Dave Eggers, Jenny Erpenbeck, Jack Kerouac, Henrike Heiland, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester, Gabriele d’Annunzio

 

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit:De monnik van Mokka (Vertaald door Koos Mebius)

“Mokhtar Alkhanshali en ik spreken af elkaar in Oakland te treffen. Hij is net terug uit Jemen, waar hij ternauwernood aan de dood is ontsnapt. Mokhtar is Amerikaans staatsburger, maar werd desondanks door de Amerikaanse overheid in de steek gelaten, waarna hij aan Saoedische bommen en Houthi-rebellen moest zien te ontkomen. Het land kon hij niet meer uit. De vliegvelden waren verwoest, en over de weg naar het buitenland ontkomen was onmogelijk. Er waren geen evacuatieplannen, er werd geen hulp geboden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten had duizenden Jemenitische Amerikanen aan hun lot overgelaten; ze zagen zich gedwongen op eigen houtje aan een blitzkrieg te ontsnappen – tienduizenden in de Verenigde Staten gefabriceerde bommen werden door de Saoedische luchtmacht boven Jemen afgeworpen.
Ik zit buiten bij de Blue Bottle Coffee aan Jack London Square op Mokhtar te wachten. Elders in de Verenigde Staten, in Boston, is een proces aan de gang waarin twee broers ervan worden beschuldigd een aantal bommen tot ontploffing te hebben gebracht tijdens de marathon van Boston, waarbij negen doden en honderden gewonden zijn gevallen. Hoog in de lucht boven Oakland houdt een politiehelikopter een staking van havenarbeiders in de Port of Oakland in de gaten. We schrijven 2015, veertien jaar na 11 september en het zevende jaar van Barack Obama’s presidentschap. Als land waren we na de paranoia van de periode-Bush in rustiger vaarwater gekomen; het opjagen en lastigvallen van Amerikaanse moslims was wel minder geworden, maar telkens als een moslim in de fout ging, laaide het vuur van de islamofobie weer een paar maanden op.
Als Mokhtar aan komt lopen, valt me op dat hij er ouder en rustiger uitziet dan de laatste keer dat ik hem zag. De man die daar zojuist uit zijn auto stapte draagt een beige broek en een paarse sweater. Hij heeft kort haar met gel erin en een kort, keurig sikje. Hij loopt opvallend kalm; terwijl zijn benen hem naar onze tafel op het trottoir brengen, beweegt zijn romp bijna niet. We schudden elkaar de hand, waarbij me aan zijn rechterhand een grote, rijk versierde zilveren ring opvalt, met daarin een opvallende robijnrode steen.”

 

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck werd geboren op 12 maart 1967 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Jenny Erpenbeck op dit blog.

Uit: Haare

„Im Bauch meiner Mutter sind mir lange schwarze Haare gewachsen, die zu Berge stehen, als ich auf die Welt komme. Es ist Frühling, und die Welt ist sehr hell. Ein schwarzes Haar nach dem andern kapituliert, fällt aus, fliegt davon, und überläßt blonden Geschwistern die Nachfolge auf meinem Kopf.
Als ich drei Jahre alt bin, steckt mein Vater mir noch Zöpfe aus Gras an, aber bald kann man meine Haare schon in zwei Büscheln zusammenfassen. Rechts und links über den Ohren stehen diese Büschel in einem Bogen von mir ab, wie Wasser, das aus einem Rohr kommt, entspringen sie einem Zopfhalter, der aussieht wie eine Kreuzung aus Margaritenblüte und Kronkorken. Bis ich fünf Jahre alt bin, werden meine Haare also gewaschen, gebürstet und gebüschelt, manchmal sogar schon geflochten. Warum es meiner Mutter ausgerechnet am Vorabend eines ersten Mai einfallen muß, sie kurz zu schneiden, weiß inzwischen niemand mehr. Heraus zum ersten Mai! Im Radio spielen sie Blasmusik. Den abgeschnittenen Zopf steckt meine Mutter zur Erinnerung in ein durchsichtiges Etui. Ich muß heraus zur Maidemonstration, aber zu Hause liegen fünfzehn Zentimeter von mir im gläsernen Sarg! An diesem Morgen defilieren Tausende an meinem kurzgeschorenen Kopf vorüber, sie zeigen mir ihre Zähne, sie lachen, nein, sie lachen mich aus, die ganze Stadt beugt sich über mich und streicht mir über den Kopf und lacht mich aus, selbst die Fahnen lachen, sie neigen sich über mich und lassen in einzigartiger Bosheit ihr langes rotes Haar in Wellen auf mich herabfallen.
Von diesem ersten Mai an will ich mindestens so dikke Zöpfe haben wie meine Cousine Heike. An deren Zöpfe kann sich rechts und links je ein Kind anhängen, dann dreht sie sich, und die Kinder fliegen. Meine Cousine Heike ist ein Karussell, ich will auch ein Karussell werden. Zu dieser Zeit sind die Haarbürsten mit den vielen einzelnen Borsten aus Plaste noch nicht erfunden, und einige Jahre später, als sie im Westen schon erfunden sind, erfahren wir nichts davon. Mit einem Kamm dauert das Auskämmen nach dem Haarewaschen zwei Stunden. Zwei Stunden sitze ich auf einem Hocker im Bad, ein Handtuch um die Schultern, und halte meiner Mutter den nassen Kopf hin, während diese ihre schwere Maischuld abbüßt, mein Haar in Strähnen unterteilt und Strähne für Strähne entfilzt. Einmal pro Woche geben wir uns auf diese Weise der Wiederherstellung der Pracht hin, zum Glück ist zu dieser Zeit die tägliche Haarwäsche noch nicht erfunden, und als sie im Westen schon erfunden ist, erfahren wir nichts davon.“

 

 
Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack Kerouac werd geboren op 12 maart 1922 in Lowell, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Zie ook alle tags voor Jack Karouac op dit blog.

Uit:On The Road (Vertaald door Guido Golüke)

“We stapten in Main Street uit de bus, wat in niets verschilde of je in Kansas City of Chicago of Boston uit de bus stapte- rode bakstenen, goorheid, types die langs schieten, trams die hopeloos in de ochtendschemering voorbij knarsen, het hoerenluchtje van de grote stad. En hier ging het helemaal mis met mijn geest. Ik begon dwaze paranoide visioenen te krijgen dat Teresa, of Terry – zo heette ze – een doodgewoon snolletje was dat de bus als haar arbeidsterrein had gekozen waar ze je dollars te pakken kreeg door afspraakjes te maken zoals dat van ons in Los Angeles, waar ze dan haar slachtoffer meenam om ergens te ontbijten, waar haar pooier wachtte om daarna naar een zeker hotel te gaan waar hij gemakkelijk toegang had met zijn pistool of weet ik veel. Ik heb haar dit nooit bekend. We aten ons ontbijt en een pooier zat maar aldoor naar ons te kijken; ik verbeeldde me dat Terry hem stilletjes oogjes gaf. Ik was moe en voelde me vreemd en verloren in een ver verwijderde, walgelijke plaats. De waanzin van een panische angst nam mijn gedachten over en deed me heel minnetjes handelen ‘Ken je die vent?’ zei ik. ‘Welke vent bedoel je, lieve?’ Ik liet het maar gaan. Ze was sloom en hele- maal in beslag genomen door al wat ze deed; ze deed lang over haar eten; ze kauwde langzaam en staarde voorzich uit, en rookte een sigaret, en praatte aan één stuk, en ik was net een verwilderd spook, koesterde argwaan bij alles wat ze deed en dacht dat ze tijd probeerde te winnen. Het was gewoon een ziekte-aanval. Ik zweette toen we hand in hand de straat afliepen. Het eerste het beste hotel dat we tegenkwamen had een kamer en voor ik het wist had ik de deur op slot gedaan en zat ze op bed haar schoenen uit te trekken. Ik kuste haar schuchter. Maar beter dat ze er nooit achterkwam. Ik wist dat we om onze zenuwen te kalmeren whisky nodig hadden, vooral ik. Ik ging naar buiten en scharrelde wel twaalf blokken door tot ik aan een krantenkiosk een half litertje whisky kon kopen. Ik rende terug, een en al energie. Terry was in de badkamer haar gezicht aan het opmaken. Ik schonk een enorme plens in een waterglas en we namen om de beurt een slok. O, het was fijn en verrukkelijk en die hele akelige reis van me waard. Ik stond achter haar bij de spiegel en zo dansten we de badkamer door. Ik begon over mijn kennissen in het oosten te praten. Ik zei: ‘Je moest Dorie leren kennen, een pracht van een meid.”

 

 
Jack Kerouac (12 maart 1922 – 21 oktober 1969)
Cover 

 

 

De Duitse schrijfster Henrike Heiland werd geboren op 12 maart 1975 in Solms. Zie ook alle tags voor Henrike Heiland op dit blog.

Uit: Von wegen Traummann!

(Sie telefonierte sonst nie so lange mit mir. Nur wenn er da war.) Frank schickte zu meinem Geburtstag ein Meer aus roten Rosen, und zum Einjährigen schenkte er mir Champagner und diese entsetzlich teure Handtasche, die ich mir schon so lange gewünscht hatte, aber niemals selbst hätte leisten können. Selbstverständlich war er auch im Bett große Klasse. Es war hingegen gar nicht selbstverständlich, dass er ausgerechnet mit mir zusammen war.
War er in Wirklichkeit auch gar nicht. Seit eineinhalb Jahren trafen wir uns regelmäßig einmal in der Woche zu diesen Wein-Blumen-Essen-Sex-Abenden, manchmal blieb er auch über Nacht, aber das war selten. Frank war nämlich verheiratet.
Es gibt so eine Phase im Leben vieler Frauen, zu denen auch ich gehörte, in der es uns egal ist, ob ein Mann verheiratet ist. Es ist uns nicht nur egal, wir finden es sogar großartig. Wir verdienen unser eigenes Geld und leben in unserer eigenen Wohnung, wir müssen uns von niemandem anhören, dass Nagellackentferner auf dem Küchentisch nichts zu suchen hat, dass die “Vogues” und “Cosmos” und “Brigittes” der letzten fünf Monate in einen Zeitungsständer gehören und dass unser Fernseher nicht den neuesten technischen Standards entspricht. Oder dass Schuhkartons nicht der richtige Ort für Steuerunterlagen sind. (Sie sind es.) Dass kein Mensch zwanzig Sonnenbrillen braucht und dass wir nicht jeden Tag netto fünfundvierzig Minuten mit Schlüsselsuchen verbringen müssten, hätten wir ein Schlüsselbrett im Flur. Deshalb sind verheiratete Männer genau das Richtige: Sie gehen wieder zu ihren uninteressanten Frauen, mit denen sie seit ungefähr siebeneinhalb Jahren keinen Sex mehr hatten (oder wie alt ihre Kinder auch immer sein mögen), und terrorisieren diese mit ihren Schlüsselbrettern. Wir können sogar mit einem anderen Mann eine Nacht verbringen – er würde es nie erfahren, und wir müssten es ihm nicht einmal erzählen. Wir müssten auch kein schlechtes Gewissen haben, denn woher wissen wir zuverlässig, dass er wirklich nicht mehr mit seiner Ehefrau schläft? Hat man eine Affäre mit einem verheirateten Mann, dann ist man Single, ohne wirklich Single zu sein, und bekommt aus beiden Welten das Beste.“

 

 
Henrike Heiland (Solms, 12 maart 1975)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

How Palestinians Keep Warm

Choose one word and say it over
and over, till it builds a fire inside your mouth.
Adhafera, the one who holds out, Alphard, solitary one,
the stars were named by people like us.
Each night they line up on the long path between worlds.
They nod and blink, no right or wrong
in their yellow eyes.
Dirah, little house,
unfold your walls and take us in.

My well went dry, my grandfather’s grapes
have stopped singing. I stir the coals,
my babies cry. How will I teach them
they belong to the stars?
They build forts of white stone and say, “This is mine.”
How will I teach them to love Mizar, veil, cloak,
to know that behind it an ancient man
is fanning a flame?
He stirs the dark wind of our breath.
He says the veil will rise
till they see us shining, spreading like embers
on the blessed hills.

Well, I made that up. I’m not so sure about Mizar.
But I know we need to keep warm here on earth
And when your shawl is as thin as mine is, you tell stories.

 

 

Alaska

The phone rang in the middle of the Fairbanks night and was always a
wrong number for the Klondike Lounge. Not here, I’d say sleepily. Different
place. We’re a bunch of people rolled up in quilts. Then I’d lie awake
wondering, But how is it over there at the Klondike? The stocky building
nestled between parking lots a few blocks from our apartment like some
Yukon explorer’s good dream of smoky windows and chow. Surely the
comforting click of pool balls, the scent of old grease, flannel, and steam.
Back home in Texas we got wrong numbers for the local cable TV
company. People were convinced I was a secretary who didn’t want to
talk to them. They’d call four times in a row. Sir, I eventually told a
determined gentleman, We’ve been monitoring your viewing and are sorry to
report you watch entirely too much television. You are currently ineligible for
cable services. Try reading a book or something. He didn’t call back. For the
Klondike Lounge I finally mumbled, Come on over, the beer is on us.

 

 
Naomi Shihab Nye (St. Louis,12 maart 1952)
 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Carl Hiaasen werd geboren op 12 maart 1953 in Plantation, Florida. Zie ook alle tags voor Carl Hiaasen op dit blog.

Uit: Dance of the Reptiles

« Florida needs a special prison for tourists.
Not all tourists—just the ones who trash the place, rob, shoplift, vandalize, drive drunk, assault the cops, puke in the alleys, pee in the medians, and so on.
For some reason, Memorial Day brings out these troglodytes in droves.
This year it was South Beach that got the full treatment, but outbreaks of mayhem occur all over the state.
Maybe it’s time to stop worrying about crimes committed against tourists and do something about the crimes committed by tourists.
As it stands, rampaging visitors are tossed in jail with local criminals. This plainly is cruel and unusual punishment, and it’s only a matter of time before the criminals file a class-action suit.
Nobody deserves to be locked in a cell with obnoxious, whiny, ill-clad tourists. Such sociopaths belong in an institution of their own, a mini-Raiford specializing in hard-nosed discipline and social graces.
In fact, the entire justice system should recognize and deal with the uniquely repulsive nature of tourist misbehavior.
Say you’re driving through the Keys and some dork in a neon-blue rental yells, “Yee-haw!” and hurls an empty Southern Comfort bottle off the Bahia Honda Bridge. Under current statutes, that’s good for a wimpy charge of littering. It doesn’t even rate any jail time, only a piddling $50 fine.
You want deterrence? Put fangs in the law. Let the police snatch the boor off the highway and drag his sorry butt straight to Tourist Court. Same goes for the drunks, stoners, and public urinators.
Tourist Court should be set up sort of like Drug Court, only not as lenient. The judges would come from smaller venues, such as Kissimmee, Key West, Naples; places that get a rush of visitors yet still have a vestige of hometown pride. »

 
Carl Hiaasen (Plantation, 12 maart 1953)

 

 

De Amerikaanse schrijver Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit:Who’s Afraid of Virginia Woolf?

“GEORGE (Ostensibly a pleased recognition of HONEY and NICK, but really satisfaction at having MARTHA’S explosion over-heard) Ahhhhhhhhh!
MARTHA (A little too loud . . . to cover) Hi! Hi, there … c’mon in!
HONEY and NICK (ad lib) Hello, here we are … hi .. . etc.
GEORGE (Very matter-of-factly) You must be our little guests.
MARTHA Ha, ha, ha, HA! Just ignore old sour-puss over there. C’mon in, kids … give your coats and stuff to sour-puss.
NICK (Without expression) Well, now, perhaps we shouldn’t have come….
HONEY
Yes … it is late, and….
MARTHA Late! Are you kidding? Throw your stuff down anywhere and c’mon in.
GEORGE (Vaguely . . . walking away) Anywhere . . . furniture, floor . . . doesn’t make any difference around this place.
NICK (To Honey) I told you we shouldn’t have come.
MARTHA (Stentorian) I said c’mon in! Now c’mon!
HONEY (Giggling a little as she and NICK advance) Oh, dear.
GEORGE (Imitating HONEY’S giggle) Hee, hee, hee, hee.
MARTHA (Swinging on GEORGE) Look, muckmouth … you cut that out!
GEORGE (Innocence and hurt) Martha! (To HONEY and NICK) Martha’s a devil with language; she really is.
MARTHA Hey, kids . . . sit down. HONEY (As she sits) Oh, isn’t this lovely!
NICK (Perfunctorily) Yes indeed … very handsome.”

 

 
Edward Albee (Washington DC, 12 maart 1928)
Scene uit een opvoering in Santa Rosa, 2010

 

 

De Nederlandse dichter De Schoolmeester (Gerrit van de Linde) werd geboren op 12 maart 1808 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor De Schoolmeester op dit blog.

 

Baanvegerslied

Leg reis aan! leg reis aan!
’t Leven is een gladde baan.
Bittere borrels of melk en saffraan!
– Vegertje, bind mij mijn schaatsjes eens aan. –
‘k Heb het voor grotere lui wel gedaan.
Leg reis aan!
Bittere borrels of melk en saffraan!

– Vegertjelief, hoe leg ik het aan?
Vegertje! ‘k ben hier voor ’t eerst op de baan. –
Wil je niet zitten, dan moet je maar staan,
net als je ’t daaglijks in ’t leven ziet gaan.
Leg reis aan!
Bittere borrels of melk en saffraan.
’t Leven is een gladde baan.
Bitter en zoet uit eenzelfde kraan.
Leg reis aan! leg reis aan!

 

 

De ezel

Een ezel is een heer met een staart,
Die hij van achteren draagt, als een paard.
Het verschil tussen ezels en geleerde doktoren
Zit hem soms minder in ’t hoofd dan wel in de oren.

 

 

Op natte hondeneus

Waarom is een hond
Toch zo gezond? –
Die er niet op gevat is,
Zegt: ‘Omdat zijn neus zo nat is.’
Doch iemand die logica leert,
Zegt terstond: ”t is juist omgekeerd.’

 

 
De Schoolmeester (12 maart 1808 – 27 januari 1858)
Cover

 

 

De Italiaans schrijver, dichter en politicus Gabriele d’Annunzio werd geboren in Pescara op 12 maart 1863. Zie ook alle tags voor Gabriele d’Annunzio op dit blog.

Uit: The Triumph of Death (The drowned boy, vertaald door Thomas Walsh)

“. . Other people joined the group, gazed with cold curiosity, then lingered or passed on. A crowd occupied the railroad embank-ment, another gathered on the crest of the promontory, as if at a spectacle. Children, seated or kneeling, played with pebbles, toss-ing them into the air and catching them, now on the back and now in the hollow of their hands. They all showed the same profound indifference to the presence of other people’s troubles and of death. Another woman joined the group on her way home from mass, wearing a dress of silk and all her gold ornaments. For her also the harassed custodian repeated his account, for her also he indi-cated the spot in the water. She was talkative. “I am always saying to my children, Don’t you go into the water, or I will kill you!’ The sea is the sea. Who can save himself ?” She called to mind other instances of drowning; she called to mind the case of the drowned man with the head cut off, driven by the waves all the way to San Vito, and found among the rocks by a child. ” Here, among these rocks. He came and told us, There is a dead man there.’ We thought he was joking. But we came and we found. He had no head. They had an inquest; he was buried in a ditch; then in the night he was dug up again. His flesh was all mangled and like jelly, but he still had his boots on. The judge said, ‘See, they are better than mine!’ So he must have been a rich man. And it turned out that he was a dealer in cattle. They had killed him and chopped off his head, and had thrown him into the Tronto.” . . . She continued to talk in her shrill voice, from time to time sucking in the superfluous saliva with a slight hissing sound. “And the mother ? When is the mother coming ?”

 

 
Gabriele d’Annunzio (12 maart 1863 – 1 maart 1938)
Hier met Benito Mussolini (links) in 1925 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 maart 2007 en ook mijn blog van 12 maart 2008 en eveneens mijn blog van 12 maart 2009.