Irvine Welsh, Ko de Laat, Kay Ryan, Esther Verhoef, Ignace Schretlen, Josef ¦kvorecký, Christian Schloyer, Tanja Kinkel, Edvard Kocbek

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Irvine Welsh op dit blog.

Uit:The Bedroom Secrets of the Master Chefs

“She Came to Dance, 20 January 1980
– THIS IS THE fuckin Clash! The green-haired girl had screamed into the face of the flinty-eyed bouncer, who’d shoved her back into her seat. — And this is a fuckin cinema, he’d told her. It was the Odeon cinema, and the security personnel seemed determined to stop any dancing. But after the local band, Joseph K, had finished their set, the main act had come out all guns blazing, blasting out ‘Clash City Rockers’, and the crowd immediately surged down to the front of the house. The girl with the green hair scanned around for the bouncer, who was preoccupied, then sprang back up. For a while the security staff tried to stem the tide, but finally capitulated about halfway through the set, between ‘I Fought the Law’ and ‘(White Man) in Hammersmith Palais’. The crowd was lost in the thrashing noise; at the front of the house they bounced along in rapture, while those at the back climbed on to their seats to dance. The girl with green hair, now right at the front centre of the stage, seemed to be rising higher than the rest, or perhaps it was just her hair, and the way the strobes hit it, making it appear as if a spectacular emerald flame was bursting from her head. A few, only a few, were gobbing at the band and she was screaming at them to cut it out as he – her hero – had only just recovered from hepatitis. She’d been to the Odeon only a few times before, most recently to see Apocalypse Now, but it wasn’t like this and she could bet that it had never been. Her friend Trina was a few feet from her, the only other girl so near the front that she could almost smell the band. Taking a last gulp from the plastic Im Bru bottle she’d filled with snakebite, she killed it and let it fall to the sticky, carpeted floor. Her brain fizzed with the buzz of it working in tandem with the amphetamine sulphate she’d taken earlier. She roared the words of the songs as she leapt, working herself into a defiant frenzy, going to a place where she could almost forget what he had told her earlier that afternoon. Just after they’d made love when he’d gone so quiet and distant, his thin, wiry frame shivering on the mattress. — What’s up, Donnie? What is it? she’d asked him. — It’s all fucked, he’d said blankly. She told him not to be daft, everything was brilliant and the Clash gig was happening tonight, they’d been waiting for this for ages. Then he turned round and his eyes were moist and he looked like a child. It was then that her first and only lover had told her that he’d been fucking someone else earlier; right there on the mattress they shared every night, the place where they’d just made love. It had meant nothing; it was a mistake, he immediately claimed, panic rising in him as the extent of his transgression became apparent in her reaction.”

Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)


De Nederlandse dichter, performer, journalist en toneelschrijver Ko de Laat werd geboren op 27 september 1969 in Goirle. Zie ook alle tags voor Ko de Laat op dit blog.

Veel te kort samengevat

Ach, hoe ik het vandaag ook formuleer
Het kerngevoel valt haast niet weer te geven
Al is dit schema nauw met mij verweven
Zes regels zijn te weinig deze keer

Ik zal niets af gaan zwakken of verheffen
Ik dank u en ik hoop u weer te treffen


Oh jee, m’n FB!

Een Facebook-loze avond. Tja, dat kan
Groot ongemak voor de account-bezitter
En voer voor quasi-lollig vals getwitter
Er kwam online weer heel wat deining van

Met achteraf de tijdlijn-commentaren
Die na wat likes alweer vergeten waren


Inkleuring begonnen

Twee Zwarte Pieten hebben ze geturfd
Maar ja, die zitten nu al opgesloten
Daarmee staat het journaalverhaal op poten
Voor wie hierom te speculeren durft

Wie schieten er te hulp? Dat blijft dus gissen
Al ogen ze vast weer als compromissen

Ko de Laat (Goirle, 27 september 1969)


De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27september 1945 in San Jose, California. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Kay Ryan op dit blog.


Like a storm
of hornets, the
little white planets
layer and relayer
as they whip around
in their high orbits,
getting more and
more dense before
they crash against
our crust. A maelstrom
of ferocious little
fists and punches,
so hard to believe
once it’s past.


All You Did

There doesn’t seem
to be a crack. A
higher pin cannot
be set. Nor can
you go back. You
hadn’t even known
the face was vertical.
All you did was
walk into a room.
The tipping up
from flat was
gradual, you
must assume.

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)


De Nederlandse schrijfster Esther Verhoef-Verhallen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 27 september 1968. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Esther Verhoef op dit blog.

Uit:Lieve mama

“Brian pakte Ralfs laptop af en nam hem op schoot. Hij leek het zwakke protest van zijn vriend niet op te merken – of hij trok zich er gewoon niets van aan.
Ralf was het gewend dat Brian hem negeerde. Het had trouwens ook geen zin om tegen he in te gaan als hij net gebruikt had. Hij nam een slok van zijn Red Bull en legde zijn hoofd tegen de versleten bankkussens. Keek naar het plafond van het schuurtje, waar het spinrag zich als flinterdun textiel om de tl-buis had gewikkeld. De geperste plafondplaten leken op kluwen wormen. Hij kneep zijn ogen dicht. Koppijn. Niet alleen van de lange nacht; het kwam vooral door het gezeur van zijn moeder. Ze had hem vannacht wel dertig keer gebeld en hem talloze berichtjes gestuurd. Stalkster. Hij had het vanochtend pas gezien – zijn telefoon had uitgestaan.
Rond zessen was hij doodmoe thuisgekomen. De weg aar zijn warme bed werd versperd door zijn moeder. Ze had in de keuken gezeten, met wallen onder haar bloeddoorlopen ogen. Een halflege fles wijn op tafel. Huisarrest had ze hem opgelegd – huisarrest! Alsof hij nog een baby was.
Hij was verdomme achttien.
Had een auto.
Waar bemoeide ze zich mee?
Hij kon maar beter snel op zichzelf gaan wonen. Ergens in Rotterdam of Den Haag met een paar vrienden een flat of een huis huren.
Als hij het geld er maar voor had.
Zijn moeder had aan één stuk door tegen he staan schreeuwen. Ze had amper de tijd genomen om adem te halen. Zijn vader was op het lawaai afgekomen, maar hij had zich er niet mee bemoeid. Dat deed hij nooit. ‘Je moeder kent je het beste,’ had hij gezegd, en daarna was hij naar zijn werk vertrokken.”

Esther Verhoef (‘s-Hertogenbosch, 27 september 1968)


De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Zie eveneens alle tags voor Ignace Schretlen op dit blog.

Het verlaten van mijn huis

Het verlaten van mijn huis
valt mij steeds lastiger

het zware behang kleeft
aan de kleren die ik draag

de honden blijven janken
maar er zijn geen honden meer

mijn nagels zijn uitgeschoten
tot hanenpoten, duivelsklauwen

mijn tenen groeiden uit tot wortels
terwijl mijn armen zich vertakten

ik koester hier het kwetsbaar licht
en het getreuzel van seizoenen

luister naar de samenzang van stenen
steeds luider klinkt hun lome lied.

Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)


De Tsjechische schrijver en uitgever Josef Škvorecký werd geboren op 27 september 1924 in Náchod. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Josef Škvorecký op dit blog

Uit: When Eve Was Naked

“We met in a sight-seeing bus, touring Prague. She wore her brown hair in braids with red bows at the ends. That much I remember. I have no idea what we talked about. In general, I have no idea what children talk about among themselves. Their world is foreign to me, and so I don’t concern myself with it.
They say it’s a happy world. Undoubtedly it is. It knows neither optimism nor despair. It passes by in a sort of permanent state of eager interest. I would like to know, though, just when it ends.
And perhaps I do. I know she was wearing a white linen summer dress, red sandals and white socks, that she was from Velim or some such small town and that she won a promotional contest by collecting the most toothpaste caps. Since I was eight at the time and she was much younger, she was probably about six. In any case, I think she was going to start first grade after summer vacation. It was her first time in Prague. The man with the megaphone pointed out the sights. Her red beret with the word THYMOLIN created an almost coquettish contrast with her brown hair, parted in the middle.
On me it looked like the beret of a foreign legionnaire. But I had hardly caught sight of her before I lost interest in my beret. What was the beret next to her? Next to those braids with red bows? Next to those eyes the colour of chocolate? Next to those bare calves in white socks?
And so it was love at first sight, perhaps my first love ever.
Ahh! I think it’s futile to try to describe it in words. We were put into a third-class coach, together with a group of charity children from the Prague Paupers, piled in ten to a compartment, boys and girls together, and we were on our way. Two days and two nights on the train, then sunny Italy.
When Wilson Station disappeared from sight she began to cry. Small tears rolled down her red cheeks and the white front of her dress, devoid of breasts. The tears rolled down that delicate chest of a child’s small body. At night boards were laid between the benches and on them blankets, and on the blankets they put us. Five heads in one direction, tire heads in the other.”

Josef Škvorecký (Náchod, 27 september 1924)


De Duitse dichter en schrijver Christian Schloyer werd geboren op 27 september 1976 in Erlangen. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Christian Schloyer op dit blog.

experiment zur selbstüberwachung, spektralanalyse

polarlichter sind technisch gesehn verwirrungs
erscheinungen · in magnetfeldern

zwischen voneinander nichts ahnenden
verwirrten & eignen sich ganz besonders

schlecht für metaphern, beachten sie den hellen
strahl in der mitte wir sprechen von

eruption aufgrund einer unsachgemäßen an
näherung zwischen zwei sich nicht

verwindenden sonnen im
unteren drittel der nacht gerade so

nicht mehr zu sehn



auf spuren schwarzer schnecken
münder streich ich chromoplastik
stricher schleich ich
(unter zuckerzusatz) heimlich
meinen heimweg heim

unverdunkelt wie geschliffen tritt
aus dem geheimbund
schatten hinter der laterne mir
der antisept entgegen, starrt mich
aus der plastiktüte unverhohlen an das mehrweg
aug (schon grau) es stiert
gebrochen – doch ich bleibe
ungeniert (hab nicht einmal
daran gerochen.

Christian Schloyer (Erlangen, 27 september 1976)


De Duitse schrijfster Tanja Kinkel werd geboren op 27 september 1969 in Bamberg. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Tanja Kinkel op dit blog.

Uit: Manduchai

„Am Tag, ehe sie zur Welt kam, half ihre Mutter Bribsun noch bei der Geburt eines Kamelfohlens. Das brachte Glück und im Obrigen war es bedeutungsvoll. Ihr Vater war einer der wichtigsten Männer der Chorus-Sippe und der Schwurbruder ihres Anführers. Niemand respektierte einen Mann, dessen Frau seine Herden vernachlässigte. Bribsun und ihre Dienerin gingen mit der Kamelstute auf und ab, streichelten ihr das Fell, murmelten beruhigende Laute und teilten ihre Wärme mit dem Tier. Die Nächte waren kalt in der Wüste, und Bribsun, in dicke Luchspelze gehüllt, die ihr als Frau eines bedeutenden Mannes zustanden, wünschte sich nur, sie hätte selbst ein Fell. „Bah“, sang sie der Kamelstute vor „bah“, und das Kind in ihrem Bauch, das sie gerade getreten hatte, wurde ruhiger. Die Kamelstute gebar schnell. Bribsun brauchte am nächsten Tag vier Stunden, in denen sie mit gespreizten Beinen in Hockstellung halb stand, halb saß, den Oberkörper über einen umgedrehten Korb gelegt. Aber es dauerte nicht so lange wie die Geburt ihres Sohnes im vorletzten Jahr und so war sie zufrieden, als das Kind aus ihr heraus und auf die Filzmatte glitt, die ihre Dienerin bereitgelegt hatte. Bribsun reinigte ihr Neugeborenes mit Schafswolle von Blut und Schleim, wie es der Brauch gebot, und sah, dass es ein Mädchen war. Nach einem lebenden Sohn würde das Geschlecht ihren Gatten nun nicht kümmern; auch Töchter waren wichtig für die Sippe. Das Kleine hatte den kleinen blauen Fleck am Steiß, den alle wahren Kinder des Ewigen Blauen Himmels besaßen, und so war es gut. »Das Land war dürr und wasserlos., sagte Bribsun zu dem Säugling, wie sie es auch ihrem Sohn erzählt hatte, wie alle Mütter es ihren Kindern erzählten, »und unser Urvater wurde von einer Wölfin gesäugt. Als das Wasser zurückkehrte, brachte sie ihn zurück zu den Menschen, aber sie biss ihn vorher damit sie ihn überall wieder erkennen würde. Deswegen hast du diesen blauen Fleck denn wir sind alle die Kinder der Wölfin.“

Tanja Kinkel (Bamberg, 27 september 1969)


De Sloveense dichter, schrijver en essayist Edvard Kocbek werd in Sloveens Stiermarken geboren op 27 september 1904. Zie ook mijn blog van 27 september 2010 en eveneens alle tags voor Edward Kocbek op dit blog.

The Lippizaner (Fragment)

A newspaper reports:
the Lippizaners collaborated
on a historical film.
A radio explains:
a millionaire had bought the Lippizaners,
the noble animals were quiet
throughout the journey over the Atlantic.
And a text book teaches:
the Lippizaners are graceful riding horses,
their origin is in the Karst, they are of supple hoof,
conceited trot, intelligent nature,
and obstinate fidelity.

But I have to add, my son,
that it isn’t possible to fit these
restless animals into any set pattern:
it is good, when the day shines,
the Lippizaners are black foals.
And it is good, when the night reigns,
the Lippizaners are white mares,
but the best is,
when the day comes out of the night,
then the Lippizaners are the white and black buffoons,
the court fools of its Majesty,
Slovenian history.

Others have worshipped holy cows and dragons,
thousand-year-old turtles and winged lions,
unicorns, double-headed eagles and phoenixes,
but we’ve chosen the most beautiful animal,
which proved to be excellent on battlefields, in circuses,
harnessed to princesses and the Golden Monstrance,
therefore the emperors of Vienna spoke
French with skilful diplomats,
Italian with charming actresses,
Spanish with the infinite God,
and German with uneducated servants:
but with the horses they talked Slovene.

Remember, my child, how mysteriously
nature and history are bound together,
and how different are the driving forces of the spirit
of each of the world’s peoples.
You know well that ours is the land of contests and races.
You, thus, understand why the white horses
from Noah’s ark found a refuge on our pure ground,
why they became our holy animal,
why they entered into the legend of history,
and why they bring the life pulse to our future.
They incessantly search for our promised land
and are becoming our spirit’s passionate saddle.


Vertaald door Sonja Kravanja

Edvard Kocbek (27 september 1904 – 3 november 1981)


Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.