Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self

De Nederlandse dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor Bart Chabot op dit blog.

Uit: Triggerhappy

“De eerste avond stonden de sterren, en dat waren er nogal wat – duizenden zo zonder grotestadslicht – boven het huis en de omringende bergen geparkeerd, zonder op te schuiven of in te schikken. De hemel leek een kunstwerk, alsof het doek was weggetrokken en de lucht zojuist onthuld. In Den Haag keek Frank zelden naar de sterren; een enkele keer daargelaten, op kerstavond bijvoorbeeld, of als Nicole en hij bezoek uitlieten. Naar de hemel turen bewaarde je onbewust voor als je op vakantie was en nauwelijks iets omhanden had.
Later die avond kregen ze ruzie, moe als ze waren van de lange reis naar de Haut-Languedoc en moe van wat ze van thuis met zich meedroegen, onuitgesproken zaken; en ten slotte vielen ze in slaap. Het met elkaar goedmaken zou tot de volgende dag moeten wachten.
De veldkrekels, forse exemplaren, die al vroeg in de middag met tjirpen begonnen, vulden de lucht en daarmee de middag.
In de struiken rond het zwembad huisden de horzels, die tevoorschijn kwamen als je het water verliet en zich eenmaal in de nabijheid van een natte rug, schouder of dijbeen niet eenvoudig lieten wegbonjouren.
Tweemaal per week kwam een man die het zwembad bijhield het terrein van Villa Aurora op. Een man die zo vroeg en stilletjes arriveerde dat je hem niet hoorde. Dat hij was langs geweest, leidde Frank af uit het feit dat het terrasmeubilair was opgeruimd en het zwembadwater lichter blauw was. F
rank zou de schoonmaker niet éen keer treffen, alsof deze hem ontweek; hoewel Frank een lichte slaper was die in Den Haag meestal van het minste gerucht wakker werd en dan beneden controleerde of alles in orde was – op de waakzaamheid van de hond had Frank nooit durven vertrouwen – en daarna stil in bed schoof om Nicole niet te wekken, zoals hij Juliette indertijd evenmin had gewekt tijdens zijn nachtelijke rondes.”

 
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

Doorgaan met het lezen van “Bart Chabot, T. S. Eliot, Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer. Luís Fernando Veríssimo, Mark Haddon, William Self”

Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Joseph Furphy, Edwin Keppel Bennett

De Amerikaanse schrijfster Jane Smiley werd geboren op 26 september 1949 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Jane Smiley op dit blog en ook mijn blog van 26 september 2010

Uit: A Thousand Acres

“Acreage and financing were facts as basic as the name and gender in Zebulon County. Harold Clark and my father used to argue at our kitchen table about who should get the Ericson land when they finally lost their mortgage. I was aware of this whenever I played with Ruthie Ericson, whenever my mother, my sister Rose, and I went over to help can garden produce, whenever Mrs. Ericson brought over some pies or doughnuts, whenever my father loaned Mr. Ericson a tool, whenever we ate Sunday dinner in the Ericson’s kitchen. I recognized the justice of Harold Clark’s opinion that the Ericson’ land was on his side of the road, but even so, I thought it should be us. For one thing, Dinah Ericson’s bedroom had a window seat in the closet that I coveted. For another, I thought it appropriate and desirable that the great circle of the flat earth spreading out from the T intersection of County Road 686 and Cabot Street be ours. A thousand acres. It was that simple.
It was 1951 and I was eight when I saw the farm and the future in this way. That was the year my father bought his first car, a Buick sedan with prickly gray velvet seats, so rounded and slick that it was easy to slide off the backseat into the footwell when we went over a stiff bump or around a sharp corner. That was also the year my sister Caroline was born, which was undoubtedly the reason my father bought the car. The Ericson Children and the Clark children continued to ride in the back of the farm pickup, but the Cook children kicked their toes against a front seat and stared out the back windows, nicely protected from the dust.
The car was the exact measure of six hundred forty acres compared to three hundred or five hundred. »

 
Jane Smiley (Los Angeles, 26 september 1949)

Doorgaan met het lezen van “Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Joseph Furphy, Edwin Keppel Bennett”

Jerry Hormone

 

De Nederlandse schrijver en muzikant Jerry Hormone (pseudoniem van Jeroen Aalbers) werd geboren in Numansdorp op 26 september 1982. In 1999 Jeroen Aalbers punkrockband The Ragin’ Hormones op en nam hiervoor het alias Jerry Hormone aan. In 2000 trad Aalbers als gitarist toe tot punkrockband The Apers. Met The Apers nam hij drie albums op, speelde op grote festivals als Lowlands en Paaspop en toerde meermaals door Europa en de Verenigde Staten. In 2005 verliet Aalbers de band. In 2005 werd hij, hoewel hij nog geen ervaring had op dit vlak, door een vriend gevraagd een proeftekst in te leveren voor een nieuw te starten reeks kinderboeken. Aalbers nam de opdracht aan en schreef in één nacht het verhaal “Poespoes de lampenkapkat”, over een kat met een anti-krabkraag om. De tekst werd goedgekeurd en Aalbers werd gevraagd de vaste schrijver te worden van de serie Borre, waarvoor hij samenwerkte met illustrator Stefan Tijs. Sindsdien schreef hij meer dan 100 verhalen over Borre, waarvan de eerste op kleuterniveau waren en het niveau opliep tot bovenbouwniveau. Naast het schrijven speelde en speelt Aalbers in groepen als The Quotes, Anne Frank Zappa (met Elle Bandita), The Jerry Hormone Ego Trip, The Windowsill en The Rubber Hearts (de laatste twee beiden met andere (ex-)leden van The Apers). In 2011 richtte Aalbers geïllustreerd literair tijdschrift Strak op, waarin onder andere werk van Henk van Straten, Daan Doesborgh, Hanneke Hendrix, Han Hoogerbrugge en Theo Wesselo verscheen. Naast zijn schrijf- en muziekcarrière, studeerde Aalbers van 2007 tot 2013 Nederlands aan de Universiteit Leiden. Hij voltooide de bachelor-opleiding.

Uit: De spareribclub

“Het is bloedverziekend heet. M’n rug is zeiknat en m’n zonnebril glijdt steeds van m’n neus. Uitgerekend op de warmste dag van het jaar scheidt de airco ermee uit. Daar rij je dan een auto van dik een ton voor.
‘Wat een hitte. Het lijkt verdomme ónze crematie wel.’
‘Hè, Johan.’
Wat een schijnheil. Ze heeft Arie nooit gemogen. Koos altijd Ank d’r kant. Gaat ze nu hij dood is een
beetje afkeurende gezichten naar me zitten trekken als ik een grapje maak.
Ik zet de radio harder. Steek een Caballero zonder filter op. Zij klapt haar zonneklep omlaag. Kijkt in het spiegeltje. Frut aan d’r permanent. Pakt oogpotlood en mascara. Dat gaat straks allemaal in dikke zwarte strepen over d’r wangen.
De Maeterlinckweg. Een parkje met een vijver en het crematorium, hoekig en van IJsselsteen. Ik draai
de wagen de parkeerplaats op. Grind knerpt onder de banden. Ik zoek tevergeefs naar een plekje onder een boom. Parkeer in de volle zon.
‘Hoe zie ik eruit?’ vraagt ze.
Ik kijk niet. Ik weet hoe ze eruitziet.
‘Goed,’ zeg ik. Ik pak m’n jasje en stap uit.
Er is flink veel volk op komen dagen. Arie kende een hoop mensen. En nog meer mensen kenden Arie. Er worden stemmige knikjes uitgewisseld. Handen geschud.
‘Johan!’ hoor ik achter me. Veel te hard. Veel te op-
getogen. Het is Van Aalst. Hij staat met Dirk bij z’n Jaguar.
Ik loop naar ze toe.
‘Hé Johan, heb-ie misschien een peukie voor me? Ik had geen tijd meer om bij de pomp…’
‘Jij ook gecondoleerd, Van Aalst.’ Ik houd hem het pakje Caballero’s voor.
‘Doe mij er ook een,’ zegt Dirk.
‘Was jij niet gestopt?’
‘Jawel, maar vandaag effe niet.’

 

 
Jerry Hormone (Numansdorp, 26 september 1982)