Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

The hovering tree

Most trees
grow in the ground
but my tree
grows at third floor height
and recently my neighbour said
that it ought to be cut down.

Perhaps it grows in the ground
further down
but for me it
mostly grows out there
in front of the window
at third floor height.

Too long far too long
it stood there bare
and I thought that
perhaps it would never
come into leaf but one day
it was green.

Green leaves and bursting buds
a kind of shimmering
erective giddiness
outside my window.
The airborne tree!

My lungs opened out
a sprouting sap-taut branching system
aerial mycelium and oxygen
unfolded everywhere
I was breathing!

The neighbour felt
the tree took too much light.
When he looked at it
he didn’t see
that it gleamed!

The axe has been laid at the foot
of the tree
on the asphalt
the few places trees grow
in their humble holes
in the city.

Hovering out there my
and at third floor height
my green soul
immortal and ready for battle
defying all natural laws
in the holy name of nature and

Let there be light!


Translated by Joh Irons

Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

Doorgaan met het lezen van “Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert”

Garth Risk Hallberg

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren in Louisiana in december 1978 en groeide op in Noord-Carolina. Hij bezocht de middelbare school in Missouri en studeerde aan de Washington University in St. Louis en de New York University. Zijn werk is verschenen in Prairie Schooner, The New York Times, Best New American Voices 2008, en, het vaakst, in The Millions. Zijn novelle “A Field Guide to the North American Family” werd gepubliceerd in 2007. Hij woont in New York met zijn vrouw en kinderen. In oktober 2015 verscheen zijn roman “City of Fire” waarvoor hij, zittend in een bus in New York, in 2007 de eerste ideeën kreeg.

Uit:City on Fire

“Those first few weeks of grief counseling, Charlie took the LIRR in. He was always late, though; invariably his train would get hung up in the East River tunnel. He couldn’t tell how much time had passed unless he asked other people—his dad’s watch still lay in a coffin-shaped box in his underwear drawer—and they were already looking at him funny because he was doing his nervous humming thing. The stares only made him more nervous, which led to more humming, and when he came out of the subway he’d bolt the last five blocks to the doctor’s and arrive sweaty and short of breath, sucking on his inhaler. Dr. Altschul must have said something to Mom, because after he got his driver’s license, in May, she insisted on his taking the station wagon, as she’d insisted on the counseling in the first place.
The office was on Charles Street, in the half-basement of a brownstone you wouldn’t necessarily have known was anything other than a residence. Even the discreet plaque below the buzzer—All appointments please ring—made no mention of specialties. This was probably for the peace of mind of clients (patients?), so no one in the waiting room would know what you were there for, who needed board-certified grief counseling and who needed whatever it was Dr. Altschul’s wife (also, confusingly, named Dr. Altschul) did.
Honestly, that Dr. Altschul should be married at all was a mind-bender. He was the kind of bosomy overweight man who could make even a beard look sexless. Charlie kept trying to memorize the doctor’s zippered cardigan, so that he could determine at the next session if it was the same one. But as soon as he’d settled in, Dr. Altschul would sort of tip back in his large leather chair and place his hands contentedly on his belly and ask, “So how are we doing this week?” Charlie’s own hands stayed tucked under his thighs.We were doing fine.
Which could mean only one thing: Charlie was still in denial. For eight or ten weeks now, he’d been resisting the pressure of Dr. Altschul’s questions, the Buddha-like invitation of those flattened but not knotted fingers. Charlie focused instead on the oddments of the therapist’s desk and walls—diplomas, little carved-wood statuettes, intricate patterns woven into the tasseled rug. He’d had the suspicion, from the very first, that Dr. Altschul (Bruce, he kept telling Charlie to call him) meant to vacuum out his skull, replace whatever was there with something else.”

Garth Risk Hallberg (Louisiana, december 1978)

Indrek Hirv

De Estse dichter, beeldend kunstenaar en vertaler Indrek Hirv werd geboren op 15 december 1956 in Kohila. Indrek Hirv ging in Tartu naar school en deed eindexamen aan het gerenommeerde Hugo Treffner Gymnasium. In 1981 studeerde hij af aan de Estse Academie van Beeldende Kunsten in technische keramiek. Sinds 1985 is Hirv lid van de Estlandse kunstenaarsbond en sinds 1991 lvan de Estlandse schrijversbond. Hij werkt nu als freelance kunstenaar afwisselend in Tartu, Tallinn en in het buitenland. In aanvulling op zijn eigen poëzie werkt Hirv als vertaler, in het bijzonder van Arthur Rimbaud, Charles Baudelaire en François Villon.


All of your frightening frigidity

All of your frightening frigidity
will one day be gathered
on the moon-landscapes of your light-hued retinae
to be set ablaze

Sparks flying like red corpuscles
will beat against the lenses of your eyes
until huge bell jars fracture
and a gust of the odor of love
wafts in through your splintered irises

Hundreds of mouths will open
in the soft fogs of the clouds
their breath will mingle
with your odorless coolness
in the bonfire’s glow
and the incandescent starry sky
will whisper to you the first word
of the Unabridged Book of Self Deceit


Vertaald door George Kurman 


once your sleep weighed heavy on my breast

once your sleep weighed heavy on my breast
and viscous sadness snaked through my veins
my imprint in you — birdprint in the air —

if anything should return it is just sadness within

only the wrist flick of a wave remains —
I too am misty in this memory picture
but I know for sure as I sip the autumn rains
that the star-studded clouds are our legacy.


Vertaald door Miriam McIlfatrick

Indrek Hirv (Kohila, 15 december 1956) 

P. C. Hooftprijs 2016 voor Astrid Roemer

P. C. Hooftprijs 2016 voor Astrid Roemer

De P.C. Hooftprijs voor proza wordt dit jaar toegekend aan de Surinaams-Nederlandse schrijfster Astrid Roemer. Dat heeft de jury van de prijs vandaag bekendgemaakt. De P.C. Hooftprijs wordt elk jaar uitgereikt aan een auteur van achtereenvolgend essays, poëzie en proza. Roemer zal de prijs, waaraan een bedrag is verbonden van 60 duizend euro in mei volgend jaar uitgereikt krijgen in Den Haag. Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit: Lola of het lied van de lente

“Ze hadden leren leven met de ander die in hun moeder verborgen zit – ze wisten precies wanneer die zou verschijnen; en behalve hun moeder was er een gast aan wie zij waren overgeleverd als aan de staat. De gast had hun regels opgelegd en hun bescherming geboden. En ze waren vrij zich daaraan te onttrekken maar dat ging nooit zonder een knagend gevoel van schuld.
Waren ze met ongewassen voeten, handen en gezicht naar de slaapkamer van hun moeder gestormd omdat de schaafijskar weer eens in de straat stond?! Of, hadden ze menstruerende kennissen binnengelaten terwijl hun moeder in consult zat -. En: zat er echt geen varkensvlees in het broodje sambal van de Javaan?! Of, hoe weet een jongen die altijd door de stad zwerft op welke straathoeken hij beslist niet mag blijven staan -.
Bovendien: hoe houd je een moeder en nog een stem in haar een leven lang verborgen voor anderen. Dus, toen de kinderen nog dachten dat ze een bloeddoorlopen geheim achter de huig bewaakten, wisten hun buurtvriendjes en -vriendinnetjes al, waarom er dagelijks allerlei personen op nummer zeventien aanklopten. Maar ze waren doodsbang daar zelfs met elkaar over te praten want, zo’n vak van medicijnvrouw reikt immers verder dan de pillen, zalfjes, drankjes en spuiten van de dokters die het uit boeken haalden.
Bovendien – de vrouw op nummer zeventien had zo vaak haar diensten bewezen aan de buurtbewoners dat ook de volwassenen haar even intens vreesden als hun kinderen en het lot waaraan zij zich overgeleverd voelden. Ze was geliefd – en, ze werd gehaat en het liefste als het noodlot zelf gemeden omdat ze vooral de pijnlijke geheimen van anderen achter haar zwartglanzende jukbeenderen draagt. Het had jaren geduurd – en uiteindelijk was ze met haar roeping samengegroeid tot een vakvrouw met gezag.
Dromen worden bij haar neergelegd -; verlangens waar geen bevrediging voor bestaat -; gedachten te schaamteloos voor woorden – en pijn: ongeneeslijk en te ver weg.
De ziel van een volwassen mens ligt verborgen achter een sporen-net van herinneringen waar niemand zonder te verongelukken doorheen komt.
Zij met haar honderden consulten heeft meer dan duizend mensenlevens moeten lijden om zoiets te weten te komen. Daarom wil ze ophouden met het werk – en, ze is er klaar voor.”

Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)