P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson, João Ubaldo Ribeiro, Franz Rieger

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Zie ook alle tags voor P. F. Thomése op dit blog.

Uit:Greatest hits

“We gingen eigenlijk voor de namen, de namen van het Oude Zuiden die zingen als oude tunes: swingend als Chattanooga, Opelousa, Bogalusa of Pascagoula, statig als Beaumont, Baton Rouge of Lafayette, exotisch als Cocodrie en ronduit bekend als Nashville alias Music City USA, Memphis, the home of the blues, en the big easy New Orleans – en tussen al die namen stroomt lazy de Mississippi, die zo oud en moe is dat hij ook Ole Man River wordt genoemd.
We vermoedden geloof ik wel dat de werkelijkheid naargeestiger zou zijn, grauw als krantenstukken over armoede, achterstand en algehele achterlijkheid, toch zochten wij wat zou beantwoorden aan de zang van die namen: witte zuilen van mansions als in Gone with the wind, witte houten kerkjes waar op zondag de gelovigen de hemel dankten dat zij mogen wonen in God’s own country, stoffige wegen en broeierige plaatsjes zoals in de romans van William Faulkner, op zonnige dagen als Huckleberry Finn met een stok aan de waterkant zitten, en in de verte zingende negers op de velden.
Een verkeerde instelling, dat zeker, maar reizen heeft alles te maken met misverstand, en per slot van rekening heeft ook Columbus Amerika per ongeluk ontdekt.
De Amerikanen spreken zelf van het Oude of Diepe Zuiden – ze bedoelen daarmee dat het ver verwijderd ligt, in afstand, maar vooral in tijd, van de dynamische, van voorwaarts vervulde wereld die in de reclame zo brutaal wordt voorgesteld als the choice of the new generation.
Terwijl de rest van Amerika steeds opnieuw last frontiers bereikt, verlangen ze in het Zuiden terug naar de antieke grens van 1863, toen de Confederate States of America op het slagveld bij Gettysburg de vooruitgang nog dachten te kunnen tegenhouden. En alsof in de slagen bij Gettysburg en Vicksburg de Burgeroorlog niet verloren is en de Mason-Dixon-grens nog bestaat, wapperen in old Dixie meer stars and bars dan nationale stars and stripes.
De vlag van de Confederates, hij wappert vooral in het achterland, langs de backroads van het Zuiden, op de lege pleinen van vergeten stadjes, waar het stof neerdaalt op de magnolia’s en waar oude mannetjes zitten te dammen in de koffiehuizen en negers op de zanderige paadjes van het getto quarters & dimes inzetten op de snelste kakkerlak van de buurt.”

 
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

Doorgaan met het lezen van “P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson, João Ubaldo Ribeiro, Franz Rieger”

Fatma Aydemir

Onafhankelijk van geboortedata

De Turks-Duitse schrijfster en journaliste Fatma Aydemir werd geboren in 1986 in Karlsruhe. Zij studeerde Duitse en Amerikaanse Studies in Frankfurt en San Diego. Sinds 2012 werkt zij als redacteur bij de taz. Daarnaast werkt zij als freelance schrijver, onder andere voor de magazines Spex en Missy Magazine. In 2017 debuteerde zij met de roman “Ellenbogen”.

Uit:Ellenbogen

“Hätte Desiree mir nicht mit ihren langen, sauberen Fingern jeden Lippenstift und Nagellack einzeln vorgeführt, wäre ich niemals auf die Idee gekommen zu klauen. Es war Sommer, das weiß ich noch genau, denn Desiree trug hellblaue Hotpants und die auf ihren Beinen glänzenden Härchen standen aufrecht, weil die Klimaanlage den Supermarkt in einen großen Kühlschrank verwandelt hatte. Obwohl ich erst sieben war, wusste ich, dass ich so kurze Hosen niemals würde tragen dürfen. Und ich wusste auch, dass Mama mir niemals erlaubt hätte, einen Glitzerlippenstift zu kaufen. Desiree aber hatte einen Geldschein in der Hand und musste sich nur noch für eine Farbe entscheiden. Sie nahm den pinken Lippenstift, klar, denn Desiree war blond und hielt sich für Barbie. Eigentlich sah sie tatsächlich ein bisschen aus wie Barbie, doch das habe ich ihr nie gesagt.
Das Leben war schon gut genug zu Desiree.
Ich begleitete sie bis fast an ihre Haustür. Desirees Mutter stand schon auf dem Balkon, die Hände in den Hüften. Sie war groß, extrem dünn und immer ein bisschen braun gebrannt. Keine Ahnung wieso, wahrscheinlich fuhren sie oft in den Urlaub. Sie trug ein enges Tanktop und keinen darunter, so dass man immer nur Titten sah, wenn man an Desirees Mutter dachte. Die Titten waren viel kleiner als die von Mama, aber nicht spitz, sondern rund wie zwei Tennisbälle, eigentlich ganz hübsch. Desirees Mutter rief uns mit strengem Blick zu, dass die Familie nun zu Mittag essen würde. Desiree nickte, schaute mich an und winkte mir zum Abschied. Sie winkte, obwohl ich neben ihr stand. Nie habe ich Desirees Wohnung von innen gesehen, aber oft habe ich mir vorgestellt, wie es drinnen aussehen könnte.”

 
Fatma Aydemir (Karlsruhe, 1986)