Lord Byron, Wilhelm Genazino, Rainer Stolz, Krzysztof Kamil Baczyński, Gotthold Ephraim Lessing, Herwig Hensen, August Strindberg, Helen Hoyt

De Engelse dichter en schrijver George Gordon Byron (beter bekend als Lord Byron) werd geboren op 22 januari 1788 in Londen. Zie ook alle tags voor Lord Byron op dit blog.

My Soul Is Dark

My soul is dark – Oh! quickly string
The harp I yet can brook to hear;
And let thy gentle fingers fling
Its melting murmurs o’er mine ear.
If in this heart a hope be dear,
That sound shall charm it forth again:
If in these eyes there lurk a tear,
‘Twill flow, and cease to burn my brain.

But bid the strain be wild and deep,
Nor let thy notes of joy be first:
I tell thee, minstrel, I must weep,
Or else this heavy heart will burst;
For it hath been by sorrow nursed,
And ached in sleepless silence, long;
And now ‘tis doomed to know the worst,
And break at once – or yield to song.

 

I speak not, I trace not, I breathe not thy name

I speak not, I trace not, I breathe not thy name;
There is grief in the sound, there is guilt in the fame;
But the tear that now burns on my cheek may impart
The deep thoughts that dwell in that silence of heart.
Too brief for our passion, too long for our peace,
Were those hours – can their joy or their bitterness cease?
We repent, we abjure, we will break from our chain, –
We will part, we will fly to – unite it again!
Oh! thine be the gladness, and mine be the guilt!
Forgive me, adored one! – forsake if thou wilt;
But the heart which is thine shall expire undebased,
And man shall not break it – whatever thou may’st.
And stern to the haughty, but humble to thee,
This soul in its bitterest blackness shall be;
And our days seem as swift, and our moments more sweet,
With thee at my side, than with worlds at our feet.
One sigh of thy sorrow, one look of thy love,
Shall turn me or fix, shall reward or reprove.
And the heartless may wonder at all I resign –
Thy lips shall reply, not to them, but to mine.

 
Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)
Jonny Lee Miller (rechts) als Byron in de tv-film van de BBC, 2003

Doorgaan met het lezen van “Lord Byron, Wilhelm Genazino, Rainer Stolz, Krzysztof Kamil Baczyński, Gotthold Ephraim Lessing, Herwig Hensen, August Strindberg, Helen Hoyt”

Delphine Lecompte

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Lecompte debuteerde in 2004 met “Kittens in the boiler”in Amerika, een roman die haar in de underground vergelijkingen opleverde met auteurs als Charles Bukowski en Henry Miller. Alle thema’s die erin aan bod kwamen, worden in haar latere poëzie verder uitgewerkt. Haar eerste dichtbundel “De dieren in mij”werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen 2011. In 2010 verscheen “Verzonnen prooi”, haar derde dichtbundel, “Blinde gedichten”publiceerde zij in 2012. In hetzelfde jaar reisde zij op uitnodiging van Antjie Krog naar Zuid-Afrika, waar ze een aantal voordrachten verzorgde, onder meer voor studenten van Alfred Schaffer. Lecompte is ook medewerkster aan Poëziekrant, Tirade en nY.

Nu en later

Na 30 jaren in dit leven
ben ik vreselijk afgeweken
als kind wilde ik later honden trimmen
koeien melken
en elk jaar een kind ter wereld persen.

Nu zit ik dus hier
op een Indonesisch tapijt dat ik van mijn opa heb gekregen
er staan boemannen met slagtanden op
ze molesteren kinderen en oude vrouwen
ik heb twee ondankbare katten
en wat ik iedere dag ter wereld pers
spoel ik meteen door.

Maar ik ben gelukkig
ik ontmoet Ierse striptekenaars
we drinken bitter bier en luisteren naar Morrissey
hij zingt dat de vader vermoord moet worden
maar mijn vader was nooit incestueus
spijtig voor mijn gedichten.

 

De verkeerde zee

De blozende diplomaat wijst naar de rotsen van de verkeerde Zee
Op die rotsen wil hij picknicken met mij
Hij vaart opzettelijk woest en draagt bespottelijke kleren
Die overdreven nautisch en verblindend nieuw zijn
De verkeerde Zee gooit een gulp over mij heen.

Nu ik bloot ben bloost de diplomaat niet meer
Het is een ander rood, alleszins geen schaamte
Ik doe alsof ik verlegen ben, alsof ik een handdoek zoek
Op de rotsen picknicken we na de daad met lange tanden
De daad met lange tanden, het brood is weldadig zoet.

‘Ik kan je hier vermoorden, geen hond zou erom malen!’ briest de diplomaat
Hij heeft ongelijk; een Zweedse bobijnster zou erom malen
Een versleten ex-bokser, een achterlijke kok, en misschien ooit mijn vader
Wanneer ik mijn kleren wil aantrekken zegt de diplomaat:
‘Wacht nog even. Laat ons OXO spelen op je knieën!’

Ik win twee keer, een meeuw gaat aan de haal met een korst
De diplomaat zegt: ‘Trek je kleren aan, ik wil terug naar de kust.
Ik heb nog een afspraak met een Poolse choreografe.
Ze is mooier dan jou, honderden mannen zullen haar dood betreuren.
En haar vader zal haar dood willen wreken, misschien lukt het hem…’

Terug op de dijk snak ik naar water
Mijn moeder kijkt niet op wanneer ik de hotelkamer betreed
In de douchecel schrob ik alle O’s van mijn knieën
Op de rotsen ligt de bic die ik van mijn vader heb gekregen, zonder reden en waardeloos.


Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)