De schriftgeleerden en de wijzen (Muus Jacobse)

Bij het feest van Driekoningen

 

 
De aankomst van de Heilige Drie Koningen bij de stal,
toegeschreven aan Gillis Mostaert (1528 – 1598)

 

De schriftgeleerden en de wijzen

Zij hebben neergezeten
Bij hun vergeelde boeken,
Zij hebben niet geweten
Dat God geboren was,

Maar uit het oosten kwamen
Drie koningen Hem zoeken,
Die van een ster vernamen
Wat geen in woorden las.

‘Gij meesters der historie,
Zeg ons, waar is zijn woning
Die aller heemlen glorie
In éne sterre meldt?’

Zij spraken: ‘ ’t Is geschreven
Dat aller eeuwen koning
Heeft Bethlehem verheven’,
En waren zeer ontsteld.

Zij deden hen in donker
Als doden uitgeleide.
Er was geen stergeklonker,
De nacht stond om hen heen.

Maar ver van de geleerden,
O wonderlijk verblijden,
Hoe daar de sterre keerde
Die allen overscheen!

‘Komt laten wij aanbidden
God die zich openbaarde,
Want Hij is in ons midden,
Met majesteit omkleed!’

Zij brachten Hem geschenken:
De gouden schat der aarde,
De wierook van hun denken,
De mirre van hun leed.

 

 
Muus Jacobse (13 september 1909 – 21 november 1972)
De Kersthaven van Terschelling. Muus Jacobse werd geboren op Terschelling

 

Zie voor de schrijvers van de 6e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

Hester Knibbe, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

En hij bestond

En hij bestond. We pakten hem
op, zwierden hem in het rond en
nog eens en hij kraaide want hij was
in lievelingshanden en toen was het

hup de wereld in met je hart
dat men afpakken kan, kan breken
in een hoek smijten: niks waard zo’n

hart geen porselein of goud, meer een roestig
soort klei en je hebt er zoveel van, ook het jouwe
gaat straks op de schroothoop. Maar hij

wilde niet weg, hij wilde
groeien en blijven waar het goed was en goed
wilde hij worden met vileine streken. Schulp

is een woord als schuld, de kom waarin elk
rondkruipt, telkens opnieuw het lichaam
verkent: ben ik dat, een soort groot

gebaar waarmee ik soms iemand
in het gezicht sla? 

 

Thuiskomst

Ik droomde dat ik van je
droomde: we zaten op de bank en
praatten wat, je droeg de trui die ik
die dag gedragen had, je haar was
nat van alle regen. Je lijf solide

warm had weer de frisheid van
wanneer je in de grienden was geweest
en je vertelde feestelijk gewoon
dat het daarginds toch anders
bleek, hoe diep de wortels
reiken van de eik. En ik

verhaalde van wat ik hierboven
had geleefd, over het groeien van
de hazelaar, ook een bijzonder rijk
spinnenjaar zei ik. Je schaterlachte.

 

Domein
Voor Anke

Dit is je grondgebied, vruchtbaar
maar afgemeten. Zet hier je paden uit,
de smalle en de brede. Stenen
zijn inclusief, grenzen staan

vast. Mijd Eden. Die hof lijkt
uitgediend; de boom die in het midden
staat, kraakt onder vrucht en blad,
muurvast dringt het seizoen

rond het verleden. Blijf ervan
af. Schaf schoenen aan, ga
stevig stap voor stap.

 
Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

Doorgaan met het lezen van “Hester Knibbe, Khalil Gibran, Romain Sardou, Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow”

Benedikt Livshits

De Russische dichter, schrijver en vertaler Benedikt Konstantinovich Livshits werd geboren op 6 januari 1887 in een ​​geassimileerd joods gezin in Odessa. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Novorossia en vervolgens naar de universiteit van Kiev, waar hij afstudeerde in 1912. Hij werd opgeroepen voor het Russische leger en diende in het 88ste Infanterie Regiment. In 1914 werd hij opnieuw opgeroepen en diende bij de infanterie tijdens Wereldoorlog I, waarvoor hem het het kruis van St. George werd verleend. Zijn eerste dichtbundel werd in 1909 gepubliceerd in een Bloemlezing van de moderne poëzie (Kiev) In 1910 werkte hij voor symbolistische kunsttijdschrift Apollon van Sergei Makovsky. Samen met Wladimir Burliuk, David Boerljoek, Vladimir Majakovski, Vasily Kamensky en Alexandra Exter was hij lid van de Futuristische groep Gilea. In 1933 publiceerde hij een boek met memoires “De anderhalf-ogige boogschutter”, dat wordt beschouwd als een van de beste geschiedenissen van het Russische Futurisme. In 1934 verscheen een groot boek met vertalingen van Franse poëzie, Van romatiek tot surrealisme. In 1937, tijdens de Grote Zuivering, werd hij gearresteerd en op 21 september 1938 geëxecuteerd als een “vijand van het volk”. Zijn dossier werd vervalst om te verklaren dat hij stierf aan hartfalen op 15 mei 1939.

Palace Square

Hooves in the air, and the arch
Of a scarletstoned throat,
And the fatal firepool
Of buildings drugged on sunset:

Foreigners expelled
From the kingdom of crimson
Must burst from the flame of the palace
Like black solar flares.

Not the color of a jellyfish
But a heart gushing blood
Lies on the circular plaza:
Let no one judge the widow’s fate.

And what Russian wouldn’t understand
What heart lies in the grey body,
When the column’s sovereign flight
Is but the axle of a cruel carousel?

Your murmurs alone, Neva,
Like a splashing that pleases her little,
The proud widow cherishes
Under the bloodless dome of Headquarters:

By morning the herald will dash into
The marine lilac, the grey break,
And the golden iris of the Admiralty
Will bloom at last.

 

 
Benedikt Livshits (6 januari 1887 – 21 september 1938)