Cees van der Pluijm, David Mitchell, Jacques Hamelink, Haruki Murakami, Kamiel Verwer, Jakob Lenz, Fatos Kongoli, Jack London, Ferenc Molnár

 

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Castanea sativa

Hij, die als vreemdeling hier binnenkwam
Als gast in dit ons koude Nederland
Uit streken rond de Middellandse Zee –
Die zich gehandhaafd heeft in weer en wind

Die eeuwen overziet – een fiere stam
Zijn rechte rug – hij werpt met gulle hand
Zijn bitterzoete vruchten naar beneê
Een herfstgeschenk voor wie zijn bolsters vindt

Die aangeplant door Kelten en Romeinen
Gekweekt voor hongerige legioenen
Soms stil verlangt naar Griekenland of Spanje –

Hij kwam en bleef om nooit meer te verdwijnen
Een allochtoon met wortels in zijn schoenen
Wel tam, maar trots en trouw; hij heet kastanje

 

 

De expositie
Sonsbeek 2008

Kijk, een tuinhuis waaruit harken, schoffels, spades, schepjes groeien
En waar binnenin de mooiste roze woekerschimmels bloeien
En wie ligt daar voor de Villa blinkend in het licht te zonnen?
’t Is de vadsig luie koning starend naar wat lome koeien

Als een luchtschip hangt organisch in het bos een tros ballonnen
Oude flessendoppen zijn tot rododendrondek gesponnen
En de Afrikaanse grijsaards zien hoe wij met afval knoeien
Waaruit zij zijn opgetrokken: roestig wijze dorpsbaronnen

Sonsbeek voert ons naar de wortels van ons alledagstheater
Waarin alles wat van waarde is, verzand lijkt in de sleur
Brengt ons weer naar de essentie tussen bomen, gras en water

Sonsbeek trekt in ons verstarde denken, voelen, zien een scheur:
Waar je loopt en om je heenkijkt, tot in elke uithoek staat er
Iets wat aanzet tot gepeinzen, tot verrukking en grandeur

 

 

Uit: Momenten

1966

Er trouwde iemand met een Duitse man
En in de hoofdstad brak het oproer uit
Een rookbom legde alle vreugde lam

Het was misschien wel zielig voor de bruid
Maar Nieuwe Tijden hè, dat krijg je dan
De hippies bleven slapen op de Dam

We waren hoopvol, opgetogen, blij
De jaren vijftig waren echt voorbij

Het rook naar anarchie, verlossing, mei
Kabouters preekten stoned de revolutie
Van flower power, hasj en popmuziek

Van afbraak van haast elke institutie –
Aquarius breekt aan en maakt ons vrij –
Maar toch werd Van het Reve katholiek

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Britse schrijver David Mitchell werd geboren in Southport op 12 januari 1969. Zie ook alle tags voor David Mitchell op dit blog.

Uit:The Thousand Autumns of Jacob de Zoet

“The House of Kawasemi the Concubine, above Nagasaki
The ninth night of the fifth month
“Miss kawasemi?” orito kneels on a stale and sticky futon. “Can you hear me?”
In the rice paddy beyond the garden, a cacophony of frogs detonates.
Orito dabs the concubine’s sweat-drenched face with a damp cloth.
“She’s barely spoken”- the maid holds the lamp – “for hours and hours….”
“Miss Kawasemi, I’m Aibagawa. I’m a midwife. I want to help.”
Kawasemi’s eyes flicker open. She manages a frail sigh. Her eyes shut.
She is too exhausted, Orito thinks, even to fear dying tonight.
Dr. Maeno whispers through the muslin curtain. “I wanted to examine the child’s presentation myself, but…” The elderly scholar chooses his words with care. “But this is prohibited, it seems.”
“My orders are clear,” states the chamberlain. “No man may touch her.”
Orito lifts the bloodied sheet and finds, as warned, the fetus’s limp arm, up to the shoulder, protruding from Kawasemi’s vagina.
“Have you ever seen such a presentation?” asks Dr. Maeno.
“Yes: in an engraving, from the Dutch text Father was translating.”
“This is what I prayed to hear! The Observations of William Smellie?”
“Yes: Dr. Smellie terms it,” Orito uses the Dutch, ” ‘Prolapse of the Arm.’ “
Orito clasps the fetus’s mucus-smeared wrist to search for a pulse.
Maeno now asks her in Dutch, “What are your opinions?”
There is no pulse. “The baby is dead,” Orito answers, in the same language, “and the mother will die soon, if the child is not delivered.” She places her fingertips on Kawasemi’s distended belly and probes the bulge around the inverted navel. “It was a boy.” She kneels between Kawasemi’s parted legs, noting the narrow pelvis, and sniffs the bulging labia: she detects the malty mixture of grumous blood and excrement, but not the stench of a rotted fetus. “He died one or two hours ago.”
Orito asks the maid, “When did the waters break?”
The maid is still mute with astonishment at hearing a foreign language.“

 

 
David Mitchell (Southport, 12 januari 1969)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacques Hamelink werd geboren op 12 januari 1939 in Driewegen, bij Terneuzen. Zie ook alle tags voor Jacques Hamelink op dit blog.

 

Voorbereidende schrijfles

De penhouder wordt magnetisch uit mijn
grof onbehendige rechterhand vandaan
aangetrokken door de me verboden linker,

daarmee zet ik tussen horizontale lijnen
alle diagonale beginnersstreepjes als regen
de verkeerde kant uit. Juffrouw Koster, choco

ladebruin kleed, solide schoenen, mepmeetlat,
stapt hoogrood van achter haar lessenaar, maakt
me van ruikvlakbij haar gegriefdheid kenbaar,

troggelt me de pen uit de onwijze inktige linker
en poot hem tussen drie vingers van de vereiste
rechterhand. En nu geen enkele vergissing meer

vat ik. Zet me in met rechts de regenkeepjes te doen
vallen in de nieuwe richting. Gered van het onheil
van de lat. Maar pal naast me in de val klem zit nog

de kleinzoon van de kolenboer, na nog een week en na
nog een op van de zenuwen, hopeloos snotterend, ik mee
gekweld Billetje de pen in de bevolen hand voorhoudend.

Maar daar is de kosteres al die links met die lat raakt.

 

 

Aardverschuiving

Een kille warmte en het gezang van kinderen
warm en koud schuiven
geruisloos
ineen

grond glijdt onder de voeten uit
dampend kruid kruipt de weg op
ik huiver
door ieder huis kijk ik heen

in een holle boomstam komt het vuur de stroom af
het is volbracht geen zege
de moerassen verbloeden

ik vouw mijn vleugels toe
een eindeloze dag.

 

 

Equilibrium

Nacht roert geheimtaal aan.
Mijn slijmmond heeft de smaak van pepermunt.
Hees bloedgroepgevoel: ik ben mijn eigen kind.

De huid sluit nauw om het vlees.
Ononderbroken klokken uren met droge keel.
In holten van kalmoes tovert de wind.

Ik ben geheel één met mijn lichaam,
Een koortsvrome gezindte. Ergens in huis is schik
Omdat de kerkdienst nog niet begint.

 

 
Jacques Hamelink (Terneuzen, 12 januari 1939)
Cover 

 

 

De Japanse schrijver en vertaler Haruki Murakami werd geboren op 12 januari 1949 in Kyoto. Zie ook alle tags voor Haruki Murakami op dit blog.

Uit: Mannen zonder vrouw (Vertaald door Jacques Westerhoven)

“Kafuku had al veel vrouwelijke chauffeurs meegemaakt, en wat hem betreft kon je vrouwen achter het stuur grofweg indelen in twee types: ze reden net iets te wild, of net iets te voorzichtig. En van dat laatste type waren er veel meer dan van het eerste – iets waar wij waarschijnlijk dankbaar voor mogen zijn. In het algemeen rijden vrouwelijke chauffeurs oplettender dan mannelijke, en ook voorzichtiger. Natuurlijk is het onzin om je over een oplettende, voorzichtige chauffeur te beklagen. Toch kan het voorkomen dat zo’n rijstijl andere weggebruikers irriteert. Aan de andere kant hebben vrouwelijke chauffeurs van het wilde type meestal een hoge dunk van hun eigen rijvaardigheid.
In veel gevallen kijken ze op hun voorzichtige zusters neer en zijn ze er trots op dat zij niet zo zijn. Maar terwijl ze driest van de ene rijstrook naar de andere flitsen, lijken ze niet in de gaten te hebben dat andere automobilisten zuchtend, en soms verwensingen uitend, stevig op de rem trappen.
Natuurlijk heb je er ook die tot geen van beide types behoren – vrouwen die niet te voorzichtig of te wild rijden, maar heel normaal. Daaronder zijn er zelfs bijzonder goede chauffeurs. Maar ook van zulke voelde Kafuku toch altijd een soort spanning uitgaan. Hij kon niet precies zeggen waarom, maar zodra hij naast de bestuurder ging zitten, werd hij zich bewust van een geladen sfeer, en dan kon hij zich niet meer ontspannen. Dan kreeg hij een droge keel, of hij begon een kletspraatje om de stilte te vullen.
Onder mannen heb je natuurlijk ook goede en minder goede chauffeurs, maar hun manier van rijden bezorgde hem die spanning meestal niet. Niet dat mannen meer ontspannen zijn dan vrouwen. In feite zijn ze ongetwijfeld net zo gespannen. Het lijkt er echter op dat zij in staat zijn om – waarschijnlijk onbewust – hun spanning op natuurlijke wijze van zichzelf gescheiden te houden. Ze zijn in staat om hun aandacht bij het rijden te houden en tegelijkertijd een normale conversatie te voeren en andere dingen te doen. Zo van: dit is dit, en dat is dat. Waar dat verschil vandaan kwam, wist Kafuku niet.”

 
Haruki Murakami (Kioto, 12 januari 1949)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kamiel Verwer werd op 12 januari 1979 in Tilburg geboren. Zie ook alle tags voor Kamiel Verwer op dit blog.

Uit: Plezier met het CJIB

“Naar aanleiding van een mij opgelegde boete voor het lopen langs de rijksweg bij Delfzijl, telefoneerde ik met het Centraal Justitieel Incassobureau. Dit is een door mijzelf aangepaste weergave van dat gesprek.
“Goedemiddag, u spreekt met Kamiel Verwer.”
– “Waarmee kan ik u van dienst zijn, meneer Verwer?”
“Ik wil graag informeren naar een openstaande boete. De boete is in de patrouillewagen uitgeschreven door agenten van de politie te Delfzijl, omdat ik daar langs de Rijksweg heb gelopen.”
– “Heeft u het CJIB-nummer?”
“Ze hebben me helaas geen nummer gegeven. Ik heb alleen mijn naam.”
– “Uw naam?”
“Ja. Die heb ik ook aan de agenten opgegeven. Kamiel V-e-r-w-e-r. Zo staat het op mijn paspoort.”
– “Ik zal kijken wat ik voor u kan dan. Blijft u even aan de lijn.”
“Dank u wel. Het is erg prettig door een menselijke assistent te worden geholpen. Ik stel het zeer op prijs dat…”
– “…all my troubles seemed so far away…”
“Dat is zoveel fijner dan een antwoordautomaat met een keuzemenu, waar je cijfers in moet toetsen.”
– “Now it looks as though they’re here to stay”
“Waar je het gevoel hebt dat je een nummertje bent.”
– “oh, I believe in yesterday”
“Mooi. Heeft u iets kunnen vinden?”
– “Nee meneer, ik heb helaas geen openstaande bekeuringen voor u kunnen vinden.”

 

 
Kamiel Verwer (Tilburg, 12 januari 1979)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jakob Michael Reinho;d Lenz werd geboren op 12 januari 1751 in Seßwegen. Zie ook alle tags voor Jakob Lenz en eveneens alle tags voor Jakob Michael Reinhold Lenz op dit blog.

Uit:Der Landprediger

„Johannes Mannheim gab seine Empfehlungsschreiben ab, aber ach! er fand die Männer, an welche sie gerichtet waren, sehr unterschieden von dem Bilde, das ihm seine Einbildungskraft zu Hause mit so feierlichem Heiligenschein um sie her von ihnen vorgezaubert. Ein Umstand kam dazu, den ich als Geschichtschreiber nicht aus den Augen lassen darf, weil in der Knospe des menschlichen Lebens jeder Keim, jedes Zäserchen oft von unendlichen Folgen bei seiner Entwickelung werden kann. Und so wird die Abweichung einer halben Sekunde von dem vorgezeichneten Wege in der Kindheit oft im Alter eine Entfernung von mehr als 90 Graden, und die Entscheidung der aus den übrigen Voraussetzungen der Erziehung und der Umstände unerklärbarsten Phänomene.
Damit ich also meinen Kollegen, den Philosophen über menschliche Natur und Wesen, manches Kopfbrechen über meinen Helden erspare, muß ich ihnen hier zum Vorschub sagen, daß einer von den Freunden des alten Mannheim nicht allein ein großer Landwirt im kleinen war, sondern auch gar zu gern von der Verbesserung seiner Haushaltung und Einkünfte allgemeine Schlüsse machte, die sich auf das Gebiet seines Landesherrn, und, wenn er warm ward, auf das ganze Heilige Römische Reich ausdehnten. Er las dannenhero zu seiner Gemütsergötzung alles, was jemals über Staatswirtschaft geschrieben worden war, schickte auch oft Verbesserungsprojekte ohne Namen, bald an den Premierminister, bald an den Präsidenten von der Kammer, auf welche er noch niemals Antwort erhalten hatte. Indessen schmeichelte er sich doch in heitern Stunden mit der angenehmen Hoffnung, daß sie für beide nicht könnten ohne Nutzen gewesen sein und daß unbemerkt zum Wohl des Ganzen mitzuwirken der größte Triumph des Weisen wäre. Dabei befand er sich um nichts desto übler. Das ewige Anspornen des allgemeinen Wohls machte ihn desto aufmerksamer auf sein Privatwohl, welches er als den verjüngten Maßstab ansah, nach welchem er jenes allein übersehen und beurteilen konnte.“

 

 
Jakob Michael Reinhold Lenz (12 januari 1751- 24 mei 1792)
Portret door Friedrich Wocher, rond 1778

 

 

De Albanese schrijver Fatos Kongoli werd geboren op 12 januari 1944 in Elbasan. Zie ook alle tags voor Fatos Kongoli op dit blog.

Uit: The Loser (Vertaald door Robert Elsie en Janice Mathie-Heck)

“Vilma was the apple of Xhoda’s eye. The lap dog was the apple of Vilma’s eye. I decided to poison Vilma’s dog.
I poisoned Vilma’s white lap dog to take revenge. There wasn’t any other reason for doing it. As a child, I considered myself equal to all the other kids in the sense of social equality, or rather, to the extent a twelveyear- old can understand the concept of social equality. I’m sure that I had no complexes and didn’t see myself as descending from a race of mongrels – as belonging to a species of wretches – and I didn’t see Vilma as stemming from a race of lap dogs – a species of the chosen few. It was only later that I’d learn that Vilma and I belonged to different species. This was to be my second trauma. But at the time, I was still under the influence of the first trauma when, after the beating, I lost all respect for my father. Vilma’s puppy would have to pay, even if it meant that Vilma would be in tears for days and nights on end and that Xhoda would rage and lose his mind.
It was a beautiful lap dog, and like all others of its kind it would rush out and bark wildly, sticking its nose through the pickets of the fence whenever anyone walked by. It barked at me that way, too. It was a warm afternoon and Vilma was sitting in her little chair near the stairs, concentrating on her book. She didn’t look up when the barking started. But since I didn’t budge, it started lunging at me furiously, yelping loud enough to wake up the whole neighbourhood.
I’d counted on this. Annoyed, Vilma finally raised her head. Her eyes caught mine… and mine caught hers. They were azure blue like the ocean. We recognised one another, but we’d never spoken because we’d always been in different classes at school. And, to tell the truth, I really had no desire to speak to Vilma right then.
First she frowned and then shouted something like ‘Max, be quiet, get back here!’ As Max had no intention of obeying, she got up, tossed her book on the chair, and ran towards us. I stood there bewildered. Max only calmed down when his mistress picked him up. I blushed and attempted a smile. I told her she had a beautiful dog. ‘Don’t say that,’ replied Vilma. ‘He’ll get all stuck-up if he hears you and he’ll start biting everyone who walks past the house.’

 

 
Fatos Kongoli (Elbasan, 12 januari 1944)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jack London (eig. John Griffith Chaney) werd geboren op 12 januari 1876 in San Francisco, Californië. Zie ook alle tags voor Jack London op dit blog.

Uit: War of the Classes

“Unfortunately or otherwise, people are prone to believe in the reality of the things they think ought to be so. This comes of the cheery optimism which is innate with life itself; and, while it may sometimes be deplored, it must never be censured, for, as a rule, it is productive of more good than harm, and of about all the achievement there is in the world. There are cases where this optimism has been disastrous, as with the people who lived in Pompeii during its last quivering days; or with the aristocrats of the time of Louis XVI, who confidently expected the Deluge to overwhelm their children, or their children’s children, but never themselves. But there is small likelihood that the case of perverse optimism here to be considered will end in such disaster, while there is every reason to believe that the great change now manifesting itself in society will be as peaceful and orderly in its culmination as it is in its present development.
Out of their constitutional optimism, and because a class struggle is an abhorred and dangerous thing, the great American people are unanimous in asserting that there is no class struggle. And by “American people” is meant the recognized and authoritative mouth- pieces of the American people, which are the press, the pulpit, and the university. The journalists, the preachers, and the professors are practically of one voice in declaring that there is no such thing as a class struggle now going on, much less that a class struggle will ever go on, in the United States. And this declaration they continually make in the face of a multitude of facts which impeach, not so much their sincerity, as affirm, rather, their optimism.
There are two ways of approaching the subject of the class struggle. The existence of this struggle can be shown theoretically, and it can be shown actually. For a class struggle to exist in society there must be, first, a class inequality, a superior class and an inferior class (as measured by power); and, second, the outlets must be closed whereby the strength and ferment of the inferior class have been permitted to escape”.

 
Jack London (12 januari 1876 – 22 november 1916)
Cover

 

 

De Hongaarse schrijver Ferenc Molnár werd op 12 januari 1878 in een burgerlijk-joods gezin van Duitse afkomst geboren. Zie ook alle tags voor Ferenc Molnár op dit blog.

Uit: Liliom

„JULIE He put his arm around my waist—just the same as he does to all the girls. He always does that.
MRS. MUSKAT I’ll teach him not to do it any more, my dear. No carryings on in my carousel! If you are looking for that sort of thing, you’d better go to the circus! You’ll find lots of soldiers there to carry on with!
JULIE You keep your soldiers for yourself!
MARIE Soldiers! As if we wanted soldiers!
MRS. MUSKAT Well, I only want to tell you this, my dear, so that we understand each other perfectly. If you ever stick your nose in my carousel again, you’ll wish you hadn’t! I’m not going to lose my license on account of the likes of you! People who don’t know how to behave, have got to stay out!
JULIE You’re wasting your breath. If I feel like riding on your carousel I’ll pay my ten heller and I’ll ride. I’d like to see anyone try to stop me!
MRS. MUSKAT Just come and try it, my dear—just come and try it.
MARIE We’ll see what’ll happen.
MRS. MUSKAT Yes, you will see something happen that never happened before in this park.
JULIE Perhaps you think you could throw me out!
MRS. MUSKAT I’m sure of it, my dear.
JULIE And suppose I’m stronger than you?
MRS. MUSKAT I’d think twice before I’d dirty my hands on a common servant girl. I’ll have Liliom throw you out. He knows how to handle your kind.
JULIE You think Liliom would throw me out.
MRS. MUSKAT Yes, my dear, so fast that you won’t know what happened to you!.”

 

 
Ferenc Molnár (12 januari 1878 – 1 april 1952)
Kim Rogers als Mrs. Muskat en Gerrard Lobo als Liliom in een uitvoering in New York, 2014

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2015 en ook mijn blog van 12 januari 2014 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 januari 2007 en ook mijn blog van 12 januari 2008 en eveneens mijn blog van 12 januari 2009.