Frans Budé, Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Erik Vlaminck, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock

Bij de start van de Tour de France

 


Miguel Indurain

 

Nabij de Apostelhoeve

Hoe hier beneden in 1992 de Tour de France passeerde.
De straffe wind van het peloton deed de druiven even
wankelen, blozen, duizelen, daarna dansen aan hun stokken.

Auxerrois, Riesling en Thurgau namen het op tegen
het geweld van Indurain, Delion en Lino. Zag je zonder
één amientje Breukink demarreren? De wijnhoeve
en de roes van zomerlicht, alles paste volmaakt ineen:

het voorbijtrekken van de jakkerende renners, bezweet
maar in droomversnelling, de steeds hoger klimmende
wolken boven zachtgele muren van mergel, het springerige
riviertje dat zich ongekend snel voortspoedde, de alles

overspoelende vreugde wat later bij de eindstreep.
Ontkurk alvast een Cuvé XII Brut en les je nieuwsgierigheid.

 

 
Frans Budé (Maastricht, 28 december 1945)
De Apostelhoeve nabij Maastricht.

Doorgaan met het lezen van “Frans Budé, Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Erik Vlaminck, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock”

Johannes Immerzeel, Alekos Panagoulis, Ota Pavel, C. C. Bergius, Arend Fokke Simonsz

De Nederlandse dichter en schrijver Johannes Immerzeel werd geboren in Dordrecht op 2 juli 1776. Zie ook alle tags voor Johannes Immerzeel op dit blog.

Het ouderlijk huis (Fragment)

De kommer mogt aan ’t moederhart,
De zorg in ’s vaders boezem knagen,
De boogaard weigren vrucht te dragen,
Het veldgewas zijn neêrgeslagen,
Een toekomst naadren, bang en zwart;
Het kind bleef spelen, dartlen, lagchen,
En, opgeruimd, om kusjes pragchen.

En kusjes, ja! die vond het steeds,
Al kwam uit moeders oogenleden
Een pijnlijk traantje neêrgegleden,
Als tolk van hare teederheden
En tevens van ’t besef des leeds:
Maar leekten dropjes op zijn wangen,
’t Bleef, spelend, die in ’t mondje vangen.

Geen toekomst voor ’t gelukkig kind!
Het heden ketent al zijn zinnen:
’t Ziet door zijne oudren zich beminnen,
En ’t vindt de onstoorbre rust van binnen,
Zoo lang het liefde en speelgoed vindt;
En moog men ’t voedsel karig deelen,
’t Vergeet de derving onder ’t spelen.

En mogt men ‘t, in een’ hooger’ stand,
Het schitterendst verblijf bereiên,
In d’ overvloed zou ’t blijven schreijen
Om de arme schuur en schrale weiên,
Waar ’t huppelde aan de moederhand,
Zijn’ hoepel rolde en bellen blaasde,
Of, in zijn smart, op kusjes aasde.

Johannes Immerzeel (2 juli 1776 – 9 juni 1841)
Portret door Nicolaas Pieneman, 1830

 

Doorgaan met het lezen van “Johannes Immerzeel, Alekos Panagoulis, Ota Pavel, C. C. Bergius, Arend Fokke Simonsz”