John Coetzee, Thomas Bernhard, Kees Verheul, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Maurits Sabbe

 

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: The Schooldays of Jesus

“He was expecting Estrella to be bigger. On the map it shows up as a dot of the same size as Novilla. But whereas Novilla was a city, Estrella is no more than a sprawling provincial town set in a countryside of hills and fields and orchards, with a sluggish river meandering through it. Will a new life be possible in Estrella? In Novilla he had been able to rely on the Office of Relocations to arrange accommoda-tion. Will lie and Ines and the boy be able to find a home here? The Office of Relocations is beneficent, it is the very embodiment of beneficence of an impersonal variety; but will its beneficence extend to fugitives from the law? Juan, the hitchhiker who joined them on the road to Estrella, has suggested that they find work on one of the farms. Farmers always need farmhands, he says.The larger farms even have dor-mitories for seasonal workers. If it isn’t orange season it is apple season; if it isn’t apple season it is grape season. Estrella and its surrounds are a veritable cornucopia. He can direct them, if they wish, to a farm where friends of his once worked. He exchanges looks with Ines. Should they follow Juan’s advice? Money is not a consideration, he has plenty of money in his pocket, they could easily stay at a hotel. But if the authorities from Novilla are really pursuing them, then perhaps they would be better off among the nameless transients. ‘Yes,’ says Ines:Let us go to this farm.We have been cooped up in the car long enough. Bolivar needs a run: ‘I feel the same way,’ says he, SimOn.’However, a farm is not a holiday camp. Are you ready, Ines, to spend all day picking fruit under a hot sun?’ ‘I will do my share, says Ines:Neither less nor more.’ ‘Can I pick fruit too?’ asks the boy ‘Unfortunately no, not you, says Juan.’That would be against the law.That would be child labour: ‘I don’t mind being child labour, says the boy. ‘I am sure the farmer will let you pick fruit, says he, Simon. ‘But not too much. Not enough to turn it into labour: They drive through Estrella, following the main street. Juan points out the marketplace, the administrative buildings, the mod-est museum and art gallery. They cross a bridge, leave the town behind, and follow the course of the river until they come in sight of an imposing house on the hillside. ‘That is the farm I had in mind, says uan.`That is where my friends found work.The refugio is at the back. It looks dreary, but it’s actually quite comfortable. The trfitgio is made up of two long galvanized-iron sheds linked by a covered passage; to one side is an ablution block. He parks the car. No one emerges to greet them save a grizzled, stiff-legged / dog who, from the limit of his chain, growls at them, baring yel-lowed fangs.”

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)
Cover

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard werd geboren op 9 februari 1931 in Heerlen. Zie alle tags voor Thomas Bernhard op dit blog.

Uit: Alte Meister

„Da Reger (im Wintermantel) auf den zwischen seine Knie geklemmten Stock gestützt, wie mir schien, vollkommen auf den Anblick des Weißbärtigen Mannes konzentriert gewesen war, hatte ich keinerlei Angst zu haben, in meiner Betrachtung Regers, von diesem entdeckt zu werden. Der Saaldiener Irrsigler (Jenö!), mit welchem Reger schon eine über dreißigjährige Bekanntschaft verbindet und mit welchem ich selbst (auch schon über zwanzig Jahre lang) immer einen guten Kontakt gehabt habe bis heute, war durch ein Handzeichen meinerseits darauf aufmerksam gemacht gewesen, daß ich einmal ungestört Reger beobachten wollte, und jedesmal, wenn Irrsigler auftauchte, mit der Regelmäßigkeit eines Uhrwerks, tat er so, als wäre ich gar nicht da, wie er auch so tat, als wäre Reger gar nicht da, während er, Irrsigler, seinen Auftrag erfüllend, die Galeriebesucher, die ja, unverständlich an diesem kostenlosen Samstag, nicht zahlreich gewesen waren, in seinen gewohnten, für jeden, der ihn nicht kannte, unangenehmen Augenschein nahm. Irrsigler hat den lästigen Blick, den Aufseher in den Museen anwenden, um die ja,wie man weiß, mit allen Ungezogenheiten ausgestatteten Museumsbesucher einzuschüchtern; seine Art, unvermittelt und völlig lautlos um die Ecke gleich welchen Saales einzutreten, um Nachschau zu halten, ist tatsächlich widerwärtig für jeden, der ihn nicht kennt; in seiner grauen, schlecht geschneiderten, aber doch für die Ewigkeit bestimmten Uniform, die, von großen schwarzen Knöpfen zusammengehalten, an seinem mageren Körper herunterhängt wie von einem Kleiderständer, und mit seiner aus eben demselben grauen Stoff geschneiderten Schildkappe auf dem Kopf, erinnert er an die Aufseher in unseren Strafanstalten mehr, als an einen vom Staat eingestellten Hüter von Kunstwerken.“

 

 
Thomas Bernhard (9 februari 1931 — 12 februari 1989)

 

 

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Lekdar

“Het was een Armeense jongen van voor in de twintig die op een andere verdieping woonde. Hij was heel donker, betrekkelijk klein, maar fors en in tegenstelling tot mijn buurman, die een kaarsrechte militaire houding had, liep hij altijd een beetje gebogen. Zijn brede gezicht drukte slaap en genoeglijkheid uit: half-geloken langwerpige ogen en vlezige lippen die aan de hoeken omkrulden alsof hij iets zoets in zijn mond had. Als ze samen mijn kamer binnenstapten liep mijn buurman voorop en Lekdar knipogend op een halve meter achter hem. Bij de ‘debatten’ zweeg hij en keek hij alleen nieuwsgierig naar onze gezichten, vooral naar het mijne, en toch maakte het voor mij een enorm verschil of hij erbij was of niet. Ik wist dat hij op het kritieke moment tussen beide zou komen met een grapje of een vergoelijkende uitleg van mijn woorden. (Waarom nam hij het in zulke gevallen voor míj op? Zijn ‘verklaringen’ raakten meestal kant noch wal, maar ze braken tenminste de spanning.) Kennelijk had hij een even grote hekel aan narigheid als ik zelf. Het meest was hij in zijn element als hij kon lachen – ook dat was een punt van overeenkomst. Op zijn grapjes ging ik gretig in en dat hij in zijn humor, zoals in alles, iets traags had maakte de omgang met hem alleen maar makkelijker. Hij vond het heerlijk om leuke dingen steeds op te halen en als ik van een grap die we samen bedacht hadden een variatie verzon, schudde zijn lichaam van de pret, ging zijn mond wijd open en sloten zijn ogen zich tot spleetjes. Hij werd mijn eerste vriend in Moskou.
Wat ons verbond was behalve een instinktieve sympathie vooral een gedeeld gevoel van eenzaamheid temidden van de stuurse en onbegrijpelijke Russen (grapjes over de buitenwereld hoorden tot het fundament van onze vriendschap). Lekdar sprak zijn Russisch met een sterk buitenlands accent, veel slechter dan ik het andere niet-Russische studenten uit de Sovjet-Unie ooit heb horen doen. Het was een taal die hij dagelijks moest gebruiken, maar die hem met merkbare moeite over de lippen kwam. Als hij ’s avonds moe en slaperig werd – dat begon al vroeg – verviel hij tot een ongrammatikaal gebrabbel en tenslotte gaf hij geeuwend zijn strijd met het Russisch op. Na zijn studie wilde hij zo snel mogelijk naar Armenië teruggaan. In Moskou was hij niet meer dan een vreemdeling. Waarschijnlijk voelde hij in mij een lotgenoot: ik was nog maar pas in Moskou aangeland.”

 

 
Kees Verheul (Hengelo, 9 februari 1940)

 

 

De Ierse dichter en schrijver Brendan Behan werd geboren op 9 februari 1923 in Dublin. Zie ook alle tags voor Brendan Behan op dit blog.

Uit: The Hostage

« OFFICER. Silence!
PAT. Sir!
OFFICER. i was sent here to do certain business. I would like to conclude that business.
PAT. Let us proceed, shall we, sir? When may we expect the prisoner?
OFFICER. Today.
PAT. What time?
OFFICER. Between nine and twelve.
PAT. Where is he now?
OFFICER. We haven’t got him yet.
PAT. You haven’t got a prisoner? Are you going down to Woolworths to buy one then?
OFFICER. I have no business telling you any more than has already been communicated to you.
PAT. Sure, I know that.
OFFICER. The arrangements are made for his reception. I will be here.
PAT. Well, the usual terms, rent in advance, please.
OFFICER. Is it looking for money you are?
PAT. What else? We’re not a charity. Rent in advance.
OFFICER. I might have known what to expect. I know your reputation.
PAT. How did you hear of our little convent?
OFFICER. I do social work for the St. Vincent de Paul Society.
PAT. I always thought they were all ex-policement. In the old days we wouldn’t go near them.”

 

 
Brendan Behan (9 februari 1923 – 20 maart 1964)
Scene uit een opvoering in Seattle, 2015

 

 

De Nederlandse dichter, essayist, historicus en politicus Geerten Gossaert (eig. Frederik Carel Gerretson) werd geboren in Kralingen op 9 februari 1884. Zie ook alle tags voor Geerten Gossaert op dit blog.

 

Sicut filius

Wel vaak heb ik gezongen,
Voor menig droevig hart,
De melodieuze wijzen
Van ’t stille lied van smart:
Maar nu ik heb ontvangen
’t Begeren mijner jeugd,
Wil ik nog eenmaal zingen
Het hoge lied van vreugd!

Vroeg uit mijns vaders woning
Dreef mij verlangen uit
De woningen te vinden
Van harts beloofde bruid:
Om liefdes woon te vinden
Wou ’t trotse hart voortaan
Wel eigen wegen volgen,
Op eigen paden gaan…

Naar welke woestenijen
Versteeg het dolend pad?
Mijn voeten werden ’t stijgen
Mijn ogen ’t staren mat.
Toen riep uit zijn ellende
Harts ongestilde nood
Om d’ uiterste vertroosting
Van de verlangde dood!

Maar door het dichte lover
Riepen, bij avondval,
Verre verlichte venstren
Terug naar ’t veilig dal:
En naderbij gekomen
Herkende ik bos en beemd,
En stond weer, arme zwerver,
Voor ’t vaderhuis… vervreemd?

Schuw blikte ik door de ramen;
Daar stond, als tallentijd,
Voor de genoden velen,
Het bruiloftsmaal bereid…
Maar éne plaats was ledig…
Toen heb ik blij verstaan,
Dat ik, in liefdes woning,
Als zóon mocht binnengaan!

 

 
Geerten Gossaert (9 februari 1884 – 27 oktober 1958)
Ets door Jos. Seckel, 1905

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Herman Pieter de Boer op dit blog. 

Uit:Nederlands gebarenboekje

Bolleefd!
Met de wijsvinger aan een denkbeeldige petklep tikken, daarna de vinger er vanaf laten zwaaien, een beetje omhoog. Soms zegt men erbij: ‘Bolleefd!’ of ‘Balleefd!’, verbasterde afkortingen voor ‘Ik dank u beleefd.’
Het geheel is bedoeld als gebaar van dank voor bijvoorbeeld een consumptie, een kleine handlanging, een compliment. Het gebaar heeft een duidelijk volkse oorsprong, (‘pak aan, beste man,’ zei de baron. De stalknecht ving het geldstuk op en tikte beleefd aan zijn pet). Maar wordt grapsgewijs door vele rangen en standen gebruikt. Het kan ook met twee vingers of zelfs met de hele hand. Door keelpijn stemloos? Zó danken voor kopje thee.

Borreltje
Zo kunt u een borreltje bestellen in een café waar het bedienend personeel u kent, en wéét of u jonge dan wel oude klare gebruikt of zelfs een ‘jonge angst’ (jonge jenever met angostura-elixer). Met dit gebaar komt het óók goed wanneer u in onbekende horecaomgeving bent, maar al een ‘binnenkomertje’ op hebt; men snapt dan dat u wéér oudje of wéér jonkie wilt. Als de relatie tussen klant en kroeg zich verdiept heeft, misschien omdat u een eeuwenoude stamgast bent, kunt u volstaan met het optrekken van uw wenkbrauwen, terwijl u de kellner(in) aanziet, plus een vingerwenk naar uw glaasje. Nog een subtiele mogelijkheid is: blik naar kellner(in), blik doen dalen naar glaasje, blik weer naar voornoemde.
Bestelgebaren worden ook begrepen door kastelein, herbergier, bartender, steward en stewardess, en in de privé-sfeer door dienstmakker, boezemvriendin; vul zelf aan.”

 

 
Herman Pieter de Boer (9 februari 1928 – 1 januari 2014)
Illustratie bij “Borreltje” 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia Zie ook alle tags voor Alice Walker op dit blog.

Uit: We are the Ones We Have Been Waiting For

“I have been cured of my dependence on a script, however. It happened in the following way: I was invited to visit South Korea by a Korean priestess who failed to inform me until we arrived in Seoul that I was expected to deliver nine lectures in two different cities in six days. They were each to be two hours long. This was of course humanly impossible, at least for this human. After explaining that I would never attempt to talk to any stranger for more than an hour, but that I would entertain questions from the audience after each talk, we set out on the most grueling tour of my life. In addition to the lectures, the Korean priestess and I had written a book together (about Women and God and Life) that became a bestseller in Seoul, and there were print and other media interviews practically non-stop. I returned from South Korea seriously depleted. But I gained important self-knowledge: when faced with thousands of people who spoke English, if at all, as a second language, I could talk for at least an hour, hopefully without repeating myself. I talked about everything under the sun, and as I talked, more of what is under the sun was revealed to me. Toward the end, talking in this way—and seeing by their faces and responses that I was getting through—seemed entirely miraculous. As miraculous as writing. I will give you an example: I did not think I could survive the last talk. Talk number nine. We’d flown into town at one o’clock, sans breakfast or lunch; the talk was at two. On the way into the building I’d seen lines of people patiently filing into the auditorium. I sat in a huge vacant room someone had led me to, regretting the intensely spicy food I had been eating for two weeks, which made me feel bloated and dim, and attempted to gather my thoughts; thanking all the Buddhas who ever lived for insisting on meditation. I had ten minutes. Even as I approached the lectern I had no idea what I would say. I was committed, however, to opening my mouth. After that … it was up to a power greater than mine. I looked out into a sea of alert, curious, interested, and I think on some level surprised faces. Who was this little brown woman, her graying hair tinted the color of autumn straw, with nothing in her hands? And as I looked at them, all Koreans, all appearing healthy and well-off, and now living in a new city built after the old one had been bombed into bits, memory of one of my brothers came into my mind. I recalled a photograph he’d sent to us during the Korean War. He was falling out of a plane. He was falling out of the plane because he’d joined the Air Force after being expelled from high school in the eleventh grade because he had slapped the principal.”

 

 
Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)
Cover


 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Schreurs werd geboren in Sittard op 9 februari 1893. Zie ook alle tags voor Jacques Schreurs op dit blog.

 

De schildknaap

In mijn groote wonderoogen
Droomen verre, bruine wouden,
In mijn rave-zwarte lokken
Doomt de waduw onzer wouden
En mijn ooren aldoor hooren
Hoorngeschal op hooge bergen.
En na vele dagen, eindelijk,
Sta ik voor Uw troon als schildknaap
Om dit hart zijn Heil te winnen
En de Bron waarheen ’t blijft dorsten.

Kind nog, sleepte ik, langs kanteelen,
– Zalig in den zachten lichtschijn
Van mijn moeders stille oogen, –
Vaders zwaren blanken degen;
En ik juichte als de horen
Licht blies over alle wouden;
Maar de vogel op zijn zwerftocht
Nam mijn vroeg verlangen mede
Om dit hart het Heil te vinden
En de Bron, waarheen het dorstte.

 

 
Jacques Schreurs (9 februari 1893 – 31 januari 1966)

 

 

De Vlaamse schrijver Maurits Sabbe werd op 9 februari 1873 te Brugge geboren. Zie ook alle tags voor Maurits Sabbe op dit blog.

Uit: ’t Pastorken van Schaerdycke

“’t Pastorken glimlachte om die lichtvaardigheid allerwegen, en zijn oogen van geestelijken gaardenier zochten liever naar bescheidener, devotelijker bloemen. En na lang zoeken vond hij eindelijk, als tusschen de andere kruiden verloren, de violette der ootmoedigheid, de wijnruit der genade en de rozemarijn der vrome heugenis, die hem hun seraphische deugden en gepeinzen openbaarden.
Van waar het pastorken zat, op een vermolmende bank, tusschen twee kunstig tot spiraalkegels geknipte palmboomkens, zag hij een zwerm van muggen en torren en kevertjes hun tijd voortverbeuzelen met ijdel, wuft spelemeien rondom allerlei kruiden, waar ze geen baat bij konden vinden, en waar de venijnig loerende spinnekop zijn verraderlijk web had gespannen. Weer lichtvaardigheid allerwegen.
Wat verder zag hij echter, tot troost, een enkel bedachtzamer bij met haar zijig, zwartbruin pelsken op den rug, altijd maar honig puren uit den geurigen tijm, die volop in de bloem stond.
Dat leven der kruiden en dierkens in zijn avondhofken was op en top gelijk aan het leven der menschen in zijn parochie. Zoovelen dachten daar ook alleen aan pronkerij en palleersel evenals de ijdeltuitige bloemen, die niet wisten wat profijtelijk voor haar was. Ze verzuimden de deugdelijke werken en jaagden als losse torren en kevers de wereldsche verleiding met haar onbesuisd gedril en pluimstrijkend bedrog vol perykelen achterna, zonder het net van den loerenden vijand maar eens te vermoeden. Zoo waren ze bijna allen. De bloemen van devotie en de bijen van vroom vooruitzicht kon hij onder zijn parochianen gemakkelijk op zijn ééne hand tellen.
Morgen op de kermis zou ’t pastorken weer kunnen zien hoe zeer ze te Schaerdycke, zijn jarenlange leeringen en predicatiën ten spijt, de wereld en haar pomperijen nog aanhingen. ’t Zou er weer een heidensch geweld zijn in de kroegen, een drinken en smeren van belang; een echte begankenis naar de weiden, waar de moezelzak ten danse speelt; een vrijprocessie langs hagen en duinen; en ’s avonds zouden de rinkelrooiende visschers en boeren, volgezopen als kartouwen, elkander weer bij de kladden krijgen, plukharen en bekkesnijden zonder genade of respijt.”

 
Maurits Sabbe (9 februari 1873 – 12 februari 1938)
Borstbeeld in Brugge

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2017 en ook mijn blog van 9 februari 2014 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008 en eveneens mijn blog van 9 februari 2009.