P. C. Boutens, David Nolens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

Sonnet II

Hemel, eindloos blauw lokkend zieleweiland, –
Zee, die in zon- en maanstilte of wolkdonderen
Aandrijft de veelheid der wereldsche wonderen
Wier vrije vlotte vloot bij ieder tij landt,
Zie ons, bleek menschdom, uit ons eng afzonderen
Op dit uw zielenvol dagegroen eiland,
Als slaven naar hun overzeesch en vrij land,
Wringen ons handen van vervoerings vlonderen:

Diep in een ouden droom die altijd weêrkomt,
Ligt opgetrokken aan den havenkant
Vleugelen boot waarmeê we eens zijn geland
Als zon en maan en sneeuw en regen neêrkomt, –
Tot laten einddroom wanneer ge openbreidt:
Windbreede vaart naar alle oneindigheid.

 

Sonnet VIII

Kom: ik ben enkel lust en lieflijkheid,
Een zilvervolle hof altijdig ooft,
Waar knop en bloesem eeuwge vrucht belooft,
Een levend maal op ieder uur bereid.

En waar het hart der stilte welft en spreidt,
Aardkoele woon doorluchtig overloofd,
Houdt zon en maan om Uw hoog-heerlijk hoofd
Haar gulde’ afspraken tot in eeuwigheid.

O kom: geen weet het enge steile pad
Dat door de bergen naar den wijngaard leidt,
Dan Gij alleen en die den hof geplant heeft:
God, die eens zeker komt te Zijner tijd
En streng-rechtvaardig U de tienden schat
Van vele aardsche oogsten die Hij U verpand heeft.

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

Negende strofe

Daar is niet éen die eenzaam gaat als ik,
en geen der andren draagt zijn harts geheim –
dit donker zaad dat zwelt naar lichten bloei,
dit stomme leed dat hijgt naar luid geluk –
in zulk een klem van onverbreekbaar zwijgen.
Want als een kind, in vroegste jeugd verdoold
naar een ver land, moeder en moedertaal
alleen nog weet als felbewust gemis,
ergens achter den bleeken horizon
een lang verloren onbereikbren schat;
en als zijn hart in druk van smart of vreugd
zich uit moet spreken aan een ander hart,
keert het vreemd woord in ledige echo weder,
ijdel en dood zoodra zijn mond het sprak -:
zóo, waar ik door de lichte volten dwaal
van dit ontelbaar levendschoone volk,
wenken van de overzij der dubble stilte
oogen alzijds mijn oogen als gelijken,
en mijn hart bonst in luideloozen zang;
maar als mijn schuwe groet hun nadertreedt,
en van hun lippen ruischt het helder antwoord,
dan voel ik hoe ik nimmer halen zal
den simplen aanslag van dien heemschen toon,
en ’t teedre lied blijft op mijn lippen stom…
En andren onderwijl, als duistre schimmen,
met oogen achter schaduwmom versmeuld,
sluipen en duiken door het dichtst gewoel,
en vaak benadert mij hun half gebaar
als een dof grijnzen: ‘gij zijt éen van ons’ –
en van hun lippen valt een heesch gefluister,
een taal waarin geen schepsel zingen kan,
maar waarvan iedre klank mijn hart doorpriemt
en ieder woord mijn diepste wezen schokt,
en tranen wellen, die mijn oogen branden…
O daar is geen die eenzaam gaat als ik!

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portret door Willem van Konijnenburg, 1914

Doorgaan met het lezen van “P. C. Boutens, David Nolens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, Georges Bernanos, William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle”

Sally Rooney

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Haar vader werkte voor Telecom Éireann, terwijl haar moeder een kunstencentrum runde; ze heeft ook een oudere broer en een jongere zus. Rooney studeerde Engels aan het Trinity College in Dublin. Ze begon later aan een Masters in politicologie aan dezelfde universiteit, maar voltooide deze niet en behaalde in plaats daarvan een graad in Amerikaanse literatuur. Ze was de beste spreker op de Europese universitaire debatkampioenschappen in 2013. Voordat ze schrijver werd werkte ze voor een restaurant. Rooney schreef haar eerste roman op 15-jarige leeftijd, maar had daar later geen goed woord voorover. Ze voltooide haar debuutroman, “Conversations with Friends”, terwijl ze nog studeerde voor haar Masters in Amerikaanse literatuur. Ze schreef de 100.000 woorden van het boek in 3 maanden tijd. Rechten voor het boek werden uiteindelijk verkocht naar 12 landen. Het boek werd genomineerd voor de 2018 Swansea University International Dylan Thomas Prize, en de Folio Prize van 2018. In maart 2017 werd haar korte verhaal “Mr Salary” genomineerd voor de Sunday Times EFG Private Bank Short Story Award. Haar tweede roman, “Normal People”, werd gepubliceerd in 2018. In juli 2018 stond het op de longlist voor de Man Booker Prize van dat jaar en won de “Irish Novel of the Year” bij de Irish Book Awards.

Uit: Conversations With Friends

“Bobbi and I first met Melissa at a poetry night in town, where we were performing together. Melissa took our photograph outside, with Bobbi smoking and me self-consciously holding my left wrist in my right hand, as if I was afraid the wrist was going to get away from me. Melissa used a big professional camera and kept lots of different lenses in a special camera pouch. She chatted and smoked while taking the pictures. She talked about our performance and we talked about her work, which we’d come across on the internet. Around midnight the bar closed. It was starting to rain then, and Melissa told us we were welcome to come back to her house for a drink.
We all got into the back of a taxi together and started fixing up our seat belts. Bobbi sat in the middle, with her head turned to speak to Melissa, so I could see the back of her neck and her little spoon-like ear. Melissa gave the driver an address in Monkstown and I turned to look out the window. A voice came on the radio to say the words: eighties . . . pop. . . classics. Then a jingle played. I felt excited, ready for the challenge of visiting a stranger’s home, already preparing compliments and certain facial expressions to make myself seem charming.
The house was a semi-detached red-brick, with a sycamore tree outside. Under the streetlight the leaves looked orange and artificial. I was a big fan of seeing the insides of other people’s houses, especially people who were slightly famous like Melissa. Right away I decided to remember everything about her home, so I could describe it to our other friends later and Bobbi could agree.
When Melissa let us in, a little red spaniel came racing up the hall and started barking at us. The hallway was warm and the lights were on. Next to the door was a low table where someone had left a stack of change, a hairbrush and an open tube of lipstick. There was a Modigliani print hanging over the staircase, a nude woman reclining. I thought: this is a whole house. A family could live here.
We have guests, Melissa called down the corridor. No one appeared so we followed her into the kitchen. I remember seeing a dark wooden bowl filled with ripe fruit, and noticing the glass conservatory. Rich people, I thought. I was always thinking about rich people then. The dog had followed us to the kitchen and was snuffling around at our feet, but Melissa didn’t mention the dog so neither did we.

 
Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)