Thomas (Nel Benschop)

Bij Beloken Pasen

 


De ongelovige Thomas door Gerrit van Honthorst, 1620

 

Thomas

Ik was er niet, toen Jezus bij hen kwam
en hun de tekens toonde in Zijn handen,
toen Hij hun uitgedoofde vuur deed branden
en ieder uit Zijn handen ’t brood aannam.

Ik wilde niet, zo volgzaam als een lam
mij bij de kudde trouwe schapen voegen
die van de herder alles maar verdroegen;
ik wilde zelf bepalen of ik kwam.

Ik wilde zien en voelen of ik niet
met dromen mij in slaap zou laten wiegen,
of mij door schone schijn laten bedriegen;
dat konden zij misschien doen, maar ik niet.

Toen zag ik Hem – en ik had geen verweer
maar kon slechts stamelen: “Mijn God, mijn Heer!”

 

 
Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Nieuwe Kerk in Den Haag. Nel Benschop werd in Den Haag geboren.

 

Zie voor de schrijvers van de 23e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

William Shakespeare, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

Uit:Macbeth

“Enter MACBETH
MACBETH
How now, you secret, black, and midnight hags!
What is’t you do?
ALL
A deed without a name.
MACBETH
I conjure you, by that which you profess,
Howe’er you come to know it, answer me:
Though you untie the winds and let them fight
Against the churches though the yesty waves
Confound and swallow navigation up
Though bladed corn be lodged and trees blown down
Though castles topple on their warders’ heads
Though palaces and pyramids do slope
Their heads to their foundations though the treasure
Of nature’s germens tumble all together,
Even till destruction sicken answer me
To what I ask you.
FIRST WITCH
Speak.
SECOND WITCH
Demand.
THIRD WITCH
We’ll answer.
FIRST WITCH
Say, if thou’dst rather hear it from our mouths,
Or from our masters?
MACBETH
Call ‘em let me see ‘em.
FIRST WITCH
Pour in sow’s blood, that hath eaten
Her nine farrow grease that’s sweaten
From the murderer’s gibbet throw
Into the flame.
ALL
Come, high or low
Thyself and office deftly show!
Thunder. First Apparition: an armed Head
MACBETH
Tell me, thou unknown power,–
FIRST WITCH
He knows thy thought:
Hear his speech, but say thou nought.
First Apparition
Macbeth! Macbeth! Macbeth! beware Macduff
Beware the thane of Fife. Dismiss me. Enough.
Descends
MACBETH
Whate’er thou art, for thy good caution, thanks
Thou hast harp’d my fear aright: but one
word more,–

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
“Macbeth en Banquo ontmoeten de drie heksen” door Théodore Chassériau, 1855

Continue reading “William Shakespeare, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel”

Maurice Druon, Egon Hostovský, Richard Huelsenbeck, Marion Titze, Friedrich von Hagedorn, Max Bolliger, J. P. Donleavy

De Franse schrijver en politicus Maurice Druon werd geboren op 23 april 1918 in Parijs. Zie ook alle tags voor Maurice Druon op dit blog.

Uit: Les Rois Maudits

« — Il arrive de France ? Alors vous allez être contente, Madame. — Je souhaite l’être… si les nouvelles qu’il me porte sont bonnes. Une autre dame de parage entra vivement, le visage animé d’un grand air de joie. Elle s’appelait de naissance Jeanne de Joinville et était l’épouse de sir Roger Mortimer, l’un des premiers barons d’Angleterre. — Madame, Madame ! s’écria-t-elle, il a parlé. — Vraiment, Madame ? répondit la reine. Et qu’a-t-il dit ? — Il a frappé la table, Madame, et il a dit : « Veux ! » Une expression d’orgueil passa sur le beau visage d’Isabelle. — Conduisez-le devers moi, dit-elle. Lady Mortimer sortit, toujours courant, et revint un instant après, portant un enfant de quinze mois, rond, rose et gras, qu’elle déposa aux pieds de la reine. Il était vêtu d’une robe grenat, brodée d’or, et fort lourde pour un si petit être. — Alors, messire mon fils, vous avez dit : « Je veux », dit Isabelle en se penchant pour lui caresser la joue. J’aime que cela ait été votre premier mot : c’est parole de roi. L’enfant lui souriait, en dodelinant la tête. — Et pourquoi l’a-t-il dit ? reprit la reine. — Parce que je lui refusais un morceau de galette, répondit lady Mortimer. Isabelle eut un sourire vite effacé.
— Puisqu’il commence à parler, dit-elle, je demande qu’on ne l’encourage point à bégayer et prononcer des niaiseries, comme on fait d’ordinaire avec les enfants. Peu importe qu’il dise « papa » ou « maman », je préfère qu’il connaisse les mots de « roi » et de « reine ». Elle avait dans la voix une grande autorité naturelle. — Vous savez, ma mie, continua-t-elle, quelles raisons m’ont fait vous choisir pour gouverner mon fils. Vous êtes petite-nièce de messire Joinville le grand, qui fut à la croisade auprès de mon aïeul Monseigneur Saint Louis. Vous saurez enseigner à cet enfant qu’il est de France autant que d’Angleterre. Lady Mortimer s’inclina. À ce moment, la première dame française revint, annonçant Monseigneur le comte Robert d’Artois. La reine s’adossa, bien droite, à son siège et croisa les mains sur la poitrine, dans une attitude d’idole. Le souci d’être toujours royale ne parvenait pas à la vieillir. Un pas de deux cents livres ébranla le plancher. L’homme qui entra avait six pieds de haut, des cuisses comme des troncs de chêne, des poings comme des masses d’armes. Ses bottes rouges, de cuir cordouan, étaient soufflées d’une boue mal brossée ; le manteau qui lui pendait aux épaules était assez vaste pour couvrir un lit. Il suffisait qu’il eût une dague au côté pour avoir la mine de s’en aller en guerre.”
          

 
Maurice Druon (23 april 1918 – 14 april 2009)

Continue reading “Maurice Druon, Egon Hostovský, Richard Huelsenbeck, Marion Titze, Friedrich von Hagedorn, Max Bolliger, J. P. Donleavy”

Roman Helinski

De Nederlandse schrijver en journalist Roman Helinski werd geboren in Nuth op 23 april 1983. Helinski verwierf enige bekendheid met publicaties in literaire tijdschriften als Bunker Hill (tijdschrift), Deus ex machina en De Brakke Hond. De laatste jaren publiceert hij regelmatig korte verhalen in het Hollands Maandblad. Ook schrijft hij columns en verhalen voor het literaire voetbaltijdschrift Hard gras. Helinski debuteerde in de lente van 2014 met de roman “Bloemkool uit Tsjernobyl”, ondertitel: een vadergeschiedenis. De roman werd veel en goed besproken in Nederlandse kranten. In het NRC Handelsblad kende Arjan Fortuin er vier van de vijf ballen aan toe. Trouw sprak van ‘een ode aan de vertelkunst.’ Ook waren er positieve besprekingen in de Volkskrant, Het Financieele Dagblad en de De Groene Amsterdammer.

Uit: Bloemkool uit Tsjernobyl

“Oma Mossel was dood. Ze was hard op haar gezicht gevallen en dat was het dan. Ik moest huilen, ook al kende ik de oude vrouw amper.
Mijn vader nam de telefoon mee naar de slaapkamer en kwam daar een paar uur niet meer uit. Tijdens het avondeten vroeg mijn moeder hem: ‘Waar was je de hele dag toch zo druk mee?’
‘De begrafenis van die arme vrouw regelen.’
‘Doet haar familie dat niet?’
‘Het was een eenzame vrouw,’ antwoordde hij zachtjes. Ook de dagen die volgden was hij druk met regelen.
‘Ga je mee kransen uitzoeken?’ vroeg hij mijn moeder daags voor de begrafenis.
‘Ik ken die vrouw helemaal niet.’
‘Goed,’ zei mijn vader. ‘Dan gaat Victor mee.’
Ook dat vond mijn moeder geen goed idee, maar hij deed het toch. ‘Neem dit van mij aan,’ zei hij daarover, ‘luister niet altijd naar je vrouw later. Ze hebben vaak gelijk, maar niet altijd.’
Voor de dienst had mijn vader een zwart pak voor me gekocht. Er zat een dunne, zwarte das bij, die we maar niet netjes omgeknoopt kregen. Als mijn vader niet keek, trok ik er steeds aan, zodat we er een hele tijd over deden.
In de kerk was het niet druk, er zaten ongeveer twintig oude mensen die alle liederen konden meezingen. Ze hingen aan mijn vaders lippen toen hij vertelde over zijn eerste ontmoeting met oma Mossel in het ziekenhuis, hoe charmant en lief ze was geweest, maar ook hoe ontzettend eenzaam ze al jaren was. Haar man, die in de olie had gezeten, was lang geleden overleden en haar twee zonen kwamen nooit op bezoek. Ze waren zelfs niet op de begrafenis. Dat vertelde hij in de auto na afloop.
De pastoor had zijn tekst niet goed voorbereid, want hij liet lange stiltes vallen, waarin mijn gedachten afdwaalden naar mijn laatste wedstrijd. Drie doelpunten had ik daarin gemaakt.
In een korte, trage stoet liepen we naar de begraafplaats. Ik hield mijn vaders hand vast, af en toe kneep hij in de mijne. Het was leuk dat de kransen bij de kist inderdaad dezelfde waren als die we de dag ervoor hadden uitgekozen. Na thuiskomst bracht mijn vader de hele avond door in de tuin, mijn moeder moest werken. Op het aanrecht stond zoals bijna elke avond wanneer mijn moeder weg was een bakje met paprikachips dat ik om halfacht mocht pakken. Niet één keer pakte ik het eerder dan dat tijdstip, meestal deed ik dat zelfs later.”

 
Roman Helinski (Nuth, 23 april 1983)