To Summer (William Blake)

 

Dolce far niente

 

 
Summer Landscape II door William Brymner, 1910

 

To Summer

O thou who passest thro’ our valleys in
Thy strength, curb thy fierce steeds, allay the heat
That flames from their large nostrils! thou, O Summer,
Oft pitched’st here thy goldent tent, and oft
Beneath our oaks hast slept, while we beheld
With joy thy ruddy limbs and flourishing hair.

Beneath our thickest shades we oft have heard
Thy voice, when noon upon his fervid car
Rode o’er the deep of heaven; beside our springs
Sit down, and in our mossy valleys, on
Some bank beside a river clear, throw thy
Silk draperies off, and rush into the stream:
Our valleys love the Summer in his pride.

Our bards are fam’d who strike the silver wire:
Our youth are bolder than the southern swains:
Our maidens fairer in the sprightly dance:
We lack not songs, nor instruments of joy,
Nor echoes sweet, nor waters clear as heaven,
Nor laurel wreaths against the sultry heat.

 

 
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)
Londen. William Blake werd in Londen geboren.

 

Zie voor de schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Vader en zoon (Michel van der Plas)

Bij Vaderdag

 

Een buitenman en zijn zoon door Traian Biltiu Dancus, 1946

 

Vader en zoon

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt
kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?
ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?
jij bent toch in de regen weggelegd?

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?
Waar zou ik moeten komen? ben je daar
nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar
het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.
Ik moet al antwoord geven en ik ken
nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben

Ja, zeg ik, en kijk om. De nacht is diep.
Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:
ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)
Den Haag, de geboorteplaats van Michel van der Plas

 

Zie voor de schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Marije Langelaar

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. In 2000 voltooide ze haar studie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem en nam sindsdien deel aan diverse tentoonstellingen en festivals in binnen- en buitenland. Met Mark Manders runt ze de uitgeverij ROMA Publications. In het voorjaar van 2003 verscheen haar officiële debuutbundel “De rivier als vlakte.” In 2009 volgde “De schuur in”, die werd genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs en de J.C. Bloemprijs en werd bekroond met de Hugues C Pernathprijs. Voor haar bundel “Vonkt” ontving zij de Jan Campert prijs 2017 en de Awater Poëzieprijs. De bundel werd ook genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2018. 

 

In het dier

Ik klim in de boom voor het uitzicht
een hert komt naderbij om ons te warmen.
We spreken hem toe over de stad, buiten de greep van de bladeren.
De ogen van het dier openen zich in een weg naar elders
we lopen naar binnen het is warm en behaaglijk en zoveel instinct.
Mijn man klikt in een poot en begint op en neer, op en neer, en krom en recht, en krom
en recht zoveel beweging in mijn man.
Het dier accepteert gelaten.
Ik loop verder richting hersens, altijd zo gedachtengeoriënteerd.
Ik kom terecht in een ijle substantie.
Ik zie hier de varianten van het dier. Kortpotig of juist
lang, met of zonder hoorns, verlengde tong, ingegroeide hoeven de
mogelijkheden zijn eindeloos.
het dier gorgelt.
Te lang ronddraven is nooit goed dus glijd ik weer naar
beneden waar mij man inmiddels in de staart de lucht rond het dier
circuleert.
Mijn man is zo speels het verwondert mij.
We lopen eruit. Het dier schudt zich.
We aaien zijn rug en keren weer terug naar de auto.

 

De hoeder van mijn oude eenzaamheid

De hoeder van mijn oude eenzaamheid
schudt aan de tafel

een wilde dans is gestopt
wat nu nog moet wordt afgerond

willoze twijgen in het gedoofde venster
de kop van de helling bezwijkt

de andere wereldhelft zal stonds ontwaken

ik leg mij neer
in de opalen schijnsels
de roep van dieren komt tot de deur

zacht zal ik straks belijden
wat nu nog komt dat hoeft niet meer

 

 
Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)