Herman de Coninck, Tom van Deel, Jonathan Safran Foer, Hans Andreus, David Avidan, Chuck Palahniuk, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

 

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Kleurenstudie

En de zwarte kraai kwam
van over de zeven bergen gevlogen en
bracht een brief in z’n bek:

een zwarte omslag met een zwart
kaartje er in waarop in witte
letters het woord ‘zwart’.

Zo donker is de nacht van de dood
en zo wit is onze schrik.

 

 

Om echt te lezen

Om echt te lezen
moet je alle lichten uit doen,
woorden houden van duisterheid
zoals het beeld houdt van de donkere kamer.
Onder hen beiden zouden ze zonder geluid
te maken de wereld kunnen vervangen.

 

 

Alles deed pijn

Alles deed pijn. Twee uur lang in kleren
gehesen worden deed pijn. Zijn vrouw zijn
deed pijn, lachen deed pijn, grijnzen al minder,
moed niet. Moed wordt ervan gemaakt

zoals een vuist van vijf vingers.
En verdriet is die vuist weer opendoen.

Sterven doe je alleen.
Niet sterven ook.

Dood zijn doe je met twee
Achterblijven ook.

 

 
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)
Cover

 

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Tom van Deel werd geboren in Apeldoorn op 21 februari 1945. Zie ook alle tags voor Tom van Deel op dit blog.

 

Nesten van Vincent

De vogelnesten die hij gretig binnenhaalde,
dertig op voorraad in een hoek van het atelier,
uit hun natuur heeft hij ze omgeschapen tot
stilleven en tegen zwarte achtergrond lichtend
vertoond, zoals ook aardappel, pompoen of peer.
Studies in gebruik van kleur, schreef hij z’n broer:
begin met slaafs natuur te volgen, eindig dan
met uit palet te scheppen de natuur die volgt.
Kunst is vogelnest – voorgoed voorbij bewoning.

 

 

Nu het nog licht is

Nu het nog licht is zou ik graag
een ander willen zijn, een haas
die zich een hoed opzet en man wordt.
Door spiegel wil ik gaan, raadsels
van aangezicht tot aangezicht
bezien, en weten dat ik niet alleen
een haas ben maar in ’t licht van deze
spiegeling een man met hoed, een ander
dan men kent, niet bang voor jagers
of voor strikken, mijn eigen jagers zelfs
mijn eigen strik verschijnt daar
in het lacht als man met hoed.

 

 
Tom van Deel (Apeldoorn, 21 februari 1945)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer werd geboren in Washington D.C. op 21 februari 1977. Zie ook alle tags voor Jonathan Safran Foer op dit blog.

Uit: Hier ben ik (Vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman)

„Toen de verwoesting van Israël begon, twijfelde Isaac Bloch of hij zelfmoord zou plegen of naar het Joods Tehuis verhuizen. Hij had in een appartement gewoond met boeken tot het plafond en kleden die dik genoeg waren om dobbelstenen in te verbergen, toen in anderhalve kamer met een vloer van aangestampte aarde; op bosgrond onder onverschillige sterren; onder de vloer bij een christen die een halve wereld en eeuw daarna een boom zou laten planten om zijn rechtschapenheid te gedenken; in een gat in de grond, zoveel dagen achtereen dat hij zijn knieën nooit meer helemaal heeft kunnen strekken; te midden van zigeuners, partizanen en min of meer fatsoenlijke Polen in doorgangs-, vluchtelingen- en statenlozenkampen; op een bootje met een fles met een boot erin die een slapeloze agnosticus daar op wonderbaarlijke wijze in had gebouwd; aan de overkant van een oceaan die hij nooit helemaal zou oversteken, boven een stuk of zes kruidenierswinkels die hijzelf met bloed, zweet en tranen had opgebouwd en met een kleine winst had verkocht; naast een vrouw die de sloten op de deur controleerde totdat ze ervan kapotgingen en op haar tweeënveertigste van ouderdom stierf zonder dat ooit een prijzende lettergreep haar strot had verlaten, maar de cellen van haar vermoorde moeder deelden zich nog steeds in haar hersenen; en ten slotte, de laatste kwarteeuw, in een huis met een souterrain in Silver Spring waar het zo stil was als in een sneeuwbol en waar vijf kilo Roman Vishniac op de salontafel lag te vergelen, Enemies, a Love Story in kwaliteit achteruit zat te gaan in de laatste nog werkende vhs ter wereld en een bak eiersalade zichzelf in vogelgriep omzette in een ijskast gemummificeerd in foto’s van prachtige, geniale, tumorloze achterkleinkinderen.
Duitse hoveniers hadden Isaacs stamboom helemaal tot op de Galicische bodem teruggesnoeid. Maar met geluk, intuïtie en wilskracht en zonder hulp van boven had hij de wortels naar de straten van Washington overgeplaatst en tijd van leven gehad om hem weer te zien uitbotten. En tenzij Amerika zich tegen de Joden keerde – totdat, corrigeerde zijn zoon Irv dan – zou de boom blijven groeien en bloeien. Tegen die tijd zou Isaac natuurlijk allang weer in een gat in de grond zitten. Zijn knieën kreeg hij nooit meer recht, maar op zijn onbekende leeftijd, met onbekende krenkingen wie weet hoe nabij, werd het tijd zijn Joodse vuisten niet meer te ballen en toe te geven dat het eind was begonnen. Het verschil tussen toegeven en accepteren is depressie.”

 

 
Jonathan Safran Foer (Washington, 21 februari 1977)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaschrijver Hans Andreus werd geboren in Amsterdam op 21 februari 1926. Zie ook alle tags voor Hans Andreus op dit blog.

 

Vreemd lichaam

Drank – en later een vreemd lichaam:
mijn handen blijven tedere snelle
werktuigen;
mijn mond denkt aan iets anders.

Mijn mond, mijn hele lichaam denkt:
het goede lichaam, het vertrouwde
is hier niet.
Het woont weer in een te zachtgroen land:
gras dat lispelt,
gelogen bloemen.

En hier dit vreemd maar natuurlijk toch
eenzaam lichaam tegen mij aan:
wanneer de morgen komt,
sla ik mijn ogen ervoor neer
en slaap maar
en slaap.

 

 

De drie vliegen

Er zaten eens drie vliegen
Om het hardst te liegen,
Buiten op een balkon,
Luierend in de zomerzon.

De eerste zei: ‘Met deze poot
Sloeg ik vijf olifanten dood.’

De tweede zei: ‘Ik vlieg zo vlug,
In ’n uurtje naar Afrika en terug.’

De derde zei: ‘Ik vlieg zo hoog,
Nog hoger dan de regenboog.’

Toen werd ’t wat kil en ’t waaide wat
De vliegen riepen: ‘Voel je dat!’

En vlogen gauw het huis weer binnen
Om daar nóg meer leugens te verzinnen.

 

 
Hans Andreus (21 februari 1926 – 9 juni 1977) 

 

 

De Israëlische dichter, schrijver, schilder en filmmaker David Avidan werd geboren op 21 februari 1934 in Tel Aviv. Zie ook alle tags voor David Avidan op dit blog.

 

Urgently Have To Give Myself

I urgently have to give myself additional opportunities now,
leave previous contingencies which have been implemented,
move toward new innovative opportunities, open possibilities.
At a certain stage I stopped supplying this vital need to myself.
I remembered only previous shipments, huge and abundant
and I innocently thought that the store of possibilities would never end.
I didn’t think about myself in conventional industrial concepts,
and so I supplied the raw material and the production plans at the same time.
Now delivery begins – one, two, three.
On trains and planes and cargo ships and semi-trailer trucks.
I supply myself with additional possibilities that won’t run out so fast.
I open hidden doors for myself and pass through them.
I signal the new options to reach me at record speed.

I urgently have to give myself additional opportunities now,
The earlier opportunities were more or less used up earlier.
My writing flows, and I meet nearly every challenge,
but that’s not what I’m looking for, I’m looking for new opportunities.
I’ll find them, don’t worry, I’ll find them.
They are waiting for me on my doorstep, they are waiting for me.
They know everything they have to about me – they have all the data.
They operate according to the data they have and according to essential information.
They are looking for me the way I look for them,
because I am their possibility just as they are my possibilities.

 

 

Microfilm

Everything’s miniature, like microfilm.
And at the hour of need – enlarged.
It could have worked for us too.

The world is filled with creatures which are too large
and not always useful and not always necessary.
What’s so bad about miniaturizing people and their belongings
and enlarging them at the hour of our need.

Keep them in mind big, taking up space.
Keep them in mind jumping toward the basket.
Keep them in mind, their equipment and objects.
But keep them in mind small, until the proper time.

We haven’t got the mental power
to shrink and at the same time believe
that we’ll grow at the hour of need.
We’re afraid we won’t return from the journey
toward miniaturization.
We want to maintain our territoriality
to use and as a special option.

And so there’s no mini-future for humankind,
no micro-future for humankind, which doubts.
People don’t have the rare prowess
to contract and attack when the time comes.

 

Vertaald door Lisa Katz

 

 
David Avidan (21 februari 1934 – 11 mei 1995)

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Chuck Palahniuk werd geboren op 21 februari 1962 in Pasco, Washington. Zie ook alle tags voor Chuck Palahniuk op dit blog.

Uit: Fight Club

“Sob’s big arms were dosed around to hold me in-side, and I was squeezed in the dark between Bob’s new sweating tits that hang enormous, the way we think of God’s as big. Going around the church basement full of men, each night we met: this is Art, this is Paul, this is Bob; Bob’s big shoulders made me think of the hori-zon. Bob’s thick blond hair was what you get when hair cream calls itself sculpting mousse, so thick and blond and the part is so straight. His arms wrapped around me, Bob’s hand palms my head against the new tits sprouted on his barrel chest. “It will be alright,” Bob says. “You cry now.” From my knees to my forehead, I feel chemical reactions within Bob burning food and oxygen. “Maybe they got it all early enough,” Bob says. “Maybe it’s just seminoma. With seminoma, you have almost a hundred percent sur-vival rate. »
Bob’s shoulders inhale themselves up in a long draw, then drop, drop, drop in jerking sobs. Draw themselves up. Drop, drop, drop. I’ve been coming here every week for two years, and every week Bob wraps his arms around me, and I cry. “You cry,” Bob says and inhales and sob, sob, sobs. “Go on now and cry.” The big wet face settles down on top of my head, and I am lost in-side. This is when I’d cry. Crying is right at hand in the smothering dark, closed inside someone else, when you see how everything you can ever accomplish will end up as trash. Anything you’re ever proud of will be thrown away. And I’m lost inside. This is as close as I’ve been to sleeping in almost a week. This is how I met Marla Singer. Bob cries because six months ago, his testicles were removed. Then hormone support therapy. Bob has tits because his testosterone ra-tion is too high. Raise the testosterone level too much, your body ups the estrogen to seek a balance. This is when I’d cry because right now, your life comes down to nothing, and not even nothing, oblivion. Too much estrogen, and you get bitch tits. It’s easy to cry when you realize that everyone you love will reject you or die.”

 

 
Chuck Palahniuk (Pasco, 21 februari 1962)
Brad Pitt als Taylor Durden in de film “Fight Club” uit 1999

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

Uit: The Quest

 

IX. The Tower

This is an architecture for the old;
Thus heaven was attacked by the afraid,
So once, unconsciously, a virgin made
Her maidenhead conspicuous to a god.

Here on dark nights while worlds of triumph sleep
Lost Love in abstract speculation burns,
And exiled Will to politics returns
In epic verse that makes its traitors weep.

Yet many come to wish their tower a well;
For those who dread to drown, of thirst may die,
Those who see all become invisible:

Here great magicians, caught in their own spell,
Long for a natural climate as they sigh
“Beware of Magic” to the passer-by.

X. The Presumptuous

They noticed that virginity was needed
To trap the unicorn in every case,
But not that, of those virgins who succeeded,
A high percentage had an ugly face.

The hero was as daring as they thought him,
But his pecular boyhood missed them all;
The angel of a broken leg had taught him
The right precautions to avoid a fall.

So in presumption they set forth alone
On what, for them, was not compulsory,
And stuck half-way to settle in some cave
With desert lions to domesticity,

Or turned aside to be absurdly brave,
And met the ogre and were turned to stone.

 

 
W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
Hier met collega dichter Chester Kallman (rechts) in Venetië in 1961

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Laure Limongi werd geboren op 21 februari 1976 in Bastia (Corsica). Zie ook alle tags voor Laure Limongi op dit blog.

Uit: Fonction Elvis

« Gladys adore son fils. Gladys pleure son fils. Le drame d’un hoquet de l’histoire. En écho strict. C’est écrit.
Mais c’est le même visage. Colombe blanche de l’aube.
Un paradoxe ou une image, la beauté convoitée.
Contrairement à d’autres Indiens, Morning Dove White pose, pose devant les machines des Blancs, ne craignant pas les flashes, persuadée qu’ils accomplissent enfin un serment fait à son peuple : « Tu as promis que nos enfants auraient tant de métal d’argent qu’en se regardant les uns les autres, ils paraîtraient aussi éclatants que le soleil levant… » Elle est convaincue que c’est là le sens de la nouvelle Amérique, la leur. L’image. Le don d’une culture, qui est d’argent. Et la répétition. Le charme velouté de sa peau résiste à la longueur de la pose, conserve la fraîcheur de l’aube. (Un général ajoute que l’éclat unique de l’or divertit tellement l’œil qu’il fait oublier l’odeur du sang.
Sans compter l’imagination.) Et elle met des enfants au monde, comme aujourd’hui sa descendante. Destinées errantes élevées de pauvreté, de rudesse, de rêves et d’espoirs. Le temps de plusieurs révolutions complètes “.

 

 
Laure Limongi (Bastia 21, februari 1976)
Elvis Presley

 

 

De Nederlandse schrijver Justus van Effen werd geboren in Utrecht op 21 februari 1684. Zie ook alle tags voor Justus van Effen op dit blog.

Uit: No. 9. Den 15. October 1731. De Hollandsche Spectator.

“Wanneer ik my onlangs verlustigde met in dat gewoel en gedruisch, verwekt door eene zamenvloed van bewoonders der meeste waerelds deelen, de noch standhoudende grondslag van Neerlandsch welvaaren, en uitgestrekte macht te bespeuren; hechte ik voornamentlyk myne aandacht op eene zeekere hoek, alwaar onder geringe kleederen crediet en onder eenvoudige wezens en gebaarden, verstand en oordeel schuilden. Doch op die plaats wat heen en weer tredende, vond ik my met de hand een weinig te rug gehouden, door een persoon die my vry koeltjes toevoegde: Zoo dicht hier niet by, als ’t je geliefd, jy vrind met je rappier; ik heb daar zo aanstonds al een heele scheur in myn kleeren gekreegen, en ik vrees dat myn koussen ‘er ook aan zullen moeten gelooven. Ik wou doch wel eens weeten wat al die deegens hier op de Beurs doen? Hoewel ik de eer niet heb een Koopman te zyn, vond ik die berisping, schoon wat ruw, niet ongegrond, en zonder te antwoorden, dacht ik raadzaam my elders heen te begeven; doch in het doordringen, ’t welk niet geschiede, zonder myne heenen eenigzins te beschadigen, bespeurde ik waarlyk, dat indien de Beurs was bestormt geworden, het aan middelen van verdeediging niet zoude hebben ontbrooken. ’t Was ook niet moeyelyk voor my te bemerken, dat veel dezer gewapende wezentlyk zich met den Handel bemoeyden; en niet, gelyk ik, door nieuwsgierigheid alleen, derwaards waren getrokken. Hier op herhaalde ik in my zelve, ’t geen ik zelf zo aanstonds had moeten hooren; Wat hebben al die deegens doch op de Beurs van nooden? Zouden die Heeren, dacht ik, zich hunne loffelyke Professte wel schaamen? Is het zo met de zaak gelegen, zo hoeft men zich over d’algemeene klachten, wegens ’t verval des Koophandels niet zeer te verwonderen. Ik ging verder, en dewyl dikwils, door ’t geringste voorval, de reden, die door de gewoonte als in de slaap gewiegd is, word opgewekt, vroeg ik my zelve, waarom ik doch met het rapier op de zyde voor den dag kwam?”

 

 
Justus van Effen (21 februari 1684 – 18 september 1735)
Amsterdam, koopmansbeurs – Frederick de Wit, ca. 1690

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn blog van 21 februari 2017 en ook mijn blog van 21 februari 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 21 februari 2007 en ook mijn blog van 21 februari 2008 en eveneens mijn blog van 21 februari 2009.