Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

Vertaald door Gerard Rasch

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Doorgaan met het lezen van “Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes”

Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Dit alles brengt ons weer terug in de kleine kamer van het Parijse Hôtel d’Alsace op 30 november 1900. Robert Ross en Reggie Turner hadden de nacht in een andere kamer van het hotel doorgebracht, waar zij tot tweemaal toe door de wachthoudende ziekenbroeder werden gewaarschuwd dat het afgelopen was. Dat bleek beide keren nog niet het geval, maar om half zes ’s ochtends begon het reutelen van de stervende, dat Robert Ross in een uitgebreide brief van twee weken later (14 december aan Wildes vriend More Adey) vergelijkt met ‘het afgrijselijke ronddraaien van een ijzeren slinger’. In zijn verslag van die dag laat Robert Ross trouwens geen onappetijtelijk detail van het sterfbed onvermeld. Reggie Turner heeft altijd een veel vrediger versie van Oscar Wildes stervensuren staande gehouden, die hij bovendien pas veel later en niet dan met kiesheid aan het papier toevertrouwde.
Een onverifieerbare maar hardnekkig anekdote wil dat de stervende dichter op 28 november nog klagend tegen het intens lelijke bloemetjesbehang had gegrapt: ‘Dit behang kost me mijn leven. Een van ons beiden moet vertrekken.’ Nu, twee dagen later, was onafwendbaar duidelijk dat het inderdaad de schrijver was die het onderspit zou delven. De Britse ambassade-arts Maurice à Court Tucker, die Wilde in de voorafgaande acht weken maar liefst 68 keer had bezocht en die op 10 oktober nog een ooroperatie bij hem had laten verrichten, had zijn patiënt reeds enkele dagen tevoren opgegeven. Zelfs het toedienen van opium en morfine was intussen gestaakt en ook aan de consumptie van champagne – blijkens de rekeningen van het Hotel d’Alsace: 54 flessen Pommery Extra Sec en één fles Moët et Chandon in de laatste twee maanden – was een eind gekomen. Ross en Turner doodden de tijd met het verscheuren van brieven. Er was geen directe familie te waarschuwen. Wildes echtgenote Constance was hem op 7 april 1898 reeds in de dood voorgegaan; in het voorjaar van 1899 had hij haar graf op de Genuese begraafplaats Staglieno nog bezocht. Zijn vader en moeder waren respectievelijk reeds in 1876 en in 1896 overleden, terwijl zijn broer Willie in 1899 was gestorven. Met de beide zonen van Oscar bestond geen contact, en lord Alfred Douglas was de vorige dag al telegrafisch op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Tussen 12.00 en 12.30 uur op die dertigste november lieten de beide vrienden hun wacht even beurtelings aan elkaar over om iets te eten te halen. Daarna zaten zij opnieuw gezamenlijk aan het sterfbed, in afwachting van het einde.”

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Doorgaan met het lezen van “Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis”

Sophie Hannah

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Hannah is de dochter van een hoogleraar politicologie en een jeugdboekenschrijfster. Haar eerste gepubliceerde werk was het kinderboek “Carrot the Goldfish” (1992). Tussen 1993 en 2007 publiceerde ze tien poëziebundels, waarvan het merendeel verscheen bij uitgever Carcanet Press. Ook vertaalde ze twee boeken van Tove Jansson uit de Mumintrollet-serie in het Engels. Van 1997 tot 2001 was ze verbonden aan twee universiteiten, respectievelijk Cambridge (Trinity College) en Oxford (Wolfson College). In 2006 publiceerde ze voor het eerst een boek voor volwassenen, “Little Face”, een psychologische misdaadroman. Er werden 100.000 exemplaren van verkocht, en in de jaren daarna verscheen nog een tiental misdaadromans, waaronder “The Monogram Murders” (2014), een detectiveroman met Hercule Poirot, de Belgische detective geschapen door Agatha Christie, 39 jaar na “Curtain: Poirot’s Last Case”.

 

The Storming

There are differences, one assumes,
between us and the people we know who storm out of rooms,

sometimes crying, but not every time;
sometimes muttering, sometimes an angry marching mime

is their exit mode. Where do they go,
all those people who storm out of rooms? Will we ever know?

Are there sandwiches there, and a flask
of hot tea? We won’t find out if we never ask.

Once they’ve fled the provoking scene,
do they all get together somewhere? Do they reconvene

in a basement, an attic, a flat?
Do they also reserve the right to storm out of that,

and if so, do they take turns to storm
or link arms and desert en masse in a furious swarm,

leaving nobody in their wake?
Would there be any point in the storming, for nobody’s sake?

There are differences, one fears,
between us and the people who storm out of rooms in tears,

as if, having ruined it all,
in the snug, they imagine they’ll be better off in the hall,

and that anyone left in a chair
automatically gets to be wrong and to blame and unfair,

unaware of how bad stormers feel,
and quite lacking in feelings themselves. That is part of the deal.

Notice how I don’t leap to my feet,
how I nestle in cushions and curl myself into my seat.

Leave at once for the moral high ground.
I’ll stay here by the fire, mocking storms and just lounging around.

 

 
Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode, Juan José Saer

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit: Climax (Vertaald door William Rodarmor)

„In this story, Sofia was a little like Poland.
Nicolas knew he would be the big loser in such an expansion. He already found it hard enough to make one woman come; the idea of having twice as much work, in the face of fierce competition, seemed more than he could handle. Unless, speaking purely technically, a transfer of competence occurred, which was something he absolutely didn’t want. Besides, how could he admit to his desire for another woman, right in front of Pauline? Let’s call this impulse erotic sovereignism, which would be the logical opposite of erotic federalism.
Erotic sovereignism might be thought infantile, and with good reason. Men, at least most of the time, are big children. Here’s proof: exhausted by all these considerations, which he suddenly found completely futile, Nicolas drank his coffee and went back to bed.
The architects of Europe thought that two things were essential for the people of the continent to feel European: a flag and an anthem. The matter of the flag was settled in 1955, and presented no particular difficulty. But that wasn’t the case with the anthem. People hoped a new world would emerge after the horror of the war, and a number of composers wanted to be part of that. They included a composer from Lyons named Jehane-Louis Gaudet. In 1949 he sent his Chant de la paix to the president of the Council of Europe and crossed his fingers. After all, wasn’t it a golden opportunity for an unknown artist to become famous?
After the Chant de la paix was presented to the Council, the president telephoned the composer to personally thank him for his contribution. Unfortunately, he said, it would be very difficult to adopt this magnificent composition as the European anthem.
“Why?” asked Gaudet in surprise.
“Because we are required to be unanimous.”
It turns out that on the day the council met, a little man with a mustache, a Dutchman from Rotterdam, had felt that the Chant de la paix was too…. The Council president had forgotten the word that had been used.
“Too what?” asked the composer. He felt a little annoyed, but was prepared to rewrite a few bars to satisfy the gentleman from Rotterdam if necessary”


Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

Doorgaan met het lezen van “Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode, Juan José Saer”

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Teju Cole, Frank O’Hara, Paul Laurence Dunbar, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, João Guimarães Rosa

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

Shapeshifter Poems

1
the legend is whispered
in the women’s tent
how the moon when she rises
full
follows some men into themselves
and changes them there
the season is short
but dreadful shapeshifters
they wear strange hands
they walk through the houses
at night their daughters
do not know them

2
who is there to protect her
from the hands of the father
not the windows which see and
say nothing not the moon
that awful eye not the woman
she will become with her
scarred tongue who who who the owl
laments into the evening who
will protect her this prettylittlegirl

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Doorgaan met het lezen van “Lucille Clifton, Rafael Chirbes, Teju Cole, Frank O’Hara, Paul Laurence Dunbar, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, João Guimarães Rosa”

Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Stefan Andres, Martin Andersen-Nexø, Branwell Brontë

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

It is Myself, Terror, It is Myself

Stranded dried up dreams flush with the muzzles of rivers create
formidable piles of mute bones
the too swift hopes crawl scrupulously
like tamed snakes
one does not leave one never leaves
as for me I have halted, faithful, on the island
standing like Prester John slightly sideways to the sea
and sculptured at snout level by waves and bird droppings
things things it is to you that I give
my crazed violent face ripped open in the whirlpool’s depths
my face tender with fragile coves where lymphs are warming
it is myself terror it is myself
the brother of this volcano which certain without saying a word
ruminates an indefinable something that is sure
and passage as well for birds of the wind
which often stop to sleep for a season
it is thyself sweetness it is thyself
run through by the eternal sword
and the entire day advancing
branded with the red-hot iron of foundered things
and of recollected sun

 

. . . On the State of the Union

I imagine this message in Congress on the state of the Union:
situation tragic,

left underground only 75 years of iron
50 years of cobalt
but 55 years worth of sulfur and 20 of bauxite
in the heart what?
Nothing, zero,
mine without ore,
cavern in which nothing prowls,
of blood not a drop left.

 

Vertaald door Clayton Eshleman en Annette Smith

 
 Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)

Doorgaan met het lezen van “Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Stefan Andres, Martin Andersen-Nexø, Branwell Brontë”

Annie Salomons

De Nederlandse schrijfster, dichteres en vertaalster Annie Salomons (eigenlijk Anna Maria Francisca van Wageningen-Salomons) werd geboren in Rotterdam op 26 juni 1885. Annie Salomons haalde haar HBS-diploma in 1901. Als extraneus aan het Erasmiaans Gymnasium behaalde zij in 1905 het diploma gymnasium-alfa, waarna zij Nederlandse letteren studeerde, eerst in Leiden (1905-1907), later in Utrecht. Zij beëindigde in 1910 de studie voortijdig. Daarna woonde zij bij haar ouders tot aan haar huwelijk op 27 november 1924 met de jurist Henri (Han) van Wageningen. Van 1924 tot 1927 verbleven zij in Medan op Sumatra, in Nederlands-Indië. Han van Wageningen kon een goede carrière maken bij de Rechterlijke Macht, maar Annie Salomons verdroeg de hitte slecht. Na drie jaar keerden zij terug naar Nederland om zich in Den Haag te vestigen, waar Van Wageningen tot rechter was benoemd. Salomons werkte al vroeg mee aan tal van tijdschriften. Onder invloed van de Tachtigers en aangemoedigd door Johan de Meester sr. was zij aanvankelijk dichteres. Later maakte zij echter vooral naam door haar romans. Salomons heeft de vele groten van de generatie na Tachtig persoonlijk gekend: Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden, Louis Couperus, J.H. Leopold, P.C. Boutens, Nico van Suchtelen, Carel Gerretson (Geerten Gossaert), Slauerhoff, J.C. Bloem en Adriaan Roland Holst. Van de schrijfsters kende zij vooral Top Naeff, Ina Boudier-Bakker, Carry van Bruggen en Margo Scharten-Antink. Verder de Vlamingen August Van Cauwelaert, Felix Timmermans, Karel van de Woestijne en Herman Teirlinck. Al deze ontmoetingen maakten indruk op Salomons en velen werden door haar bewonderd. In “Herinneringen uit de oude tijd aan schrijvers, die ik persoonlijk heb gekend” vertelt zij over deze kleurrijke mensen die haar leven en werken hebben beïnvloed en gevormd.

 

Zigeunerweisen van Sarasate

De klanken klagen door den zwaren nacht
Hun zoelen zang van ongetroost verlangen….

Ik bid je, leg je hand niet aan mijn wangen,
Ook ik heb jarenlang vergeefs gewacht,
En bij de eentonig-uitgehuilde klacht
Voel ik mijn ziel door ouden waan bevangen.

De klanken stijgen tot een sterken stroom,
Die zich een bres breekt door het steil berusten.
Ik wéét niet meer, met welken verren droom
Ik vroeger steeds mijn heet verlangen suste….
De stroom is niet te stuiten; – liefde kóóm’,
En néém mijn mond, die hunkert naar haar lusten.

 

Wreede liefde

III
Wij, die elkaar in droomen minden,
Buiten den dwang van ruimte en tijd,
Hoe zullen wij bevreed’ging vinden
In deze arme werklijkheid?

Uw hoofd, in mijnen arm gedoken,
Lijkt als een vrucht zoo broos en klein;
Gij houdt uw oogen vroom geloken;
Kan daar mijn hééle wereld zijn?

Er ligt een trots van troostend weten
In uwer handen vasten druk.
Maanden van hunkring, fel verbeten,
Heeft rustloos mij de drang bezeten
Naar dit onmogelijk geluk.

Maar, bang en blij tot u gekomen,
Zooals een kind naar ’t eerste feest,
Lijkt liefde’s liefste mij ontnomen:
Gij maakt een eind aan al mijn droomen….
Ik ben nog nooit zóó arm geweest.

 

 
Annie Salomons (26 juni 1885 – 16 januari 1980)

George Orwell, Yann Martel, Rob van Essen, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky

De Britse schrijver George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) werd op 25 juni 1903 geboren in Motihari, India. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor George Orwell op dit blog.

Uit: 1984

“On occasion he had even been entrusted with the rectification of The Times leading articles, which were written entirely in Newspeak. He unrolled the message that he had set aside earlier. It ran:
times 3.12.83 reporting bb dayorder doubleplusungood refs unpersons rewrite fullwise upsub antefiling
In Oldspeak (or standard English) this might be rendered:
The reporting of Big Brother’s Order for the Day in The Times of December 3rd 1983 is extremely unsatisfactory and makes references to non-existent persons. Rewrite it in full and submit your draft to higher authority before filing.
Winston read through the offending article. Big Brother’s Order for the Day, it seemed, had been chiefly devoted to praising the work of an organization known as FFCC, which supplied cigarettes and other comforts to the sailors in the Floating Fortresses. A certain Comrade Withers, a prominent member of the Inner Party, had been singled out for special mention and awarded a decoration, the Order of Conspicuous Merit, Second Class.
Three months later FFCC had suddenly been dissolved with no reasons given. One could assume that Withers and his associates were now in disgrace, but there had been no report of the matter in the Press or on the telescreen. That was to be expected, since it was unusual for political offenders to be put on trial or even publicly denounced. The great purges involving thousands of people, with public trials of traitors and thought-criminals who made abject confession of their crimes and were afterwards executed, were special show-pieces not occurring oftener than once in a couple of years. More commonly, people who had incurred the displeasure of the Party simply disappeared and were never heard of again. One never had the smallest clue as to what had happened to them. In some cases they might not even be dead. Perhaps thirty people personally known to Winston, not counting his parents, had disappeared at one time or another.”

 
George Orwell (25 juni 1903 – 21 januari 1950)
Cover

Doorgaan met het lezen van “George Orwell, Yann Martel, Rob van Essen, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky”

Larry Kramer, Claude Seignolle, Ariel Gore, Heinrich Seidel, Hans Marchwitza, Georges Courteline, Friederike Kempner

De Amerikaanse schrijver, columnist en homoactivist  Larry Kramer werd geboren in Bridgeport, Connecticut op 25 juni 1935. Zie ook alle tags voor Larry Kramer op dit blog.

Uit: Faggots

“Winnie, or more correctly, Dunnie, as he was then called, didn’t know what a fairy was, such being the insularity of Main Line education even then. So calmly, that same night, with that quest for curiosity, that vigor for knowledge which deserted him at some point between Hill and U. Va., he asked one of his classmates, a cute Jewish scholarship student from Shreveport named Sammy Rosen, whom Dunnie had been spending a lot of time with because Sammy was well-versed and hence helpful in time of test and trial, and as luck would have it, Sammy knew, as Dunnie knew he would. Sammy also shivered as he dispensed the knowledge, so both of them realized, at precisely this moment in time, that they were about to learn even more comprehensively what a fairy was. “Want to come to my room and have some of my Mama’s brownies?” Sammy began haltingly. It was as simple as that. “What will you do when you finish college?” Sammy asked, trying to keep the conversation light, even though he’d been wet dreaming for several months about such an opportunity as was obviously now creeping up on both of them, as they sat on his bed munching away at Mrs. Rosen’s brown squares and waiting for whatever was going to happen to happen. “I think I’m very handsome,” Dunnie said quite matter-offactly, in response to the question. Was this not a Future Great Model in embryo even then? “Don’t you?” “… Yes …,” Sammy replied, wondering what one thing had to do with another. “I wish to do something that will allow the world to appreciate my handsomeness.” “Oh. Like be a movie star?” “Heavens, no. I don’t want to have to talk. I just want to be seen.” And to illustrate his point, he cast a long look at himself in Sammy’s bureau mirror, which was tilted just his way. “And, of course, to be talked about. And worshipped and adored.” “Oh.” “I guess that means I have to be a famous model, though even that’s less than perfect. I really don’t want to be associated with any product. But I guess that can’t be helped. But I’ll see to it that my picture is large and no one will pay any attention to whatever it is I’m selling.” This news hung in the air for moments as the two boys—like cute animals in Walt Disney cartoons, which, when confronted with anything intractable, simply engorge it whole—stuffed huge brownies into their mouths. Dunnie was pleased that his future was clear and Sammy was impressed with such direction. Then Dunnie prophesied again: “I’ll tell you something else. I don’t want to get married. Ever.” “How do you know that?” “I know it. My parents are married, so I just know it.” “I … I know it, too.”

 
Larry Kramer (Bridgeport, 25 juni 1935)
Cover

Doorgaan met het lezen van “Larry Kramer, Claude Seignolle, Ariel Gore, Heinrich Seidel, Hans Marchwitza, Georges Courteline, Friederike Kempner”

Leendert Witvliet

De Nederlandse dichter en schrijver Leendert Witvliet werd geboren in Werkendam op 25 juni 1936. Witvliet begon op zijn zeventiende met het schrijven van cabaret-teksten en gedichten.¹ Hij bezocht de Rijkskweekschool en studeerde M.O-A en M.O-B Nederlands aan de Fryske Akademie te Groningen. Vanaf 1961, na zijn militaire dienstplicht, was hij tot zijn 56ste in het openbaar onderwijs werkzaam. Aan de HAVO en het VWO van het Heymanscollege te Groningen het langst, als conrector en leraar Nederlands. Witvliet werkte regelmatig mee aan de jeugdbijlage van Vrij Nederland, ‘De Blauw Geruite Kiel’, waar hij zowel verhalen als gedichten voor schreef. Voor het Nieuwsblad van het Noorden was hij enige jaren criticus voor de jeugdliteratuur. Ook publiceerde hij werk voor de middelbare school en schreef een boekje voor leraren Nederlands over poëzie in de klas. Witvliet was medewerker aan o.a. De Gids, NVT, Raster, Maatstaf, de Poëziekrant en Rottend Staal.

 

Klaproos

Even maar in bloei
langs de spoorlijn
de klaproos
met het kleine behaarde blad
de bloem
vuurrood en donker middenin.

Hoog boven het gras
wuift ze
naar wie langs haar komt.

 

December

Een middag met een laag zonnetje
met een vijver in december met alles
sneeuw, eenden, vastgevroren
en pas bij elkaar.
Je gezicht met een laag vermoeidheid.

Hoe alles om je heen
deed denken aan ziek,
je achtergebleven lieve zieke
in je en nog geen herinnering.

Hoe we zeggen hoe we zwijgen.


Leendert Witvliet (Werkendam, 25 juni 1936)