Rudy Dek

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver, journalist en taaltrainer Rudy Dek werd geboren in Rotterdam in 1956. Zijn eerste roman “Het duizendste front” verscheen in 1993. Hoofdthema’s van het boek zijn collaboratie en verzet tijdens WO II. De in Veenendaal woonachtige Dek werd vooral bekend vanwege zijn thrillers die zich in Nijmegen afspelen tijdens de jaarlijkse Vierdaagse. De eerste hiervan, getiteld “De dood of de gladiolen”, verscheen in 2008. In 2009 verscheen een tweede zogenaamde 4-daagse thriller, getiteld “Vrijdagmoorden”. In dit boek worden zakkenrollers, een verdwenen G4S- geldtransport, moorden op mensen uit de Quote 500 en de mishandeling van een buschauffeur behandeld tegen de achtergrond van de Nijmeegse Vierdaagse. De derde 4-daagse thriller, “Het verdriet van de Vierdaagse” geheten, verscheen in 2010 en de vierde “Dood van een marsleider in 2011. In 2012 volgde “De goudenkruisdragers”. In 2016 zijn er twee boeken verschenen. “Oorlogspad” is het nieuwste en het 9e deel uit de serie 4-daagse thrillers. Ter gelegenheid van de 100e Nijmeegse Vierdaagse werd het eerste exemplaar uitgereikt aan marsleider Johan Willemstein.

Uit: De Goudenkruisdragers

“Vlak bij de grens met Duitsland, een stukje buiten Millingen, daar waar de lucht, het water en de grond nog een geheel vormen, had professor Bernard Werner drie jaar geleden op een solitaire wandeling een verlaten molen aangetroffen. Het bouwwerk rees uit boven zijn omgeving, wat Werner deed denken aan zichzelf. Maar ook de machinerie, dat eeuwenoude karakter, dat ben ik. Er was wel wat werk aan de molen, vertelde de eigenaar, een man die sinds de dood van zijn vrouw niet langer eenzaam wilde wonen en daarom voor een rijtjeshuis in het dorp had gekozen. Al dat werk stond de koop niet in de weg. Dat kon Werner zelf wel oplossen. Nou ja zelf, sinds de overdracht deden vrienden en kennissen het werk, waarbij Werner uit de losse pols wat aanwijzingen gaf en ervoor zorgde dat er in een manshoge koelkast voldoende eten en drinken klaarstond. Maar goed, los van nog een aantal ongemakken was de molen sinds een maand of twee min of meer bewoonbaar en daarom, toen Werners boek gereed was, wist hij dat daar de presentatie ervan zou plaatsvinden.
Hij nodigde niet alleen zijn vrienden en kennissen uit, niet alleen de jongens die zo hard hadden gezaagd en getimmerd. En ook niet alleen zijn goede vrienden van de Vierdaagse. De voorname collega’s van de universiteit, de leden van de raad van bestuur, de nieuwe Nijmeegse burgemeester en zijn wethouders, die moesten om hem heen staan. Met hen zou hij doen alsof ze elkaar dagelijks zagen. Voor het volume was nog een aantal studenten gevraagd. En tot slot, niet te vergeten,
moest er pers zijn. Volop pers. De tv, de radio, de krant, allemaal mochten ze komen, want deze Bernard Werner, deze wetenschapper pur sang, deze arme man, had een verhaal te vertellen.
Vorig jaar was hij het slachtoffer geweest van een vreselijke ontvoering. Zestien nachten was hij door een onbekende in een koude, donkere kelder vastgehouden en pas weer vrijgelaten nadat een pak losgeld was betaald. Een dader was nooit gevonden, zelfs de kelder bleek onvindbaar, wat de mensen deed zeggen dat de ontvoering door professionals moest zijn uitgevoerd. Die zouden nooit voor de rechter komen. In het interview met de Gelderlander had Werner het woord professional overgenomen en vertaald in beroepsontvoerder. Uit het interview, waarin hij ter wille van het boek niet op alles kon ingaan, kwam evenwel naar voren dat hij dankzij zo’n beroepsontvoerder door een hel was gegaan. Een hel. Hij gebruikte het woord graag.”

 

 
Rudy Dek (Rotterdam, 1956)