André Brink, Eduard Escoffet, G. K. Chesterton, Bernard Clavel, Leah Goldberg, T. H. White

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink werd geboren op 29 mei 1935 in Vrede. Zie ook alle tags voor André Brink op dit blog.

Uit: De bidsprinkhaan (Vertaald door Rob van der Veer).

“Kupido Kakkerlak werd niet op de gewone manier uit zijn moeders lichaam geboren, maar uitgebroed uit de verhalen die ze vertelde. Deze verhalen namen vele vormen aan.
Volgens een ervan was zijn moeder een maagd, zo smal en dun als een leren riempje, en had iedereen pas in de gaten dat ze zwanger was toen de nietige boreling ter wereld kwam. In een andere versie was ze juist zichtbaar en kolossaal zwanger, een bizar lange tijd, wel drie tot vier jaar, voordat de berg een muis baarde. Afhankelijk van haar luim en de stand van de maan beweerde ze dat hij juist niet een kind van haar was, maar gewoon in haar hut was achtergelaten, pasgeboren en met de navelstreng nog aan de nageboorte, door een vreemdeling die toevallig ’s nachts voorbij was gekomen en wiens gezicht ze geen moment te zien had gekregen. (Het enige wat ze met zekerheid kon zeggen, was dat de vreemdeling anders dan zij geen contractarbeider was, maar ‘een vrij man’ die kon gaan en staan waar hij wou, net als de wind.) Van deze weergave was het maar een kippeneindje naar de uitspraak dat de bezoeker helemaal geen mens was geweest, maar een nachtloper, een van de soba khoin of schaduwmensen die bij de levenden komen spoken, of een fantoom uit een droom. Veel van haar toehoorders prefereerden de versie waarin Kupido de ene helft van een tweeling was geweest en ergens in het vrije veld was neergelegd omdat hij heel duidelijk de zwakste van het stel was, volgens de oeroude gewoonten van de Khoikhoi (oftewel de Hottentotten, zoals ze algemeen bekend waren aan het eind van de achttiende eeuw, toen dit alles gebeurde).
Op een gegeven moment, zo gaat het verhaal, dook er een bateleur uit de hemelen, een prachtige buitelarend uit de verre bergen, die het amper wriemelende wurm in zijn klauwen greep om het vervolgens te verliezen – of te laten vallen – op de manier waarop deze vogels een schildpad doden, een heel eind verderop, in de godverlaten, hoger gelegen streken van de Grote Karoo, bekend als de Koup, waar afstand alle betekenis verliest en slechts pure ruimte heerst. De baby kwam terecht op de schoot van een vrouw die daar op de vlakte zat te slapen, en toen ze wakker werd, was het kind er, en van haar. Het enige wat ze wist – hoe, dat zou niemand kunnen zeggen – was dat de arend ooit eens weerom zou komen om het schepseltje mee terug te nemen naar waar hij vandaan gekomen was.”

 
André Brink (29 mei 1935 – 6 februari 2015)

Doorgaan met het lezen van “André Brink, Eduard Escoffet, G. K. Chesterton, Bernard Clavel, Leah Goldberg, T. H. White”

Mohsen Makhmalbāf, Hans Weigel, Max Brand, Anne d’Orléans de Montpensier, Alfonsina Storni, Till Mairhofer

De Iraanse filmregisseur en schrijver Mohsen Makhmalbāf werd geboren op 29 mei 1957 in Teheran. Zie ook alle tags voor Mohsen Makhmalbāf op dit blog.

Uit: Le Jardin de cristal (Vertaald door Vincent Despagnet)

«Lâyeh arpentait la pièce, une main sur les reins. Douleur. Délire.
Une brebis met bas. Les filles font cercle autour, soucieuses. Elle souffre. Les filles restent immobiles. Il ne faut pas s’immiscer dans le travail de la nature. L’animal agnelle à l’écart, seul à endurer le mal. Un instant de répit. Le temps de brouter un peu, d’oublier. Puis de nouveau les muscles se contractent. Plus fort qu’avant. Les pattes se dérobent. Le malaise et la détresse de la brebis couchée sur le flanc se mêlent à ceux de la jeune femme, qui s’allonge en geignant. Au paroxysme de la souffrance, les pattes de l’agneau apparaissent à l’extrémité du ventre de la femelle. Nouvel être donné au monde: voici ton univers! Il est à toi! Réjouis-toi! Mais pour un instant seulement, car le moment d’avoir la gorge tranchée approche ! Broute, afin de devenir beau et gras.»

 
Mohsen Makhmalbāf (Teheran, 29 mei 1957)

Doorgaan met het lezen van “Mohsen Makhmalbāf, Hans Weigel, Max Brand, Anne d’Orléans de Montpensier, Alfonsina Storni, Till Mairhofer”