Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Albrecht Goes, Gabrielle Roy

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

On Turning Ten

The whole idea of it makes me feel
like I’m coming down with something,
something worse than any stomach ache
or the headaches I get from reading in bad light-
a kind of measles of the spirit,
a mumps of the psyche,
a disfiguring chicken pox of the soul.

You tell me it is too early to be looking back,
but that is because you have forgotten
the perfect simplicity of being one
and the beautiful complexity introduced by two.
But I can lie on my bed and remember every digit.
At four I was an Arabian wizard.
I could make myself invisible
by drinking a glass of milk a certain way.
Atseven I was a soldier, at nine a prince.

But now I am mostly at the window
watching the late afternoon light.
Back then it never fell so solemnly
against the side of my tree house,
and my bicycle never leaned against the garage
as it does today,
all the dark blue speed drained out of it.

This is the beginning of sadness, I say to myself,
as I walk through the universe in my sneakers.
It is time to say good-bye to my imaginary friends,
time to turn the first big number.
It seems only yesterday I used to believe
there was nothing under my skin but light.
If you cut me I would shine.
But now if I fall upon the sidewalks of life,
I skin my knees. I bleed.

 

Some Days

Some days I put the people in their places at the table,
bend their legs at the knees,
if they come with that feature,
and fix them into the tiny wooden chairs.

All afternoon they face one another,
the man in the brown suit,
the woman in the blue dress,
perfectly motionless, perfectly behaved.

But other days, I am the one
who is lifted up by the ribs,
then lowered into the dining room of a dollhouse
to sit with the others at the long table.

Very funny,
but how would you like it
if you never knew from one day to the next
if you were going to spend it

striding around like a vivid god,
your shoulders in the clouds,
or sitting down there amidst the wallpaper,
staring straight ahead with your little plastic face?

 
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)
 

Doorgaan met het lezen van “Billy Collins, Eveline Hasler, Érik Orsenna, Léon Deubel, Karel Poláček, Arnold Sauwen, Wolfgang Bächler, Albrecht Goes, Gabrielle Roy”

Ilse Kleberger

De Duitse dichteres en schrijfster Ilse Kleberger werd als Ilse Krahn geboren op 22 maart 1921 in Potsdam. Kleberger bezocht scholen in Burgstädt (Saksen), Potsdam, Berlin-Schlachtensee, Berlijn-Friedenau en Schneidemühl. In Schneidemühl deed zij eindexamen gymnasium. Zij wilde graag ​​journaliste worden, maar in plaats daarvan studeerde zij medicijnen in Berlijn, Greifswald en Tübingen en werd daarom vrijgesteld van de Reichsarbeitsdienst. Door de chaos van de oorlog verhuisde zij van Potsdam naar Berlijn-Nikolassee en Wannsee. In 1946 voltooide Kleberger haar studie geneeskunde met het staatsexamen en werkte vervolgens in het chirurgische ziekenhuis Berlin-Nikolassee en later in Wannsee. In 1949 trouwde ze met de oogarts en latere hoogleraar oogheelkunde Eberhard Kleberger. In 1950 behaalde zij haar doctoraat in de medicijnen en in datzelfde jaar werd haar dochter Andrea geboren. Zij opende een huisartsenpraktijk aan de rand van Berlijn en leefde in deze stad tot aan haar dood. Haar eerste gedichten verschenen in 1948 in de Wedding-Verlag in de bloemlezing „Junges Berlin“. Vanaf de jaren 1950 schreef Kleberger poëzie, reisartikelen en tot slot kinderboeken, waarvan de eerste exemplaren nog voor haar dochter en twee neven bestemd waren. Vanaf 1980 schreef zij jeugdromans, waaronder een reeks biografieën over o.a. Käthe Kollwitz (Eine Gabe ist eine Aufgabe), Ernst Barlach (Der Wanderer im Wind), Bertha von Suttner (Die Vision vom Frieden) und Albert Schweitzer (Das Symbol und der Mensch). Haar boeken zijn vertaald in het Deens, Engels, Frans, Italiaans, Pools, Nederlands, Tsjechisch, Hebreeuws, Japans en Chinees. De totale oplage van haar Oma-Kinderbuchreihe bereikte meer dan 4 miljoen exemplaren.

Uit: Erzähl mir von Melong

„Melong und ihr Bruder Ha Yuen sind zwei von den 80000 „Wasserchinesen”, die auf Booten an der Küste von Hongkong leben. Sie haben kein anderes Zuhause als eine Dschunke, ein chinesisches Segelboot, unter dessen rundem Deck nachts die ganze Familie schläft, dicht an dicht wie die Ölsardinen, denn der Raum ist klein und die Familie zahlreich: der Großvater, die Großmutter, der Vater, Melong, Ha Yuen, das Baby und HaYuens Hund. Eigentlich gehört noch die Mutter dazu, aber sie liegt schon seit einem Jahr im Krankenhaus.
Neben, hinter und vor der Dschunke sind andere Dschunken. Es ist ein ganzer Wald von Masten, der in den Himmel ragt. Eigentlich sind es Fischerboote, und einige fahren auch noch täglich zum Fischfang aus, aber viele werden nur als Wohnungen benutzt, so wie es Melongs Familie zum Beispiel tut. Das Boot gehört der Familie schon viele Generationen. Die Großmutter ist auf ihm geboren worden, die Mutter, Melong, Ha Yuen und das Baby. Sie leben gern hier, obwohl es recht eng ist, aber chinesische Familien rücken immer dicht zusammen. Melongs Vater ist kein Fischer. Er malt in einer Fabrik auf Seide Vögel und Blumen für Gewänder und Tischdecken. Früh morgens, bevor er zur Arbeit geht, ruft er Melong und Ha Yuen auf das Deck und sie machen „Schattenboxen”. Alle drei tun so, als ob sie einen starken Gegner vor sich hätten, dem sie tüchtig Kinnhaken versetzen, obgleich sie in Wirklichkeit nur in die Luft boxen. Fast alle Chinesen machen morgens diesen Frühsport. Überall am Kai und auf den Decks sieht man Frauen und Männer, die herumhüpfen und in die Luft schlagen. Danach geht Vater in die Fabrik, und Melong und Ha Yuen gehen in die Schule. Die Großmutter, eine winzige Frau, mit einem Gesicht wie zerknittertes Seidenpapier, fegt das Bootsdeck.“

 
Ilse Kleberger (22 maart 1921 – 2 januari 2012)

Theo Kars

De Nederlandse schrijver en vertaler Theo Kars werd geboren in Rotterdam op 22 maart 1940. Kars groeide op in Doorn in een gereformeerd gezin maar zette zich later af tegen zijn ouders en elke vorm van godsdienst. Hij getuigde van een non-conformistische en hedonistische levenshouding. Hij was een notoir casanova en bracht enige tijd van zijn leven door met twee vrouwen tegelijkertijd. Hij vertaalde bovendien Casanova’s memoires. Samen met schrijver Boudewijn van Houten lichtte hij de PTT op voor een aanzienlijk geldbedrag. Hij werd daarvoor veroordeeld tot 27 maanden celstraf, waarvan hij er 24 uitzat. Zijn wedervaren daaromtrent verhaalt hij in zijn boeken “De Vervalsers” en “De Huichelaars”. In 1964 richtte hij het literair tijdschrift Tegenstroom op. In 1996 bracht Kars het boek “De Strijd tegen de Tijd” uit, waarin hij bericht over zijn ervaringen om ouderdomsverschijnselen tegen te gaan. Tijdens en na de ziekte van zijn toenmalige vriendin (schizofrenie) bestudeerde hij uitvoerig het onderwerp voedingssupplementen en levensverlengende therapieën en begon hij naar die inzichten te leven. In 2010 verscheen het eerste deel van de memoires van Theo Kars, getiteld: “Memoires van een slecht mens”. In 2013 verscheen het tweede deel. Het derde en laatste deel zou pas na zijn overlijden verschijnen, aangezien hij in dat deel een aantal onopgehelderde financiële misdaden opbiecht. Dit derde deel is echter onvoltooid gebleven.

Uit: De vervalsers

 “Sax werd de volgende morgen wakker doordat er aanhoudend werd gebeld. Hij pakte zijn horloge van tafel en controleerde hoe laat het was: half negen. Hij stapte uit bed. sloeg zijn kamerjas om. ging voor de deur staan zonder die te openen en riep: ‘Ja. wie is daar!’ ‘Politie’ Zijn hart bonsde pijnlijk, terwijl hij de deur opendeed. Er stond een kale man voor hem in een donkerbruin pak. Het grijze haar bij de slapen stak af tegen zijn ongewoon rode gezicht en schedel. ‘Woont meneer Ter Haar hier?’ ‘Nee.’ antwoordde Sax met een stem die zacht was van nervositeit. Hij begreep weliswaar uit de vraag van de rechercheur dat hij niets te vrezen had. maar moest nog van de schrik bekomen. ‘Weet u misschien waar hij woont?’ vroeg de rechercheur. Sax vermoedde dat het om een niet betaalde bekeuring ging. Hij schraapte zijn keel en antwoordde: ‘Ik geloof dat hij op het ogenblik bij zijn ouden woont: anders is hij in Oldeloo… Zijn ouders wonen in Amsterdam.’ ‘0 Oldeloo; zei de rechercheur. ‘Dank u wel.’ Sax sloot de deur, haalde diep adem, wreef nadenkend met een hand over zijn stoppelige kin en ging weer in bed liggen. Hij kon echter de slaap niet vatten. omdat hij de schrik nog in zijn lichaam voelde en ontevreden was over de wijze waarop hij de rechercheur te woord had gestaan. Hij had de man moeten laten merken dat het onbeleefd was hem in de vroege morgen te storen om hem een dienst te vragen. In plaats daarvan had hij behulpzaam Ter Haars adres gegeven—de schrik had hem loslippig gemaakt. Hij dommelde weg in een halfslaap, waaruit hij af en toe werd opgeschrikt door het geluid van mensen die lawaaierig door het trappenhuis liepen. Om negen uur werd er bevelend op zijn binnendeur gebonsd. Ja!’ riep hij vanuit zijn bed, zo onvriendelijk mogelijk. ‘Ik lig nog in bed. Wat is er?’ riep hij wrevelig. Hij dacht er niet aan nogmaals inlichtingen te geven. ‘Opendoen! Politie!’ Er werd aan de deur gerukt. Sax werd driftig. Wat een hufters! ‘Een ogenblik! Ik moet even iets aantrekken,’ snauwde hij terwijl hij uit bed stapte. Hij greep zijn kamerjas en opende de deur. Drie rechercheurs liepen langs hem heen naar binnen zonder hem toestemming te vragen. Zij gingen om hem heen staan. Hij was sprakeloos van woede en verbazing. ‘Hoe is uw naam?’ vroeg een lange. benige rechercheur met een moe, grauw gezicht. vol wijde poriën.
Sax:
‘Kent u meneer Ter Haar?’
‘Ja. Een half uur geleden is er ook al iemand geweest om dat te vragen. Wat zijn dit voor manieren?’ ‘Dan zou ik u willen verzoeken even met ons mee naar het bureau te gaan om een paar vragen te beantwoorden.’ ‘Kan dat hier niet?’ vroeg Sax geprikkeld. Hij begreep nu dat men Ter Haar zocht voor iets belangrijkers dan een niet betaalde bekeuring. waarschijnlijk wegens omgang met een minderjarig meisje. Ter Haar had een voorkeur voor heel jonge meisjes omdat hij deze makkelijk kon imponeren, en was daardoor al een paar maal in moeilijkheden gekomen.”

 
Theo Kars (22 maart 1940 – 10 november 2015)

In Memoriam Colin Dexter

In Memoriam Colin Dexter

De Britse schrijver Colin Dexter is gisteren op 86-jarige leeftijd in Oxford overleden. Colin Dexter, vooral bekend van “Inspector Morse”, werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

Uit: Death Is Now My Neighbor

“By one of those minor coincidences (so commonplace in Morse’s life) it had been just as most of the personnel from the media were preparing to leave, at almost exactly 8:30pm, that Mr. Robert Turnbull, the Senior Cancer Consultant, had passed her desk, nodded a greeting, and walked slowly to the exit, his right hand resting on the shoulder of Mr. J. C. Storrs. The two men were talking quietly together for some while — Dawn was certain of that. But certain of little else. The look on the consultants face, as far as she could recall, had been neither that of a judge who has just condemned a man to death, nor that of one just granting a prisoner his freedom.
No obvious grimness.
No obvious joy.
And indeed there was adequate cause for such uncertainty on Dawn’s part, since the scene had been partially masked from her by the continued presence of several persons: a ponytailed reporter scribbling a furious shorthand as he interviewed a nurse; the TV crew packing away its camera and tripods; the Lord Mayor speaking some congratulatory words into a Radio Oxford microphone — all of them standing between her and the top of the three blue-carpeted stairs which led down to the double-doored exit, outside which were affixed the vertical banks of well-polished brass plates, ten on each side, the fourth from the top on the left reading:
If only Dawn Charles could have recalled a little more.
If — that little conjunction introducing those unfulfilled conditions in past time which, as Donet reminds us, demand the pluperfect subjunctive in both clauses — a syntactical rule which Morse himself had mastered early on in an education which had been far more fortunate than that enjoyed by the receptionist at the Harvey Clinic.
Indeed, over the next two weeks, most people in Oxford were destined to be considerably more fortunate than Dawn Charles: She received no communication from the poetry lover of Pembroke; her mother was admitted to a psychiatric ward out at Littlemore; she was twice reminded by her bank manager of the increasing problems arising from the large margin of negative equity on her small flat; and finally, on Monday morning, January 29, she was to hear on Fox FM Radio that her favorite consultant, Mr. Robert H. Turnbull, MB, ChB, FRCS, had been fatally injured in a car accident on Cumnor Hill.”

 
Colin Dexter (29 september 1935 – 21 maart 2017)
John Thaw (Inspecteur Morse), Colin Dexter en Kevin Whately (Detective Sergeant Lewis)