Allerzielen (Guido Gezelle)

Bij Allerzielen

 

 
Am Allerseelentage Auf Dem Friedhofe door Wilhelm Ludwig Friedrich Riefstahl, 1869

 

Allerzielen

‘k Heb zo menigmaal gegaan
waar de wilgen te treuren staan,
buiten stad, naar ’t dodenveld …
‘k Heb bij woeste windgeweld
’t geel gebladert dwarren zien
en onwetend op de knien
neergezakt en nagedacht
dat de dood met ’t mensdom lacht
lijk de wind met ’t dorre blad …
Kranke mensdom, sta hier wat
bij de graven. ’t Wormgekriel
knaagt aan ’t lichaam; maar de ziel,
waar is zij? En lijdt zij niet
’t snoerend vagevuurverdriet,
waar zij naar verlossing smacht
enaar uw gebeden wacht?
Allerzielen! Bededag
die ik niet vergeten mag …
Allerzielen! Vader weent,
moeder kermt zo vereend …
Vrouw of man of wie het is
roepen ons om lavenis.

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Het oude kerkof van Brugge

 

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Augusta Peaux

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

Recept voor Sousa’s kattegraf
(Ljevka tot troost)

Snoes, zit niet in de nesten
maar ga er opuit, ga
snorren naar visafval,
eersteklas muizenvet,
zet dat opzij.

Spit grondig je tuintje om,
hol uit de aarde, graaf
minstens een vierkant
wel in het rond
en ook diep.

Stort dan met graten vol
van pladijzen, vlij
daarop kilo’s van
lippen en keeltjes
en kieuwen.

Stofferen dat fundament
tot allerzaligste nest nu:
mussenbont, pluimen van
pauwen en eigenste
viking-haar.

Vlug aan het metsen met
smijdig zacht muizenvet.
Drenk het grijs paardekleed
kletsnat in tranen en
stollend bloed.

Pak stijve Sousa nu, plak
hem goed vast op de stof.
Doe het keihard dat hij
nooit meer verschuift
uit zijn rust.

Ik neem de trompet en speel voor.
Jij knielt en befluistert zijn oor:
Slaap lieve
schattekop kattekop
verkruip jij je maar
in mijn tuin
tot ik kom
als ik kom
reken maar
snor dan zacht.

Werp aarde op aarde op aarde.

 

When walls come tumbling down

De witte tanden
op
de witte wanden
zo onzichtbaar
nog
behoren Kronos
toe

Pas als die wanden
langzaam
op ons
landen
maakt het blikkeren
van zijn kunstgebit
ons moe

Kronos vrat met smaak
zijn eigen kinders
op
peanuts
naast
de aangevreten
harteklop

 
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

Continue reading “Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Augusta Peaux”