Geert Buelens, Ruth Lasters, Jan Prins, William S. Burroughs, Joris-Karl Huysmans, Terézia Mora, Philip Weiss, Rikkert Zuiderveld, Laurens Hoevenaren

 

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Kwartet

Het omslaande blad bevat
de kern: het achteloze diepe
waarin de schacht het zoekt
resoneert
in het verhaal
het is

het buisworden van de geest een
stilgehouden uitrekken
van tamme vezels die zich dan
opwerpen

als een dam
een gespannen vlak
met vier man
op de uitkijk

wat ze samenbrengt
is
een toon.

 

 

Wetten

Er is een droom van duizeligheid die breekt
voor nodig om op het punt
te komen
het recht op nummer staan
op te geven en het gaan

naar wie daar loopt te vragen
aan te vangen. Die opent je
de mond en de slagschaduw valt binnen
bereik. Handen en degens kruisen

tot zich de wending aan-
dient, het vliegwiel los
draait en het vlakke
kraakt. Geslepen

buigt het mes zich in de wand waar
het wacht

tot de dag dat de vos
heerst
als de stilte
onder een tol.

 

 
Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Ruth Lasters werd geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Zie ook alle tags voor Ruth Lasters op dit blog.

 

Deken

Ik wikkel deze avond in een deken en draag hem naar een tuin.
Niet naar de jouwe, Lief (gemakzucht is voor een gedicht wat
noorderlicht voor remslaap is). Maar naar een tuin die aan de jouwe

grenst, zo tergend dicht dat jij nooit zeker weten kan of ik mij van
adres vergiste of met opzet fout geleverd heb uit kleine, zachte
wraak. Waarom ook niet

een aarden weg – waarlangs jij nooit – naar míjn middernacht
Smokkelen
van plaatsen dus naar tijdstippen en omgekeerd, voor een

bewust gekoppeld nu en hier, zelf samengesteld heden.

 

 

Co

Jij mag ons hebben deze week, helemaal verzinnen
en daarna ik, co-ouderschap van de verbeelding
Ik geef een nachthemd mee om me gauw aan te
denken als je mijn tepel niet meer weet, vergeet hoe hij

soms op de bedrand valt, verstart. Een sjaal om voor
mijn mond te knopen als het trekken van mijn
bovenlip, trillen van mijn linkermondhoek je
ontbreekt. En je mag ons overal naar mee, Se-

attle, slaapkamers van tandvlees, behalve naar die
dag aan zee. Onverdraaglijk zou ik het vinden
dat je ons uit gemakzucht gewoon
herinnert.

 

 
Ruth Lasters (Antwerpen, 5 februari 1979)

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Jan Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp) werd geboren in Rotterdam op 5 februari 1876. Zie ook alle tags voor Jan Prins op dit blog.

 

Het licht

Wij zaten aan het kalme plein,
voor ’t open venster van ons klein
vertrek, de avond te beschouwen.
Wij zagen hoe de hemel, bleek
en ver, over de gevels week
van de ons omringende gebouwen.

De gave stammen, vast en rond,
van olmen stegen uit de grond
en hoog, om de verspreide kronen,
zagen wij voorjaarsvogels al
de uitgebreide schemerhal
met hunne omzwervingen bewonen.

Wij konden nog het klaar geluid
horen voorbij ons gaan, dat uit
de verte kinderstemmen maken.
Een late zang bereikte ons, die
verliep. Toen zei-je aandachtig: „zie
„o zie het licht over de daken …”

Wij liepen in de luide stad,
waar onze liefde zoveel had
gevonden en zoveel geleden.

 

 

De Schutsluis

De tjalken schieten aan tussen de strakke dijken
en vullen ’t glad kanaal met driftig schuimgedruis,
totdat zij met een vaart hun lange zeilen strijken
en glijdend binnengaan in ’t veilig vak der sluis.

Daar dringen zij dooreen: de harde boorden kraken,
zodra een druk rumoer zich opzet in de lucht,
totdat de wachters weer de poorten open maken,
en al dat ongeduld ver in de ruimte vlucht.

Dan lijkt de morgen stil na ’t jong geluid, dat heen is
en ons verliet, nog vóór ’t zijn volle groei begon,
en in de lege sluis, waar ’t licht nu weer alleen is,
drijft enkel nog wat schuim, dat schittert in de zon.

 

 
Jan Prins (5 februari 1876 – 9 februari 1948)

 

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Advice for Young People

I am sometimes asked if I have any words of advice for young people.
Well, here are a few simple admonitions for young and old, man and beast.

Never interfere in a boy and girl fight.

Beware of whores who say they don’t want money. The hell they don’t.
What they mean is that they want more money; much more, these are the most expensive whores what can be got.

If you’re doing business with a religious son of a bitch, get it in writing; his word isn’t worth shit, not with the good Lord telling him how to fuck you on the deal.

If, after having been exposed to someone’s presence, you feel as if you’ve lost a quart of plasma, avoid that presence. You need it like you need pernicious anemia.

We don’t like to hear the word “vampire” around here; we’re trying to improve our public image. Building a kindly, avuncular, benevolent image; “interdependence” is the keyword — “enlightened interdependence”.

Life in all its rich variety, take a little, leave a little. However, by the inexorable logistics of the vampiric process they always take more than they leave — and why, indeed, should they take any?

Avoid fuck-ups. Fools, I call them. You all know the type — no matter how good it sounds, everything they have anything to do with turns into a disaster. Trouble for themselves and everyone connected with them.
A fool is bad news, and it rubs off — don’t let it rub off on you.

Do not proffer sympathy to the mentally ill; it is a bottomless pit. Tell them firmly, “I am not paid to listen to this drivel — you are a terminal fool!” Otherwise, they make you as crazy as they are.

Above all, avoid confirmed criminals. They are a special malignant strain of fool.

 

 
William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)
Hier met Davis Bowie (links) in 1974

 

 

De Franse dichter en schrijver Charles-Marie-Georges Huysmans werd geboren op 5 februari 1848 in Parijs. Zie ook alle tags voor Joris-Karl Huysmans op dit blog.

Uit: Against The Grain (Vertaald door John Howard)

“The Floressas Des Esseintes, to judge by the various portraits preserved in the Château de Lourps, had originally been a family of stalwart troopers and stern cavalry men. Closely arrayed, side by side, in the old frames which their broad shoulders filled, they startled one with the fixed gaze of their eyes, their fierce moustaches and the chests whose deep curves filled the enormous shells of their cuirasses.
These were the ancestors. There were no portraits of their descendants and a wide breach existed in the series of the faces of this race. Only one painting served as a link to connect the past and present—a crafty, mysterious head with haggard and gaunt features, cheekbones punctuated with a comma of paint, the hair overspread with pearls, a painted neck rising stiffly from the fluted ruff.
In this representation of one of the most intimate friends of the Duc d’Epernon and the Marquis d’O, the ravages of a sluggish and impoverished constitution were already noticeable.
It was obvious that the decadence of this family had followed an unvarying course. The effemination of the males had continued with quickened tempo. As if to conclude the work of long years, the Des Esseintes had intermarried for two centuries, using up, in such consanguineous unions, such strength as remained.
There was only one living scion of this family which had once been so numerous that it had occupied all the territories of the Ile-de-France and La Brie. The Duc Jean was a slender, nervous young man of thirty, with hollow cheeks, cold, steel-blue eyes, a straight, thin nose and delicate hands.
By a singular, atavistic reversion, the last descendant resembled the old grandsire, from whom he had inherited the pointed, remarkably fair beard and an ambiguous expression, at once weary and cunning.”

 

 
Joris-Karl Huysmans (5 februari 1848 – 12 mei 1907)
Karikatuur door Coll-Toc (Alexandre Collignon en Georges Tocqueville), 1885.

 

 

De Hongaarse, Duitstalige, schrijfster en vertaalster Terézia Mora werd geboren op 5 februari 1971 in Sopron. Zie ook alle tags voor Terézia Mora op dit blog.

Uit: Der einzige Mann auf dem Kontinent

„(Sie heißen Sascha, auch das gefällt mir an Ihnen. Gleichzeitig erscheinen Sie mir aber auch zwielichtig. Darf ich vielleicht sehen, was drin ist? nein, das darf ich nicht.)
Sie hätte ruhig fragen können. Der gut aussehende Mann hätte ihr bereitwillig das Paket über den Tresen geschoben und gesagt: Geld. Frau Bach hätte es für einen Scherz gehalten oder für etwas Übertragenes, sie hätte gelächelt, hätte den Karton genommen, ihn geschüttelt. Es hätte geraschelt. Papiergeld, hätte der eilige Mann gesagt und auf die Uhr geschaut.
Er schreckte hoch – Ich schlafe nicht! Ich schlafe nicht – schlief wieder ein und erwachte ein zweites Mal. Er lag in seinem Bett, in seinem Schlafzimmer. Ein Doppelbett, ein Schrank, eine Kommode, ein Frisiertisch, ein Herrendiener, ein Wäschekorb. Keine Stockrosen. Die zwei großen Helligkeiten dort sind die Fenster. Sie waren angekippt, die Tür stand offen, es zog ein wenig, unten auf der Straße rauschte der Verkehr. Mehr als um 7, weniger als um 9. – also ist es um 8? Wo ist mein Handy, wo ist meine Uhr? Ist Flora noch da? – aber die Sonne, als stünde sie schon höher. Es wird wieder heiß werden. Ein einfliegendes Flugzeug zog über das Haus hinweg und war, solange es dauerte, lauter als alles andere. (Ja, die Wohnung ist in der Einflugschneise, aber ansonsten ist sie sehr schön: Maisonette, 4 Zimmer, 2 Bäder, eine Terrasse zum Park.) als das Flugzeug vorbei war: Flora?
Keine antwort.
Er seufzte und rollte sich aus dem Bett. Er ist ein korpulenter Mann, 106 Kilo bei 178 cm Körpergröße, zum Glück ist das meiste davon Knochen, der Rest konzentriert sich in der kompakten Halbkugel eines Bauches, fest und glatt wie der Bauch einer Schwangeren, und darüber, leider, einpaar Männertitten, aber siesagt, sie liebt mich, wie ich bin, und es gibt keinen Grund, ihr nicht zu glauben.
Bestimmt ist sie schon auf der Terrasse.“

 
Terézia Mora (Sopron, 5 februari 1971)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren op 5 februari 1982 in Wenen. Zie ook alle tags voor Philip Weiss op dit blog.

Uit: Tartaglia

„Das Weiß der Sprache von den Wänden zu lecken, mit viel Speichel lösen und sachte ablecken und schlucken, in den Tag schlucken mit seinen Schatten, Gewächsen, und immerzu mit Lust schlecken, ohne einem störrischen Schmerz anheimzufallen, einer Melancholie, unmerklich und plötzlich und ohne dabei zu verstummen, sagte er, das wäre das, wovon im Stillen, ganz mit sich selbst, die Rede sei. Eine Harztraube kosten, so sagte er, in diesen Bildern, für mich vage, für ihn eine Genauigkeit in seiner eigensten Vorstellung, sodass ich niemals widersprach. Wie mir auch jetzt erst klar wird, dass er nur in seiner eigenen Sprache die Dinge betrachtete, ertastete in seinen Worten, Feldern, fremd, oft über die Grenzen des Verstehens hinaustastete, in ihren Bedeutungen nur erahnbar für mich und mehr noch für andere, die daran nicht gewohnt waren, ein Spiel, damit kein Mundtod geschieht, so sagte er, kein Klebemund, damit nicht das Harz bereits im Mund erstarrt, an den Zähnen, Lippen, Zungenrand klebt und zur Falle wird. Man muss mit Lust lecken ohne Ende und schichten im Inneren und davon bleich werden, ein Speichellecker, bleich und bleicher und dennoch immer weiterschichten, um an ein Ende zu gelangen oder irgendwohin, sagte er, aber niemals tonlos sein, immer Stimme haben.“

 

 
Philip Weiss (Wenen, 5 februari 1982)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Rikkert Zuiderveld werd geboren in Groningen op 5 februari 1947. Zie ook alle tags voor Rikket Zuiderveld op dit blog.

 

Noach

1.
Dit is het moeilijkst: ziende blind te blijven,
horende doof voor al het stom gezeik
van schamperaars die bol staan van gelijk
en arme timmerlui tot wanhoop drijven.

Het was die vreemde stem, toch zo vertrouwd,
die mij in dit ontaarde hout doet zagen.
Ik zwijg terug. De rugpijn zal ik dragen,
het lot van wie aan dromenboten bouwt.

Zij slaan elkaar de gore hersens in,
totdat de hemel naar beneden dondert
en ze verzuipen, niemand uitgezonderd.

Ik neem het hout weer op, bijt op mijn tanden.
Straks word ik oud met de herinnering
van die vervloekte splinters in mijn handen.

 

 
Rikkert Zuiderveld (Groningen, 5 februari 1947)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter en schrijver Laurens Hoevenaren uit Brummen werd geboren in 1960. Zie ook alle tags voor Laurens Hoevenaren op dit blog.

 

Laat ons de woorden zien (voor te vroeg gestorven dichters)

ze spoelen aan er is geen horizon
te zien
wanneer men evenwijdig tussen golven
verlaten in de Noordzee zwemt

we lezen op de ruggen van verdronkenen
de namen van onszelf
en zien daar het bestaan in schuim
en bloed of zout gespeld
een draadalg in een vraagteken

de dans stopt niet we wijzen
de patronen aan en snijden oesters open
parels rauw vlees
het is ons om het even

tot iemand zegt is er een god

die met zijn vinger deze mens
beschreven heeft

laat ons een spiegel –

laat ons de woorden
zien
die zijn gebleven

 

 
Laurens Hoevenaren (Brummen, 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 februari 2007 en ook mijn blog van 5 februari 2008 en eveneens mijn blog van 5 februari 2009.