Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Zee

Ze is zo groot.

En, hoewel grijs in middels,
Zo mooi in haar groenblauwe jurk nog.

We mogen met z’n allen aan haar zitten,
nog steeds. Vindt ze niet erg.

We mogen er zelfs in, helemaal.
Merkt ze niet eens.

Ze is zo groot.

Haar kou gooit ons terug als een visje.

 

 

Bij het zien van een weegbree in een scheur van het asfalt

Een weegbree – drie ovale blaadjes –
gebroken uit een asfaltscheur

Nu je er toch bij stil moet staan,
wil je er niets van denken.

Of, moest het toch, iets als allicht,
de weegbree immers is heel algemeen
op asfalt, tussen puin en bij gebouwen.

Maar wat je ziet ben je natuurlijk zelf,
door je omgeving wreed gefnuikt maar niet
vergeefs naar volle wasdom strevend, toch,
de Zeeuwse wapenspreuk, zeg maar, maar anders,
zoiets, en anders is het die etterbak die steeds
waar je het niet verwacht z’n kop opsteekt
of, evenmin onaardig, ’t onweerlegbaar teken
dat het het leven is dat altijd wint.

Enfin, het is je blijkbaar niet gegeven
een overblijvend, veel voorkomend plantje
in z’n natuurlijke omgeving waar te nemen
als wat het is: gewoon een weegbree. Jammer.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)
Portret door Lia Laimbock, 1996

Continue reading “Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse”

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

 

Impression soleil manquant

in straten, leeg van plezier, horen wij
de wind door de hagen, en weten:
eens gaat hij liggen, ook hij;

wij zoeken naar steun in
de stenen, die ons dragen
als schouders, zo zeldzaam,

en vinden de stemmen terug, van
vroeger, van later, van regen
op zeer fijne planten, en

denken: waar zullen wij
belanden, na dit behoedzaam
verlaten van weerom ons huis,

en waar na dit geduldig
verkennen van lanen, lang
van geheugen, en zonder een lucht
om te reiken, wellicht.

 

 

Choreografie

als het zo is, dat, wanneer wij in
het sluw geslaap verzeilen, onze ogen
nog gesloten moeten, en de handen
vlug gevouwen,

waarom dan verzoeken wij hier,
zeldzaam gretig soms, de vreugden
en bijwijlen zelfs de woorden
met de meest gemeende sier,

of zijn wij slechts de dwaze dansers,
zeer gracieus en eeuwig soms,
maar van muziek de stille slaven,
van de droeve dans nog slechts
de licht gebogen hand of spaarzaam
uitgevoerde pas?

 

 

Door liefde

Ik zeg als zij slaapt mijn naam
in de nacht. Zo duid ik mij aan.
Ik spreek hem door liefde gehard
tot ver binnen haar lichaam uit.

Daar wil ik bestaan, uit niets
dan mijn naam en haar lichaam.
Als niemand en woelig er wonen,
als haar schoonheid voorbijgaan.

Slaap is haar stem en zij zucht
tot antwoord niet eens. Buiten haar
houdt zij mij diep in haar vast.
Men heeft haar lief om haar heen.

 

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Continue reading “Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok, Michael Dorris, Anton Hansen Tammsaare”

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Anton Tsjechov

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

Uit: Taras Bustos en de eeuwigheid

“Pas vele slopende weken nadat hij de fatale diagnose had, durfde dokter Poliot, lijfarts van de bekende vrijgezel-miljardair Taras Bustos (Doctor Honoris Causa), zijn Baas te vertellen aan welke vreselijke ziekte hij leed.
De baas reageerde als een ware stier, en zou Poliot met een tafelaansteker de hersens ingebeukt hebben, als deze niet met een wanhopige falsetto had gekrijst: ‘Wacht, wacht, Baas Bustos. Al is mijn nietswaardige leven niet waard verder geleefd te worden, als u mocht komen te overlijden, wacht toch op mijn laatste raadgeving voordat u mij verplettert.’
Bustos gooide de massieve tafelaansteker in het open vuur. Sinds hij ziek was geworden, bivakkeerde Bustos onder de kap van de reusachtige schouw in zijn landhuis. Op een simpele ligstoel zat hij de hele dag nors voor zich uit te kijken. En hij had de vreemde gewoonte ontwikkeld om alles wat hij had aangeraakt in het vuur te werpen, ongeacht waarde of schoonheid. Dokter Poliot hield het erop dat de Baas een ontsmettingsneurose had, dat hij alles wat hij met zijn zieke handen had aangeraakt, voorgoed onschadelijk wilde maken. Maar het was toch alweer weken geleden dat hij de Baas had ingelicht dat de ziekte niet besmettelijk was, en sindsdien was de verbrandingsmanie alleen maar groter geworden. Baas Bustos ging nu zelfs zover zijn hele bed te laten verbranden, meteen als hij zich ’s ochtends in de nieuwe ligstoel onder de schouw had laten zakken. Urenlang zat hij te kijken, hoe zijn personeel iedere dag het slaapkamerinterieur verbrandde in de haard. En als de voorraad brandbaar materiaal op was, kwam Bustos uit zijn stoel en bewoog zich kriskras door het huis, somber neuriënd. En alles wat hij op zijn korte wandeling aanraakte, moest vernietigd worden, tot de vloerkleden die hij met zijn sloffen had aangeraakt toe.
Vanaf de gaanderij sloeg Poliot hem soms urenlang onopgemerkt gade, doodsbang de Baas definitief in te lichten over de aard van zijn ziekte. En langzamerhand had Poliot ontdekt, dat de Baas de fatale aard van zijn kwaal moest kennen. Er was iets woests over Bustos gekomen, iets verwoestends, iets dat op een naderend einde duidde. In het huis was niets te merken van de maniakale aanval van de miljardair. Nog geen vijf minuten nadat de slaapkamer ontruimd was, droegen de mannen van een prominente firma een identiek meubelement binnen, iedere ochtend met dezelfde matte grap: ‘het wegwerpinterieur voor Doctor Bustos. Wilt u even tekenen alstublieft’.”

 

 
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Portret door Hennie van der Vegt. 2002

Continue reading “Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Anton Tsjechov”

Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot, Romain Rolland, Germaine Greer, Mirjam Müntefering

 

De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk is in Sulechów, dichtbij Zielona Góra, geboren op 29 januari 1962. Zie ook alle tags voor Olga Tokarczuk op dit blog.

Uit: Runners (Vertaald door Jennifer Croft)

“Kunicki has a good job. At work he’s a free man. He works as a sales representative for a big Warsaw publisher–representative, meaning he peddles books. He has several spots in town he has to stop by every so often to tout his wares; he always brings them the latest stuff and makes them special offers.
He drives up to a little store on the outskirts of town and gets the order he’s fulfilling out of the trunk of his car. The store is called Book and School Supplies Store, it’s too small to give itself such airs as a specific name, and anyway, most of what it sells is just notebooks and textbooks.
The order fits into a plastic box: guidebooks, two copies of the sixth volume of the encyclopedia, the memoirs of a famous actor, and the latest bestseller by the unrevealing title of Constellations–a whopping three copies of this. Kunicki promises himself he’s going to read it. They serve him coffee and a slice of cake. They like him. Washing down mouthfuls of cake with the coffee, he shows them the new catalog. This sells well, he says, and this right here gets ordered all the time. Such is Kunicki’s job. As he’s leaving he purchases a calendar that’s on clearance.
In the evening in his tiny office he fills in the publisher’s corporate forms with the orders he’s gotten; he sends the forms by email. He’ll receive the books in the morning.
He takes deep, relieved breaths, inhaling the smoke from his cigarette: the work day is done. He’s been waiting for this moment since morning so he can look through the pictures in peace. He hooks up the camera to the computer.”

 

 
Olga Tokarczuk (Sulechów, 29 januari 1962)

Continue reading “Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot, Romain Rolland, Germaine Greer, Mirjam Müntefering”

Vicente Blasco Ibáñez, Serap Çileli, Gert Hofmann, Muna Lee, Johann Seume

 

De Spaanse schrijver Vicente Blasco Ibáñez werd geboren op 29 januari 1867 in Valencia. Zie ook alle tags voor Vicente Blasco Ibáñez op dit blog.

Uit:  The Four Horsemen of the Apocalypse  (Vertaald door Charlotte Brewster Jordan)

“And Julio, in his special delivery letter, had proposed meeting in this place, supposing that it would be as little frequented as in former times. She, too, with the same thoughtlessness, had in her reply, set the usual hour of five o’clock, believing that after passing a few minutes in the Printemps or the Galeries on the pretext of shopping, she would be able to slip over to the unfrequented garden without risk of being seen by any of her numerous acquaintances.
Desnoyers was enjoying an almost forgotten sensation, that of strolling through vast spaces, crushing as he walked the grains of sand under his feet. For the past twenty days his rovings had been upon planks, following with the automatic precision of a riding school the oval promenade on the deck of a ship. His feet accustomed to insecure ground, still were keeping on terra firma a certain sensation of elastic unsteadiness. His goings and comings were not awakening the curiosity of the people seated in the open, for a common preoccupation seemed to be monopolizing all the men and women. The groups were exchanging impressions. Those who happened to have a paper in their hands, saw their neighbors approaching them with a smile of interrogation. There had suddenly disappeared that distrust and suspicion which impels the inhabitants of large cities mutually to ignore one another, taking each other’s measure at a glance as though they were enemies.
“They are talking about the war,” said Desnoyers to himself. “At this time, all Paris speaks of nothing but the possibility of war.”
Outside of the garden he could see also the same anxiety which was making those around him so fraternal and sociable. The venders of newspapers were passing through the boulevard crying the evening editions, their furious speed repeatedly slackened by the eager hands of the passers—by contending for the papers. Every reader was instantly surrounded by a group begging for news or trying to decipher over his shoulder the great headlines at the top of the sheet.”

 

 
Vicente Blasco Ibáñez (29 januari 1867 – 28 januari 1928)
Portret door Joaquin Sorolla, 1906

Continue reading “Vicente Blasco Ibáñez, Serap Çileli, Gert Hofmann, Muna Lee, Johann Seume”

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare

 

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Domme Julia

domme julia
wat heb je gedaan
je grote oogjes uitgedoofd
je keeltje gestikt
je navel doorboord
je vingers verknipt
je lijfje vermoord
door domme domme gedachten
ik ben hier
wil je dat ik naar jou toe
wil je dat ik opgestegen kom
om je verder te duwen
om je mee te trekken
om je te helpen
om samen te leren vliegen
zonder los te laten
om samen te klinken
twee kamers van hetzelfde hart
ik kom eraan liefste
ik trek mijn zware vleugels aan
en stijg
en stijg
en onderweg zal ik voor jou de sterren tellen
en planeten
water zal sprenkelen uit mijn tenen
tien tenen bewaar ik voor jou
en uit mijn hielen allebei spuit lichtblauw gas
om hoger te geraken tot bij jou
vuil sijpelt uit mijn beide ogen
over mijn beide wangen
en allebei mijn handen vullen zich ermee
en gieten het uit
ver onder mij
dood vuil over dode aarde
ik kom eraan
ik versnel
ik ben al in donkere luchten en roep om jou
ik zie hoe sterren achter mij steken blijven
en langzaam doven
terwijl ik vuur uit mijn duizenden haren pers
dunne buizen over mijn gehele lijf
mijn hoofd brandt voor jou
mijn handen zijn tien pennen van stralend vuur
ik stijg op eigen kracht
dit is niet meer naar boven
ik kom eraan
mijn lichaam smelt
mijn botten ontploffen als hete lucht ontploft uit een moeras
ik straal
voel hoe mijn lichaam barst en knalt
mijn aderen slagaderen capillairen
nerven van licht gestold in licht voor jou
ik ben voor jou veranderd
ik zoek je
ik verlicht je van binnen
ik zoek de randen van je holle lijf
ik zoek je vingers
tien vingers voor mij
ik brand
ik ben hel lichtend in je
voel je mij
ik kom eraan liefste
ik kom eraan

 

 
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

Continue reading “Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare”

Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten, David Lodge

 

De Vlaamse dichter en schrijver Wies Moens werd geboren in Sint-Gillis-bij-Dendermonde op 28 januari 1898. Zie ook alle tags voor Wies Moens op dit blog.

 

Vers voor de jonge monnik
Aan Pieter en Christine van der Meer de Waleheren.

De meiavond is in de boomgaard gegleden
waar hij de stammen omhelst,
de kruinen vastmeert in aandachtigheid.
Over het gras en de boterbloemen die slapen gaan
– wind-vermoeide kinderen –
in verre blinkende transen, diep heiligdom van de vliedende dag,
kom ik tot U, Heilige Vader Benedictus,
zooals ik U ken uit de verhalen van moeder
en de Vijf schitterende Wonden geslagen in mijn kindsheid.

De doornen dragen bloemkladden uw vlees
vurig-bedropte hagedoorn: het opstandige bloed geperst uit uw witheid
– de roodborstjes schreiden om U in het hout! –
O de wierook van uw gekastijde lichaam
in het midden der heilige zusteren,
de vlam van uw woord
als een Godslamp onder hen.
Het Monasterium blauw op de berg
en de witte duiven
die komen pikken uit uw handen!

Een lieve kameraad, een verre onbekende broeder
legt heden zijn hoofd in uw schoot.
Zo komen er velen en altijd weer:
de rinkelende wereld hebben zij gelaten
voor de stille sneeuw waarin uw voeten staan,
de glinsterende gletsjer Gods,
en de nijpende wind der Armoede
die de mantels vreet van het lijf.

Dat hun naaktheid worde gekleed
met de warme wol van het Lam,
Zijn gulpend bloed tot een lafenis
aan de lippen van hen
die het leven hebben aanvaard van het blad,
dat zich verdorren laat in onderworpenheid
– doorruisend de morgenden en de nachten –
en met zijn broeders te gronde gaat
voor de eeuwige terugkeer van Uw lenten,
Uw veropenbaarde majesteit, Heer,
in groen en gewas over de aarde!

 

 
Wies Moens (28 januari 1898 – 5 februari 1982)

Continue reading “Wies Moens, José Martí, Miguel Barnet, Hermann Kesten, David Lodge”