
en ik ben altijd de ongeziene
ster van na de hondenwacht indachtig –,

als ik koning was – maar ach, ik droom maar –
en ik weet niet eens hoe ik moet dromen,
want de haast al dierbare fantomen
van mijn knechtschap zijn toch onontkoombaar –:

als ik miste wat ik nu kan strelen:
lompen, korsten, muren, ketens, wonden,
zou ik mijn brood niet meer met vogels delen,

niet meer hunkeren naar meisjesmonden,
en de God van straks en zopas
hij zou ver zijn, als ik koning was.

 

 
Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Astrid Roemer, Robert Anker, André Schinkel, Didier Daeninckx, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

O dichter zonder nageslacht

hij kent de kieren van de dag
omdat hij uitziet naar het donker
en dan zodra die nevel valt
weerkaatst de stilte van een ochtend

in hem staat één geliefde op
zij kust zijn mond
zij kust zijn hand
– niet eens de zon weet van dat branden
maar al wat waar is lost zich op

de inkt, de letter, de gedachte
herinnering en toekomst-droom
en pijn van te veel natte nachten
en zweet dat stinkt naar dagelijks brood

hij kent de lust van zijn geliefde
hoe zacht zij hem tot zingen drijft
zo zoet, zo bitter, en bezeten
kwatrijnen hem om adem smeken

in hem staat één geliefde op
zij kust zijn mond
zij kust zijn hand
– niet eens de zon weet van dat branden
maar al wat waar is loste op

de maan, de straten, de gebouwen
zelfs zomerwind en horizon
en het verlangen naar de vrouwen
bevrijdt hem in een zelfmoord-nacht –

maar: in de kieren van de nacht
terwijl hij uitziet naar het donker
wordt hij van kinderlachen dronken

o – dichter zonder nageslacht

 

Zelfportret 1990

Ik zie haar in de spiegels
ze heeft een breuk in het gelaat
die neemt ze mee naar elk uur:
merkteken van verdiept bestaan –

de lijn van een gebroken dag
die rimpelloze cirkels bijt
zij voelt hoe zij verstilt en krimpt
in de wending die elk tijdstip neemt

het geweld rolt op haar af – voortdurend
in gespleten taal; want beelden weet ze
leven ook –
pijn hecht zich ook aan materiaal

ze gooit de feiten in het vuur: krante-
koppen hebben geen gezicht; lichtbeelden
krijgen zoveel kleur en liefdes, o: die
sterven weer; ze strooit de as uit over zee

het water voegt de afbraak in
het vuur vreet aan haar eigen huid
geweld ademt ze in en uit – in de wending
die het tijdperk nam schakelt geluk soms aan
– vaak uit

zo is het mensbeeld weer compleet
van martelaar, van held – en beul
het heeft een breuk in het gezicht
ze ziet het in de jaren: ik!

 
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker rop dit blog.

Heimwee naar mijn dochter

Nu je terugbent want nu ik mijn dochter
terugheb want nu je terug bent gekomen
(waar was je wie ben je wat was je)
maar nu je terug bent nu heb ik je zo
verloren en heb ik mij zo beschadigd
aan jouw aanwezigheid zonder jezelf
nu je schrille gestalte in volle emotie
verdween mis ik je dochter maar rijm je
met mij voor een leven naar voren
nu je terugbent en nu ik je zo
terugheb en liefheb omdat ik je mis.

 

Heimwee naar Coldplays tweede

Begon de streving van het leven uit gemis
in de opmaat van een stralende eentonigheid
werd ons een pijnlijk groot geluk beloofd
als de grote drieklank soms bij Schubert
wij stegen met het bloed op naar een hoofd
in het bruidsveld van de waarheid waar je
op de pijngrens van het zijn alleen staat
terwijl je toch gearmd en ruisend samengaat
aan het open raam de lucht vol stemmen
en wemeling des oogs ontremmend uitzicht
zolang het duurt – missen is de waarheid
gemompel tot de gisting door de levensbeat
nooit weggeweest dan toch opnieuw begint.

 
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

Eingedenk

Wo der falbe Korallenwald blüht, und jetzt auch du:
Eingegangen ins Logbuch der herzkalten Völker,

Die Fossile der Schmerzen wandern, von den Planken
Federnder Hochsucht, barbarischer Ängste bedroht;

Klein die Gemeinschaft, die dem Fell der Rede noch
Traut, dem Aufbruchgedöns der brüllenden Horden:

Ein quecksilberner Teufel holt schon den Mast ein, wo
Die lederne Fahne der Schlächter lange noch weht; –

Eingedenk: soviel zuviel ist der Welt zu vergeben, daß
Es zur Menschenentlastung längst nicht mehr reicht;

Und in den Gräbern die Murmeln der Kinder: ein
Schweigendes Klacken, solange das Fleisch in den

Öfen noch wispert und rauscht; – und die Amsel … im
Schwarzfrack behutsam ihr ausgestrichenes C singt.

 

An den nachtblauen Falter

Auf dich, Schmetterling, habe ich den ganzen
Tag schon gewartet, deine meerblauen
Schwingen. Unruhig durchlief ich die Nacht,
Am frühen Mittag begann ich zu trinken,
Weil: ich hielt die Erwartung nicht aus. Und nun
Wieder Nacht, und mein Kopf voller Wein,
Und der Schlaf kommt nicht, bevor du nicht
Kommst. Weithin dein Flug, von der
Baltischen See her, und immer zu mir, auf der
Flucht vor den Krähen, die aus Norwegen
Sind. Dein Blick – süd-skandinavisches Licht
Unter der gleichmäßigen Schwinge,
Wenn du in den heimischen Schlag kehrst,
Nektarperlen im Pelz und Blütenstaubduft: Auf
Dich habe ich den ganzen Sommer gewartet.

 
André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

De Franse schrijver Didier Daeninckx werd geboren in Saint-Denis op 27 april 1949. Zie ook alle tags voor Didier Daeninckx op dit blog.

Uit:Cannibale

“— Ah, c’est enfin vous, Grimaut ! Cela fait bien deux heures que je vous ai fait demander… Que se passe-t-il avec les crocodiles ? J’ai fait le tour du parc ce matin, avant de venir au bureau, je n’en ai pas vu un seul dans le marigot…
Grimaut commence à transpirer. Il baisse les yeux.
— On a eu un gros problème dans la nuit, monsieur le haut-commissaire… Personne ne comprend ce qui a bien pu se passer…
— Cessez donc de parler par énigme ! Où sont nos crocodiles ?
— Ils sont tous morts d’un coup… On pense que leur nourriture n’était pas adaptée… Á moins qu’on ait voulu les empoisonner…
L’administrateur reste un instant sans voix, puis il se met à hurler.
Grimaut déglutit douloureusement.
— Morts ! Tous morts ! C’est une plaisanterie… Qu’est-ce qu’on leur a donné à manger ? De la choucroute, du cassoulet ? Vous vous rendez compte de la situation, Grimaut ? Il nous a fallu trois mois pour les faire venir des Caraïbes… Trois mois ! Qu’est-ce que je vais raconter au président et au maréchal, demain, devant le marigot désert ? Qu’on cultive des nénuphars ? Ils vont les chercher, leurs crocodiles, et il faudra bien trouver une solution… J’espère que vous avez commencé à y réfléchir…
L’adjoint a sorti un mouchoir de sa poche. Il se tamponne le front.
— Tout devrait rentrer dans l’ordre au cours des prochaines heures, monsieur le haut-commissaire… J’aurai une centaine de bêtes en remplacement, pour la cérémonie d’ouverture. Des crocodiles, des caïmans, des alligators… Ils arrivent à la gare de l’Est, par le train de nuit…
— Gare de l’Est ! Et ils viennent d’où ?
Grimaut esquisse un sourire.
— D’Allemagne…
— Des sauriens teutons ! On aura tout vu… Et vous les avez attrapés comment vos crocodiles, Grimaut, si ça n’est pas indiscret ?
L’adjoint se balance d’un pied sur l’autre.
— Au téléphone, tout simplement. Ils viennent de la ménagerie du cirque Höffner, de Francfort-sur-le-Main. C’était leur attraction principale, depuis deux ans, mais les gens se sont lassés. Ils cherchaient à les remplacer pour renouveler l’intérêt du public, et ma proposition ne pouvait pas mieux tomber…
Albert Pontevigne fronce les sourcils.
— Une proposition ? J’ai bien entendu… J’espère que vous ne vous êtes pas trop engagé, Grimaut.
— Je ne pense pas… En échange, je leur ai promis de leur prêter une trentaine de Canaques. Ils nous les rendront en septembre, à la fin de leur tournée.”


Didier Daeninckx (Saint-Denis, 27 april 1949)

 

De Armeense dichter Hovhannes Shiraz werd geboren op 27 april 1915 in Alexandropol in het toenmalige Russische rijk (tegenwoordig Gyumri). Zie ook alle tags voor Hovhannes Shiraz op dit blog..

My son, be good and always remain good

Always knead the good in this evil world,
Even in a sea of wickedness one will not become poor
If only a drop of goodness he brings.

Always do goodness, like a pure fountain,

Though the passing flood is cursed but behold,
Yet even the beast will silently bow
Like a thirsty man over the fountain.

 

Among roses, my dear one, you may forget me,

But when the thorns bite you then, call me, I shall come.
Under the sun, in the light, you may forget me,

But when your way is dark then, call me, I shall come.
Wherever I’m in a war or under the earth,

Whenever you fall in pain, call me, I shall come…

 

Vertaald door Shant Norashkharian


Hovhannes Shiraz (27 april 1915 – 14 maart 1984)
Standbeeld in Gyumri

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

Clydegrad

It was so fine we lingered there for hours.
The long broad streets shone strongly after rain.
Sunset blinded the tremble of the crane
we watched from, dazed the heliport-towers.
The mile-high buildings flashed, flushed, greyed, went dark,
greyed, flushed, flashed, chameleons under flak
of cloud and sun. The last far thunder-sack
ripped and spilled its grumble. Ziggurat-stark,
a power-house reflected in the lead
of the old twilight river leapt alive
lit up at every window, and a boat
of students rowed past, slid from black to red
into the blaze. But where will they arrive
with all, boat, city, earth, like them, afloat?

 

Foundation

‘What would you put in the foundation stone
for future generations?’ ‘A horseshoe,
a ballet shoe, a horseshoe crab, a sea-horse,
a sheriff’s star, a pacemaker, a tit’s egg, a tomato,
a ladybird, a love-letter, a laugh-track, a yo-yo,
a microtektite, a silicon chip, a chip pan,
a Rembrandt, a Reinhardt, a Reinhardt jigsaw –’
‘That’s some foundation stone –’ ‘ – a hovercraft,
a manta ray, a bulldozer, a windjammer,
a planetarium, an oilrig, a Concorde, a cornfield,
a gannetry, a hypermarket, a continental shelf,
a brace of asteroids, a spiral nebula –’
‘Why don’t you take my question seriously – ?’
‘ – a black hole, a dream, a conceptual universe,
no, make it a dozen conceptual universes
laid tail to head like sardines in a tin
and poured all over with lovely oil
of poetry: seal it; solder the key.’

 
Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)
Cover

 

De Amerikaanse toneelschrijver August Wilson (eig. Frederick August Kittel) werd geboren op 27 april 1945 in Pittsbugh. Zie ook alle tags voor August Wilson op dit blog.

Uit: Radio Golf

„MAME: So this is it? This isn’t anything like the way you described it. This ceiling’s what you were so excited about? Harmond, it looks raggedy.
HARMOND: Look close. See the embossing on the tin. See those marks. It’s al hand tooled. That’s the only way you get pattern detail like that. That tin ceiling’s worth some money.
MAME: Then take it down and sell it. At least put some new paint on it. I wouldn’t want to do business here.
HARMOND: Thi is a construction office. It’s not to impress anybody.
MAME: Your campaign office cannot look like this.
HARMOND: I’m going to put the campaig office in Reese’s old wallpaper and paint store up on the comer of Centre and Kirkpatrick. It’s got a lot of windows. People can see inside.
MAME: I thought you would open your office in Shadyside. What’s wrong with putting your office In Shadyside? You can put it right there on Murray where that old bookstore used to be. That’s got a lot of windows too. What’s wrong with Shadyside?
HARMOND: I’m from the Hill District.
MAME: The population of the Hil isn’t but 3,500 people. And it’s hard to get them to vote.
HARMOND: You don’t understand. Politics is about symbolism. Black people don’t vote but they have symbolic weight.
MAME: That’s what Thomas Brown said when he ran for mayor. You see what he’s doing now.
Fixing parking tickets.
HARMOND: I have a plan. Thomas Brown didn’t have a plan.”

 
August Wilson (27 april 1945 – 2 oktober 2005)
Scene uit een opvoering in Chicago, 2011

 

De Franse schrijver en dichter Jules Lemaître werd geboren op 27 april 1853 in Vennecy, Loiret. Zie ook alle tags voor Jules Lemaître op dit blog.

Uit: Baudelaire

“J’ouvre les deux petits recueils de «Pensées» de Baudelaire, « Fusées » et « Mon coeur mis à nu ». Il n’y a pas à dire, cela est terriblement pauvre, avec de grands airs. C’est la recherche la plus puérile des opinions singulières. Et cela aboutit à des paradoxes aussi faciles qu’effroyables. Il y en a qui reposent tout entiers sur un mot détourné de son sens. Exemple: «L’amour, c’est le goût de la prostitution. Il n’est même pas de plaisir noble qui ne puisse être ramené à la prostitution. Qu’est-ce que l’art? Prostitution… L’être le plus prostitué, c’est l’être par excellence, Dieu.» Ou bien: «L’amour peut dériver d’un sentiment généreux. Le goût de la prostitution; mais il est bientôt corrompu par le goût de la propriété…» Si vous croyez que cela veut dire quelque chose!
Ou bien: «De la féminéité de l’Église, comme raison de son omni-puissance.» Ou bien: «Analyse des contre-religions; exemple: la prostitution sacrée. Qu’est-ce que la prostitution sacrée? Excitation nerveuse.–Mysticité du paganisme. Le mysticisme, trait d’union entre le paganisme et le christianisme. Le paganisme et le christianisme se prouvent réciproquement.» Le pire, c’est que je sens ce malheureux parfaitement incapable de développer ces notes sibyllines. Les «pensées» de Baudelaire ne sont, le plus souvent, qu’une espèce de balbutiement prétentieux et pénible. Une fois, il déclare superbement: «J’ai trouvé la définition du beau, de mon beau à moi.» Et il écrit deux pages pour nous dire qu’il ne conçoit pas la beauté sans mystère ni tristesse; mais il ne l’explique pas, il ne saurait. On n’imagine pas une tête moins philosophique.
Je ne parle pas de ces maximes d’une perversité si aisée qu’il semble qu’on en fabriquerait comme cela à la douzaine: «Moi, je dis: la volupté unique et suprême de l’amour gît dans la certitude de faire le mal. Et l’homme et la femme savent, de naissance, que dans le mal se trouve toute volupté.»–«Je comprends qu’on déserte une cause pour savoir ce qu’on éprouvera à en servir une autre.»–«Être un homme utile m’a toujours paru quelque chose de bien hideux», etc… Et son catholicisme! et son dandysme! et son mépris de la femme! et son culte de l’artificiel! Que tout cela nous paraît aujourd’hui indigent et banal!”

 
Jules Lemaître (27 april 1853 – 5 augustus 1914)

 

De Brits-Ierse dichter Cecil Day Lewis werd geboren in Ballintogher, Ierland, op 27 april 1904. Zie ook alle tags voor Cecil Day Lewis op dit blog.

Newsreel

Enter the dream-house, brothers and sisters, leaving
Your debts asleep, your history at the door:
This is the home for heroes, and this loving
Darkness a fur you can afford.

Fish in their tank electrically heated
Nose without envy the glass wall: for them
Clerk, spy, nurse, killer, prince, the great and the defeated,
Move in a mute day-dream.

Bathed in this common source, you gape incurious
At what your active hours have willed –
Sleep-walking on that silver wall, the furious
Sick shapes and pregnant fancies of your world.

There is the mayor opening the oyster season:
A society wedding: the autumn hats look swell:
An old crocks’ race, and a politician
In fishing-waders to prove that all is well.

Oh, look at the warplanes! Screaming hysteric treble
In the low power-dive, like gannets they fall steep.
But what are they to trouble –
These silver shadows – to trouble your watery, womb-deep sleep?

See the big guns, rising, groping, erected
To plant death in your world’s soft womb.
Fire-bud, smoke-blossom, iron seed projected –
Are these exotics? They will grow nearer home!

Grow nearer home – and out of the dream-house stumbling
One night into a strangling air and the flung
Rags of children and thunder of stone niagaras tumbling,
You’ll know you slept too long.

 
Cecil Day Lewis (27 april 1904 – 22 mei 1972)
W.H. Auden, Christopher Isherwood en Cecil Day Lewis in 1937

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn blog van 27 april 2016 en ook mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Carl-Christian Elze, Hannelies Taschau, Theun de Vries, Hertha Kräftner, Johann Uhland, Margreet van Hoorn, Leo Stilma

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Malamud op dit blog.

Uit:The Jewbird

„The window was open so the skinny bird flew in. Flappity-flap with its frazzled black wings. That’s how it goes. It’s open, you’re in. Closed, you’re out and that’s your fate. The bird wearily flapped through the open kitchen window of Harry Cohen’s top-floor apartment on First Avenue near the lower East River. On a rod on the wall hung an escaped canary cage, its door wide open, but this black-type longbeaked bird—its ruffled head and small dull eyes, crossed a little, making it look like a dissipated crow—landed if not smack on Cohen’s thick lamb chop, at least on the table, close by. The frozen foods salesman was sitting at supper with his wife and young son on a hot August evening a year ago. Cohen, a heavy man with hairy chest and beefy shorts; Edie, in skinny yellow shorts and red halter; and their ten-year-old Morris (after her father)—Maurie, they called him, a nice kid though not overly bright—were all in the city after two weeks out, because Cohen’s mother was dying. They had been enjoying Kingston, New York, but drove back when Mama got sick in her flat in the Bronx.
“Right on the table,” said Cohen, putting down his beer glass and swatting at the bird. “Son of a bitch.”
“Harry, take care with your language,” Edie said, looking at Maurie, who watched every move.
The bird cawed hoarsely and with a flap of its bedraggled wings—feathers tufted this way and that—rose heavily to the top of the open kitchen door, where it perched staring down.
“Gevalt, a pogrom!”
“It’s a talking bird,” said Edie in astonishment.
“In Jewish,” said Maurie.
“Wise guy,” muttered Cohen. He gnawed on his chop, then put down the bone. “So if you can talk, say what’s your business. What do you want here?”
“If you can’t spare a lamb chop,” said the bird, “I’ll settle for a piece of herring with a crust of bread.
You can’t live on your nerve forever.”
“This ain’t a restaurant,” Cohen replied. “All I’m asking is what brings you to this address?”
“The window was open,” the bird sighed; adding after a moment, “I’m running. I’m flying but I’m also running.”
“From whom?” asked Edie with interest.
“Anti-Semeets.”
“Anti-Semites?” they all said. ”

 
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)
Scene uit de opvoering van een toneelversie in New York, 2009

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook alle tags voor Vincente Aleixandre op dit blog en eveneens alle tags voor V. Aleixandre.

With All Due Respect (Fragment)

Trees, women and children
are all the same thing: Background.
Voices, affections, brightness, joy,
this knowledge that finally here we all are.
Indeed. Me and my ten fingers.

Now the sun isn’t horrendous like a cheek that’s ready:
it isn’t a piece of clothing or a speechless flashlight.
Nor is it the answer heard by our knees,
nor the task of touching the frontiers with the whitest part of our eyes.
The Sun has already become truth, lucidity, stability.
You converse with the mountain,
you trade the mountain for a heart:
then you can go on, weightless, going away.
The fish’s eye, if we come to the river,
is precisely the image of happiness God sets up for us,
the passionate kiss that breaks our bones.

Indeed. Finally, it’s life. Oh, what egg-like beauty
in this ample gift the Valley spreads before us,
this limitation we can lean our heads against
so as to hear the greatest music, that of the distant planets.
Hurry, let’s all
get close around the bonfire.
Your hands made of petals and mine of bark,
these delicious improvisations we show each other,
are good—for burning, for keeping faith in tomorrow,
so that our talk can go on ignoring our clothes.
I don’t notice our clothes. Do you?
Dressed up in three-hundred burlap suits,
wrapped in my roughest heaviest get-up,
I maintain a dawn-like dignity and brag of how much I know about nakedness.

 
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)
Hier met collega-dichter Miguel Hernández (links)

 

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

ich fange an sinnlos zu werden, soldaten, verzeiht!
die schlacht ist kraut & pferde fallen wie die fliegen.
selbst fleisch aus meinem fleisch riecht nicht mehr gut.
ich möchte in einem beichtstuhl wohnen, väterchen
weil da die wege kürzer sind. ich brauche bildchen, heilige
die auf der stelle stehn. wer spielt denn pausenlos
an meinem mund herum & pflanzt mir neue zähne?
ich werde sie alle abschleifen mit magnolienblüten.
ich will mich ordentlich zusammenschlagen, aufknüpfen
herunternehmen. dann auferstehn. das muss genügen.

 

ich habe fickende fliegen im kopf, ich habe so viele
fickende fliegen im kopf, alles brummt & legt kleine eier.
ich habe dinge zu regeln, wenn ich wieder im haus bin.
wie kann es sein, dass fickende fliegen in mich geraten?
das system muss offen sein. wie liebestoll ist dieses system?
& wenn es offen ist, kann ich mit dem kleinen finger hinein?
& reicht es aus, wenn ich nur einer einzigen fickenden fliege,
während sie fickt, mit dem kleinen finger übers rückenfell fahre
dass es knistert, um selber glücklich zu sein?, weil fickende fliegen
glücklich sind, so steht es geschrieben, & alles glück abstrahlt –

 
Carl-Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Hannelies Taschau werd geboren op 26 april 1937 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hannelies Taschau op dit blog.

Apfelerinnerungen Eintausendvierhundert heimische Apfelsorten Goldparmänen Gravensteiner Hasenköpfe Bohn- und Schlotteräpfel zu sehn am Apfeltag Die Rambur Borsdorfer die roten die grauen die Gold- und Wachs-Renetten Streiflinge Spitzäpfel Plattäpfel Hausäpfel Fleckäpfel Erdäpfel Gulderlinge Rosenäpfel Taubenäpfel Die Eigenschaften die Formen die Farben die Süße die Säure eben die andere Hälfte der Wahrheit Der Herzapfel meiner Urgroßmutter war der Frühe von Hanns und Apfelverkäufe brachten die Söhne durchs Studium Wenn mein Vater einen Apfel ißt macht er noch heute die Augen zu und ich habe das alles aufgeschrieben damit du davon erfährst Am selben Tag zur selben Stunde Entschied sich jemand nicht mehr zu sprechen nachdem er ganz normal in einem Hotelbett aufgewacht war sich geduscht gekleidet seinen Koffer gepackt hatte das Zimmer verließ zurückblickte zurückging die Vorhänge beiseite zog das Fenster öffnete das Zimmer abermals verließ die Tür vorsätzlich leise schließend die Treppe hinunterstieg und auf die Fragen Wünschen Sie Tee? Kaffee? Wie haben Sie geschlafen? nicht mehr antwortete

 

Wer bin ich

Im Kaufhof hat man bei Umtausch und Rückzahlung
der Kauf summe seinen Namen und seine Anschrift
preisgegeben
Ich würde auch gerne bei jedem Kauf meinen Namen
angeben aber noch will ihn niemand wissen
Dabei würde es die Arbeit – der Staatsschützer
zum Beispiel – doch erleichtern wenn Kaufhäuser
daran mitarbeiten würden wenn es darum geht zu
erkennen
wer ich bin

 
Hannelies Taschau (Hamburg, 26 april 1937)
Cover

 

De Nederlandse dichter en schrijver Theun de Vries werd geboren in Veenwouden op 26 april 1907. Zie ook alle tags voor Theun de Vries op dit blog.

Uit: Koningssage

“Wind had zich van de ruimte bemachtigd, sedert de dag was aangebroken. Ook in Radbod van Friesland raasde het bij dit afscheid.
Haastig, als opgejaagd, dreven de gebeurtenissen van het laatste jaar nogmaals door zijn gedachten: een snelle wisseling, waarvan hij nog niet herademd was.
En nu waren naar deze Deensche koningsburcht, waarop hij heel zijn leven had doorgebracht, mannen uit de Friesche gouwen gekomen: Beroald, Frieslands koning, was den dood des ouderdoms gestorven, en de wil der vrijen en edelingen had hèm, den zoon, den uitlandschen vreemden prins bijna, tot koning gekozen. Wéer was er een ommekeer in zijn leven gekomen, maar ditmaal verraderlijk onverwacht en overmachtig. Gansch zijn bestaan was veranderd. Wel had hij steeds geleefd met het onbewuste weten, dat hij eens terug zou moeten keeren naar het land, dat hij met kindertranen verlaten had, maar de dag van deze terugkeer was hem ver en onbekend gebleven; zoo onbekend en ver als die van den dood.
Nog, wanneer hij zich in trachtte te denken, hoe de nu voor hem weggelegde dagen moesten worden, leek het soms een grootsche waan, een begoocheling der zinnen, die zijn gedachten opjoeg tot enkel overaardsche verbeeldingen en plotseling ineen dreigde te kunnen storten.
Hier, op de burcht van zijn oom, den Denenkoning, was hij van stil, moederloos kind opgegroeid tot een vroolijken jager en wilden ruiter, die luchthartig en begeerig tevens de dagen aanvaardde. Hij had gestoeid met de landmeisjes bij den oogst en menigen avond was hij, groote knaap, naar buiten geslopen, in den geurigen zilten zeenacht. Dan kroop hij fluitend als een vogelaar, door den omtrek, langs de muren der lage hofsteden, waarachter hij een jonge en schoone boerendeerne wist, en hij ging niet eerder heen, voor hem op zijn welbekende minnewijs de kleine hofpoort was ontsloten, en hij twee warme lippen op de zijne en een heerlijk armenpaar om zijn hals voelde rusten, al de duistere, vochtige uren van den middernacht, tusschen de bloemen der aarde en de sterren des hemels.
Toen kwam Amara.
Zijn nicht was het, de prinses der Denen, een zingend, licht wezen op de donkere burcht. Sinds hij haar na haar kinderjaren plotseling met nieuwe oogen leerde zien, meende hij haar lief te hebben, en zocht met al de voortvarende en nimmer weerstreefde wil, die in hem was, haar wederliefde. Dikwijls had hij getracht, haar te weerhouden en te kussen, zooals hij de maagden in de keukens en dienstvertrekken deed, heerschzuchtig en zegebewust; maar deze bruid was hem te snel bij iedere gelegenheid. Eenmaal waagde hij het in haar toren door te dringen: toen was zij opgevlogen en had hem bevolen heen te gaan.”

 
Theun de Vries (26 april 1907 – 21 januari 2005)
Cover

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Hertha Kräftner werd geboren op 26 april 1928 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hertha Kräftner op dit blog.

Beschreibung eines Geliebten

Ein Fremdling unterm Weidenbaum, nur mir vertraut.
Dürstendes Tier, immer zitternd vor Unruh und Stärke.
Träume – wandeln durch sein schwarzes Blut –
wissen nichts von seinem Hirn;
nur sein Gefühl ahnt manchmal eine Treppe bis zum
Mond.
Ausgesetzt jener Liebe, die die Einsamen haben:
das Herz sich zu durchbohren
und aufzufädeln auf ein Haar,
das die Geliebte in der Leidenschaft verlor.
Und immer hungernd nach dem bitteren Geschmack
von gelben Blumen, verloren vor der Zeit.
Verirrte Bilder hinterm Lid…
Und manchesmal schreckt er sich süß vor einem Wort,
das andere ihm sagen, weil er darinnen spürt,
wie alles ihn vertreibt.
Dann tastet er nach einem Weidenbaum,
nur mehr vertraut der Trauer. Nicht mehr mir.


Hertha Kräftner (26 april 1928 – 13 november 1951)
Cover

 

De Duitse dichter, literatuurwetenschapper, jurist en politicus Johann Ludwig Uhland werd geboren in Tübingen op 26 april 1787. Zie ook alle tags voor Johann Uhland op dit blog.

Das Schifflein

Ein Schifflein ziehet leise
den Strom hin seine Gleise;
es schweigen, die drin wandern,
denn keiner kennt den andern.

Was zieht hier aus dem Felle
der braune Waidgeselle?
Ein Horn, das sanft erschallet;
das Ufer widerhallet.

Von seinem Wanderstabe
schraubt jener Stift und Habe
und mischt mit Flötentönen
sich in des Hornes Dröhnen.

Das Mädchen saß so blöde,
als fehlt’ ihr gar die Rede;
jetzt stimmt sie mit Gesange
zu Horn und Flötenklange.

Die Rud’rer auch sich regen
mit taktgemäßen Schlägen;
das Schiff hinunterflieget,
von Melodie gewieget.

Hart stößt es auf am Strande,
man trennt sich in die Lande:
“Wann treffen wir uns, Brüder,
auf einem Schifflein wieder?”

 

Abendwolken
Wolken seh ich abendwärts
Ganz in reinste Glut getaucht,
Wolken ganz in Licht zerhaucht,
Die so schwül gedunkelt hatten.
Ja! mir sagt mein ahnend Herz:
Einst noch werden, ob auch spät,
Wann die Sonne niedergeht,
Mir verklärt der Seele Schatten.

 
Johann Uhland (26 april 1787 – 13 november 1862)
Borstbeeld in Stuttgart

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Margreet van Hoorn (pseudoniem van Greta de Reus) werd geboren in Hoorn op 26 april 1922. Zie ook alle tags voor Margreet van Hoorn op dit blog.

Liedje

Ik bin ‘t, ik bin ‘t, ik bin ’t vergete,
Hoe was ‘t, hoe was ‘t, hoe was ’t ok weer?
Was ’t over de veugels, de bloeme, de kinders
de lachende velde, de veerte, de vlinders
de wolde, de wolke, de wind en nag meer?
Hoe was ‘t, hoe was ’t ok weer?

‘k Hew zocht nij dat liedje, dat woisie van vroeger
en wat ’t behelsde dat gong m’n verboi.
’t Was maar zo’n klointje, zo’n olek refrointje
en ’t maakte, ’t maakte m’n hartje zo bloi….

En as ik de moidjes en joonjes zien stoeie
en alles is lache en leven en licht,
den is ‘r opiens weer dat liedje van vroeger
dat kloine, dat foine, dat kindergedicht.

Ik bin ‘t, ik bin ‘t, ik bin ’t niet vergete
en blakert de zon over ’t laaiende land
den hoor ik, den voel ik, den zing ik met vader
’t lied van de molen, moin hand in zoin hand.

Den gloidt ‘r zo efkes ’n glimp van verlange
nij ’t leven dat wás en toch altoid zel zoin.
’t Lied van de liefde in honderde kleure
van woorde en zinne en hoimlek gebeure,
dàt lied met ’t ouwe refroin….

‘k Zoek oftig nij ’t woisie, dat dinkie van vroeger
en wat ’t vertelde begroipt ‘r gienien.
’n Hand in je hand en ’n lach langs je wange
voor moin, ja, voor moin toch allien.


Margreet van Hoorn (26 april 1922 – 18 maart 2010)

 

De Nederlandse dichter Leo Stilma werd geboren op 26 april 1953 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Leo Stilma op dit blog.

Kinderafdeling
voor Geertje

Je hoorde haar dood al grommen
als een boosaardige hond
tussen de ritselende papieren
en de lippen van de dokter.

Het leven loopt laf een blokje
om als zij naar buiten kijkt
en kinderen ziet hollen,
en dollen op de schommels

want binnen, op het grimmig blauw
beweegt schokkend haar levenslijn
aangevreten door vreemde beestjes
die niemand bij name kent.

De tijd loopt trekkebenend
door de gang, hij sart en tart
de eeuwigheid door zijn
dodelijke aanwezigheid

maar als hij weg is
weten we hem wel te vinden

de schoft

 
Leo Stilma (Hilversum, 26 april 1953)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Richard Anders, William Temple, John Keble, Ross Franklin Lockridge Jr., Leopoldo Alas

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

Prime time I

Openbaar aanklager heropent na jaren de zaak
tegen vermeende moordenaars met nieuw materiaal:

het aanhoudend warme weer, de mogelijke klimatologische
veranderingen, duizelingwekkende luchtopnames

van Vietnam, de oprechte twijfels achteraf en spijtbetuiging
van een bommenwerperpiloot, seismografische metingen,

olie- en gasboringen, militaire oefeningen met sonars
en scheepvaartverkeer, het lawaai onder water…

 

Zwarte tranen

Wat heb ik er weinig van meegemaakt,
de myriaden voorvallen op aarde
die eindigden binnen de 31 miljoen
622 duizend en 401 seconden
uitgeroepen tot het jaar 2008.

Al het schenden, met voeten treden,
graaien, overstromen, al het fanatieke
moorden en oplaaien – godzijgeloofd
kon ik ze hier gedrukt voorbij zien komen
en overgaan tot de orde van mijn dag.

Is het ooit anders geweest? De een heeft
nooit geweten wat hem raakte, de ander
is het weer vergeten. Zelfs de zwarte
tranen van de hoop vervagen al.
Wolkjes inkt in een oceaan.

 
Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

Depression Glass

It seemed those rose-pink dishes
she kept for special company
were always cold, brought down
from the shelf in jingling stacks,
the plates like the panes of ice
she broke from the water bucket
winter mornings, the flaring cups
like tulips that opened too early
and got bitten by frost. They chilled
the coffee no matter how quickly
you drank, while a heavy
everyday mug would have kept
a splash hot for the better
part of a conversation. It was hard
to hold up your end of the gossip
with your coffee cold, but it was
a special occasion, just the same,
to sit at her kitchen table
and sip the bitter percolation
of the past week’s rumors from cups
it had taken a year to collect
at the grocery, with one piece free
for each five pounds of flour.

 

An Epiphany

I have seen the Brown Recluse Spider
run with a net in her hand, or rather,
what resembled a net, what resembled
a hand. She ran down the gleaming white floor
of the bathtub, trailing a frail swirl
of hair, and in it the hull of a beetle
lay woven. The hair was my wife’s,
long and dark, a few loose strands, a curl
she might idly have turned on a finger,
she might idly have twisted, speaking to me,
and the legs of the beetle were broken.

 
Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

De Engelse dichter, schrijver, criticus en letterkundige James Fenton werd geboren op 25 april 1949 in Lincoln. Zie ook alle tags voor James Fenton op dit blog.

Uit: The need to complete (Over T.S. Eliot)

“Anyone who has any great interest in poetry will agree that we need a complete edition of the works of TS Eliot. Me, I can’t wait. The admirable Auden edition, to which a new volume of the collected prose is just about to be added, keeps moving forward. Not every reader will need every volume of it, but every lover of Auden’s work will be happy to know that it is there, and admirably executed, and if onewill be available.
With Eliot, the need is far greater: there is much, much more in the way of uncollected and unavailable prose: 700 uncollected items, all kinds of ephemeral pieces, many of them missing from the standard bibliography, which is itself due for complete revision. The new bibliography is under way, in the hands of Archie Henderson.
The Complete Poems – two volumes of it – is also in hand. Christopher Ricks is the editor and publication is perhaps three years away. In this case, it is not that we expect another “Waste Land” to turn up. It is a matter of wanting to see the work whole – great poems, dreadful poems, trivia, whatever there is. When it comes to a poet like this, I’m a staunch completist.
Then there is the stalled edition of the Collected Letters, which began so well with a first volume in 1988, edited by Valerie Eliot. That first volume is now due for revision and, together with a second volume, is due out in 2009, with Hugh Haughton at the helm. Thereafter things are expected to proceed at a modest pace.” did need to look something up (some fugitive essay, some unfinished or abandoned poem) in the fullness of time everything will be available.”

 
James Fenton (Lincoln, 25 april 1949)
T. S. Eliot 

 

De Engelse dichter Walter John de la Mare werd geboren op 25 april 1873 in Charlton, Kent. Zie ook alle tags voor Walter John de la Mare op dit blog.

 

Song of the Mad Prince

Who said, “Peacock Pie”?
The old King to the sparrow:
Who said, “Crops are ripe”?
Rust to the harrow:
Who said, “Where sleeps she now?
Where rests she now her head,
Bathed in eve’s loveliness”? —
That’s what I said.

Who said, “Ay, mum’s the word”?
Sexton to willow:
Who said, “Green dusk for dreams,
Moss for a pillow”?

Who said, “All Time’s delight
Hath she for narrow bed;
Life’s troubled bubble broken”? —
That’s what I said.

 

Dry August Burned

Dry August burned. A harvest hare
Limp on the kitchen table lay,
Its fur blood-blubbered, eye astare,
While a small child that stood near by
Wept out her heart to see it there.

Sharp came the clop of hoofs, the clang
Of dangling chain, voices that rang
Out like a leveret she ran,
To feast her glistening bird-clear eyes
On a team of field artillery
Gay, to manaeuvres, thudding by.
Spur and gun and limber plate
Flashed in the sun. Alert, elate,
Noble horses, foam at lip,
Harness, stirrup, holster, whip,
She watched the sun-tanned soldiery,
Till dust-white hedge had hidden away —
Its din into a rumour thinned —
The laughing, jolting, wild array:
And then — the wonder and tumult gone —
Stood nibbling a green leaf, alone,
Her dark eyes, dreaming. . . . She turned, and ran,
Elf-like, into the house again.
The hare had vanished. . . . ‘ Mother, ‘ she said,
Her tear-stained cheek now flushed with red,
‘ Please, may I go and see it skinned? ‘

 
Walter John de la Mare (25 april 1873 – 22 juni 1956)
Cover biografie

 

De Duitse dichter en schrijver Richard Anders werd geboren op 25 april 1928 in Ortelsburg, tegenwoordig Szczytno, Polen. Zie ook alle tags voor Richard Anders op dit blog.

Der Unsterbliche

vom Schnee-
vom Sterngestöber
das Marmorhaar
Unter der Stirn

statt der Augen
bis auf die Knochen
durchsichtige Topase
So fest geschlossen

daß zwischen den Lippen
Messer zerspringen
der Marmormund
Den Marmorhut

in der Marmorhand
den Marmorfuß
im Marmorschuh
zögert er eine Ewigkeit

ehe er sich schweren Schritts
von seinem Schatten trennt
und über den Sockelrand stürzt

 

Sinn

Von toten Buchstaben auferstanden, machst du erst Sinn, machst du
erst Sinn, wenn du nicht wie Erz tönst sondern aus voller Kehle ins
Blaue springst. Aber hoffe nicht, daß Engel dich fangen. Ob du steigst
oder stürzt, hängt allein davon ab, ob deine toten Buchstaben zu
Lebzeiten Oben oder Unten die tiefere, die höhere Bedeutung beilegten.


Richard Anders (25 april 1928 – 24 juni 2014)

 

De Engelse essayist en diplomaat Sir William Temple werd geboren in Londen op 25 april 1628. Zie ook alle tags voor Willam Temple op dit blog.

Uit: Observations upon the United Provinces of the Netherland

‘Tis likely, the Changes, arrived since that Age in these Countries, may have been made by stoppages grown in time, with the rolling of Sands upon the mouths of three great Rivers, which disimbogued into the Sea through the Coasts of these Provinces; That is, the Rhine, the Mose, and the Scheld. The ancient Rhine divided, where Skencksconce now stands, into two Rivers; of which, one kept the name, till, running near Leyden, it fell into the Sea at Catwick; where are still seen, at low Tides, the Foundations of an ancient Roman Castle that commanded the mouth of this River: But this is wholly stopt up, though a great Canal still preserves the Name of the Old Rhine. The Mose, running by Dort and Rotterdam, fell, as it now does, into the Sea at the Briel, with mighty issues of Water; But the Sands, gather’d for three or four Leagues upon this Coast, make the Haven extreme dangerous, without great skill of Pilots, and use of Pilot-boats, that come out with every Tide, to welcome and secure the Ships bound for that River; And it is probable, that these Sands, having obstructed the free course of the River has at times caused or encreased those Inundations, out of which so many Islands have been recovered, and of which, that part of the Country is so much composed.
The Scheld seems to have had its issue by Walcheren in Zealand, which was an Island in the mouth of that River, till the Inundations of that, and the Mose, seem to have been joyned together, by some great Helps, or Irruptions of the Sea, by which, the whole Country was overwhelmed, which now makes that Inland-Sea, that serves for a common passage between Holland, Zealand, Flanders, and Brabant; The Sea, for some Leagues from Zealand, lyes generally upon such Banks of Sand, as it does upon the mouth of the Maze, though separated by something better Channels than are found in the other.
That which seems likeliest to have been the occasion of stopping up wholly one of these Rivers, and obstructing the others, Is the course of Westerly Winds, (which drive upon this Shore) being so much more constant and violent than the East: For, taking the Seasons, and Years, one with another, I suppose, there will be observed three parts of Westerly for one of Easterly Winds; Besides, that these generally attend the calm Frosts and fair weather; and the other, the stormy and foul.”

 
William Temple (25 april 1628 – 27 januari 1699)
Leiden, Groenmarkt met gezicht op de Stille Rijn door Hendrik van der Burgh, ca. 1627

 

De Engelse dichter en predikant John Keble werd geboren op geboren 25 april 1792 in Fairford, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor John Keble op dit blog.

Sun Of My Soul

Sun of my soul, Thou Savior dear,
It is not night if Thou be near;
O may no earthborn cloud arise
To hide Thee from Thy servant’s eyes.

When the soft dews of kindly sleep
My wearied eyelids gently steep,
Be my last thought, how sweet to rest
Forever on my Savior’s breast.

Abide with me from morn till eve,
For without Thee I cannot live;
Abide with me when night is nigh,
For without Thee I dare not die.

If some poor wandering child of Thine
Has spurned today the voice Divine,
Now, Lord, the gracious work begin;
Let him no more lie down in sin.

Watch by the sick, enrich the poor
With blessings from Thy boundless store;
Be every mourner’s sleep tonight,
Like infants’ slumbers, pure and right.

Come near and bless us when we wake,
Ere through the world our way we take,
Till in the ocean of Thy love
We lose ourselves in heaven above.

 
John Keble (25 april 1792 – 29 maart 1866)
Rond 1832

 

De Amerikaanse schrijver Ross Franklin Lockridge Jr. werd geboren op 25 april 1914 in Bloomington, Indiana. Zie ook alle tags voor Ross Franklin Lockridge Jr. op dit blog.

Uit: Raintree County

“Now he shut the door, drowning the noise of the crowd to a confused murmur.
–I was expecting you, Johnny, the woman said in the same husky voice. Where have you been?
–I was just on my way to greet the Senator, he said. Is there–is there some mail for me?
He walked slowly toward the distribution window, where in the darkness a face was looking out at him.
–Some letters carved on stone, the voice said.
The fragments of forgotten language. I take my pen in hand ant seat myself–
The woman was lying on a stone slab that extended dimly into the space where the window usually was.
She lay on her stomach, chin propped on hands. Her hair was a dark gold, unloosened. Her eyes were a great cat’s, feminine, fountain-green, enigmatic. A dim smile curved her lips.
She was naked, her body palely flowing back from him in an attitude of languor.
He was disturbed by this unexpected, this triumphant nakedness. He was aroused to memory and desire by the stately back and generously sculptured flanks.
–How do you like my costume, Johnny? she asked, her voice tinged with mockery.
–Very becoming, he said.
Her husky laughter filled the room, echoing down the vague recess into which she lay. He hadn’t noticed before that the slab was a stone couch, curling into huge paws under her head. He was trying to understand what her reappearance meant on this memorial day.
Watching him with wistful eyes, she had begun to bind up her hair, fastening it behind her ears with silver coins.“


Ross Franklin Lockridge Jr. (25 april 1914 – 6 maart 1948)
Cover

 

De Spaanse schrijver Leopoldo Alas (wereldwijd bekend als ‘Clarín’) werd geboren op 25 april 1852 in Zamora. Zie ook alle tags voor Leopoldo Alas op dit blog.

Uit: Die Präsidentin (Vertaald door Egon Hartmann)

„Die heldenhafte Stadt hielt Mittagsruhe. Der warme, träge Südwind blies die weißlichen Wolken vor sich her, die auf ihrer Fahrt nach Norden zerf latterten. In den Straßen war es totenstill, bis auf das Rascheln der Wirbel aus Staub, Lumpen, Strohhalmen und Papierfetzen, die von Rinnstein zu Rinnstein, von Gehsteig zu Gehsteig, von Ecke zu Ecke tanzten, kreisten und hintereinander hertaumelten wie Schmetterlinge, die sich suchen, voreinander fliehen und die die Luft auf unsichtbaren Schwingen trägt. Gleich Rudeln kleiner Gassenjungen sammelten sich diese Abfälle von allen möglichen Kehrichthaufen, verhielten einen Augenblick wie vom Schlaf übermannt, fuhren aufgeschreckt wieder hoch, stoben auseinander, wobei manche an den Mauern bis zu den schwankenden Glaszylindern der Straßenlaternen, andere zu den liederlich an die Ecken geklebten Plakaten emporkletterten. Eine Feder gelangte bis hinauf zum dritten Stock, und ein Sandkorn setzte sich, an die Bleifassung geklammert, für Tage oder Jahre an der Scheibe eines Schaufensters fest.
Vetusta, die altehrwürdige, königstreue Stadt, in fernen Jahrhunderten Sitz des Hofes, verdaute ihren Cocido, ihre Olla podrida, ruhte und vernahm dabei im Halbschlaf das eintçnige, vertraute Schlagen der Chorglocke, die hoch oben auf dem schlanken Turm der heiligen Basilika dröhnte.
Der Turm, ein romantisches Poem aus Stein, eine liebliche Hymne zarter Linien von stummer, unvergänglicher Schönheit, war, wiewohl früher begonnen, ein Werk des 16. Jahrhunderts im gotischen Stil, jedoch durch Sinn für Maß und Harmonie gemildert, der die vulgären Überspitzungen dieser Architektur abgewandelt hatte. Ohne daß der Blick erm_dete, konnte man stundenlang diesen steinernen Zeigefinger betrachten, der gen Himmel wies. Es war keiner jener Türme, deren Spitzen, eher schwächlich als schlank und geziert wie überelegante junge Damen, die sich zu eng schnüren, vor Zartheit wegzuknicken scheinen. Er war wuchtig, ohne dadurch etwas von seiner Erhabenheit einzubüßen.“

 
Leopoldo Alas (25 april 1852 – 13 juni 1901)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2016 en ook mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Fletcher Pratt

De Amerikaanse schrijver en vertaler Murray Fletcher Pratt werd geboren op 25 april 1897 in een reservaat in Buffalo, New York. Pratt, die al na een jaar het Hobart College verliet, werkte aanvankelijk als bibliothecaris, prijsvechter (vlieggewicht) en verslaggever voor de Buffalo Courier Express. Hij vertaalde SF-romans uit het Duits voor Amazing Stories, voordat hij in 1929 begon met het publiceren van zijn eigen verhalen in verschillende pulptijdschriften. In 1926 trouwde hij met Inga Stephens, een kunstenares, die enkele van zijn boeken illustreerde. In de jaren 40 richtte Pratt de club van Trap Door Spiders op, waartoe o.a. Lyon Sprague de Camp en Isaac Asimov behoorden. Asimov vereeuwigde de club in sommige van zijn verhalen, noemde de club in “Black Widowers” en noemde de oprichter Ralph Ottur. Pratt, die eerst korte verhalen schreef en zich uit liefhebberij bezig hield met militaire geschiedenis, publiceerde zijn eerste boek, “The Heroic Years”, in 1934. Dit non-fictieboek gaat over de Napoleontische oorlogen en de Madison Administration in de VS. Pratt, die aan verschillende projecten tegelijkertijd werkte, schreef ook andere non-fictieboeken, waaronder een veelgeprezen werk over de burgeroorlog, de burgeroorlog. In samenwerking met L. Sprague de Camp schreef hij verschillende fantasyromans en verhalen, zoals de humoristische Harold Shea-boeken, die in 1989 opnieuw werden uitgegeven als “The Complete Compleat Enchanter”. “The Well of the Unicorn”, uitgegeven in 1948, is een vervolg op Lord Dunsany’s toneelstuk “King Argimenes en de Unknown Warrior”. Fletcher Pratt schreef ongeveer 50 boeken, zijn laatste, “The Compact History of the United States Navy”, werd twee weken voor zijn dood voltooid.

Uit: The War of the Giants

“It isn’t the heat that gets you, or the noise,” said the man with the scarred chin, licking the end of a cigarette reflectively before applying it to his lips. “It’s the rotten smell. Petrol, hot oil and sweat—yes, and leather. . . . And that isn’t all. You have to keep your mask on when they start, and those new makes smell like rubber and medicine.”
He lit the cigarette and blew a snort of smoke through his nostrils. “Last time I was that sick when I got out I couldn’t even take a nip of whiskey.”
“Mmmm,” murmured the short man with the bald forehead. “And I get seasick every time I go rowing on the lake.”
The man with the scarred chin looked at him sharply. “You better not be seasick. The old man’s nuts on you late draft men that lay down. What were you in before?”
“Aviation. I was on motor repair. I got a wife and three kids, so they gave me selected duty. I’m a motor man.”
“Well, I’m married too. . . . ” the man with the scarred chin thought for a moment. “You must be on the right forward motor. Last man on that job was killed quick as a wink. Shell from one of those robot guns came through the casemate and burst right under the motor. Drove one of those levers clean through him. There’s the place.”
He half-turned and waved in the general direction of the tank that stood like some questing monster in metal, snout lifted to sniff the air, a few yards away. Half way down the hundred-foot flank of the beast workmen were busy painting a new and shining steel plate that had been welded in just below a projecting broadside gun.
Above their heads two more guns projected from shielded casemates, while higher still a big gun in a turret atop threw a long shadow across their work. But if the man with the scarred chin expected his companion to exhibit any sigh of nervousness at the remarks of his predecessor’s passing, he was disappointed. The small man merely gazed with a languid lack of curiosity.”

 
Fletcher Pratt (25 april 1897 – 10 juni 1956)

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, George Oppen, Sue Grafton, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Michael Schaefer, Marcus Clarke

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Bezwaarlijke liefde

“Tusschen tafel en kanapee ging hij met gelijke vervelings passen op en neer, in vage benauwdheid.
De kamer was in schemering, maar in den eenen raamhoek scheen de lamp op zijn schrijftafel door de gekleurdpapieren kap een rooden gloed uit, en hij voelde, verstrooid er heenziende, daar een gezelligheidscentrum, in de lichtsfeer der lamp een hoekje saamgetrokken stilte-aandacht en als het uiterlijk aspect van een geestesstaat, die ernst en wegzijn uit de buitenwereld beduidde.
Maar hij ging in de gevoelige schemering naast de tafel, waarop nog het theegoed stond; pogend zijn verlangen te koelen in beweging, benauwd door de holheid van den tijd en de zwaarte van zijn lijfsbestaan.
Hoog uit het vage donkere, aan het penant tusschen de twee ramen, rusteloosde de bleeke tik van een oud porceleinen klokje, waarvan omlaag de gewichten stil koperglansden.
En er was een vermoeiend accent, telkens op de tweede tik, alsof de tijd mank ging. In zijn prikkelbare leegheid van zijn moest hij daar telkens op letten en die kreupele stap volgen door de stilte, verveeld-zenuwig-nieuwsgierig of het werkelijkheid of maar verbeelding was, dat de tweede tik zwaarder klonk.
Hij zag nog eens op naar de kleine ronde wijzerplaat, die vaag uit de wand bleekte en waar de grove stompe wijzers in de laagte de bekende scherpe hoek van halfnegen vormden.
Halfnegen pas… En hij moest tot minstens tien uur wachten…
De kamer stond om hem, leeg en onverschillig. Die intieme lichthoek met de aandachtschijn over het opgeslagen boek werd hem tot een ergernis, omdat het even smartelijk deed indenken in de zielerust en vruchtbare concentratie van een, die daar zou zitten, onbewust van alle uiterlijke dingen, de uren door.
Staande met de rug naar het smalle penant tusschen de ramen, zond hij vaagzoekende blikken uit in de schemerholle kamerruimte.
Bleek-vervig rezen de rechte, hoekende lijnen van de deur in de rechterhoek. Daarnaast de posten der hooge dubbeldeuren, die in ’t midden der kamer naar de alkoof openden. Die stonden nu open en flauw bleekten hun langwerpige vakken in de alkoofdonkerte, waar een lampet in zijn kom bleek opschimde aan de achterwand.”

 
Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
De Munt te Amsterdam door Cornelis Vreedenburgh, 1926.

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Eric Bogosian werd geboren op 24 april 1953 in Woburn, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Eric Bogosian op dit blog.

Uit: One Day in the Life of Ivan Denisovich

“Shukhov had been told that this old man’d been in camps and prisons more years than you could count and had never come under any amnesty. When one ten-year stretch was over they slapped on another. Shukhov took a good look at him close up. In the camp you could pick him out among all the men with their bent backs because he was straight as a ramrod. When he sat at the table it looked like he was sitting on something to raise himself up higher. There hadn’t been anything to shave off his head for a long time-he’d lost all his hair because of the good life. His eyes didn’t shift around the mess hall all the time to see what was going on, and he was staring over Shukhov’s head and looking at something nobody else could see. He ate his thin gruel with a worn old wooden spoon, and he took his time. He didn’t bend down low over the bowl like all the others did, but brought the spoon up to his mouth. He didn’t have a single tooth either top or bottom-he chewed the bread with his hard gums like they were teeth. His face was all worn-out but not like a goner’s-it was dark and looked like it had been hewed out of stone. And you could tell from his big rough hands with the dirt worked in them he hadn’t spent many of his long years doing any of the soft jobs. You could see his mind was set on one thing-never to give in. He didn’t put his eight ounces of bread in all the filth on the table like everybody else but laid it on a clean little piece of rag that’d been washed over and over again.”
(…)

“Shukhov stared at the ceiling and said nothing. He no longer knew whether he wanted to be free or not…it had gradually dawned on him that people like himself were not allowed to go home but were packed off into exile. And there was no knowing where the living was easier – here or there. The one thing he might want to ask God for was to let him go home. But they wouldn’t let him go home.”

 
Eric Bogosian (Woburn, 24 april 1953)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook alle tags voor Robert Penn Warren op dit blog.

 

Lord Jesus, I wonder

Lord Jesus, I wonder if I would recognize you
On the corner of Broadway and Forty-Second-

Just one more glaze-eyed, yammering bum, nobody to listen
But the halt and maimed. My legs are good.

Yet sometimes I’ve thought of you, sandaled on sand,
Or stub-toed in gravel, dried blood black on a toe-nail,

And you seemed to look beyond traffic, then back with an innocent
Smile, to ask a revealing question

To which I could find no answer. But I suddenly smell
The sweat-putrid mob crowding closer, in pain and emptiness, ready

To believe anything-ignorant bastards. I envy them. Except
Their diseases, of course. For my head roars

With information, true or false, till I feel like weeping
At the garish idiocy of a Sunday School card. At fourteen,

I was arrogantly wrapped up in Darwin, but felt, sometimes,
Despair because I could not love God, nor even know his address.

How about this? God, c/o Heaven-Special Delivery? Well,
The letter was returned: Addressee Unknown. So

I laughed till I vomited. Then laughed again, this time
At the wonder of the world, from dawn to dark, and all

Night long, while stars spoke wisdom in battalions of brilliance.
Sometimes, since then, I have, face up, walked a night road,

Still adolescent enough to seek words for what was in my heart,
Or gut. But words, I at last decided, are their own truth.

There is no use to continue this conversation. We all
Know that. But, for God’s sake, look the next blind man you meet

Straight in the eye. Do not flinch at prune-shriveled socket, or
Blurred eyeball. Not that you have

The gift of healing. You will not heal him, but
You may do something to heal something within yourself.

 
Robert Penn Warren (24 april 1905 – 15 september 1989)

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Populist

I dreamed myself of their people, I am of their people,
I thought they watched me that I watched them
that they

watched the sun and the clouds for the cities
are no longer mine image images

of existence (or song

of myself?) and the roads for the light
in the rear-view mirror is not
death but the light

of other lives tho if I stumble on a rock I speak
of rock if I am to say anything anything
if I am to tell of myself splendor
of the roads secrecy

of paths for a word like a glass

sphere encloses
the word opening
and opening

myself and I am sick

for a moment

with fear let the magic
infants speak we who have brought steel

and stone again
and again

into the cities in that word blind

word must speak
and speak the magic

infants’ speech driving
northward the populist
north slowly in the sunrise the lapping

of shallow
waters tongues

of the inlets glisten
like fur in the low tides all that

childhood envied the sounds

of the ocean

over the flatlands poems piers foolhardy

structures and the lives the ingenious
lives the winds

squall from the grazing
ranches’ wandering

fences young workmen’s

loneliness on the structures has touched
and touched the heavy tools tools
in our hands in the clamorous

country birth-
light savage

light of the landscape magic

page the magic
infants speak


George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)

 

De Amerikaanse schrijfster Sue Grafton werd geboren in Louisville (Kentucky) op 24 april 1940 als dochter van schrijver C.W. Grafton en Vivian Harnsberger. Zie ook alle tags voor Sue Grafton op dit blog.

Uit: W Is For Wasted

“Two dead men changed the course of my life that fall. One of them I knew and the other I’d never laid eyes on until I saw him in the morgue. The first was Pete Wolinsky, an unscrupulous private detective I’d met years before through Byrd-Shine Investigations, where I’d served my apprenticeship. I worked for Ben Byrd and Morley Shine for three years, amassing the six thousand hours I needed for my license. The two were old-school private eyes, hard-working, tireless, and inventive. While Ben and Morley did business with Pete on occasion, they didn’t think much of him. He was morally shabby, disorganized, and irresponsible with money. In addition, he was constantly pestering them for work, since his marketing skills were minimal and his reputation too dubious to recommend him without an outside push.
Byrd-Shine might subcontract the odd stretch of surveillance to him or assign him a routine records search, but his name never appeared on a client report. This didn’t prevent him from stopping by the office without invitation or dropping their names in casual conversations with attorneys, implying a close professional relationship. Pete was a man who cut corners and he assumed his colleagues did likewise.
More problematic was the fact that he’d rationalized his bad behavior for so long it had become standard operating procedure.
Pete Wolinsky was gunned down the night of August 25 on a dark stretch of pavement just off the parking lot at the Santa Teresa Bird Refuge. The site was right across the street from the Caliente Café, a popular hangout for off-duty cops. It might seem odd that no one in the bar was aware that shots were fired, but the volume on the jukebox, roughly the equivalent of a gas-powered chainsaw at a distance of three feet. The rare moments of quiet are masked by the high-pitched rattle of ice cubes in dueling blenders where margaritas are whipped up at a rate of one every four and a half minutes.
Pete’s body might not have been discovered until daylight if it hadn’t been for an inebriated bar patron who stepped into the shadows to take a leak. I heard about Pete’s death on the morning news while I was eating my Cheerios. The TV set was on in the living room behind me, more for the company than the content.”

 
Sue Grafton (24 april 1940 – 28 december 2017)

 

De Zwitser dichter, schrijver, essayist en criticus Carl Friedrich Georg Spitteler (eig. Carl Felix Tandem) werd geboren op 24 april 1845 in Liestal bij Basel. Zie ook alle tags voor Carl Spitteler op dit blog.

 

Es kam ein Herz an einem Jahrestage

Es kam ein Herz an einem Jahrestage
Vor seinen Herrn, zu weinen diese Klage:

“So muß ich Jahr für Jahr denn mehr verarmen!
Kein Gruß, kein Brieflein heute zum Erwarmen!
Ich brauch ein Tröpflein Lieb, ein Sönnchen Huld.
Ist mein der Fehler? ists der andern Schuld?
Hab jede Güte doch mit Dank erfaßt
Und auf die Dauer niemand je gehaßt.
Noch ist kein Trauriger zu mir gekommen,
Der nicht ein freundlich Wort von mir vernommen.
Wer weiß es besser, wie man Gift vergibt?
Wer hat in Strömen so wie ich geliebt?
Doch dieses eben schmeckt so grausam schnöde:
Da, wo ich liebte, grinst die leerste Öde.”

An seinem Schreibtisch waltete der Herr,
Schaute nicht auf und sprach von ungefähr:
“Ein jeder wandle einfach seine Bahn.
Ob öd, ob schnöde, ei was gehts dich an?
Was tut das Feuer in der Not? Es sprüht.
Was tut der Baum, den man vergißt? Er blüht.
Drum übe jeder, wie er immer tut.
Wasch deine Augen, schweig und bleibe gut.”

 

Die Sängerin

Im Traume wars. Ein Pilgerschwarm
Von Männern und von Frauen zog
Durch meine Heimat Hand in Hand,
Lobsingend einen süßen Psalm.
Im letzten Gliede schreitend folgt
ch selig der verwandten Schar.

Da schwang durch den harmonischen Chor,
Vom Haupt des Zuges, unsichtbar
sich eine Stimme jung und frisch
Und klar, weithin Gebirg und Tal
Vergoldend mit dem sonnigen Sang.
Allein die Stimme jauchzte falsch,
Im Tone hinkend und im Takt.

Und ob dem wundersamen Sang
So schön, so innig und so falsch,
Warf ich mich schluchzend auf den Weg,
Die Zähne klemmend in die Faust,
Die Stirn im heimatlichen Staub.

 
Carl Spitteler (24 april 1845 – 29 december 1924)
Monument in Bennwil

 

De Engelse schrijver Anthony Trollope werd geboren in Londen op 24 april 1815. Zie ook alle tags voor Anthony Trollope op dit blog.

Uit: The Duke’s Children

“No one, probably, ever felt himself to be more alone in the world than our old friend, the Duke of Omnium, when the Duchess died. When this sad event happened he had ceased to be Prime Minister. During the first nine months after he had left office he and the Duchess remained in England. Then they had gone abroad, taking with them their three children. The eldest, Lord Silverbridge, had been at Oxford, but had had his career there cut short by some more than ordinary youthful folly, which had induced his father to agree with the college authorities that his name had better be taken off the college books,–all which had been cause of very great sorrow to the Duke. The other boy was to go to Cambridge; but his father had thought it well to give him a twelvemonth’s run on the Continent, under his own inspection. Lady Mary, the only daughter, was the youngest of the family, and she also had been with them on the Continent. They remained the full year abroad, travelling with a large accompaniment of tutors, lady’s-maids, couriers, and sometimes friends. I do not know that the Duchess or the Duke had enjoyed it much; but the young people had seen something of foreign courts and much of foreign scenery, and had perhaps perfected their French. The Duke had gone to work at his travels with a full determination to create for himself occupation out of a new kind of life. He had studied Dante, and had striven to arouse himself to ecstatic joy amidst the loveliness of the Italian lakes. But through it all he had been aware that he had failed. The Duchess had made no such resolution,–had hardly, perhaps, made any attempt; but, in truth, they had both sighed to be back among the war-trumpets. They had both suffered much among the trumpets, and yet they longed to return. He told himself from day to day, that though he had been banished from the House of Commons, still, as a peer, he had a seat in Parliament, and that, though he was no longer a minister, still he might be useful as a legislator. She, in her career as a leader of fashion, had no doubt met with some trouble,–with some trouble but with no disgrace; and as she had been carried about among the lakes and mountains, among the pictures and statues, among the counts and countesses, she had often felt that there was no happiness except in that dominion which circumstances had enabled her to achieve once, and might enable her to achieve again–in the realms of London society.”

 
Anthony Trollope (24 april 1815 – 6 december 1882)
Cover

 

De Duitse schrijver Michael Schaefer werd geboren op 24 april 1976 in Bielefeld. Zie ook alle tags voor Michael Schaefer op dit blog.

Uit: Liebe auf Raten

„Die letzte Nacht schlief er höchstens zwei Stunden. Er war viel zu aufgeregt und checkte mindestens zwanzig Mal in der Nacht sein gesamtes Gepäck und seine Geldbörse, ob er auch alles hatte. Den Stadtführer, die Stadtkarte, die Metro-Karte, die er sich extra von seiner Klassenlehrerin bestellen ließ, damit er ohne Probleme in London umherfahren konnte, um alles anzusehen, was es dort gab. Er wechselte auch mindestens dreimal sein gesamtes Gepäck, um optimal auf alle ‘Wetterverhältnisse in London ausgerüstet zu sein. Am nächsten Morgen war er als erster am Frühstückstisch, fix und fertig zur Abreise nach London. Er hatte sogar seinen Eltern das Frühstück gemacht, so dass weniger Zeit verloren ging, um loszufahren. An der Schule von Silverville stand bereits der große Reisebus, um die wild durcheinander schreienden Jugendlichen aufzunehmen und sie gen London zu bringen. Er hielt sich nicht lange mit der Verabschiedung seiner Eltern auf. Er umarmte beide kurz und ließ sich seine goldblonden Locken noch etwas zurechtzupfen und seine Jacke etwas fester um seine Schulter ziehen. Dann verstaute er sein Gepäck in dem Lagerraum des Busses und stieg ein, ohne sich noch einmal umzublicken. Tom erwartete ihn bereits etwa in der Mitte des Busses, ganz in der Nähe der Toilette. Man weiß ja nie, wie sehr so ein Bus rütteln kann. Und da weder Tom noch Steve jemals eine solch lange Fahrt mit dem Bus gemacht hatten, konnte man nicht vorsichtig genug sein. Seine Klassenlehrerin und ihr Vertretungslehrer zählten durch und dann konnte die Fahrt endlich beginnen. Zwei Stunden und mindestens dreißig Minuten Busfahrt ohne Pause, Tom und Steve hielten sich beide nicht großartig lang an Gesprächen auf, sondern blickten voller Erwartung aus dem Fenster. Sie ließen Orte, Wiesen, Landstrassen und zum Ende auch die Autobahn hinter sich.
Nach zwei Stunden und 44 Minuten erreichten sie die ersten Außenbezirke von London. Die Jugendlichen drückten sich ihre Nasen an der Scheibe platt und staunten nicht schlecht über diese vielen Menschen, die eilig durch das typische Londoner Regenwetter eilten, um schnell nach Hause oder zum Arbeitsplatz, zum Supermarkt oder zum Bäcker zu kommen. Je näher man dem Stadtkern kam, umso voller wurde es und umso gewaltiger waren die Häuser. Mietswohnungen mit vier Stockwerken waren für die Landjungs schon fast Wolkenkratzer. Jedes Bankgebäude mit seinen metallenen Fassaden oder Glaswänden war Utopie. Die berühmten roten Doppeldecker des Londoner Stadtbildes entlockte dem einen oder anderen ein erstauntes „Boah”.


Michael Schaefer (Bielefeld, 24 april 1976)
London Under Rain door Yetis Uysal

 

De Australische schrijver Marcus Clarke werd geboren op 24 april 1846 in Londen. Zie ook alle tags voor Marcus Clarke op dit blog.

Uit: Australian Tales of the Bush

“She rides like an angel,said pious Fitz, and the next time he met her he told her so.
Now this young maiden, so fair, so daring, and so silent, came upon the Bullocktown folk like a new revelation. The old Frenchman at the Melon Patch vowed tearfully that she had talked French to him like one of his countrywomen, and the school master, Mr. Frank Smith, duly certificated under the Board of Education, reported that she played the piano divinely, singing like a seraph the while. As nobody played (except at euchre) in Bullocktown, this judgment was undisputed. Coppinger swore, slapping with emphasis his mighty thigh, that Miss Jane was a lady, and when he said that he said everything. So, whenever Miss Jane visited the township, she was received with admiration. Coppinger took off his hat to her, Mr. Frank Smith walked to the station every Sunday afternoon to see her, and Poor Joe stood afar off and worshipped her, happy if she bestowed a smile upon him once out of every five times that he held her tiny stirrups.
This taming of Poor Joe was not unnoticed by the whisky-drinkers, and they came in the course of a month or so to regard the cripple as part of the property of Miss Jane, as they regarded her dog for instance. The schoolmaster, moreover, did not escape tap-room comment. He was frequently at Seven Creeks.
He brought flowers from the garden there. He sent for some new clothes from Melbourne. He even borrowed Coppinger s bay mare. Flirt,to ride over to the Sheep-wash, and Dick the mail-boy, who knew that Coppinger s mare was pigeon-toed, vowed that he had seen another horses tracks besides hers in the sand of the Rose Gap Road.
You
re a deep un, Mr. Smith, said Coppinger. I found yer out sparking Miss Jane along the Mountain Track. Deny it if yer can?
But Frank Smith
s pale cheek only flushed, and he turned off the question with a laugh. It was Poor Joe ’s eyes that snapped fire in the corner.
So matters held themselves until the winter, when the unusually wet season forbade riding parties of pleasure. It rained savagely that year, as we all remember, and Bullocktown in rainy weather is not a cheerful place. Miss Jane kept at home, and Poor Joe s little eyes, wistfully turned to the Station on the hill, saw never her black pony cantering round the corner of Archie Camerons hayrick.“


Marcus Clarke (24 april 1846 – 2 augustus 1881)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Roman Helinski, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel, Richard Huelsenbeck

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

Sonnet VII

Zie, als in ’t oosten het goedgunstige licht
Zijn brandend hoofd verheft, doet elk op aard
Hulde aan zijn nieuw-verschijnend aangezicht,
Hem volgend op zijn vorstelijke vaart.

En als hij ’t hooge hemel-steil beklom,
Reeds halverwege en toch jongling-gewijs,
Staat nog de stervling voor zijn schoonheid stom,
Hem begeleidend op zijn gulden reis.

Maar als van hoogste top zijn moede bouw,
Grijzaard-gelijk, nu wankelt uit het ruim,
Dan wenden de oogen, eerst zoo plicht-getrouw,
zich af en richten zich naar eigen luim.

Zoo gij, als ’t avondt en ge niet meer stijgt,
Sterft ongevolgd, tenzij ge een zoon verkrijgt.

 

Vertaald door Albert Verweij

 

Sonnet CXVI

Laat mij toch geen beletselen verzinnen
Voor ware liefde; liefde houdt geen stand
Als zij verandert bij veranderingen,
Als zij bij elke kleine schipbreuk strandt.

O nee, zij is een baken, eeuwig licht,
Dat men zelfs in de zwaarste stormen ziet;
Een ster, waarnaar elk dwalend schip zich richt:
Men meet haar hoogte, maar haar waarde niet.

Zij is geen Nar des Tijds, al zal het rood
Van wang en lip ooit voor zijn zeis verbleken;
De liefde blijft bestaan tot aan de dood,
Zij taalt niet naar zijn uur en telt geen weken.

Als men hiertegen ooit bewijslast vindt,
Dan schreef ik nooit en werd geen mens bemind.

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

Sonnet CXXX

’t Oog van mijn dame geeft geen zonneschijn,
Koraal is heel veel roder dan haar mond,
Sneeuw wit? Dan moet vaalbruin haar boezem zijn,
Haar haar is zwart en niet als gouddraad blond.

De rozen van haar wangen zie ik niet,
Al ken ik rozen roze, wit en rood;
Er zijn parfums waarvan ik meer geniet
Dan wat haar mond mij ooit aan adem bood.

Ik hoor zo graag haar stem, maar neem niet aan
Dat die alle muziek vergeten doet;
‘k Geef toe, nooit heb ik een godin zien gaan,
Mijn dame raakt de grond met elke voet.

Toch is mijn liefste even zeldzaam als
Wat zij aan beeldspraak logenstraft als vals.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Cover

 

De Nederlandse schrijver en journalist Roman Helinski werd geboren in Nuth op 23 april 1983. Zie ook alle tags voor Roman Helinski op dit blog.

Uit: De Wafelfabriek

“Is hun werk een straf? Dag in dag uit controleren de vrouwen van de wafelfabriek de wafels die op de lopende band voorbijkomen. Ze speuren naar te dikke en te dunne wafels, naar exemplaren die te bruin zijn of juist te licht. De goede wafels worden met een daverend geraas van elkaar losgesneden en daarna gestapeld. Laag voor laag spuwt de inpakmachine de pakjes wafels in de voorgevouwen dozen. Als de pakjes tot de rand reiken, tillen de vrouwen de dozen op en bouwen torens op pallets. Volle pallets worden ingeladen in vrachtwagens, klaar om door Nederland te worden verspreid. Een deel van de wafels bereikt zelfs het buitenland, ze gaan naar Belfast, Casablanca, Kiev en binnenkort mogelijk naar Tokio. Dat laatste heeft de directeur pas bekendgemaakt op de personeelsbijeenkomst in de fabriekskantine. Hij ging op een stoel staan toen hij het feestelijke nieuws mededeelde, zodat iedereen hem kon horen en iedereen hem kon zien.
’s Morgens beginnen de vrouwen om halfzeven. Om halftwee zijn ze klaar, ruim op tijd om hun kroost op te wachten dat van school komt gefietst. Op Wannes de ovenmeester en Patrick de magazijnmedewerker na, werken er alleen vrouwen in de fabriek. Zeker, af en toe is er een mannelijke invalkracht, maar de mannen zijn niet opgewassen tegen de fysieke en geestelijke uitdagingen in de werkhal.
Alle nieuwelingen zien de eerste dagen af. Ze hebben al snel een pijnlijke nek van het turen naar de wafels op de band, die eindeloze wafelstroom. Tijdens het vouwen van de dozen snijdt het stugge karton in hun vingers en polsen. Hun ongetrainde armspieren trillen onder het gewicht van de wafeldozen die ze regelmatig boven hun hoofd moeten tillen om ze op de andere dozen te plaatsen. Veel nieuwelingen vluchten binnen een paar uur de wc in of rennen de fabriek uit. Niemand gaat hen achterna, niemand onderneemt een poging die mensen binnen boord te houden: wie niet levert, kan maar beter vertrekken. ‘Opgeruimd staat netjes,’ zegt Julia altijd. ‘Die was niet uit het goede hout gesneden, dat kon ik meteen al zien.’
In de kantine wordt door de vaste krachten gewed. ‘Die houden het hooguit twee dagen vol,’ beweert Sjaan over drie schoolverlaatsters. Het drietal heeft aan iedereen verteld de komende maanden wafels te willen bakken, maar al na een paar uur roept de kleinste dat haar RSI opspeelt. Ze verschijnen niet op hun derde werkdag. Die derde dag is een breekpunt: wie dan komt opdagen, maakt grote kans een tijdje te blijven.”

 
Roman Helinski (Nuth, 23 april 1983)

 

De Franse schrijver Pascal Quignard werd geboren op 23 april 1948 in Verneuil-sur-Avre. Zie ook alle tags voor Pascal Quignard op dit blog.

Uit: Dans ce jardin qu’on aimait

“J’imaginais – au fond de mon repaire d’hiver – une scène très obscure simplement divisée en deux par une diagonale de lumière.
Cette diagonale était comme une longue baie vitrée formant un effet de miroir, séparant le jardin du révérend du salon de sa cure.
Juste à l’extérieur de cette diagonale qui divisait la scène obscure : un arrosoir en fer-blanc.
Juste dans la part interne de cette diagonale : un portemanteau couvert de pèlerines, de gabardines, de manteaux, quelques chapeaux, un bonnet de fourrure, une canne pour sortir.
C’est ainsi qu’un grand jardin se reflétait en mirage sur la vitre.
À l’intérieur du salon, à cour, un vieux petit piano droit mouluré datant des années 1815 – qui datait de la guerre de l’Amérique contre l’Angleterre – avec des petits chandeliers en laiton ou en cuivre, qui entouraient le porte-partition, permettait au vieux pasteur de travailler, le soir, la nuit tombée, seul, en rentrant de l’office.
Il poussait la porte.
Arrivait dans l’obscurité un vieil homme amaigri, juste quelques cheveux blancs sur les oreilles. Le crâne nu brille sous la lune.
Il est habillé tout en noir. Il tient des lunettes cerclées de fer à la main. Dans le noir total il s’approche du vieux piano à cour.
Il prend une boîte d’allumettes. Il allume une à une, patiemment, les petites bougies d’anniversaire sur les girandoles articulées. Une fois étirées et développées dans l’espace, elles projettent leurs lumières sur les portées de la musique.
Cet homme noir dans le noir – à la fois âgé et presque invisible dans l’ombre et dans le temps – s’assoit sur la banquette du piano.
Voûté, à l’aide de ses vieilles lunettes d’acier toute rondes, il déchiffre la vie qu’il rapporte et il interprète les petits lambeaux de partitions qu’il a étalées sous ses yeux. Cet être obscur et lent, presque inconsistant, est celui qui aide les disparus à revenir.”


Pascal Quignard (Verneuil-sur-Avre, 23 april 1948)

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

 

Boom voor het raam

Hij heeft zich
van zijn bladeren
ontdaan.

Nu kijk je
door hem heen,
tot je blik

zich in de drukte

van de straat verliest.
Van pijn

kan geen sprake
zijn. Je kent
hem ook lang

genoeg, zijn
aard van weggaan
en van blijven.

 

Platliggende grafsteen

Onsterfelijk was ik
nog op de laatste dag
toen de dood mij
mijn sterfelijkheid bewees.
Geloof hem geen woord.

 

Vertaald door Frans Roumen

 
Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)

 

De Oekraïense schrijver Andrey Kurkov werd geboren op 23 april 1961 in Leningrad. Zie ook alle tags voor Andrey Kurkov op dit blog.

Uit: Ukraine Diaries (Vertaald door Sam Taylor)

“Sunday 9 March
On 9 January, exactly two months ago, I returned with the children from Sevastopol after our winter holiday. We went to Foros, not far from Gorbachev’s official dacha, where he was held hostage during the putsch. One year earlier, we spent our holiday in Simeiz, near Yalta.
We will not be going to Crimea on holiday next winter. And the outcome of this conflict will make no difference to that choice. I no longer want to go there. For me, Crimea has been sullied. Sullied by Russia.
The night passed without conflict in Crimea. Each morning, this headline appears on the newsfeed on the Internet. But I do not click on the link or read the text, because next to, above and below this headline are other headlines: the arrest by Crimean police of one of the leaders of the local pro-European movement; the abduction of the commander of the Ukrainian military unit against whom Russian troops attempted to mount an assault the previous day; warning shots fired at the observation group sent by the Organisation for Security and Cooperation in Europe (OSCE), who, once again, vainly attempted to enter Crimean territory; the destruction of coastguard stations; the entrenchment of Russian troops in Perekop and the mining of fields in the Kherson region; the firing of sub-machine guns at a Ukrainian reconnaissance aircraft by Russian Cossacks.
In Sevastopol, those same Cossacks beat up Ukrainian television journalists and a Russian reporter who was with 148 of them. Surrounded by all these reports, the phrase The night passed without conflict in Crimea sounds like a joke, of the kind published by Russian news agencies. Because, for the Russian troops occupying the peninsula, the night really did pass without conflict. No one attacked them; no one attempted to spray them with zelenka; no one threw Molotov cocktails at them; no one even hurled insults at them.”


Andrey Kurkov (Leningrad, 23 april 1961)

 

De IJslandse schrijver Halldór Laxness (eig. Halldór Guðjónsson) werd geboren in Reykjavik op 23 april 1902. Zie ook alle tags voor Halldór Laxness op dit blog.

Uit:Paradise Reclaimed (Vertaald door Magnus Magnusson)

“When Krapi was three years old, Steinar put a halter round his neck to make him easier to catch, and kept him in the herd of work-ponies near the farm. By summer he had grown accustomed to the bridle, and learned to walk beside another pony that was being ridden. Next spring Steinar began to break him in to the saddle, and then to train him to trot. In the long light evenings he would give the colt his lead in gallops over the flats. And if the muffled thunder of hooves reached the farmhouse in the early hours of the morning, one could never be quite sure that everyone inside was sound asleep; it sometimes happened that a little girl would come out in her petticoat with fresh milk in a pail, accompanied by a young bare-legged viking who always went to bed with the axe Battle-Troll* under his pillow.
“Is there a better horse in the whole place?” the boy would ask.
“It would probably take some finding,” said his father.
“Isn’t he quite certainly descended from kelpies?” asked the little girl.
“I think all horses are more or less fairy creatures,” said her father. “Especially the best ones.”
“Can he then jump up to heaven, like the horse in the story?” asked the viking.
“No doubt about it,” said Steinar of HlÃ?dar, “if God rides horses at all.
Quite so.”
“Will another horse like him ever be born in these parts again?” asked the girl.
“I’m not so sure about that,” said her father. “One would probably have to wait a while. And it could also be long enough before another little girl is born in these parts who can light up a home as much as my girl does.”
(…)

It now so happened that Iceland, in a great surge of national awakening, was celebrating the thousandth anniversary of the settlement of the country, and for that reason a festival was to be held the following summer at Tingvellir, on the banks of the Öxará (Axe River). Word also came that King Kristian was expected from Denmark to attend these millennial celebrations, in order to grant the Icelanders their formal independence–which, come to that, they had always considered theirs but had always been denied by the Danes; but from the day that King Kristian stepped ashore, Iceland was to become by constitution a self-governing colony under the Danish crown. This news was welcomed in every farmhouse in the country because it was thought to herald something even better.”

 
Halldór Laxness (23 april 1902 – 8 februari 1998)
Cover

 

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook alle tags voor Christine Busta op dit blog.

 

Ein Morgenbrief

Heute Nacht hat es gut geregnet.

Ich ließ mein Fenster offen.
Das Dunkel war ganz erfüllt
von behutsamen Stillgeräuschen
der Liebe zwischen Himmel und Erde.

Ich habe sie eingeatmet.
Morgenstill glänzt sie dir immer noch
nach in meinem Gehör.

 

Sprachmohn

In zerbrechlich bekrönten Urnen
hörst du die grauen Körner rascheln.
Iss, vergiss und verwirf!
Das Unscheinbare wird künftigen Sommern
Feuer in Träume und Weizen leben.

 
Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

De Zwitserse schrijfster Adelheid Duvanel werd geboren op 23 april 1936 in Basel. Zie ook alle tags voor Adelheid Duvanel op dit blog.

Uit: Inner Tumult (Vertaald door Patricia H. Stanley)

“When Helga, the young teacher, came to the orphanage, Wotanek had already created a dear little internal tumult that bit him to death, dug a hole for his corpse, and out of despair over his death blasted the nights with its howling. Wotanek was ripe for love, almost happy, and he stayed that way when Helga married him on the day he came of age. Of course, she lost her position as teacher, but since she was industrious she worked in various professions to the satisfaction of her supervisors. She spoiled and humbled Wotanek, who became sickly now and in a few years was nothing more than a beautiful skeleton that scrunched down in an armchair reading. Whenever Helga strode through the apartment after work she hummed, “Up, you young hiker,” which did not seem to irritate Wotanek. Now he lived, so to speak, behind two walls: the wall of his face and the covers of his books. And he had even concealed himself from himself, with the result that he did not confess to himself that his wife—whom he had, with youthful exaltation, mistaken for the tumult — was a disappointment. He became mute, did not even hold conversations with himself.
Walking quietly, I move closer to Wotanek in the room at the spa where he is spending the last days of his life with the messenger of death after an operation. He is dealing patiently with the pain. On the other side of the balcony I see meadows on which tumors of snow rise like the remains of a sickness, and above a precipice—its base overgrown with holly—a coniferous tree stretches to touch the uncommunicative sky. As the lake far down below breathes, its scaly skin moves. I bend over Wotanek’s short, lead-colored hair and whisper: “Wotanek, it is I, your tumult…” Slowly he turns his stiff face with the nose minus its tip toward me. His gaze prepared only for the written word, he spells me with some effort; then his eyes open wide. I place my hands on his ears, bend low over him and bite into his throat.
Now I will dig a grave and scream. »

 
Adelheid Duvanel (23 april 1936 – 8 juli 1996)
Zelfportret, z.j.

 

De Duitse dichter, schrijver, essayist en psychoanaliticus Richard Huelsenbeck (Hülsenbeck) werd geboren op 23 april 1892 in Frankenau. Zie ook alle tags voor Richard Huelsenbeck op dit blog.

 

Die Eisberge sind in Alaskas Himmel

Die Eisberge sind in Alaskas Himmel
gefallen und der Schneehasen rosafarbener Schwanz
ist nicht mehr. Die Polarforscher schlafen
von Medaillen behängt und Firlefanz.

Gestern stand der Bürgermeister in neuem Fracke
auf der Rednertribüne und pries den Frieden,
heute dagegen ist die Welt verschieden
von gestern und von verschiedenem Geschmacke.

Viele Dinge sind inzwischen geschehen
von mehr oder minderer Bedeutung und der Wind
hat von mancher Richtung geblasen. So wie sie sind
sind die Menschen nicht zu verstehen.

Sänger singen auf erleuchteten Bühnen
am Abend, wenn der Müde Geschäftsmann mit
gebeugter Glatze sich der Kunst hingibt
und die Frackhemden sind gebläht wie Dünen.

Irgendwo in Harlem, wo die Derwische tanzen in
weißen Hemden in der Kirche von Gott und Dreck
fällt von den Wänden und die Kleider Stück für Stück
geben sie hin, im Einzelnen und im Ganzen.

Das beste von allem ist der Seligkeit Schauer,
wenn Jesus Christus deine schweißige Stirne berührt
und du fühlst dich wie ein Verwandter von Eisenhower
zum Gesandten für Schangrila erkürt.

 
Richard Huelsenbeck (23 april 1892 – 20 april 1974)
Hier in het midden met Hans Arp (links) en Peter-Schifferli, Zurich, 1957

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2017 deel 2.