Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Carl-Christian Elze, Hannelies Taschau, Theun de Vries, Hertha Kräftner, Johann Uhland, Margreet van Hoorn, Leo Stilma

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Malamud op dit blog.

Uit:The Jewbird

„The window was open so the skinny bird flew in. Flappity-flap with its frazzled black wings. That’s how it goes. It’s open, you’re in. Closed, you’re out and that’s your fate. The bird wearily flapped through the open kitchen window of Harry Cohen’s top-floor apartment on First Avenue near the lower East River. On a rod on the wall hung an escaped canary cage, its door wide open, but this black-type longbeaked bird—its ruffled head and small dull eyes, crossed a little, making it look like a dissipated crow—landed if not smack on Cohen’s thick lamb chop, at least on the table, close by. The frozen foods salesman was sitting at supper with his wife and young son on a hot August evening a year ago. Cohen, a heavy man with hairy chest and beefy shorts; Edie, in skinny yellow shorts and red halter; and their ten-year-old Morris (after her father)—Maurie, they called him, a nice kid though not overly bright—were all in the city after two weeks out, because Cohen’s mother was dying. They had been enjoying Kingston, New York, but drove back when Mama got sick in her flat in the Bronx.
“Right on the table,” said Cohen, putting down his beer glass and swatting at the bird. “Son of a bitch.”
“Harry, take care with your language,” Edie said, looking at Maurie, who watched every move.
The bird cawed hoarsely and with a flap of its bedraggled wings—feathers tufted this way and that—rose heavily to the top of the open kitchen door, where it perched staring down.
“Gevalt, a pogrom!”
“It’s a talking bird,” said Edie in astonishment.
“In Jewish,” said Maurie.
“Wise guy,” muttered Cohen. He gnawed on his chop, then put down the bone. “So if you can talk, say what’s your business. What do you want here?”
“If you can’t spare a lamb chop,” said the bird, “I’ll settle for a piece of herring with a crust of bread.
You can’t live on your nerve forever.”
“This ain’t a restaurant,” Cohen replied. “All I’m asking is what brings you to this address?”
“The window was open,” the bird sighed; adding after a moment, “I’m running. I’m flying but I’m also running.”
“From whom?” asked Edie with interest.
“Anti-Semeets.”
“Anti-Semites?” they all said. ”

 
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)
Scene uit de opvoering van een toneelversie in New York, 2009

 

De Spaanse dichter Vincente Aleixandre (eig. Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo) werd geboren op 26 april 1898 in Sevilla. Zie ook alle tags voor Vincente Aleixandre op dit blog en eveneens alle tags voor V. Aleixandre.

 

With All Due Respect (Fragment)

Trees, women and children
are all the same thing: Background.
Voices, affections, brightness, joy,
this knowledge that finally here we all are.
Indeed. Me and my ten fingers.

Now the sun isn’t horrendous like a cheek that’s ready:
it isn’t a piece of clothing or a speechless flashlight.
Nor is it the answer heard by our knees,
nor the task of touching the frontiers with the whitest part of our eyes.
The Sun has already become truth, lucidity, stability.
You converse with the mountain,
you trade the mountain for a heart:
then you can go on, weightless, going away.
The fish’s eye, if we come to the river,
is precisely the image of happiness God sets up for us,
the passionate kiss that breaks our bones.

Indeed. Finally, it’s life. Oh, what egg-like beauty
in this ample gift the Valley spreads before us,
this limitation we can lean our heads against
so as to hear the greatest music, that of the distant planets.
Hurry, let’s all
get close around the bonfire.
Your hands made of petals and mine of bark,
these delicious improvisations we show each other,
are good—for burning, for keeping faith in tomorrow,
so that our talk can go on ignoring our clothes.
I don’t notice our clothes. Do you?
Dressed up in three-hundred burlap suits,
wrapped in my roughest heaviest get-up,
I maintain a dawn-like dignity and brag of how much I know about nakedness.

 
Vicente Aleixandre (26 april 1898 – 14 december 1984)
Hier met collega-dichter Miguel Hernández (links)

 

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

ich fange an sinnlos zu werden, soldaten, verzeiht!
die schlacht ist kraut & pferde fallen wie die fliegen.
selbst fleisch aus meinem fleisch riecht nicht mehr gut.
ich möchte in einem beichtstuhl wohnen, väterchen
weil da die wege kürzer sind. ich brauche bildchen, heilige
die auf der stelle stehn. wer spielt denn pausenlos
an meinem mund herum & pflanzt mir neue zähne?
ich werde sie alle abschleifen mit magnolienblüten.
ich will mich ordentlich zusammenschlagen, aufknüpfen
herunternehmen. dann auferstehn. das muss genügen.

 

ich habe fickende fliegen im kopf, ich habe so viele
fickende fliegen im kopf, alles brummt & legt kleine eier.
ich habe dinge zu regeln, wenn ich wieder im haus bin.
wie kann es sein, dass fickende fliegen in mich geraten?
das system muss offen sein. wie liebestoll ist dieses system?
& wenn es offen ist, kann ich mit dem kleinen finger hinein?
& reicht es aus, wenn ich nur einer einzigen fickenden fliege,
während sie fickt, mit dem kleinen finger übers rückenfell fahre
dass es knistert, um selber glücklich zu sein?, weil fickende fliegen
glücklich sind, so steht es geschrieben, & alles glück abstrahlt –

 
Carl-Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Hannelies Taschau werd geboren op 26 april 1937 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Hannelies Taschau op dit blog.

 

Apfelerinnerungen Eintausendvierhundert heimische Apfelsorten Goldparmänen Gravensteiner Hasenköpfe Bohn- und Schlotteräpfel zu sehn am Apfeltag Die Rambur Borsdorfer die roten die grauen die Gold- und Wachs-Renetten Streiflinge Spitzäpfel Plattäpfel Hausäpfel Fleckäpfel Erdäpfel Gulderlinge Rosenäpfel Taubenäpfel Die Eigenschaften die Formen die Farben die Süße die Säure eben die andere Hälfte der Wahrheit Der Herzapfel meiner Urgroßmutter war der Frühe von Hanns und Apfelverkäufe brachten die Söhne durchs Studium Wenn mein Vater einen Apfel ißt macht er noch heute die Augen zu und ich habe das alles aufgeschrieben damit du davon erfährst Am selben Tag zur selben Stunde Entschied sich jemand nicht mehr zu sprechen nachdem er ganz normal in einem Hotelbett aufgewacht war sich geduscht gekleidet seinen Koffer gepackt hatte das Zimmer verließ zurückblickte zurückging die Vorhänge beiseite zog das Fenster öffnete das Zimmer abermals verließ die Tür vorsätzlich leise schließend die Treppe hinunterstieg und auf die Fragen Wünschen Sie Tee? Kaffee? Wie haben Sie geschlafen? nicht mehr antwortete

 

Wer bin ich

Im Kaufhof hat man bei Umtausch und Rückzahlung
der Kauf summe seinen Namen und seine Anschrift
preisgegeben
Ich würde auch gerne bei jedem Kauf meinen Namen
angeben aber noch will ihn niemand wissen
Dabei würde es die Arbeit – der Staatsschützer
zum Beispiel – doch erleichtern wenn Kaufhäuser
daran mitarbeiten würden wenn es darum geht zu
erkennen
wer ich bin

 
Hannelies Taschau (Hamburg, 26 april 1937)
Cover

 

De Nederlandse dichter en schrijver Theun de Vries werd geboren in Veenwouden op 26 april 1907. Zie ook alle tags voor Theun de Vries op dit blog.

Uit: Koningssage

“Wind had zich van de ruimte bemachtigd, sedert de dag was aangebroken. Ook in Radbod van Friesland raasde het bij dit afscheid.
Haastig, als opgejaagd, dreven de gebeurtenissen van het laatste jaar nogmaals door zijn gedachten: een snelle wisseling, waarvan hij nog niet herademd was.
En nu waren naar deze Deensche koningsburcht, waarop hij heel zijn leven had doorgebracht, mannen uit de Friesche gouwen gekomen: Beroald, Frieslands koning, was den dood des ouderdoms gestorven, en de wil der vrijen en edelingen had hèm, den zoon, den uitlandschen vreemden prins bijna, tot koning gekozen. Wéer was er een ommekeer in zijn leven gekomen, maar ditmaal verraderlijk onverwacht en overmachtig. Gansch zijn bestaan was veranderd. Wel had hij steeds geleefd met het onbewuste weten, dat hij eens terug zou moeten keeren naar het land, dat hij met kindertranen verlaten had, maar de dag van deze terugkeer was hem ver en onbekend gebleven; zoo onbekend en ver als die van den dood.
Nog, wanneer hij zich in trachtte te denken, hoe de nu voor hem weggelegde dagen moesten worden, leek het soms een grootsche waan, een begoocheling der zinnen, die zijn gedachten opjoeg tot enkel overaardsche verbeeldingen en plotseling ineen dreigde te kunnen storten.
Hier, op de burcht van zijn oom, den Denenkoning, was hij van stil, moederloos kind opgegroeid tot een vroolijken jager en wilden ruiter, die luchthartig en begeerig tevens de dagen aanvaardde. Hij had gestoeid met de landmeisjes bij den oogst en menigen avond was hij, groote knaap, naar buiten geslopen, in den geurigen zilten zeenacht. Dan kroop hij fluitend als een vogelaar, door den omtrek, langs de muren der lage hofsteden, waarachter hij een jonge en schoone boerendeerne wist, en hij ging niet eerder heen, voor hem op zijn welbekende minnewijs de kleine hofpoort was ontsloten, en hij twee warme lippen op de zijne en een heerlijk armenpaar om zijn hals voelde rusten, al de duistere, vochtige uren van den middernacht, tusschen de bloemen der aarde en de sterren des hemels.
Toen kwam Amara.
Zijn nicht was het, de prinses der Denen, een zingend, licht wezen op de donkere burcht. Sinds hij haar na haar kinderjaren plotseling met nieuwe oogen leerde zien, meende hij haar lief te hebben, en zocht met al de voortvarende en nimmer weerstreefde wil, die in hem was, haar wederliefde. Dikwijls had hij getracht, haar te weerhouden en te kussen, zooals hij de maagden in de keukens en dienstvertrekken deed, heerschzuchtig en zegebewust; maar deze bruid was hem te snel bij iedere gelegenheid. Eenmaal waagde hij het in haar toren door te dringen: toen was zij opgevlogen en had hem bevolen heen te gaan.”

 
Theun de Vries (26 april 1907 – 21 januari 2005)
Cover

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Hertha Kräftner werd geboren op 26 april 1928 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hertha Kräftner op dit blog.

 

Beschreibung eines Geliebten

Ein Fremdling unterm Weidenbaum, nur mir vertraut.
Dürstendes Tier, immer zitternd vor Unruh und Stärke.
Träume – wandeln durch sein schwarzes Blut –
wissen nichts von seinem Hirn;
nur sein Gefühl ahnt manchmal eine Treppe bis zum
Mond.
Ausgesetzt jener Liebe, die die Einsamen haben:
das Herz sich zu durchbohren
und aufzufädeln auf ein Haar,
das die Geliebte in der Leidenschaft verlor.
Und immer hungernd nach dem bitteren Geschmack
von gelben Blumen, verloren vor der Zeit.
Verirrte Bilder hinterm Lid…
Und manchesmal schreckt er sich süß vor einem Wort,
das andere ihm sagen, weil er darinnen spürt,
wie alles ihn vertreibt.
Dann tastet er nach einem Weidenbaum,
nur mehr vertraut der Trauer. Nicht mehr mir.


Hertha Kräftner (26 april 1928 – 13 november 1951)
Cover

 

De Duitse dichter, literatuurwetenschapper, jurist en politicus Johann Ludwig Uhland werd geboren in Tübingen op 26 april 1787. Zie ook alle tags voor Johann Uhland op dit blog.

 

Das Schifflein

Ein Schifflein ziehet leise
den Strom hin seine Gleise;
es schweigen, die drin wandern,
denn keiner kennt den andern.

Was zieht hier aus dem Felle
der braune Waidgeselle?
Ein Horn, das sanft erschallet;
das Ufer widerhallet.

Von seinem Wanderstabe
schraubt jener Stift und Habe
und mischt mit Flötentönen
sich in des Hornes Dröhnen.

Das Mädchen saß so blöde,
als fehlt’ ihr gar die Rede;
jetzt stimmt sie mit Gesange
zu Horn und Flötenklange.

Die Rud’rer auch sich regen
mit taktgemäßen Schlägen;
das Schiff hinunterflieget,
von Melodie gewieget.

Hart stößt es auf am Strande,
man trennt sich in die Lande:
“Wann treffen wir uns, Brüder,
auf einem Schifflein wieder?”

 

Abendwolken
Wolken seh ich abendwärts
Ganz in reinste Glut getaucht,
Wolken ganz in Licht zerhaucht,
Die so schwül gedunkelt hatten.
Ja! mir sagt mein ahnend Herz:
Einst noch werden, ob auch spät,
Wann die Sonne niedergeht,
Mir verklärt der Seele Schatten.

 

 
Johann Uhland (26 april 1787 – 13 november 1862)
Borstbeeld in Stuttgart

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Margreet van Hoorn (pseudoniem van Greta de Reus) werd geboren in Hoorn op 26 april 1922. Zie ook alle tags voor Margreet van Hoorn op dit blog.

 

Liedje

Ik bin ‘t, ik bin ‘t, ik bin ’t vergete,
Hoe was ‘t, hoe was ‘t, hoe was ’t ok weer?
Was ’t over de veugels, de bloeme, de kinders
de lachende velde, de veerte, de vlinders
de wolde, de wolke, de wind en nag meer?
Hoe was ‘t, hoe was ’t ok weer?

‘k Hew zocht nij dat liedje, dat woisie van vroeger
en wat ’t behelsde dat gong m’n verboi.
’t Was maar zo’n klointje, zo’n olek refrointje
en ’t maakte, ’t maakte m’n hartje zo bloi….

En as ik de moidjes en joonjes zien stoeie
en alles is lache en leven en licht,
den is ‘r opiens weer dat liedje van vroeger
dat kloine, dat foine, dat kindergedicht.

Ik bin ‘t, ik bin ‘t, ik bin ’t niet vergete
en blakert de zon over ’t laaiende land
den hoor ik, den voel ik, den zing ik met vader
’t lied van de molen, moin hand in zoin hand.

Den gloidt ‘r zo efkes ’n glimp van verlange
nij ’t leven dat wás en toch altoid zel zoin.
’t Lied van de liefde in honderde kleure
van woorde en zinne en hoimlek gebeure,
dàt lied met ’t ouwe refroin….

‘k Zoek oftig nij ’t woisie, dat dinkie van vroeger
en wat ’t vertelde begroipt ‘r gienien.
’n Hand in je hand en ’n lach langs je wange
voor moin, ja, voor moin toch allien.


Margreet van Hoorn (26 april 1922 – 18 maart 2010)

 

De Nederlandse dichter Leo Stilma werd geboren op 26 april 1953 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Leo Stilma op dit blog.

 

Kinderafdeling
voor Geertje

Je hoorde haar dood al grommen
als een boosaardige hond
tussen de ritselende papieren
en de lippen van de dokter.

Het leven loopt laf een blokje
om als zij naar buiten kijkt
en kinderen ziet hollen,
en dollen op de schommels

want binnen, op het grimmig blauw
beweegt schokkend haar levenslijn
aangevreten door vreemde beestjes
die niemand bij name kent.

De tijd loopt trekkebenend
door de gang, hij sart en tart
de eeuwigheid door zijn
dodelijke aanwezigheid

maar als hij weg is
weten we hem wel te vinden

de schoft

 
Leo Stilma (Hilversum, 26 april 1953)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s