P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos

 

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

Sonnet LXIV

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren,
Worden de sterren in de nacht geboren,
Vuurbloemen die de rijzendranke roeren
Van donkre aardtochten naar Gods ooglicht boren.

En waar de heemlen van voor Hem vervloeren
Tot glazen glansbaan eindelozer koren,
Lijnen der stelslen weemlende contouren
Door ’t klaar kristal donkervermoede voren:

Door weêrzijds-open venstren als door ogen
Schijnen de heemlen in elkaar en de aarde:
Liefde met liefde wisslen wondre waarden,
Aarddonker tegen Godslicht opgewogen…
In evenwicht van gulden ruil geheven
Wandelt de wereld vleugelloos te zweven.

 

 

Kussen van uw lippen en uw ogen

Kussen van uw lippen en uw ogen,
Zachte daden uwer handen,
Zoals koele wateren getogen
Door de tuinen dezer landen,

Drenken in onmiddellijk bevloeien
’s Harten diepste wortelcellen,
En naar een oneindig openbloeien
Gaat de siddrende aandrift zwellen, –

Een geluk als nieuwe wijn geschonken,
Waar de schijnen dood en leven
Schaduwloos in liggen wegbezonken,
En daar is alleen gebleven

Aandacht waar al donkere geruchten,
Aller namen duizendtallen,
Welke blaadren en onrijpe vruchten,
Tot verglansde stilte vallen.

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Zevende strofe
voor Lionardo’s Johannes

Daar heb ik stilst en diepst geweend,
o tranen heller dan de heugenis
van jonkheids eerst-bewusten morgenlach –
want voor mijn oogen steeg in zilvren nevel
van goddelijkste droefenis
de doode lieflijkheid van zoo veel jaren
in strengen dienst en liefdes kuischen deemoed
doorwaakt tot al hun weedom zich verdichtte
tot dezen droom van éenen oogenblik:
onder den effen spiegel van uw glimlach
dees dood- en leven-overscheemrende’ afgrond…
 
Daar voelde ik achter mij den naakten glans
van witste zon, de maan van liefdes nachten,
en door de levenzoele sluieren
van onze tranen brak haar helle vuur
op donkren wereldwand in paarlen snoeren
van bleeken amethysten regenboog.

 

 
Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portret door Willem Adriaan van Konijnenburg, z.j.

Continue reading “P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos”

William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle, Ludwig Steub, Johann Fr. Riederer

 

De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook alle tags voor William Carleton op dit blog.

Uit: The Midnight Mass

“At the time in which the incidents contained in this sketch took place, the peasantry of Ireland, being less encumbered with heavy rents, and more buoyant in spirits than the decay of national prosperity has of late permitted them to be, indulged more frequently, and to a greater stretch, in those rural sports and festivities so suitable to their natural love of humor and amusement. Dances, wakes, and weddings, were then held according to the most extravagant forms of ancient usage; the people were easier in their circumstances, and consequently indulged in them with lighter hearts, and a stronger relish for enjoyment. When any of the great festivals of their religion approached, the popular mind, unrepressed by poverty and national dissension, gradually elevated itself to a species of wild and reckless mirth, productive of incidents irresistibly ludicrous, and remarkably characteristic of Irish manners. It is not, however, to be expected, that a people whose love of fighting is so innate a principle in their disposition, should celebrate these festive seasons without an occasional crime, which threw its deep shadow over the mirthful character of their customs. Many such occurred; but they were looked upon then with a degree of horror and detestation of which we can form but a very inadequate idea at present.
It was upon the advent of one of those festivals–Christmas–which the family of M’Kenna, like every other family in the neighborhood, were making preparations to celebrate with the usual hilarity. They cleared out their barn in order to have a dance on Christmas-eve; and for this purpose, the two sons and the servant-man wrought with that kind of industry produced by the cheerful prospect of some happy event. For a week or fortnight before the evening on which the dance was appointed to be held, due notice of it had been given to the neighbors, and, of course, there was no doubt but that it would be numerously attended.”

 

 
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)
Glogher

Continue reading “William Carleton, Cornelis Sweerts, Johann Heinrich Voß, Pierre Boulle, Ludwig Steub, Johann Fr. Riederer”

In Memoriam Umberto Eco

 

In Memoriam Umberto Eco

De Italiaanse schrijver Umberto Eco is vrijdagavond op 84-jarige leeftijd overleden. Zijn familie heeft dat vrijdagnacht bekend gemaakt. Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit: In de naam van de roos (Vertaald door Jenny Tuin en Pietha de Voogd)

“En terwijl ik mijn gefascineerde blik van die raadselachtige polyfonie van heilige ledematen en helse spierbundels afwendde, zag ik aan de zijkanten van het portaal, en onder het diepe gewelf van de bogen, soms gebeeldhouwd op de steunmuren in de ruimte tussen de ranke zuilen die ze schraagden en versierden, en verder op de dichte haag van hun kapitelen van waaruit ze zich vertakten naar het woudachtige gewelf van de talrijke bogen, nog meer visioenen, verschrikkelijk om te zien en op die plek alleen gerechtvaardigd door hun parabolische en allegorische kracht of om de zedelijke lering die ervan uitging: en ik zag een wellustige, naakte vrouw met een ontvleesd lichaam, aangevreten door smerige padden, leeggezogen door slangen, gepaard met een dikbuikige sater met ruige griffioens poten en een liederlijk opengesperde keel die zijn verdoemenis uitschreeuwde; en ik zag een vrek, verstijfd in de starheid van de dood op zijn protserige hemelbed, tot weerloze prooi geworden van een horde duivels, van wie één hem de ziel in de vorm van een zuigeling (die helaas nimmer meer tot het eeuwige leven geboren zou worden) uit zijn reutelende mond rukte, en ik zag een hoogmoedige op wiens schouders een duivel neerstreek en hem zijn klauwen in de ogen stak, terwijl elders twee vraatzuchtigen elkaar in een weerzinwekkende worsteling in stukken reten, en nog meer wezens, met bokkenpoten, leeuwenmanen en pantermuilen, gevangen in een woud van vlammen waarvan men de schroeilucht bijna kon ruiken. En rondom hen, tussen hen in, boven hen en onder hun voeten, nog meer gezichten en nog meer ledematen, een man en een vrouw die elkaar bij de haren grepen, twee adders die de ogen van een verdoemde uitzogen, een hoonlachende man die met zijn haakvormige handen de muil van een hydra opensperde, en alle andere dieren van satans bestiarium, in vergadering bijeen en als bewakers en erewacht geschaard om de troon tegenover hen, om met hun nederlaag Zijn lof te zingen, faunen, tweeslachtige wezens, beestmensen met zes vingers aan elke hand, sirenen, centauren, gorgonen, harpijen, maren, dracontopoden, minotauren, lynxen, pardels, climaeren, draken met hondenkoppen die uit hun neusgater vuur spuwden, getande reuzenhagedissen, veelstaartige monsters, harige slangen, salamanders, hoornadders, waterschildpadden, ringslangen, tweekoppige adelaars met tanden op hun rug, hyena’s, otters, kraaien, krokedillen, zeemonsters met zaagvormige hoorns, kikkers, griffioenen, apen, bavianen, leeuw-hyena’s, mantichora’s, gieren, rendieren, wezels, draken, hoppen, steenuilen, basilisken, hypnalissen, praesters, schorpioenen, sauriërs, walvissen, rolslangen, ringelaars, pijlslangen, dispassen, smaragdhagedissen, zuigvissen, poliepen, murenen en schildpadden. De gehele bevolking van het dodenrijk scheen zich te hebben verzameld om, duister woud en troosteloze vlakte van uitgestotenen, als voorhal te dienen voor de verschijning op het timpaan van Hem die was gezeten, voor Zijn gelaat vol belofte en dreiging, zij, de verslagenen van Armageddon, voor het aangezicht van Hem die komen zal om voorgoed de levenden van de doden te scheiden.” 

 

 
Umberto Eco (5 januari 1932 – 19 februari 2016)