Jos van Daanen, Menno ter Braak, Nora Gomringer, Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Bhai, Lode Baekelmans, Michiel van Rooij, Martijn den Ouden

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

Soldaat in eigen huis

Hoe voelde dat voor je,
soldaat in eigen huis
in oorlog met de werkelijkheid
bevelen opvolgen van je meerderen
die in je elpees woonden?

Wist je nog wel pacifist
voor wie je moeite deed,
voor wie je aan het front streed
dat elke ochtend oprukte
tot aan je bed?

Was je bang toen je boos was,
verdrietig toen het er niet toe deed?

Wie maande je om niet te deserteren,
beval je om je helm af te zetten,
schoot je door je hoofd?

 

De man aan de kade

Er hangt een man aan de kade,
handen aan het stenen randje,
gezicht naar de muur.
Zijn voeten zoeken op het water
naar steun, maar zijn al moe.

Soms kijkt hij een beetje schuchter
over zijn linkerschouder
stroomafwaarts naar de zee
en denkt hij: ik hoef maar tot daar,
minder nog dan tien minuten lopen.

 
Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

Doorgaan met het lezen van “Jos van Daanen, Menno ter Braak, Nora Gomringer, Jonathan Carroll, Achim von Arnim, Bhai, Lode Baekelmans, Michiel van Rooij, Martijn den Ouden”

Florin Irimia

De Roemeense schrijver, criticus, letterkundige en vertaler Florin Irimia werd geboren in Iași op 26 januari 1976. Hij is assistent-professor aan de faculteit Letteren van de Alexander Jan Cuza-universiteit in Iași. Sinds 2001 heeft hij literatuurbesprekingen bijgedragen aan Observator Cultural, Roemenië Literara, Dilemateca, Timpul en Suplimentul de cultura, waarin hij een wekelijkse column schrijft. In 2009 debuteerde hij als schrijver in Noua Literatura (onder de naam Eduard Tautu) en in 2011 publiceerde hij zijn eerste roman, “Defekt”. Zijn roman “O fereastră întunecată” (“Een donker venster”) verscheen in 2012. Hij heeft “Oryx and Crake” van Margaret Atwood vertaald (2008) en mede-vertaalde, met Nicoleta Irimia, “Alias ​​Grace” van dezelfde auteur (2013). Hij publiceerde kort proza ​​in Familia, Steaua, Timpul, Zona Literara en Ziarul deIași. De roman “Câteva lucruri despre tine” (“Een paar dingen over jou”) verscheen in 2014.

Uit: A Few Things about You (Vertaald door Alistair Ian Blyth)

“I wake up abruptly and it is dark. I am alone and something tells me that I ought not to be and that in a few seconds the fear will grip me once more. Fear and revulsion at something. Something I have done, something that ought not to have happened, but did happen, something horrible, like an incurable disease, like a premature and violent death. Something for which I will have to make a reckoning. My ears are hissing like I had two seashells bunged inside them, and somewhere, in my brain, a malevolent little man is crushing a mound of walnuts with a hammer. There ought to have been someone beside me in bed. Yes, a sleepy, naked woman, my guarantee that I have things under control. A trace of memory, a diffuse feeling, the memory of a reality that perhaps did not take place signals to me the absence. I try to detect a trail of perfume in the air, among the sheets, something to tell me that I am not mistaken, but when I inhale I smell only the ordinary odour of a hotel room. I close my eyes and my limbs begin to tremble, a fine, almost imperceptible tremor, which would be visible only on a sheet of transparent plastic. Then, I think I fall asleep. And I become thirsty. I dream I get out of bed and go to the bathroom to pour myself a large glass of water. The door is closed, but the light is on inside. As if somebody were in there already. As if that somebody were waiting for me. I can hear the tap running, evenly, monotonously, conveying to me some kind of message. I dream that I am afraid. I grip the doorknob and am about to turn it, but in that same instant I wake up. I lie motionless, waiting to ascertain where I am (in a hotel room), whether it is summer or winter outside (it is spring), what day and month of the year it is (3 April). I couldn’t remember any of all that. In the end I looked around for a clock (my wristwatch has vanished or perhaps I never had one) and I found one in the form of a mobile ‘phone, placed neatly on the bedside table. The hour, the day and the month. The year is the current year… As for the hotel, I know only that it is a tall building, because I looked out of the window just now. I couldn’t see much – the window is small and rather narrow – but I saw that it was snowing, I have no idea what town this is, in this country all the towns look the same – but I could see that I was high up. At least literally, if not otherwise. I have always liked to take a hotel room on an upper storey. That I remember. It is as if you are above your destiny, above what others have decided in your stead. Which is an illusion, obviously.”

 
Florin Irimia (Iași, 26 januari 1976)

VSB Poëzieprijs 2018 voor Joost Baars

 

VSB Poëzieprijs 2018 voor Joost Baars

De VSB Poëzieprijs 2018 is gewonnen door de Nederlandse dichter Joost Baars. Baars nam de prijs en het bijbehorende geldbedrag van 25 duizend euro gisteren in ontvangst in Den Haag uit handen van juryvoorzitter Maaike Meijer. Naast “Binnenplaats” van Baars waren ook “Nachtroer” van Charlotte Van den Broeck, “Vonkt” van Marije Langelaar, “Ja Nee” van Tonnus Oosterhoff en de bundel “Leger” van Mieke van Zonneveld genomineerd. Joost Baars werd geboren op 2 oktober 1975 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Joost Baars op dit blog.

 

kosmologie van het tapijt

daar opende zich onder haar in wat genoemd was het tapijt een wormgat

daar taalde de materie naar die als vanzelfsprekend haar omgaf
kamer tafel laminaat lamp boekenkast
en cel voor cel het weefsel waarin ze was vervat

ze greep zich aan de polen vast

daar in die zwaartekracht waar wat genoemd is zwaartekracht
en dat ons grondt aan wordt ontleend
als een magnetisch veld rond de planeet
dat er uiteindelijk niet tegen is bestand

daar 112’de ik de taal die ik nog had
het adres (en er was)
een ambulance (en er kwam)
het is haar hart (ze was er nog)
dat wegvalt (wormgat)

daar klonk een stem en er was tijd
genoeg voor wat zich daar voltrekken moest

daar lag ze op het vloerkleed als een pasgeboren baby’tje
dat naamloos op haar noemer wacht

 

dode hond

ik loop op een eiland genaamd dode hond
en denk aan mijn broer

die op een snikhete dag
zijn auto op slot deed

en daarbij zijn hondje vergat.
dode hond heet zo omdat

er een hond ligt begraven. toen ik klein was
hoorde ik ooit het gejank

van een krolse kat, hield die hartverscheurende klank
voor gehuil van mijn broer, liep door de nacht

naar zijn kamer, deed de deur open en zag
dat hij sliep, dat

hij het niet was. dode hond

is een kunstmatig eiland,
net als mijn kamer in het huis waar wij opgroeiden,

net als mijn broer,
net als ik,

als een auto met gesloten ramen
in de zonzee geparkeerd.

nu is het nacht
op dode hond en over het daar

omheen als aaneengeregen dagen
liggende water

klinkt zijn gehuil, zijn geblaf.

 

 
Joost Baars (Leidschendam, 2 oktober 1975)