Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alletags voor Lars Gustafsson op dit blog.

De haas

Op een namiddag was hij er opeens.
Doodstil tussen de seringen en de
aalbessenstruiken.
Net als bij Dürer:
oren langer dan het hoofd
van onderen wit. Grote zachte ogen.
 
Waarom zat hij daar zo stil
tot beeld bevroren in het namiddaglicht?
 
Had hij meer vertrouwen in ons
dan in andere mensen?
Wat had hij daar voor reden voor?
 
Geroerd, bijna gevleid
sloot ik de deur. Liep terug
naar binnen. De volgende dag
vond ik hem liggend in
een eigenaardige houding,
 
iets tussen slaap en embryo in,
buiten voor de schuurdeur.
 
Een paar druppels uit een waterkan
zorgden ervoor dat hij een paar aarzelende
stappen zette
alsof hij niet langer vertrouwen had
 
in de wereld en haar beelden.
De volgende dag zag ik in
dat hij blind moest zijn.
 
Het was toen dat ik hem vond
verdronken en slap als een vod
vlak bij de botensteiger. Wat ik beschouwd had
als volmaakte rust en vertrouwen
was blindheid en niets anders.
 
“De natuur is goed” staat er
op bepaalde pakken. Van het merk Bregott.
De natuur is goed.
Hoe weten jullie dat
margarinekooplui?
 

Vertaald door J. Bernlef

 

Roach

That was the same strange word
that I searched for in a dream
and was unable to find.

I awoke
from a dream of a fish
with red eyes

easy to catch with a piece of chewed bread
on a crooked short nail.
A roach, cause of death for Yvonne

Princess of Burgundy
So much more indolent than the beautiful minnows,
those dancers of the warm water near the shoreline.

Yes, this dream was full
of beauty and dance.
And no one in the whole world knew

that roaches are called roaches.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Deense schrijver Peter Høeg werd geboren in Kopenhagen op 17 mei 1957. Zie ook alle tags voor Peter Høeg op dit blog.

Uit: Smilla’s Sense of Snow (Vertaald door Tina Nunnally)

“We live in the White Palace.
On a piece of donated land the Housing Authority has put up a row of prefabricated white concrete boxes, for which it received an award from the Association for the Beautification of the Capital.
The whole thing, including the prize, makes a cheap and flimsy impression, but there’s nothing trivial about the rent, which is so high that the only ones who can afford to live here are people like Juliane, whom the state is supporting; the mechanic, who had to take what he could get; and those living on the edge, like myself.
So the nickname, the White Palace, is something of an insult to those of us who live here, but still basically appropriate.
There are reasons for moving in and reasons for staying here. With time, the water has become important to me. The White Palace is located right on Copenhagen Harbor. This winter I have been able to watch the ice forming.
In November the frost set in. I have respect for the Danish winter. The cold–not what is measured on a thermometer, but what you can actually feel–depends more on the strength of the wind and the relative humidity than on the actual temperature. I have been colder in Denmark than I ever was in Thule in Greenland. When the first clammy rain showers of November slap me in the face with a wet towel, I meet them with fur-lined capucines, black alpaca leggings, a long Scottish skirt, a sweater, and a cape of black Gore-Tex.
Then the temperature starts to drop. At a certain point the surface of the sea reaches 29°F, and the first ice crystals form, a temporary membrane that the wind and waves break up into frazil ice. This is kneaded together into a soapy mash called grease ice and gradually forms free-floating plates, pancake ice, which, on a cold day at noon, on a Sunday, freezes into one solid sheet.“


Peter Høeg (Kopenhagen, 17 mei 1957)

 

De Amerikaanse schrijver Gary Paulsen werd geboren op 17 mei 1939 in Minneapolis, Minnesota. Zie ook alle tags voor Gary Paulsen op dit blog.

Uit: Hatchet

“He stood and moved out into the sand and looked up at the sun. It was still high. He didn’t know what time it must be. At home it would be one or two if the sun were that high. At home at one or two his mother would be putting away the lunch dishes and getting ready for her exercise class. No, that would have been yesterday. Today she would be going to see him. Today was Thursday and she al ways went to see him on Thursdays. Wednesday was the exercise class and Thursdays she went to see him. Hot little jets of hate worked into his thoughts, pushed once, moved back. If his mother hadn’t begun to see him and forced the divorce, Brian wouldn’t be here now.
He shook his head. Had to stop that kind of thinking. The sun was still high and that meant that he had some time before darkness to find berries. He didn’t want to be away from his — he almost thought of it as home — shelter when it came to be dark.
He didn’t want to be anywhere in the woods when it came to be dark. And he didn’t want to get lost — which was a real problem. All he knew in the world was the lake in front of him and the hill at his back and the ridge — if he lost sight of them there was a really good chance that he would get turned around and not find his way back.So he had to look for berry bushes, but keep the lake or the rock ridge in sight at all times.
He looked up the lake shore, to the north. For a good distance, perhaps two hundred yards, it was fairly clear. There were tall pines, the kind with no limbs until very close to the top, with a gentle breeze sighing in them, but not too much low brush. Two hundred yards up there seemed to be a belt of thick, lower brush starting — about ten or twelve feet high — and that formed a wall he could not see through. It seemed to go on around the lake, thick and lustily green, but he could not be sure.“

 
Gary Paulsen (Minneapolis, 17 mei 1939)
Cover 

 

De Franse dichter en schrijver Henri Barbusse werd geboren op 17 mei 1873 in Asnières-sur-Seine. Zie ook alle tags voor Henri Barbusse op dit blog.

Uit: Le Feu

“-Y a pas à dire, on profite de ce repos-là, remarque Paradis.
Cette ville qui s’ouvre devant nos pas est largement impressionnante. On prend contact avec la vie, la vie populeuse, la vie de l’arrière, la vie normale. Si souvent nous avons cru que, de là-bas, nous n’arriverions jamais jusqu’ici!
On voit des messieurs, des dames, des couples encombrés d’enfants, des officiers anglais, des aviateurs reconnaissables de loin à leur élégance svelte et à leurs décorations, et des soldats qui promènent leurs habits grattés et leur peau frottée, l’unique bijou de leur plaque d’identité gravée scintillant au soleil sur leur capote, et se hasardent, avec soin, dans le beau décor nettoyé de tout cauchemar.
Nous poussons des exclamations comme font ceux qui viennent de bien loin.
-Tu parles d’une foule! s’émerveille Tirette.
-Ah! c’est une riche ville! dit Blaire.
Une ouvrière passe et nous regarde.
Volpatte me donne un coup de coude, l’avale des yeux, le cou tendu, puis me montre plus loin deux autres femmes qui s’approchent; et, l’oeil luisant, il constate que la ville abonde en élément féminin:
-Mon vieux, il y a d’la fesse! »

 
Henri Barbusse (17 mei 1873 –30 augustus 1936)
Cover

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Virginie Loveling werd geboren in Nevele op 17 mei 1836. Zie ook alle tags voor Virginie Loveling op dit blog.

Uit: Oorlogsdagboeken

“Zondag 4 juli 1915 10 uur ’s morgens. Schier elken dag wordt iets bij deze aanteekeningen gevoegd. Aan niemand is tot dusverre bekendgemaakt dat ze bestaan. Altijd wordt er gezegd: neen, op elke vraag, of ik iets neerschrijf. Neen, de lust ontbreekt en ik weet niets interessants. Nooit herlees ik iets, in allerhaast moet alles ergens weggestopt, zoo mogelijk onvindbaar wezen. Zal ik dit dagboek ooit weder ter hand kunnen nemen en uit al de losse bladen samenstellen en afschrijven kunnen? Zal het niet door den vijand, indien ontdekt, vernietigd worden. Zou ik er met de ballingschap in Duitsland en een natuurlijken dood van afkomen?”
(…)

“Vrijdag 30 juli 1915: Toen ik heden aan een bezoeker vertelde, dat de soldaat, die hier was ingekwartierd geweest op zijn doorreis naar Berlijn was komen goeden dag zeggen, onderbrak hij mij met onverholen gisping in den toon: En ge hebt hem niet aan de deur gezet? Neen, antwoordde ik onverschrokken, ik heb hem goed onthaald. Ha! Zoo neem ik de vaderlandsliefde niet op, lomp te handelen, het individu verantwoordelijk te stellen voor de daden dergenen die de volkeren besturen en in het verderf jagen. En nog wat anders: indien ge niemand zijn meening vrij laat uitdrukken, al krenkt ze u, hoe kunt ge wetenschap der toestanden en menschenkennis opdoen? Met geen vijanden spreken willen, is u opzettelijk een blinddoek voor de oogen binden”.

 
Virginie Loveling (17 mei 1836 – 1 december 1923)
Cover

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse dichter Mischa Andriessen werd geboren in Apeldoorn in 1970. Zie ook alle tags voor Mischa Andriessen op dit blog.

Haven

Het was heet, moeder droeg
een brede sjaal over haar jas.
Over de rafels en vlekken op de panden.
‘Ik ben een draak die kan vliegen,’ kraaide Harm,
een oude sok om zijn hand.
Moeder zette een hak op de koffer,
haar rok trok op, het dik van het been
begon te tonen. Ze likte met haar tongpunt
haar kin, het kuiltje en haar ogen
schoten heen en weer langs het volk
dat in de haven de thuiskomst
of het vertrek vierde, of het geluk
dat er werk was ondanks de hitte.

 
Mischa Andriessen (Apeldoorn, 1970)
Park Apeldoorn

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.