Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski

 

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

De overtocht

Het zijn die ogen in de schaduw
die dood gelezen zijn.
Waarheid is een woord met wapens.
Het gaat om angst in de woestijn,
gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,
wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

Je moet niet met je vinger wijzen,
het was haar moeder die het zei.
Ze stak hem in haar keel,
de boot schokte zich door een storm
die de wereld overspoelde.

Haar vonnis onverstaanbaar,
iets dat zich niet liet schrijven,
een vinger in een bloedend oog,
en naamloos door de jaren drijven.

 

 

Hoe een omelet te bakken zonder het ei te breken

Leg eerst de schalen in een geur –
Aarde en wind, dat wat je bij kinderen vindt
Het dood konijntje bij de achterdeur.

Sluit dan bokaaltjes af,
Adem niet langer
Wees je eigen ruime graf.

Wacht nog een dag of twee.
Je eieren broeden met je mee.

Open de ramen op de derde dag.
Lees psalmen; onthaal je
Weggelopen liefde op en
Zorgeloze lach.

Breek open, vingernagels,
Ruk de ongedachte
Dooier uit je dichtgeknepen palm.

Warm de aarde met je hand.
Wacht nu het bakken af,
en roer, roer, roer

Tot diep in je schaalomhulde nacht.

 

 
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

Continue reading “Stefan Hertmans, Octavio Paz, Asis Aynan, Martijn Teerlinck, Marga Minco, Enrique Vila-Matas, Rob Boudestein, Kornej Tsjoekovski”

In Memoriam Imre Kertész

 

In Memoriam Imre Kertész

De Hongaarse auteur en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur Imre Kertész is op 86-jarige leeftijd overleden. Kertész overleed volgens het Hongaarse staatspersbureau MTI na een lang ziekbed. Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook alle tags voorImre Kertész op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

Uit: Fateless

“I took my own steps. No one else did. And I remained honest in the end to my given fate. The only stain or beauty flaw, I might say the only incorrectness, that anyone could accuse me of is maybe the fact that we are talking now. But thatis not my doing. Do you want all this horror and all my previous steps to lose their meaning entirely? Why this sudden turn, why this opposition? Why can’t you see that if there is such a thing as fate, then there is no freedom? If, on the other hand,” I continued, more and more surprised at myself and more and more wound up, “if, on the other hand, there is freedom, then there is no fate. That is,” and I stopped to take a breath, “that is, we ourselves are fate.” I recognized this all of a sudden and with such clarity that I had never seen before. I was a little sorry that I was only facing them and not someone more intelligent-let’s say, more worthy opponents. But they were the ones who were here, at that moment, and at any rate they were the ones who had also been there when we were saying good-bye to my father.
They too had taken their steps. They too knew. They too had seen ahead. They too had said good-bye to my father as if we were already hurrying out. Later, all they fought about was whether I should take the local tram or the local bus on the way to Auschwitz. At this point not only Uncle Steiner but also Uncle Fleischmann jumped up. He tried to restrain Uncle Steiner but was no longer able. “What?” he screamed at me, his face crimson-red and his fist beating against his chest. “What? Are we now the guilty ones-we, the victims?” I tried to explain to him: “It’s not that this is a sin. We ought to simply, modestly recognize it for the sake of our honor, so to speak.”
They had to try to understand that they couldn’t take everything away from me. It couldn’t be that I was either the victim or the vanquished, that I couldn’t be right and that I couldn’t have been mistaken, that I was not the reason or the result of anything. I almost begged them to understand this. I couldn’t simply swallow this silly bitterness simply for the sake of be- coming innocent again.”

 

 
Imre Kertész (9 november 1929 – 31 maart 2016)

Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm

 

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Terribilità

De jongen is een grijze filosoof.
De knieën zijn de zetel van de wijsheid.
De Noordpool herbergt menige korenschoof.
In de Sahara heerst de grote ijstijd.

Een padvinder beheert het labyrint.
De sfinx kijkt vol begrip de wereld in.
De hemelgod is een driejarig kind.
De wereldondergang is het begin.

De olifant danst op het slappe koord.
De stier is meer dan zeven maanden drachtig.
De veldmuis heeft een tijgerkat vermoord.
De seksualiteit is mooi en prachtig.

 

 

In dit ondermaanse

Ik ben nog jong. Een ijsbaan is het leven.
De benen zweven en de zinnen zweven.
Vioolmuziek klinkt uit een megafoon.

De sneeuw maakt van de wereld een stilleven.
Ik tintel en ik draag een koningskroon.
Door eigen krachten word ik aangedreven

En vrienden zeilen schaterend voorbij.
Het is in hartje winter volop mei.
We schaatsen op een vloer van porselein

En slaan de dagen stuk om aan het end
Te stoppen bij de koek- en zopietent
Waar zure melk en bitterkoekjes zijn.

 

 

De monumenten 4

Gebouwen zijn aandoenlijk als ruïne,
Hun ziel ligt bloot. Paleizen, kerken, banken,
Geen sterveling die weet waartoe ze dienen.
Je hoort dus overal de luide klanken

Van tuba en trompet en mandoline
En ziet er mensen langs de straten trekken
Met feestgetoeter en plezier voor tienen.
Dit is een stad van louter lachebekken.

Hun meester is de Dood. Wat kan ze deren?
Wie maakt zich druk om eer en geld verdienen?
Ze dansen tot de ochtend, en verteren
Veel spijs en rijnwijn, waarna aspirine.

 

 
Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)
In Vila Pouca da Beira, Portugal, 1994

Continue reading “Gerrit Komrij, Paul Verlaine, Milton Acorn, Erika Mitterer, Uwe Timm”

Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll

 

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Groot boerderijdak

Het dak ligt op zijn buik. Nee, haar buik, dak
is moederlijk. Dak mompelt ‘ons’ tot kepers
en vee en kind. Damast of voddenbak,
dak houdt ze droog. Een dak torst zon en regen,
blij en venijn verleent het onderdak.

Gebinte vouwt de vingers tot gebeden.
Als eik zo hard is de arbeid van de boer.
Hij dekt zijn dak. Zijn moeder. Dikke hoer.

 

 

Mand

Van knot gekapt op griend. Geschild. Gekloven.
Gespreid. Geweekt. Door dauw en mist gekust.
Wis laat zich willig buigen, wacht met drogen
tot hij, gevlochten om een leegte, rust
en beidt wat komt. Pak koffie. Uien. Boter.

Kijk toch hoe onze taal dit ding bemint:
korf, mars, ben, paander, gondel, kaar, karbies.
Mand draagt meer namen dan een koningskind.

 

 

De man die naast het frietkot woont

Ik heb het al wel duizend keer gezegd,
tegen de Geoffrey van het frietkot.
Uw afsluiting, da’s niet genoeg,
een plaat beton, dat moet daartegen
of avanceerstenen, ’t is eendert, als ’t maar toe is.
Maar peinst gij dat die luistert?
Hij hoort u nog allengs niet.
Altijd die écouteurs op zijne kop.

Pas op, ’t is nu nog redelijk proper rond zijn kot.
Ge zoudt ‘ne keer de vrijdag moeten komen,
als de jong’ gasten met hun brommers uitgaan,
dan ligt hier ’t een pak friet neffest ’t ander.
Ik ben al zeker drie keer uitgeschoven,
ja, op de mayonaise, op wat anders?
De vierde keer was ’t op een curryworst,
da’s nog te smerig voor een rat mee dood te doen.
En weet ge wat de Geoffrey doet als hem dat ziet?
Die lacht ‘ne keer gelijk als ‘nen onnozele.
Zie, als ’k ik niet zo ‘ne stille mens was,
ik peins da ’k ik zijn tanden uit zijn frank bakkes had geslagen,
dat hem een nieuw salle à manger kost installeren.
Ik wil maar zeggen . . . 
Kom nee, ik zeg niks meer.

 

 
Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

Continue reading “Geert van Istendael, Wim Brands, Eric Walz, Georg Klein, Ernst Jünger, Yvan Goll”

Der Auferstandene (Rainer Maria Rilke)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
Noli me tangere door Anton Raphael Mengs, 1770-71

 

 

Der Auferstandene

Er vermochte niemals bis zuletzt
ihr zu weigern oder abzuneinen,
daß sie ihrer Liebe sich berühme;
und sie sank ans Kreuz in dem Kostüme
eines Schmerzes, welches ganz besetzt
war mit ihrer Liebe größten Steinen.
 
Aber da sie dann, um ihn zu salben,
an das Grab kam, Tränen im Gesicht,
war er auferstanden ihrethalben,
daß er seliger ihr sage: Nicht

Sie begriff es erst in ihrer Höhle,
wie er ihr, gestärkt durch seinen Tod,
endlich das Erleichternde der Öle
und des Rührens Vorgefühl verbot,

um aus ihr die Liebende zu formen
die sich nicht mehr zum Geliebten neigt,
weil sie, hingerissen von enormen
Stürmen, seine Stimme übersteigt.

 

 

 
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Jezusbeeld op de Karelbrug in Praag. Rainer Maria Rilke werd geboren in Praag.
(Photo: Nico Trinkhaus – It’s Prague, Dude.. | Czech Republic)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e maart ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson

 

De Vlaamse roman- en toneelschrijver Walter van den Broeck werd geboren in Olen op 28 maart 1941. Zie ook alle tags voor Walter van den Broeck op dit blog.

Uit: Een verliefde monnik

“Het was ook toen dat mijn leeswoede het gezelschap kreeg van een beginnende schrijfwoede, en mijn verlangen naar onsterfelijkheid begon te groeien. Nee, ik wilde geen Methusalem worden, ik wilde sporen achterlaten op deze planeet, die mijn naam zouden spreken als ik niet langer lijfelijk aanwezig was. Ik wilde eerst onsterfelijk worden en dan pas doodgaan.
Doodgaan… Wat erg toch, denk je dan. Maar dat is het pas echt als je beseft geen enkel spoor te hebben achtergelaten, niet te hebben ingegrepen op je tijd en je omgeving, de wereld niet een ietsje beter te hebben achtergelaten dan je hem had gevonden.
En je kinderen dan? Zijn zij niet het levende spoor dat jij zult achterlaten? Je schudt het hoofd, en wat beschaamd ontwijk je de vraag: gaat het om het spoor of om de spoortrekker zelve?
Nog altijd probeer ik te pennen. Nog altijd leg ik sporen. Opdat ik er altijd zal zijn.
Hoelang nog zal ik dit als een noodzaak beschouwen, heren veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers, tachtigers…?
Wie schrijft doet niet meer mee, is verloren voor het leven, maar gewonnen voor de eeuwigheid.
Zoals die West-Vlaamse monnik uit de 11de eeuw.”

 

 
Walter van den Broeck (Olen, 28 maart 1941)

Continue reading “Walter van den Broeck, Mario Vargas Llosa, Joost de Vries, Nelson Algren, Marianne Frederiksson”

Russell Banks, Chrétien Breukers, Maksim Gorki, Bohumil Hrabal, Lauren Weisberger

 

De Amerikaanse schrijver Russell Banks werd geboren op 28 maart 1940 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Russell Banks op dit blog.

Uit: Trailerpark

“What didn’t make sense was how someone who seemed slightly cracked, as Flora came quickly to seem, could have stayed in the military long enough to end up collecting a pension for it. Here’s how she first came to seem cracked. She sang out loud, in public. That’s the first thing. She supposedly was raised here in Catamount, and though she had moved away when she was a girl, she still knew a lot of the old-timers in town, and she would walk into town every day or two for groceries and beer, singing in a loud voice all the way, as if she were the only person who could hear her. But by the time she had got out to Old Road, she naturally would have passed someone in the park who knew her, so she had to be aware that she wasn’t the only person who could hear her. Regardless, she’d just go right on singing in a huge voice, singing songs from old Broadway musicals, mostly. She knew all the songs from Oklahoma and West Side Story and a few others as well, and she sang them, one after the other, all the way into town, then up and down the streets of town as she stopped off at the A & P, Brown’s Drug Store, maybe Hayward’s Hardware, finally ending up at the Hawthorne House for a beer before she headed back to the trailerpark. Everywhere she went, she sang those songs in a loud voice that was puffed up with feeling if it was a happy song or thick with melancholy if it was a sad song. You don’t mind a person whistling or humming or maybe even singing to him- or herself under his or her breath while he or she does something else, sort of singing absentmindedly. But you do have to wonder about someone who forces you to listen to him or her the way Flora Pease forced everyone within hearing range to listen to her. Her voice wasn’t half-bad, actually, and if she had been singing for the annual talent show at the high school, say, and you were sitting in the audience, you might have been pleased to listen, but at midday in June on Main Street, when you’re coming out of the bank and about to step into your car, it can be a slightly jarring experience to see and hear a person who looks like Flora Pease come striding down the sidewalk singing in full voice…”

 

 
Russell Banks (Newton, 28 maart 1940)

Continue reading “Russell Banks, Chrétien Breukers, Maksim Gorki, Bohumil Hrabal, Lauren Weisberger”