Luisa Valenzuela, Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Louis Verbeeck, William Cowper, Theophilus Cibber

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Valenzuela op dit blog.

Uit: I’m your horse in the night (Vertaald door Deborah Bonner)

« Cachaca’s good drink. It goes down and up and down all the right tracks, and then stops to warm up the corners that need it most. Gal Costa’s voice is hot, she envelops us in its sound and half-dancing, half floating, we reach the bed. We lie down and keep on staring deep into each other’s eyes, continue caressing each other without allowing ourselves to give into the pure senses just yet. We continue recognizing, rediscovering each other.
Beto, I say, looking at him. I know that isn’t his real name, but it’s the only one I can call him out loud. He replied:
“We’ll make it some day, Chiquita, but let’s not talk now.”
It’s better that way. Better if he doesn’t start talking about how we’ll make it someday and ruin the wonder of what we’re about to attain right now, the two of us, all alone.
“A noite eu so teu cavala,” Gal Costa suddenly sings from the record player.
“I’m your horse in the night,” I translate slowly. And so to bind him in a spell and stop him from thinking about other things:
“It’s a saint’s song, like in the macumba. Someone who’s in a trance says she’s the horse of the spirit who’s riding her, she’s his mount.”
“Chiquita, you’re always getting carried away with esoteric meanings and witchcraft. You know perfectly well that she isn’t talking about spirits. If you’re my horse in the night it’s because I ride you, like this, see? …”

Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

Doorgaan met het lezen van “Luisa Valenzuela, Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Louis Verbeeck, William Cowper, Theophilus Cibber”

Mohamed Al-Harthy

Onafhankelijk van geboortedata

De Omaanse dichter Mohamed Al-Harthy werd geboren in al-Mudhayrib, Oman, in 1962. Mohamed Al-Harthy studeerde geologie en maritieme wetenschappen en begon een loopbaan die daarop aansloot, maar na korte tijd nam hij ontslag om te reizen en te schrijven. Zijn eerste gedichtenbundel werd in 1992 onder de titel “Ogen zolang het dag is” in Casablanca gepubliceerd. Zijn bundel “Terug naar het schrijven met potlood” verscheen in 2013 en bevat gedichten die hij tussen 2005 en 2012 schreef. Een bijzondere uitgave van Al-Harthy is zijn reisboek “Oog en vleugel” waarin hij over zijn reizen naar Thailand, Vietnam, Andalusië en het lege kwartier van Arabië schrijft. Voor dit boek kreeg hij de Ibn Battuta Award voor Geografische literatuur in 2005.


Remarkable, the three of them together:
the mouse,
the keyboard
and the word processor
that fails to process them, but rather
does quite the contrary
and makes me forget
to save them in the proper file.
And so the icon of accusation
appears on the screen
before I can even accuse myself
or the word processor
or the playful mouse
after the disappearance of many a poem
about nights and morning suns . . . 
The icon’s accusation wore me out
so I thought of looking for a typewriter
(like the one Virginia Woolf used),
one that would not weary
of tapping out its symphony
with speedy slowness
or slowing speed.
But these enchanting instruments
have fallen out of use these days
and no one pays them any heed:
under heavy guard they bemoan their fate
in museum kingdoms
that no one ever visits.
I almost raised the flag, I almost surrendered,
but I opted to follow Hemingway’s advice
and go back to writing with a pencil.
I traversed page after page with that sharpened oar
so that the boat of words might finally cast anchor
on arrival’s coast. But I went too far
in my emulation, and started
scrawling on the walls
like him,
and so I failed to master
his short sentences.

Vertaald door Kareem James Abu-Zeid

Mohamed Al-Harthy (al-Mudhayrib, 1962)

Alyosha Brell

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Alyosha Brell werd geboren in 1980 in Wesel als zoon van een balletleraar en een operazangeres. De eerste 18 jaar van zijn leven bracht hij door op een boerderij in de buurt van Goch. Na zijn eindexamen verhuisde hij naar Berlijn om filosofie en Duitse literatuur te studeren, wat hij echter al snel voor gezien hield. In plaats daarvan werkte hij meer dan tien jaar in een in Berlijn gevestigd IT-bedrijf, waar hij leiding gaf aan een team van concept ontwikkelaars, grafisch ontwerpers en webprogrammeurs. In 2008 kreeg hij een beurs van de schrijverswerkplaats Proza van het Literaire Colloquium Berlin. In 2009 ontving hij de Alfred Döblin beurs van de Berliner Akademie der Künste. Zijn debuutroman ‘Kress’ verscheen in 2015 in de Ullstein Verlag.

Uit: Kress

„Als Kress an diesem Abend nach Hause kam, war ihm mächtig feierlich zumute. Auf dem Heimweg hatte er sich hinreißen lassen, in einem türkischen Imbiss eine Fanta zu ordern. Fanta war sein Lieblingsgetränk, aber weil schöne Dinge schwach machten, gab es Fanta nur in besonderen Momenten. Jetzt, noch während er die Tür abschloss, schüttelte er sich den letzten Tropfen in den Rachen, und weil er noch nicht genug hatte von dem herrlichen Süß, stapfte er in die Küche und suchte aus einem der Kartons das Brotmesser hervor. So ausgerüstet begab er sich an den Schreibtisch und machte sich daran, mit kleinen Sägebewegungen die Aluminuiumdose zu enthaupten, um auch an die in der Dose verbliebene Fantafeuchtigkeit zu gelangen. Er bog den Dosenkopf zur Seite, wischte mit dem Zeigefinger entlang der Innenwände und steckte sich den Finger gedankenvoll in den Mund. Die kleine blonde Person ging ihm nicht aus dem Sinn. Er fragte sich, wie er vernünftigerweise den Erstkontakt herstellte, wenn er sie denn aufgespürt hatte, und weil ihm nichts Besseres einfiel, stand er auf und wanderte hinüber zu seinen Umzugskartons, wo er aus seiner Ausgabe von Goethes Werken Band 3 hervor suchte (Dramatische Dichtungen I) und im Faust die Stelle aufschlug, wo Faust das Gretchen erstmalig anspricht, um ihm seinen Arm und Geleit anzutragen. Das Ganze erschien ihm nicht sonderlich überzeugend, trotzdem legte er einen Zettel zwischen die Seiten, um sie am Morgen noch einmal genau zu studieren. Er trat zurück an den Schreibtisch und streckte neuerlich den Finger zur Dose — ratsch, ärgerlich: Da hatte ihm der gesägte Dosenrand einen halben Quadratzentimeter Fingerkuppe abrasiert. Einen Moment lang war Kress sehr zufrieden mit sich, weil es gar nicht blutete; dann aber füllte sich der Schnitt mit dunklem Rot, und mürrisch latschte er ins Bad, um die Wunde mit Klopapier zu verbinden.“

Alyosha Brell (Wesel, 1980)

Mihály Babits

De Hongaarse dichter, schrijver en vertaler Mihály Babits werd geboren op 26 november 1883 in Szekszárd. Hij studeerde Franse en Latijnse filologie aan de Loránd Eötvös-universiteit te Boedapest van 1901 tot 1905, waar hij Dezső Kosztolányi en Gyula Juhász ontmoette. Hij werd leraar en gaf les aan scholen in Baja (1905-1906), Szeged (1906–1908), Fogaras (1908 -1911), Újpest (1911) en Boedapest (1912 -1918).In 1908 verwief hij met zijn gedichten bekendheid. In datzelfde jaar reisde hij naar Italië, wat zijn interesse voor Dante Alighieri verklaart; later bezocht hij het land nog meerdere malen. Met zijn verworven kennis vertaalde hij Dantes Divina Commedia (Inferno, 1913, Purgatorium, 1920, en Paradiso, 1923).Kort na de Hongaarse Revolutie van 1919 werd hij professor Buitenlandse Literatuur en Moderne Hongaarse Literatuur aan de Eötvös Loránd Universiteit te Boedapest, maar hij werd er bedankt voor zijn diensten na de val van de revolutionaire regering vanwege zijn pacifisme.In 1911 werd hij redacteur van het literaire magazine Nyugat.In 1921 huwde hij Ilona Tanner. Zij publiceerde later gedichten onder de naam ‘Sophie Török.Twee jaar later trok hij naar Esztergom. In 1927 werd hij lid van het Kisfaludy Társaság (Kisfaludy Gezelschap) In 1929 werd hij hoofdredacteur bij het tijdschrift “Nyugat”, een taak die hij deelde met Zsigmond Móricz. Babits is het meest bekend om zijn lyrische poëzie met invloeden van klassieke poëzie en Engelse rijmkunst. Behalve gedichten schreef hij ook essays en hij vertaalde veel werken uit het Engels, het Frans, het Duits, het Grieks, het Italiaans en het Latijn.

Jonah’s Prayer

Words have become unfaithful things to me,
or else am I an overflowing sea,
goalless and hesitant, without a shore.
Vain words, articulated once before,
I carry like dikes, or signposts made of wood,
torn hedges carried by a straying flood.
Oh if the Master only would provide
a bed for my brook’s current and thus guide
my steps on sheltered pathways toward the sea;
if only He would carve a rhyme for me,
a ready-made rhyme, I would avail myself,
for prosody, of the Bible on my shelf,
so that like Jonah, lazy servitor
of God, we hid from Him and later bore
not three brief days or months of agonies,
but three long years of even centuries,
when he went down into the living Fish,
in dark hot torments more than he would wish,
I too, before I disappear, might find
in an eternal Whale whose eyes are blind
my old accustomed voice, my words arrayed
in faultless battle order; as He made
His whispers clear, with all my poor throat’s might
I could speak out, unwearied till the night,
so long as Heaven and Nineveh comply
with my desire to speak and not to die.


The Lyric Poet’s Epilogue

I am the only hero of my verses,
the first and last in every line to dwell:
my poems hope to sing of Universes,
but never reach beyond my lonely cell.

Are others there outside, to bear the curses
of being born? If God would only tell.
A blind nut in the nutshell’s dark traverses,
I loathe to wait for Him to break the spell.

A magic circle binds me like a chain,
and yet, my soaring dreams defy the weight –
but wishful dreams, I know, may tell a lie.

A prison for myself I must remain,
the subject and the object. Heavy fate:
the alpha and the omega am I.

Mihály Babits (26 november 1883 – 4 augustus 1941)