Ivan Toergenjev, Jens Christian Grøndahl, Erika Mann, Jan Decker, Roger McGough, Anne Sexton, Michael Derrick Hudson

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

Uit: Fathers and sons (vertaling Richard Hare)

“The peasants have given me a lot of trouble this year,” went on Nikolai Petrovich, turning to his son. “They won’t pay their rent. What is one to do?”
“And are you satisfied with your hired laborers?”
“Yes,” said Nikolai Petrovich between his teeth. “But they’re being set against me, that’s the worst of it, and they don’t really work properly; they spoil the tools. However, they’ve managed to plough the land. We shall manage somehow–there will be enough flour to go round. Are you starting to be interested in agriculture?”
“What a pity you have no shade,” remarked Arkady, without answering the last question.
“I have had a big awning put up on the north side over the veranda,” said Nikolai Petrovich; “now we can even have dinner in the open air.”
“Won’t it be rather too like a summer villa? . . . But that’s a minor matter. What air there is here! How wonderful it smells. Really it seems to me no air in the world is so sweetly scented as here! And the sky too . . .” Arkady suddenly stopped, cast a quick look behind him and did not finish his sentence.
“Naturally,” observed Nikolai Petrovich, “you were born here, so everything is bound to strike you with a special—-”
“Really, Daddy, it makes absolutely no difference where a person is born.”
“Still—-”
“No, it makes no difference at all.”
Nikolai Petrovich glanced sideways at his son, and the carriage went on half a mile farther before their conversation was renewed.
“I forget if I wrote to you,” began Nikolai Petrovich, “that your old nurse Yegorovna has died.”
“Really? Poor old woman! And is Prokovich still alive?”
“Yes, and not changed a bit. He grumbles as much as ever. Indeed, you won’t find many changes at Maryino.”
“Have you still the same bailiff?”
“Well, I have made a change there. I decided it was better not to keep around me any freed serfs who had been house servants; at least not to entrust them with any responsible jobs.” Arkady glanced towards Pyotr. “Il est libre en effet,” said Nikolai Petrovich in an undertone, “but as you see, he’s only a valet. My new bailiff is a townsman–he seems fairly efficient. I pay him 250 rubles a year. But,” added Nikolai Petrovich, rubbing his forehead and eyebrows with his hand (which was always with him a sign of embarrassment), “I told you just now you would find no changes at Maryino, . . . That’s not quite true . . . I think it my duty to tell you in advance, though . . . .”

 
Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)
Toergenjev als jager. Portret door Nikolai Dmitriev-Orenburgsky, 1879

 

De Deense schrijver Jens Christian Grøndahl werd geboren in Lyngby op 9 november 1959. Zie ook alle tags voor Jens Christian Grøndahl op dit blog.

Uit: Portret van een man (Vertaald door Femke Blekkingh-Muller)

“Erika wist niet dat ze wachtten.
Er stond een krachtige aanlandige wind en ze meende zich het gebulder van de golven en hun schuimende ontoegankelijkheid nog te herinneren, maar ze wist het niet zeker; misschien kwam het gewoon door Gudruns verhaal dat ze het voor zich zag.
De laatste dag was de zee kalmer geworden. Ze waren een paar keer langs het botenhuis met de half vergane planken gelopen, dat een beetje afzijdig tussen een groepje bomen lag. Daar hebben ze uren gewacht, zittend op een balk tussen de kajaks; Gudrun vertelde verhalen en voerde haar chocoladekoekjes. Erika begreep niet waarom ze niet teruggingen naar het hotel. Het begon donker te worden, ze had honger, ze huilde. Op een gegeven moment had Gudrun haar hand op Erika’s mond
gelegd tot ze ophield.
Toen het bijna helemaal donker was, was Gudrun aan het werk gegaan. Ze had een emmer teer en een kwast gepakt. Erika zat zonder een woord te zeggen, doodsbang, met het laatste chocoladekoekje in haar hand toe te kijken hoe haar moeder de kajak met verbeten ijver zwart verfde. Toen ze daarmee klaar was, waren zij zelf aan de beurt. Erika herinnerde zich de geur van de teer en het strakke gevoel in haar gezicht, alsof een hand met scherpe nagels zich om haar wangen had
gesloten.
Ze begon weer te huilen en Gudrun moest dreigementen gebruiken om haar stil te krijgen. Ze dreigde dat ze haar daar op het strand zou achterlaten, in het donker, als ze haar mond niet hield. Het was een tweepersoonskaj ak, Erika werd voorin gezet en Gudrun duwde hem over de zandbank, toen stapte ze zelf ook in en begon te peddelen. De maan was nog niet opgekomen, het was volkomen donker. De leegte, de wind, de golven en achter haar Gudruns regelmatige ademhaling – dat was alles wat er was. En dan nog de angst, puur en totaal, alsof de wind helemaal vanuit het heelal kwam om haar gezicht aan te vreten.
Voordat Erika wegging, gaf ze mij een sleutel en een plattegrond van Berlijn. Hij viel bijna uit elkaar door de vele keren dat hij open en dicht was gevouwen. Ik lag nog steeds op haar matras toen ze binnenkwam om gedag te zeggen, cowboylaarzen met hoge schachten aan en een versleten persianer bontjas van het soort waar oma’s nog in liepen. Hij werd bijeengehouden met een leren riem en de band van haar schoudertas hing schuin over haar borst op een zakelijke, militairachtige manier.”

 
Jens Christian Grøndahl (Lyngby, 9 november 1959)

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

Uit: Wenn die Lichter ausgehen

„Der Fremde lächelte. «Bestimmt hätte ich zugehört, wenn ich gewußt hätte, daß Herr Hitler eine Rede hält.
Sagen Sie», wandte er sich an den Stilleren der beiden, «angenommen, ich wäre Deutscher und Sie hätten mich hier erwischt, was wäre dann mit mir passiert?»
Der SA-Mann zuckte die Achseln.
«Eigentlich nicht viel», meinte er. «Wir hätten Sie auf die Dienststelle mitgenommen. Dort gibt es ein Radio, und dann hätten Sie dort zuhören können. Wir hätten Sie mit einer Verwarnung entlassen. Natürlich ist eine solche Verwarnung kein Kinderspiel. Beim nächsten noch so kleinen Vorkommnis, sagen wir, jemand verdächtigt Sie und zeigt Sie an, sind Sie dran – ab ins Konzentrationslager!
Und …»
Der erste SA-Mann, dem der vertrauliche Ton seines jüngeren Kameraden offenbar nicht paßte, unterbrach dessen Redefl uß mit einer raschen Geste.
«Das reicht!» sagte er. «Das Konzentrationslager muß diesen Herrn nicht kümmern. Wir bitten nochmals um Entschuldigung. Heil Hitler!»
Sie schlugen gleichzeitig die Hacken zusammen, machten kehrt und zogen ab. Vor dem kleinen Laden mit den Heiligenbildern blieben sie kurz stehen. Der Fremde hörte sie lachen; ihre jungen Stimmen schallten über den ganzen Marktplatz. Dann verschluckte die Stille nach und nach ihre Schritte.
Schade, dachte der Fremde. Ich hätte mir gern die Rede angehört.
Irgend etwas war ihm auf die Stimmung geschlagen.”

 
Erika Mann (9 november 1905 – 27 augustus 1969)
Erika en Thomas Mann in München, 1952

 

De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Decker op dit blog.

Uit: Vogelkunde für Städtebewohner

„War das eben das Dschäd der Blaumeise, das Walther Lembeck aus seinen Gedanken riss, dort vom Dach des Möbelhauses her? Er wickelt das Leberwurstbrot in die Aluminiumfolie zurück, lässt es wie einen Torpedo in den Stoffbeutel mit Heckenbraunelle sausen, und marschiert los. Die wartenden Damen blicken ihm nach, ein Aah kommt aus ihren Mündern, sie haben die Blaumeise ebenfalls vernommen. Womöglich ist er in seiner Suche nach einer städtischen Lebensform nicht allein, denkt Walther Lembeck. Er steht an der Verladerampe des Möbel­hauses. Hier hat er die Blaumeise eben gesichtet, doch sie ist weiter­geflattert.
Da tönt wie aus dem Nichts ein Möbellaster. Walther Lembeck muss zur Seite springen, der Lasterfahrer schimpft wie ein Rohrspatz. Der Blaumeise ist es zu viel geworden. Auch ihre Robustheit kennt Grenzen, zumal sie unablässig von stärkeren Vögeln aus ihrem Biotop verdrängt wird. Alle Städte­bewohner stecken mit Frau Sperling unter einer Decke, denkt Walther Lembeck. Dann räumt er die Verlade­rampe. Es bringt nichts, sich aufzu­plustern. Der Kerl ist zwei Köpfe größer. Und plötzlich versteht Walther Lembeck die Stadtrandvögel, die leisen Brüter und stillen Flatterer, die sich im Biotop der Zart­besaiteten versammeln.
Wann fährt die nächste Stadtbahn? Eine Landpartie zu den schwachen, aber klugen und sensiblen Vogelexemplaren, zu den Dichtern und Denkern unter dem Gefieder, das sich nicht mit Frau Sperlings Katze abgibt, sich nicht mit aus­gefaul­ten Astlöchern in Straßen­bäumen beschei­det, sondern in den frischen jungen Bäumen wohnt, dafür auf Wider­stands­kraft verzichtet.“


Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)
 

 

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voorRoger McGough op dit blog enook mijn blog van 9 november 2010.

The Lesson

Chaos ruled OK in the classroom
as bravely the teacher walked in
the nooligans ignored him
his voice was lost in the din

‘The theme for today is violence
and homework will be set
I’m going to teach you a lesson
one that you’ll never forget’

He picked on a boy who was shouting
and throttled him then and there
then garrotted the girl behind him
(the one with grotty hair)

Then sword in hand he hacked his way
between the chattering rows
‘First come, first severed’ he declared
‘fingers, feet or toes’

He threw the sword at a latecomer
it struck with deadly aim
then pulling out a shotgun
he continued with his game

The first blast cleared the backrow
(where those who skive hang out)
they collapsed like rubber dinghies
when the plug’s pulled out

‘Please may I leave the room sir? ‘
a trembling vandal enquired
‘Of course you may’ said teacher
put the gun to his temple and fired

The Head popped a head round the doorway
to see why a din was being made
nodded understandingly
then tossed in a grenade

And when the ammo was well spent
with blood on every chair
Silence shuffled forward
with its hands up in the air

The teacher surveyed the carnage
the dying and the dead
He waggled a finger severely
‘Now let that be a lesson’ he said.

 
Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)
Cover

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

Anna Who Was Mad

Anna who was mad,
I have a knife in my armpit.
When I stand on tiptoe I tap out messages.
Am I some sort of infection?
Did I make you go insane?
Did I make the sounds go sour?
Did I tell you to climb out the window?
Forgive. Forgive.
Say not I did.
Say not.
Say.

Speak Mary-words into our pillow.
Take me the gangling twelve-year-old
into your sunken lap.
Whisper like a buttercup.
Eat me. Eat me up like cream pudding.
Take me in.
Take me.
Take.

Give me a report on the condition of my soul.
Give me a complete statement of my actions.
Hand me a jack-in-the-pulpit and let me listen in.
Put me in the stirrups and bring a tour group through.
Number my sins on the grocery list and let me buy.
Did I make you go insane?
Did I turn up your earphone and let a siren drive through?
Did I open the door for the mustached psychiatrist
who dragged you out like a gold cart?
Did I make you go insane?
From the grave write me, Anna!
You are nothing but ashes but nevertheless
pick up the Parker Pen I gave you.
Write me.
Write.

 
Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter en bibliothecaris Michael Derrick Hudson werd geboren in 1963 in Wabash, Indiana. Zie ook alle tags voor Michael Derrick Hudson op dit blog.

End of Days Advice from an Ex-zombie

To think I used to be so good at going to pieces
gobbling my way through the cops

and spooking what’s left of the girls. How’d I

get so far, sloughing off one knuckle at a time,
jerking my mossy pelt along

ruined streets? Those insistent, dreadful thuds

when we stacked our futile selves
against locked doors. Our mumbles and groans!

Such hungry nights! Staggering through the grit

of looted malls, plastered with tattered
flags of useless currency, I’d slobbered all over

the busted glass and merchandise of America …

But first you’ll have to figure out those qualities
separating what’s being alive from

who’s already dead. Most of you will flunk that.

Next learn how to want one thing over and over,
night after night. Most of you

are good at that. Don’t get tired. Don’t cough

into your leftovers. Don’t think. Always stand
by your hobgoblin buddies. Clutch

at whatever’s there. Learn to sniff out sundowns.

 
Michael Derrick Hudson (Wabash, 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.