Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

Liefdesdans voor twee

Ik voel je zachte adem
strelend op mijn huid
plagerig verlokkend
passie straal je uit

Zwoele kussen dwalen
fladderend en traag
mijn lichaam is betoverd
beantwoordt stil je vraag

We zoeken in elkaar
verleidelijke troeven
en in ons samenzijn
kun je ook liefde proeven

In verstrengeling gebonden
steeds hoger op de tree
de hemel binnen bereik
liefdesdans voor twee

 

Verspreking

Door een verspreking viel ik uit het raam.
Op straat liepen gedachten te hoop,
zij bogen zich over het neergedaald lichaam
en zochten een gat in het hoofd.

Er duwde een vraag op mijn voorhoofd, zo
scherp dat mijn ogen begonnen te lopen.
Ieder gezicht ging voor mij open
en toonde hetzelfde verschrikkelijk woord.

Ik wist dat mijn status van dichter vebood
het mee te nemen, de taal in naar boven.
Daar hingen intussen, bezorgd, de genoten
en trokken mij aan mijn tong weer omhoog.

 

Impasse

Zo vond de vrouw haar man, de dichter:
gehurkt in het bad, het hoofd geklemd
tussen de knieën, alleen met zichzelf,
het oude vlees, de verschrompelde stichter

van haar geluk. Zij zag hoe gebogen,
hoe naakt en menselijk buiten de taal.
De warmte wolkte, vrede zong uit de kraan.
Dit, dacht zij, kon hij dit maar verwoorden…

Hij zag haar niet, rook zijn zweet,
keek naar zijn lid in het stijgende water.
Het water was heter dan hij kon verdragen.
Hij haatte. De vrouw had hij lief

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Doorgaan met het lezen van “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell”

Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Edward Everett Hale op dit blog.

Uit: The man without a country

“I have reason to think, from some investigations I made in the Naval Archives when I was attached to the Bureau of Construction, that every official report relating to him was burned when Ross burned the public buildings at Washington. One of the Tuckers, or possibly one of the Watsons, had Nolan in charge at the end of the war; and when, on returning from his cruise, he reported at Washington to one of the Crowninshields,—who was in the Navy Department when he came home,—he found that the Department ignored the whole business. Whether they really knew nothing about it, or whether it was a “Non mi ricordo,” determined on as a piece of policy, I do not know. But this I do know, that since 1817, and possibly before, no naval officer has mentioned Nolan in his report of a cruise.
But, as I say, there is no need for secrecy any longer. And now the poor creature is dead, it seems to me worth while to tell a little of his story, by way of showing young Americans of to-day what it is to be
A MAN WITHOUT A COUNTRY.
Philip Nolan was as fine a young officer as there was in the “Legion of the West,” as the Western division of our army was then called. When Aaron Burr made his first dashing expedition down to New Orleans in 1805, at Fort Massac, or somewhere above on the river, he met, as the Devil would have it, this gay, dashing, bright young fellow, at some dinner-party, I think. Burr marked him, talked to him, walked with him, took him a day or two’s voyage in his flat-boat, and, in short, fascinated him. For the next year, barrack-life was very tame to poor Nolan. He occasionally availed of the permission the great man had given him to write to him. Long, high-worded, stilted letters the poor boy wrote and rewrote and copied. But never a line did he have in reply from the gay deceiver. The other boys in the garrison sneered at him, because he sacrificed in this unrequited affection for a politician the time which they devoted to Monongahela, sledge, and high-low-jack. Bourbon, euchre, and poker were still unknown. But one day Nolan had his revenge.”

 
Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)
Borstbeel door  Henry Hudson Kitson, 19e eeuw

Doorgaan met het lezen van “Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus”

Bert Bakker

De Nederlandse dichter, schrijver en uitgever Bert Bakker werd geboren in Huizum (Leeuwarden) op 3 april 1912. Bakker schreef een aantal letterkundige studies, twee romans, poëzie en kinderboeken. In WO II was hij betrokken bij het verzet en werkte hij mee aan het illegale Vrij Nederland. Na de bevrijding werd hij enig directeur van de uitgeverij Bert Bakker. In 1953 richtte hij het maandblad Maatstaf op, waarvan hij tot 1969 redacteur was. Als uitgever bij Bert Bakker/Daamen had hij veel succes met de reeks Ooievaar Pockets waarvan er in eerste instantie 199 verschenen. Nadat in 1972 de laatste Ooievaar van bovengenoemde serie verscheen, werd in april 1991 een nieuwe reeks Ooievaars op stapel gezet. De serie begon met de nummers 266 tot en met 305, daarna is men doorgegaan met een serie ongenummerde Ooievaars.

Terug

’t Wordt al gezocht en weergevonden:
dezelfde tuin onder dezelfde lucht,
hetzelfde hart, waarmee ik was verbonden
vóór mijn verraad en heimelijke vlucht.

Het is er nog; het is altijd gebleven.
Alles is weer, zooals het vroeger was.
De berken wiegen en de bloemen beven
en prachtig schijnt de zon over het voorjaarsgras.

En gij, hoe vreemd, wilt mij opnieuw ontvangen,
opnieuw mijn hoofd verbergen in uw schoot.
Zoo laat mij, láát mij dan, en merk uit mijn verlangen
hoe onuitsprekelijk het was en groot.

 

Regenlied

Vaak ligt zij stil en luistert naar den regen,
Die recht en ruischend langs haar venster stroomt.
Zij weet dan niet meer of zij waakt of droomt,
En of de boomen stilstaan of bewegen.

Het is zoo vreemd: dit onophoudelijk zingen.
Altijd hetzelfde lied – Voorbij haar open raam.
Het waait naar binnen en het raakt haar aan.
Het maakt zichzelf vertrouwd met alle dingen.

Zoo duurt het door – Zoo zal het lang nog duren.
Zij weet, dat zij het niet ontkomen kan,
Vóórdat zij sterven gaat – En dan
Zal het nòg bij haar zijn – tot in haar laatste uren.

Maar als zij eindelijk afscheid heeft genomen
En door een engel zacht is weggeleid,
Zal er het ééuwig zingen komen,
Waartoe dit haar heeft voorbereid.

 
Bert Bakker (3 april 1912 – 19 september 1969)

In Memoriam Lars Gustafson

In Memoriam Lars Gustafson

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson is op 79-jarige leeftijd overleden. Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

Elegie over een dode labrador

in twee verschillende werelden: de mijne,
meest letters, een tekst die door het leven loopt,
de jouwe voornamelijk gebeuren. Je bezat een kennis
die ik dolgraag bezeten zou hebben: het vermogen
gevoel, lust, haat of liefde
als een golf door je hele lichaam te laten gaan,
van je neus tot je staartpunt, het onvermogen
om het bestaan van de maan te accepteren.
Bij volle maan huilde je steeds luid naar haar op.
Je was een beter gnosticus dan ik. En je leefde
zodoende voortdurend in het paradijs.
Je had de gewoonte al springend vlinders te vangen
en ze op te peuzelen, iets dat sommige mensen weerzinwekkend vonden.
Ik stelde dat immer op prijs. Waarom
kon ik er geen lering uit trekken? En deuren!
Voor gesloten deuren ging je liggen slapen,
vast overtuigd dat vroeg of laat degene moest komen
die de deur open zou doen. Je had gelijk.
Ik had ongelijk. Ik vraag me af, nu deze lange
woordloze vriendschap voorgoed voorbij is,
of ik mogelijkerwijs iets kon dat jou
imponeerde. Je vaste overtuiging dat
ik het was die het onweer opriep
telt niet mee. Dat was een vergissing. Ik denk
dat mijn geloof dat de bal bleef bestaan
ook wanneer hij achter de bank verscholen lag
je ergens een idee gaf van mijn wereld.
In mijn wereld lag het meeste verscholen
achter iets anders. Ik noemde je ‘hond’.
Ik vraag mij vaak af of je mij beschouwde
als een grotere, meer lawaai makende ‘hond’,
of als iets anders, voor altijd onbekend,
dat is wat het is, bestaat in de eigenschap
waarin het bestaat, een fluitje
door het nachtelijke park waarop je
gewend was terug te keren zonder eigenlijk
te weten waarnaar. Over jou, over
wie je was, wist ik niet meer.
Je zou kunnen zeggen, vanuit dit wat objektievere
standpunt: We waren twee organismen.
Twee van deze plekken waar het universum
in zichzelf verstrikt raakt, kortstondige, komplexe
proteïnestrukturen, die steeds ingewikkelder
moeten worden om te overleven, tot alles
uiteenspringt en weer eenvoudig wordt, de knoop
ontward, het raadsel vervlogen. Je was niets dan
een vraag gericht aan een andere vraag
en geen van beiden bezat andermans antwoord.

Vertaald door Bernlef

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)